is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 5, 25-10-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANKRIJK VOOR DE BURGEROORLOG?

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk is buitengewoon ernstig: zij is geworden tot een volledige nederlaag der midden-partijen: de socialisten en de christelijk-sociale M.R.P., die nog niet zo lang geleden meer dan de helft van de constituante beheersten, hebben nu tezamen slechts 29% der zetels in de gemeenteraden. De opmerking dat de gemeenteraden in Frankrijk bij traditie rechtser zijn dan het parlement is een schrale troost, want het is ook een Franse traditie, dat men er in tijden van nood om een sterke man roept, hij moge Bonaparte, Clémenceau, Poincaré of de Gaulle heten. En 40 % der stemmen is een succes, dat allerlei beginselloze mensen nog wel hun jasje naar de wind laten hangen. Ondertussen zijn de communisten met hun 30%, tegen veler verwachtingen, ongebroken uit de strijd gekomen en hebben zij de aanhang, die zij zich in hun vermomming van verzetsbeweging hadden verworven, dus niet verloren. Dat betekent dat een onparlementaire greep naar de macht van de Gaulle beantwoord zou worden met burgeroorlog en dat ook reeds zonder dat de kans op een teruglopen van de vrijtvel tot het vooroorlogse peil gestegen productiecijfers, groot is, omdat de arbeiders namelijk niets van de Gaulle moeten hebben en dus op zijn meest strijdbare tegenstanders hebben gestemd.

Het falen der middengroepen

Hoe is het zover kunnen komen? Voor de M.R.P. is dat wel duidelijk: zij is groot geworden als de partij voor het nietcommunistische verzet, christelijk van achtergrond en een groot deel in het prestige van de Gaulle straalde op haar af. Daarnaast had zij de frisheid van het nieuwe en radicalisme op politiek, sociaal en cultureel gebied van de leiders van het verzet, maar deze leiding is al spoedig geremd door het feit, dat op het platteland de conservatieve „familie van het kasteel” de grote boeren en de daar tegenop kijkende geestelijkheid deze partij als het „kleinste kwaad” steunde; tengevolge waarvan de arbeiders er zich verre van hielden. Nu de Gaulle zijn eigen partij heeft en de oorspronkelijke frisheid en radicalisme zijn verdwenen, zijn zowel de rechter- als de linkervleugel teleurgesteld en zal de katholieke vakbeweging wel de enige groepering zijn dia nog massaal kiezers aanbrengt; en deze is in Frankrijk niet groot (600.000 a 800.000 leden tegen 3 millioen van de C.G.T.).

De radicaal-socialisten waren een partij van oude heren geworden, waarvan de radicaalste anti-clericalen al met Pierre Cot naar de communisten waren gegaan en de min of meer aan christelijke waarden hechtenden naar de M.R.P. De vurigsten in het verzet waren de Gaullisten en hadden er zich grotendeels in een afzonderlijke groep in de „Rassemblenient des Gaulles” nl. in de „Union des Socialistes et Democrates Republicains (U.S.D.R.)” georganiseerd. De socialisten hadden reeds kennelijk zeer veel van hun vooroorlogse arbeidersaan- verloren; nog veel meer dan elders hadden de communisten in het verzet onder de arbeiders de sleutelposities bezet; met name in de ondergrondse voorbereiding van het herstel der vakbeweging hadden zij zich van vrijwel alle leidende posities verzekerd. En al verzetten de arbeiders zich allengs wel af,en toe tegen hun leiding met name nadat een communistische

minister van Sociale Zaken de loonstop had afgekondigd op een moment, dat de franc sterk devalueerde zij gingen in het algemeen niet naar de 5.F.1.0. terug, maar groepeerden zich links van de communisten op een „Trotskistische”, syndicalistische of federalistische (de traditie van Proudhon) basis.

DE GAULLE

. een nationalist van de oude stempel

Het langzamerhand loslaten van de geleide economie door de regeringen van Ramadier, dat de levensomstandigheden van de loontrekkenden voortdurend moeilijker maakte, deed de linkervleugel der partij de laatste maanden rebelleren en zonder terug te vallen in de eenheidsfrontpartij met de communisten, behaalde deze linkervleugel onder leiding van de partijsecretaris Mollet op het congres te Lyon van deze zomer de meerderheid, die ook in het nieuwgekozen partijbestuur uitdrukking vond. Dit alles heeft jl. Zondag een grote nederlaag kunnen voorkomen; blijkbaar hebben althans de geschoolde arbeiders genoeg van de communisten en vertrouwen zij ten minste de linkervleugel der 5.F.1.0. Dat zij radicaal zijn, is niet onbegrijpelijk, omdat het levenspeil voor de loontrekkers in Frankrijk op het ogenblik aan de toestanden van de vorige eeuw doet denken: voldoende eten voor een arbeidersgezin is zonder bijverdienste van vrouw en kinderen onbetaalbaar, om van kleding en huisraad maar te zwijgen; alleen voor de huishuren is de prijzenstop gehandhaafd, maar dat heeft ook alle neiging om huurwoningen te bouwen gedood, zodat de woningnood enorm is en alle mogelijke „zwarte” praktijken worden toegepast. De boeren hamsteren geld en voedsel en de halve toepassing der geleide economie heeft tot gevolg gehad, dat de tarwe (waarvoor maximumprijzen en inleveringsplicht bestaan) aan de varkens wordt gevoerd en de mensen tegen hoge prijzen mais in het brood krijgen. Verder parasiteren de ambtenaren van de Derde Republiek en de Vichyperiode, die nimmer ontslagen zijn maar op een zijspoor worden gerangeerd, op de werkende bevolking.

De toestand was daardoor onhoudbaar geworden: ófwel de regering moest het economische leven nog meer vrij laten en daardoor de handel een nieuw evenwicht laten zoeken, waarbij de niet-bezitters aan het kortste eind zouden trekken, en min of meer met geweld van nieuwe stakingen zouden moeten worden afgehouden, ófwel de regering moest met ijzeren hand de prijscontrole over de gehele linie invoeren en hoge belastingen doorvoeren, de zwarte handel de nek omdraaien, en de boeren tot leveranties dwingen. Tot geen van beide was de schipper-politiek van de regeringscombinatie van socialisten, M.R.P. èn radicalen in staat. En dit heeft het Franse volk blijkbaar beseft, en heeft voor de uitersten gestemd.

Internationale gevolgen

Het ongelukkige is alleen dat deze uitslag internationaal uiterst moeilijke vraagstukken opwerpt. De samenwerking met het Labour-bewind, met de Katholieke middenregerlng in Italië en de Socialistischkatholieke combinaties in de „Benelux” zal moeilijker tot stand komen. Zowel het nationalistische Gaullisme als het pro-Russische communisme maken een samengaan van de Franse zóne in Duitsland met de Anglo-Amerikaanse moeilijk. Maar dat is nog niet alles: toen Brüning in het Duitsland van 1931 op een dergelijke wijze in de minderheid was gebracht tussen communisten en nazi’s was hij nog te redden geweest door economische steun van Amerijfa en Engeland. Nu zal een financiële en economische steun der U.S.A. aan Frankrijk al niet meer het crediet yan Ramadier, maar vooral dat van de Gaulle versterken, die toch al de naam heeft van pro-Amerikaans en anti-Russisch te zijn. De Gaulle heeft zich in het verleden zo zeer een nationalist van de oude stempel getoond, dat een Europese samenwerking met een Frankrijk, dat sterk onder zijn invloed staat, moeilijk zal worden en een oplossing van de problemen, die de vrijheidsdrang der Oost-Aziatische en Arabische volken in de Franse overzeese gebieden stelt, op verhoogd wantrouwen zal stuiten. Natuurlijk behoeft deze verkiezingsuitslag in de gemeenten nog niet dadelijk een ommekeer in de parlementaire basis van de regering-Ramadier met zich te brengen, doch zij zou zich al wel zeer moeten vernieuwen in haar sociale en in haar gezagsopvattingen, wil zij op den duur zich kunnen handhaven en bij de parlementsverkiezingen het verloren terrein herwinnen. Of zal de Gaulle zijn nationalisme aan de noodzakelijke internationale samenwerking kunnen aanpassen en met de sociaaleconomische oplossingen voor de dag komen, waarover hij tot nu toe altijd pijnlijk vaag is gebleven?

Veel waarschijnlijker is dat de socialisten, om niet geheel meegezogen te worden naar een vrije economie, in de oppositie gaan en dat aldus de kloof, die door de Russisch-Amerikaanse tegenstellingen in Europa is ontstaan, ook dwars door het Franse volk wordt doorgetrokken. Of zullen de socialisten met de van conservatieve en half-fascisten gezuiverde M.R.P. toch nog weer als redders van Frankrijk optreden door enerzijds een einde te helpen maken aan de stille terreur der communisten in de arbeiderswereld, doch anderzijds de Gaulle te houden in de goede banen van de sociale en internationale politiek?

W. VERKADE.