is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 6, 01-11-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„AUSTERITY-CRIPPS” degiM

Toen in 1940 de bommen op Londen regenden en in geheel Engeland de „Homeguards” zich lieten trainen om desnoods met bijlen en stokken Duitse parachutisten en landingstroepen te lijf te gaan, werd niet alleen onder Labour-intellectuelen, maar in alle soldaten-cantines, huiskamers en deftige clubs over toekomstplannen gesproken: hoe, als Engeland door deze beproeving heen kwam, een opbouw en hernieuwing van het land doorgevoerd zou moeten'worden, waardoor de „gewone man” deel zou krijgen aan cultuur en welvaart, en de gegroeide saamhorigheid in staatsvormen en maatschappelijke instellingen zou worden uitgedrukt.

Aan het einde van de oorlog was daar heel weinig van over: na de uitputtende oorlogsinspanning lichamelijk en geestelijk vermoeid en door de toenemende militarisatie verontrust, wist de grote massa van dit weinig militaire volk nog net, dat er van de conservatieven in het geheel niets te verwachten was en dat Labour tenminste waarborgen bood voor behoorlijke lonen en zoveel mogelijk herbouw van fatsoenlijke woningen, zonder dat deze tot een uitbuitingsobject van de „gewone man” zou worden, maar de hooggestemde plannen waren ondergegaan in de grauwheid van de teleurstelling over Ruslands en Amerika’s houding, de armoede en vernieling waarmee men bleef zitten, de afbrokkeling van het oude Empire in Oost-Azië, de roerigheid in Palestina en Egypte, de uitputting van West-Europa en de zee van problemen, waarvoor de bezetting van Duitsland het onproblematische Engeland plaatste.

En bij deze moeheid en eigen teleurstellingen kwamen de economische klappen uit de Amerikaanse hoek. Hoewel er nog tal van uitgaven ter liquidatie van de oorlog te doen waren, werd de leen- en pachtwet opgeheven, waarmee Amerika de gemeenschappelijke oorlog die haar gebied onaangetast liet, financierde. In plaats daarvan kwam een dollarlening onder bezwarende voorwaarden, die bovendien nog een teleursteliing werd, omdat de prijzen der Amerikaanse producten, die ervoor gekocht moesten worden, stevig stijgen. Op 20 Augustus heeft Dalton als minister van Financiën Uncle Sam reeds moeten komen vertellen, dat aan de voorwaarde, dat na 15 Juli ’47 ieder land met ponden-tegoeden deze ook in Amerika mocht besteden, niet kon worden voldaan; uit dit gat bleek zoveel weg te vloeien, dat Engeland zelf zijn noodzakelijke voedsel- en grondstoffenaankopen in Amerika niet meer kan doen. De tweede voorwaarde waarbij de dominions op basis van gelijkheid met Engeland opengesteld werden voor de concurrentie der USA werd gehandhaafd.

Cripps als zwartkijker

Het was voor de Labour-partij na haar treffende overwinning natuurlijk allerminst aantrekkelijk, dadelijk na haar aan de regering komen, te gaan spreken over zuinig blijven, de buikriem blijven aantrekken; er waren al onvrijwillige beperkingen genoeg, die men zich in het naoorlogse Engeland moest opleggen. Een der leiders maakte een uitzondering en waarschuwde, Sir Stafford Cripps, een intellectueel, die meermalen met de partijleiding overhoop bad gelegen vanwege zijn radicale

denkbeelden. Het getuigde wel van de geestelijke onafhankelijkheid van deze chemicus-jurist, dat hij, die in de internationale en koloniale politiek altijd zo uiterst links had gestaan, nu op sociaaleconomisch terrein zo „conservatieve” geluiden liet horen. Maar door deze geestelijke onafhankelijkheid was hij ook een eenzame, zoals hij ook een eenzame en zelfs een tijdlang uitgeworpene was, tot Churchill hem in het begin van de oorlog in zijn ministerie haalde en hem naar Moskou zond als ambassadeur om het bondgenootschap en naar India om de vrijheid na dè oorlog aan te bieden in ruil voor de steun tegen Duitsland en Japan. Hij vond dus aanvankelijk geen weerklank in het kabinet-Attlee, al was hij daar als minister van Handel een belangrijk personage. En onder de arbeiders en vakverenigingsleiderswas hij helemaal niet populair: men spotte met zijn ascetisch uiterlijk, zijn vegetarisme en geheelonthouderschap en noemde hem algemeen „austerity-Cripps”, soberheids-Cripps.

Maar zoals het vaak gaat in ogenblikken van gevaar en moeilijkheden toen datgene wat Cripps steeds had voorgesteld, en waarvoor hij, zwartkijker, was geschrokken, vlak voor de deur stond, werd hij als redder te hulp geroepen en bij de laatste herziening vanAttlee’s ministeriële ploeg, werd Cripps de algemene coördinator voor de economische politiek met voorbijgaan van Morrisson, Bevin en Dalton; verdween de gelogenstrafte optimist Shinwell, die meer de belangen yan zijn mijnwerkers dan van het land had gediend, van de leiding van Brandstof en Energie en werden Cripps’ jongere medewerkers Wilson en Gaitskill aan het hoofd van deze ministeries geplaatst om de strakke lijn volledig door te voeren.

Cripps’ plan

Om de maandelijkse dollar-tekorten van ongeveer 50 tot 20 millioen pond terug te brengen heeft Cripps een plan opgemaakt, dat invoer van alles wat maar enigszins op luxe lijkt (o.a. tabak en eipoeder) zeer

sterk inkrimpt; voor alle takken van Industrie een productiedoel stelt, dat in 1948 veel grotere uitvoer mogelijk maakt; de reserves van de dominions en de koloniën mobiliseert in nauwe samenwerking met het moederland; en een voorkeurbehandeling van de noodzakelijke productie, wat toewijzingen en arbeidskrachten betreft, tegenover amusement en luxe-ondernemingen.

De Troonrede, waar de nieuwe zitting van het Lagerhuis mee geopend is, staat (naast een inkorting van de tijd waarmee het Hogerhuis wetten kan ophouden) geheel in het teken van de nieuwe politiek.

En Dalton heeft een aanvullingsbegroting aangekondigd om de geldruimte, die tot onnodige uitgaven verleidt, nog eens stevig af te romen.

Het is onmiskenbaar, dat Cripps’ plannen aan de industrie-leiding een vertrouwen hebben geschonken, dat zij tegenover de vakverenigingsleiding in het Labour-kabinet niet bezaten, dat de vakvereniging een uitweg uit een dreigend vastlopen ziet en voor het eerst bij het gehele volk weer wat strijdgeest voor de economische onafhankelijkheid is gewekt. Maar er zijn twee bezwaren. Een binnenlands, dat het plan niet door te voeren is, zonder zeer streng optreden tegen zwarte handel, arbeidsschuwheid en deviezensmokkel (ook in de schijnbaar onschuldigste vormen), en waarvoor een dwang nodig is, die het Britse volk allerminst ligt. En een buitenlands, dat dit gehele land zo autarkisch dreigt te worden, dat de landen met nog zwakkere valuta hun grenzen voor de Engelse invoer en diensten gaan afsluiten en tal van gezamenlijke Europese plannen, waarvan het Marshall-plan het belangrijkste is, gevaar gaan lopen.

Het is te hopen dat Cripps’ wijde internationale blik, gesteund door zijn Christelijk Quaker-geloof, deze gevaren bijtijds zal zien en dat hij ook het vasteland van Europa in zijn strijd voor de economische onafhankelijkheid tegenover dollar (en roebel) zal betrekken.

W. VERKADE.

De Psalmen in het Fries

In Holland is de naam van de Friese dichter Fedde Schurer niet onbekend. Jaren geleden kwam hij in conflict met het bestuur van de christelijke school, welke hij als onderwijzer diende, vanwege zijn anti-militarisme. Vanaf dat ogenblik was hij één van de meest actieve leden van Kerk en Vrede en de C.D.U. Op tientallen vergaderingen heeft hij het pleit gevoerd voor anti-militarisme en socialisme en hij deed het altijd weer van uit zijn christelijke geloofsovertuiging. Hij was een van de meest zuivere vertegenwoordigers van een in ons land zeldzaam militant eri revolutionnair christendom.

In de oorlogsjaren schreef, hij vele verzetsverzen, van welke vooral de populaire en felle ballade van de verrader Frans Ver-

gonet bekend is geworden. Het was een echt volkslied.

In de bezettingsjaren schreef Schurer ook zijn Simson, een drama van .de strijd voor de vrijheid. De vrijheid is een kostbaar geschenk van God en daarom is de vrijmaking der volken voor hem een door God geboden en gezegend werk. Simson is de nationale held, die strijdt voor God en de vrijheid van het volk! Simson werd door Schurer in het Fries geschreven, al heeft hij het daarna in het Hollands vertaald. Maar in het oorspronkelijke drama spreken Simson en Delila, de Israëlieten en de Filistijnen de onvervalste taal der Friese boeren.

Het was een hoogtepunt in het leven van Schurer, toen dit drama in Heerenveen en