is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 14, 03-01-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seerd op de geregeld gehanteerde levens•kringen: gezin – beroep – school – kerk – volk – staat – cultuur -volkeren. Maar in dit afzonderlijk stellen op zichzelf onvermijdelijk is er steeds het gevaar, dat men 'andere levenskringen, die even. vitaal zijn, doch minder in het oog springend, niet (of niet ten volle) tot haar recht doet komen. Zij vallen in de beschouwingen als het ware er tussenuit weg en er komen open gaten. Men geeft zódanig alle toucher aan de uitspringende essentralia, dat het andere niet of bijzaak wordt. Aldus heeft het lange tijd moeten duren voordat men bepaalde gaten ging zien en opvullen; ik noem hier als voorbeelden van uiterst belangrijke eigensoortige levenskringen: het derde milieu, het vrouwenvraagstuk. Andere kringen waren eertijds volledig als levenskring erkend, maar gingen in den loop der tijden naar de achtergrond: bijv. de buurtschap. Voor een deel liggen de tekortkomingen in de behandeling van deze materie aan de tijdsomstandigheden: bepaalde tijden stellen bepaalde vraagstukken wel of niet aan de orde. Voor een ander, niet minder belangrijk deel liggen de tekorten in een foute methode: men behandelt de kringen in een al te grote beslotenheid van in zichzelf rustende eenheden. De methode moet open worden, wij moeten steeds grotere variëteiten opspeuren, er oog voor krijgen, meer samenhangen zien enz.

Daarom was het zo belangrijk, dat Ds Buskes naast en door de „gezins”- kring héén andere kringen wierp: de „kerk”-kring, de „discipelen”-kring; dit werpt in de ~gezins”-kring allerlei deuren en ramen open (verversing van atmosfeer!) en geeft de mogelijkheid van binnenkomen'van de zón der critiek (in de bijbelse zin!). Dan kan het gezin ook, „genietend” zijn eigen leven, openstaan voor de maatschappij zonder aan -de maatschappij te vervallen, tevens dienstbaar worden aan die maatschappij en een „critische instantie” zijn ten aanzien van haar samenleving (een maatschappijtje in de maatschappij, een kerkje in de kerk). In de kring van het gezin zal men dan vanzelf andere nabije kringen gaan opspeuren (de grenzen .verwijden): die van de dienstbaarheid, van de gezelligheid, van de vrienden, van de eenzamen enz. Er komt dan bewegelijkheid en bewogenheid, ja beweging in de vastgeklonterde stof die het gezinsleven uit maatschappelijk oogpunt veelal is geworden in zijn egocentrische instelling.

b. Aan de andere kant pleegt men in de publicaties over het hier aan de orde gestelde onderwerp de vraagstukken geheel los van de taak van het gezin te stellen. De steun aan deze maatschappelijk eenzamen ziet men als taak van vrijwillige arbeid, philantropische organisatie of speciaal maatschappelijk apparatuur. Let wel, dit. groot, al-omvattend, ieder hoekje en gaatje vari onze maatschappij innemend vraagstuk meent men te kunnen oplossen door een kanalisering in onpersoonlijke apparaten of door het op de schouders te leggen van enkele toegewijden! Waar overal, in welhaast elk huis en elk dichtbij zijnde omgeving, met de handen te grijpen de nood voor de voeten ligt, meent men met dergelijke lapmiddelen te kunnen uitkomen, zouden velen liefst een nog verder gaande vorm van administrering en reglementering geconstrueerd zien, een mechanisering, ja samenbrenging en opeenhoping zoals t.a.v. a-sociale personen en gezinnen, een soort localisering van nood 'en midde» len van uitredding. Als de normale gezinnen maar bevrijd worden van verdere

aantasting en ondermijning. Aan de functie van het gezin t.a.v. deze nood in haar buurt wordt vrijwel niet gedacht: men ziet het vraagstuk al te zeer als aangelegenheid op zich zelf, ziet het te weinig als een kwestie van opvulling van open gaten in het .„organisme”, dat onze samenleving in wezen is, als een reparatie van een uitééngerukt weefsel. , . , .

c. Op de voorgrond-zal misschien in dit reddingswerk dienen te worden gesteld een samenknoping der gedachtenreeksen in a. en b. ontwikkeld: de taak der gezinnen door te trekken in de sfeer van het in allerlei vormen vereenzaamd leven. De gedachten van Ds Buskes hebben dit bij mij nog eens op nieuwe wijze duidelijk gemaakt. Ik ben dankbaar dat de predikant mij, als sociaal werker, tot grotere klaarheid heeft gebracht.

Vooreerst door te stellen, dat er zulke geheel natuurlijke grondslagen zijn, die de schepper genoopt hebben het huwelijk in te stellen: „het is niet goed dat de mens alleen zij”. Het kan niet gewoner, niet nuchterder, schijnbaar on-geestelijker en on-romantischer gezegd worden. Maar hoe dan met hen, die, om allerlei redenen, alleen moesten blijven, of met die gehuwden, die hoewel in een gezinsverband levend toch eenzaam worden gelaten in schamele onderdak dat hen is gelaten, in de sfeer van inkwartiering waarin zij moeten leven of soms nog niet eens terecht kunnen ?

Zou het niet goed zijn om deze zelfde realistische gedachte eens door te trekken naar de wereld bulten het gezin en ook daar even gewoon-natuurlijk en alledaags, tot toepassing te brengen de gedachte dat het niet goed is, dat de mens alleen blijft staan, om daarna resoluut en radicaal meest fundamentele en aangrijpende (de mensheid nog steeds het meest toesprekende) samenlevingsvorm die het gezin is, in te schakelen om uitkomst te bieden ? Om zodoende ook, door deze zo persoonlijke levenskring, meer los te komen uit het onpersoonlijke karakter van de huidige werkwijzen? Anderzijds om weer een levende inhoud te geven aan het beginsel, dat het gezin de kern der maatschappij is, hetgeen in.onze tijd wil zeggen, dat'het dit weer moet worden en daarin eerst recht zal kunnen slagen indien het zijn taak uitzet tot die van een dienst aan de gemeenschap... indien het zichzelf hierin wil verliezen, zal het zichzelf eerst kunnen behouden.

Hierbij sluit aan hét. mooie beeld van Augustinius dat Ds Buskes gebruikt: het gezin is een vluchtheuvel in de wereld. Welk een perspectief ligt hier, indien wij het doortrekken tot in het leven en de levensomstandigheden van de eenzamen en van “de vereenzaamde gezinnen. Het gezin een taak toegedacht ten opzichte van de buitenwereld, het gezin als zodanig, niet alleen individuen die daarvoor naar buiten trekken. Op allerlei wijzen kan' men dit verder uitwerken. De vluchtheuvel biedt allerlei mogelijkheden tot vluchten: deuren, die men openzet, ruimten die men inruimt, schikkingen die n;en binnenshuis treft, goodwill die men in het samenwonen geeft, warmte die men biedt, angstvalligheid die men laat varen, blijdschap die men deelt enz., een gevarieerde schaal.

Ten slotte de gedachten die de schrijver uitwerkt over de discipel-familie („wie de wil van mijn vader doet, die is mijn broeder en zuster en moeder”) als een gemeenschap op hoger niveau, als een louterende kracht. Ik zou hier willen beklemtonen het nieuwe richtinggevende discipelschap kris en kras door alle gezinnen en gezinslevens heen als

de krachtcentrale en stimulerende instantie in deze maatschappelijke taak van het gezin. Het gaat hier enerzijds om het aanbrengen van hefbomen om het egoïsme en zelfgenoegzame van de gezinnen op te heffen, anderzijds om ze uit te drijven tot positieve arbeid.

Men zou bij de genoemde’ elementen nog twee essentiële kunnen voegen, nl. die van het rentmeesterschap (toegepast tot in alle onderdelen van het gezins- en huiselijke leven: tot de kopjes en schoteltjes, verslijtende vloerkleden, vrije tijd; anderen deelgenoot maken in het gebruik enz.) en di? van het uitgaan-in-de-straten en dwingen om binnen te komen.

Zijn al deze dingen wel theoretisch en practisch systematisch voldoende doordacht, nu er algemeen in de maatschappij het besef schijnt binnengeslopen te zijn van de materiële onoplosbaarheid v«n het huisvestingsvraagstuk ? Zijn er nog niet vele mogelijkheden uit te nutten'? Is het besef groeiende, dat wij zullen moeten loskomen van de zelfgenoegzaamheid van ons warme nestje (als een vanzelfsprekende zaak) en dat wij het gezinsleven dienen om te stulpen naar buiten ?

Verdere uitwerking wordt thans achterwege. gelaten. Met énige desiderata wordt ten besluite volstaan:

1. Systematische, in groot verband verrichte doordenking van principes en mogelijkheden van het gezinsleven t.a.v. aan eenzamen en vereenzaamde gezinnen;

2. Practische en populaire aanschouwelijkmaking van het belang en het heerlijke, uitzichtvoll» van deze gezinstaak;

3. Het vinden van een eenvoudige, practisch hanteerbare code;

4. Een goede en durende methode van op- * wekking tot deze taak;

5. Stimulering dat dit gezinsapostolaat wordt tot een tweede natuur en het verband van het Christelijk leven. Mr J. A. J._M e y e r

‘ Verondefstel

ü hebt T. en T. gelezen;

ü bent niet van plan T. en T. te bewaren; wat nu? ,

óf u gedenkt onze militairen in Indonesië. Er is daar grote behoefte aan goede lectuur. We geven u het adres van een legerpredikant, die zich gaarne belast met de verdere distributie onder een circa DODO militairen. Per zeepost zendt u uw gelezen exemplaar naar kapt. ds W. Leegsma, legerpredikant, legernr. 100322000, staf 3 Beg. Gren. „C” Dlv. „7 Dec.”, Veldpostk. Batavia,

cf maar leest u liever zelf, wat ds Baljon, geest, verzorger van kamp Rhijnauwen ons schrijft; „Enkele maanden geleden heb ik gevraagd om toezending van gelezen exemplaren van „Tijd en Taak”, om deze te kunnen verspreiden in het kamp „Rhijnauwen”.

Zeer velen hebben met grote trouw mijn oproep beantwoord. Namens de gedetineerden betuig ik hun onze hartelijke dank.

Begin Januari wordt „Rhijnauwen” opgeheven. Een groot deel van onze kampbevolking verhuist naar het kamp Laren. Zoudt u voortaan uw „T. en T.” willen toesturen aan ds P. C. Vermeulen, St. Lucasweg 4, Laren (N.-H.)?” J. M. S. Balj o n.