is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 20, 14-02-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leestafelnieuws

Claude Houghton 6 levens en een boek, vertaald door Hans de Vries, uitgave N.V. de Driehoek, ’s Graveland, 1947, 247 blz.

Ik schreef het reeds een vorige keer: de boeken van deze • uitgeverij hebben altijd iets bijzonders. Hier is weer zo’n roman. Een boek mét een nogal occultistische inhoud werkt in op zes mensen. Boeiend geconstrueerd met vaak zeer fijnzinnige opmerkingen heef he mij och meer geïneresseerd dan geboeid. Er word hier e veel verteld, wat voor mijn gevoel irmerlijk onwaarschijnlijk is en dan mist zo’n boek zijn werking. Lezers, die van een roman houden, welke tevens bespiegelend is, moeten hte boek zelf maar eens proberen. Ik durf het niet aah of af te raden. Wanneer men zich aan bepaalde suggesties niet kan overgeven, staat men t.o.v. zulk een boek radeloos.

Eve Curie: Mijn wereldreis in oorlogstijd, vertaling W. G. Hazelhoff. Uitgeverij N.V. Van Ditmar, A’dam 1947. 585 blz. ing.,-/ 6.50, geb. ƒ 8.50. De S. had het voordeel van een grote naam en deze gaf haar als vrouwelijke oorlogscorrespondente voorrechten, waar geen ander journalist kans op had, maar het moet gezegd, ze heeft van deze gelegenheden geprofiteerd. Ze was in N. Afrika, in Iran, in Rusland, in het Verre Oosten,' maar wat dit boek ook nu nog interessant maakt, is het menselijk aspect van deze gruwelijke oorlog. Ze nadert -haar mensen niet als de harde journalist, die het om feiten te doen is, maar als de gevoelige vrouw, die zij is en die zich interesseert voor de mensen. Lektuur, die gloeiend-actueel is geweest, maar die ook nu nog niet is verouderd.

C. S. Lewis: Brieven uit de hel, uit het Engels vertaald door J. A. Schreuder, uitgave W. ten Have, A’dam, 1947. 171 blz. ƒ3.90.

Stel u voor dat een ervaren duivel aan een nog jgng kameraad gedetailleerde wenken geeft, hoe een argeloos en bedoelend mensenkind te verleiden, dan hebt ge een idee van dit oorspronkelijk boek. Ge kunt dan een spiegelbeeld verwachten van wat in werkehjkheid goed en kwaad is en waar onze kansen ten goede en ten kwade liggen. De ervaren duivel zal vooral wijzen op vele vormen van zelfbedrog, waardoor een m«is, het kwade doende, kan menen het goede te verrichten. Wie iets degelijks over de duivel -wil lezen, raadplege „La part du diable” van Denis de Rougemont, maar ieder kan zijn nut doen met de vele scherpzinnige belichtingen van de schuilhoeken onzer eigenliefde en eigen waan in dit merkwaardig boek. Het verhaal speelt in de Anglicaanse wereld en enkele details zijn in ons land slechts ter zake dienende voor onze R.K. medeburgers, maar ik meen, dat ieder Christen met deze originele vorm van gewetensonderzoek zijn nut kan doen. Wie eens ter afwisseling van Allerlei verheven boeken over godsdienstige onderwerpen, iets aardigs 'wil lezen en tevens zichzelf (en niet alleen de anderen!) beter wil leren kennen, kope en leze dit boek.

Dorothy Sayers: Het grootste drama dat ooit werd opgevoerd, vertaling uit het Engels van Jan Spierdijk. Uitgave 'Vrij Nederland, A’dam, z.j. (1947?). 133 bl. ƒ3.25.

Het heet dan, dat wij een practisch en nuchter volk zijn, toch lijkt het me soms, dat onze prediking en onze godsdienstige literatuur vaak zwevend is en meer op algemene gevoelens aanstuurt dan op practische godsdienst. Onder dit opzicht kimnen we iets leren van onze Angelsaksische medechristenen. Deze overweging slaat zowel op het voorgaande boek als op dit geschrift. Terloops wees ds Ruitenberg in de vorige aflevering van T. en T. (31-1-48, blz. 2) reeds op dit uitstekend boekje. Het zit wat slordig in elkaar: de titel is ontleend aan en slaat alleen op het eerste hoofdstuk; we vernemen slechts, zonder nadere verantwoording, dat het boek een bloemlezing is, samengesteld uit twee boeken van de bekende schrijfster, en ofschoon de vertaling vlot leesbaar is, hoopt men maar, bij gebrek aan de oorspronkelijke tekst, dat de vertaler ook voldoende deskundig is geweest; zorg daaromtrent is niet helemaal ongegrond, wanneer men ergens een blunder leest als „Arische ketters”, waar zonder twijfel moet staan: ~Arlaanse ketters”. Eén detectiveroman schrijven is het ongewone ontdekken in het alledaagse. Dorothy Sayers is een schrijfster van prachtige detective-stories en ze is hier op haar best. Sommige van deze opstellen zijn apologetisch in de beste zin van het woord en in de grote traditie van C. K. (3hesterton, zo waar zij het Christelijk dogma in bescherming neemt; andere opstellen met hun ontmaskering der menselijke ondeugden zijn vlijmend als de bladzijden van die andere grote Engelsman John Swift, en dan zijn er enkele opstellen over het vrouwenvraagstuk, die als een koude douche werken, zo verfrissend en verhelderend na veel malle praat, die we daarover nog al eens te slikken krijgen. Aanbevolen!

Dr Th. J. G. Lochter: Peter de Grote, uitgave Ploegsma, A’dam, 1947. 268 blz. ƒ 5.90.

Men moet van geschiedenis houden, maar dan is dit een zeer boéiend boek: boeiend om de merkwaardige persoon, die er het middelpimt van vormt, bdfeiend, omdat het inzicht geeft in de Russische historie en latzicht op de Russische politiek tot vandaag. De schrijver, deskundige bij uitstek op het moeilijke gebied der Slavische geschiedenis, heeft met dit werk een goede greep gedaan: we hadden zo’n boek het is actueel in de ruime zin van het woord en men leert hier, zonder veel frases over de „Russische ziel”, een belangrijk keerpunt in dè Russische geschiedenis goed kermen (de politieke achtergrond wordt uitmuntend geschetst; alleen zou men vaak wel eens iets meer willen vernemen van de economische situatie destijds). Daarenboven is de hoofdfiguur een van die mensen, die zonder aantrekkelijk te zijn, een lezer lang bezig houden. Ergens citeert de schrijver het woord van Peter de Grote op zijn sterfbed: „Aan mij kun zien wat voor een armzalig dier de mens is.” Ja, en dat niet alleen, maar ook heel de tragiek van de verlichte despoot, die het goede wU, maar het kwade doet, openbaart zich hier. Voegen we er nog aan toe, dat de schi'ijver een uitstekend hoofdstuk schreef over Peters reis naar Nederland.

11. Roland Holst: Gandhi strijder voor waarachtigheid en vrede. Uitg. Ploegsma, A’dam, 1947. 210 blz. ƒ 4.90.

De geschiedenis van een tijdgenoot te schrijven is bijzonder moeilijk en daarom, al is dit boek over Gandhi, gemeten aan de strenge eisen der historische volledigheid, nauwkeurigheid en objectiviteit, onder de maat, toch is het goed dat het geschreven werd, nu. De persoon van Gandhi en zijn ideeën liggen de schrijfster en er zijn bladzijden in dit boek van een sobere, maar daarom niet minder treffende welsprekendheid. Als eerste oriëntatie in de studie van Gandhi, als voorlopige uiteenzetting van zijn ideeën door een geestverwante, als' verdienstelijke poging tot nauwkeurige analyse van Gandhi’s betekenis voor de mensheid, acht ik dit boekje een grote aanwinst en zeker nu: dat deze heldhaftige verdediger der geweldloosheid zelf slachtoffer moest worden van het geweld, was misschien te voorspellen, maar dg,t het een landgenoot moest zijn, die het wapen richten moest en nog wel een van dezelfde godsdienst als Gandhi op een ogenblik dat India bezig is vrij te worden, is van een aangrijpende tragiek. Gandhi is dood, maar zijn nobele idee blijft leven en Henr. Roland Holst helpt door dit boek deze' niet te vergeten en beter te verstaan. j. G. B.

Laura Fitinghoff: De kinderen van de Grote Fjeld. 5e druk, uitg. Ploegsma, A’dam, uit het Zweeds vertaald door N. Basenau-Goemans, 206 blz., ƒ 3.90 geb., 1948.

We haasten ons de herdruk van dit bijzonder mooie kinderboek aan te kondigen. De 5e druk bewijst dat het zijn weg ook in ons land gevonden heeft, het verhaal van de zwerftocht van zeven ouderloze kinderen met hun geit in een hongerwinter in het Noorden van Zweden. Het behoort tot de zeldzdme kinderboeken, die een blijvende waarde hebben, omdat ze zuiver zijn en omdat er in vertrouwd wordt op het beste in de mens en kunnen voorgelezen worden aan kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar. Leeftijd pl.m. 9—13 jaar.

W. G. v. d. Hulst en W. G. v. d. Hulst Jr.: De pruikenmaker en de prins. Uitg.' Ploegsma, A’dam 1947, 109 blz., rijk ge'i'Uustreerd, ƒ 3.40.

Een aardig verhaal van een prins, die zich vermomt om z’n volk te leren kennen, van een brave en een boze pruikenmaker, van kinderen, in een stadje in de pruikentijd. Prettig van formaat, goed verzorgd mét een stevige band, met tekeningen, waarop veel te bekijken valt, is dit kinderboek, dat ook een voorleesboek is voor pl.m. B—l2 jaar.

Willem Rob en E. J. Leertouwer: Spelen en leren spelen. Uitg. J. Muusses, Purmerend. 1947, 280 blz., ƒ7.50. Ondertitel: Het spel als opvoedingsmiddel. Handleiding voor het geven van spel-onderwijs aan de jeugd van de lagere en middelbare scholen en de jeügdverenigingen.

Na een uitvoerig hoofdstuk over de betekenis van spelen en het spel voor de opvoeding (uitvoerig vooral over de speltheorieën van Kohnstamm, Roels en Huizinga), een hoofdstuk over methodiek en een over techniek, volgen een 180-tal bladzijden met spelen (nabootsings-, evenwichts-, kracht- en behendigheids-, gaan en loop- en sprongspelen). Duidelijk wordt het spel beschreven, steeds wordt gewezen op gevaren, op moeilijkheden, op de opvoedkundige waarde. Bij de mooie foto’s van spelende kinderen wijzen bijschriften op goede en verkeerde houdingen, op verschillend reagerende kinderen, enz. Een prachtig spelboek voor scholen en jeugdbeweging, voor Ons Huis-werk en opvoedingsinrichtingen.

Onze oudsten, 3 maandelijks blad, uitgegeven door de Ned. Zondgaschoolver., met medewerki/ig van Joh. J. Hesseling en vele anderen, onder redactie van dr P. ten Have. Abonn. ƒ5.— per jaar, adm. Bloemgracht 79, Amsterdam-C.

Hoe de kinderen uit onkerkelijke gezinnen vast te

houden, die te oud zijn voor de Zondagsschool en te jong voor de kerk? Va'nuit de Zondagsschool wordt hier werk opgezet voor deze „Oudsten” 12—14 j.). Nummer 1 bevat een uitvoerige inleiding en Roosters voor 3 jaren, nummer 2 bevat lessen voor Jan.-Mrt. ’4B. Onderwerpen van de lessen zijn o.a. William Booth, Mattheus, Sabbat en Zondag, Florence Nightingale, Petrus’ Paasfeest. In kort bestek wordt hier veel materiaal geleverd voor leiding van dit jeugdwerk. Het lijkt ook bruikbaar voor allen die met'groepen 'jeugd van deze leeftijd te maken hebben.

Maatschappelijk werk in de hoofdstad tijdens de hongerwinter en na bevrijding Jan. 1945—De0. 1946, uitg. Bureau van de Armenraad, Herengracht 174, A’dam. 67 blz. ƒ0.75 (giro 92872).

„Een gedocumenteerd overzicht van de zeer bijzondere hulpverlening tijdens de hongerwinter, de voorzieningen in de min of meer chaotische toestanden na de bevrijding en ten slo.tte van de wijze waarop de sociale zorg zich herstelde na de bezettingsschade en de ontwikkeling van de nieuwe initiatieven op dit terrein”. Wie van deze tijd meer wil onthouden dan z’n eigen belevenissen, vindt hier betrouwbare gegevens, die van historische waarde zijn. Aanbevolen! R. B.—v. R.

H. V. Schooten „Zo, en niet anders”. Lulofs, Almelo.

De heer v. Schooten heeft een uittreksel van zijn binnenkort te verschijnen boek met gelijknamige titel als brochure uitgegeven. Hij richt tot ons „een ernstige boodschap voor een wanhopige wereld, die uit eigen kracht probeert te leven”, tegelijk „een felle aanklhcht tegen de huidige samenleving”.

Het uitgangspunt kan ons niet anders dan sympathiek zijn: alleen van een 'waarachtige gehoorzaamheid aan God is redding te verwachten. Maair zijn methode kan ons niet overtuigen. De schrijver immers poogt, uitgaande van de gehoorzaamheid aan Gods 'Woord, de samenleving op te bouwen, zonder eerst een gedegen analyse (wat iets anders is dan critiek) te geven van de huidige samenleving en zijn strekkingen. Daardoor krijgt het geheel veel wat Marx zou noemen ■— utopistisch. Wij bouwen immers geen maatschappij. Wij staan midden in de maatschappij als gelovigen. Dat begrenst onze mogelijkheden. En ibehoedt ons voor verwachtingen, die niet van deze wereld zijn.

Wij hopen zeer, dat dit alles in het boek wèl verv/erkt zal zijn. L. H. R.

Prof. dr O. A. Mennicke: Ons Tijdsgewricht in de spiegel van een persoonlijk levenslot. Uitgave van de Erven J. Bijleveld, Utrecht 1947. (370 blz., ƒ 8.50.) Schrijver en titel wekken verwachtingen, die bij lezing onbevredigd blijven. BoSend zijn de autobiografische hoofdstukken, al werkt de stijl vermoeiend. Een bezwaar is ook dat de schrijver de tekening van zijn geestelijke ontwikkeling telkens onderbreekt om in zwaarwichtige wijsgerige beschouwingen te laten zien hoe hij over een en ander thans denkt. Nu geef ik gaarne toe dat èn zijn jeugdvisie èn zijn huidige kijk op allerlei zaken interessant zijn, doch de combinatie werkt onbevredigend. Teleurstellend is dat de auteur zich niet aan zijn thema houdt. 'Van „ons tijdsgewi'icht” krijgen wij in dit boek slechts sporadisch iets te zien. Hoe een levend mens op die gebeurtenissen en ontwikkelingen reageert al evemnin. De sterkste indruk is deye: het merendeel van ons tijdsgewricht is de schrijver met name in zijn jonge jaren ontgaan. Hij zegt dat zelf ook. Noemt zich ietwat „bevroren” en weet zich gedurende een groot deel van zijn leven, hoewel van harte en actief deelnemend aan de socialistische strijd, aan het religieus socialisme in Duitsland, en aan de politieke scholing, toch innerlijk vreemd aan het grote sociale en politieke leven zijner dagen.

Hier en daar schemert het wel eens door, maar wordt dan weer snel verdrongen door niet al te belangrijke persoonlijke belevenissen, die met het „tijdsgewricht” niet al te veel te maken’ hebben. Evenzo mis Ik In deze autobiografie de Innerlijke geestelijke ontwikkeling. Mennlcke vertelt zeer openhartig uit zijn levensgang, maar weet het waarom en waartoe van verschllffende geestelijke veranderingen niet In hun dwingend karakter duidelijk te maken. Het beste acht Ik de laatste hoofdstukken over de tweede wereldoorlog en zijn ervaringen In de gevangenissen en concentratiekampen. Kortom: het Is een nu eens boeiend dan weer vermoeiend boek over het persoonlijk levenslot van een mens, die een stuk goede Duitse en Europese geestesbeschavlng =

f Een belangrijke bijdrage tot een dieper verstaan van ons tijdsgewricht is het niet. En dat blijft teleurstellend, omdat ik van Mennieke meer verwacht had.

A VAN BIEMEN.

II f|""l GOUD EN ZILVER VaII UIJ 1% STEENV7EG 39 – UTRECHT

HV. OC A#eeio6RsP£*S • AUfiTEMMM