is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 24, 13-03-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E HEL VAN SARTRE

In „Huis Glos” („Met gesloten deuren”) is de filosofie van Sartre zo adembeklemmend, zo welhaast adembenemend verwerkt, dat men gedwongen wordt ten opzichte van haar positie te kiezen. Drie mensen zitten opgesloten in een kamer. De ramen zijn dichtgemetseld. De deuren zijn gesloten. Er is geen enkeie spiegel, die hun beeld weerkaatst. Een electrische lamp brandt altijd door. Er is geen dag en geen nacht. Er wordt niet geslapen. Deze kamer is de hel, of liever zij wordt dat door de aanwezigheid van deze drie afwezigen, die immers dood zijn. Ze zitten ieder op een canapé en ze zien ieder wat er op de andere canapé gebeurt.

Garcin, de man, is een lafaard geweest. Estèle heeft haar kind vermoord en haar minnaar tot zelfmoord gedreven.

Inès, de Lesbische, heeft een huwelijk kapot gemaakt, door de vrouw tot zich te trekken en haar daarna de dood in te drijven.

Deze drie zijn voor eeuwig bij elkaar. Er is tussen hen niet de minste gemeenschap en toch kunnen zij van elkaar niet loskomen. Zij kwellen elkaar zonder ophouden. Met een kleine wijziging in het bekende woord van Paulus over de liefde: de kwelling vergaat nimmermeer. Garcin kwelt Estèle en Inès. Estèle kwelt Garcin en Inès . Inès kwelt Garcin en Estèle. De een is de beul van de ander. Een eeuwig leven zonder geloof, zonder hoop, zonder liefde. Een eeuwige leegte en een eeuwige verschrikking. Geen kan aan deze weerzinwekkende werkelijkheid ontvluchten in het zelfbedrog, de mauvaise foi, waarin men gelooft in bewustzijnsbegoochelingen, hoewel men weet dat het begoochelingen zijn. Op een ogenblik Garcin beukt in wanhoop op de gesloten deur, hij wil er uit gaat de deur open. Hij kan weggaan. Hij kan echter van de beide anderen niet los komen. Hij blijft wat en waar hij is, hoewel hij het niet wil. Hij sluit de deur, keert terug naar zijn canapé en zegt met de moed der wanhoop: continuons! Laten wij doorgaan! Volgens sommigen heeft Sartre in deze laatste woorden van het stuk de zin van het leven aangeduid. Hij ontkent het leven niet. Hij is geen pessimist. Wij leven echter in de omstandigheden, waarin wij geplaatst zijn en die zijn volkomen absurd. Het bestaan gaat aan het wezen vooraf. Leven is existeren de filosofie van Sartre noemen wij het existentialisme —: leven is kiezen, beslissen. Het leven is niet. Het is alleen wat wij er van maken. God bestaat niet. Normen zijn er al evenmin. De mens is in de creatie van zichzelf door Zichzelf: vrijheid. Deze vrijheid heeft haar grens in ons handelen. Met wat wij doen, leggen wij ons zelf vast. Het existentialisme zou dus geen leer van het pessimisme, maar van het handelen zijn.

De mens is een gebeurtenis, die zich voltrekt en leven is een project, dat hij uitvoert. Is de keuze eenmaal gedaan, dan geldt: les jeux sont faits! De inzet is gedaan! De teerling is geworpen!

Mens zijn betekent dus vrij vrij en hiermee is onze verantwoordelijkheid gegeven. Wij zijn vrij om te kiezen. Geen macht kan ons dwingen om zus of zo te handelen. Hebben wij eenmaal gehandeld, hoe dan ook, dan hebben wij ons vastgelegd en dragen wij, voor wat wij deden, verantwoordelijkheid. De personen in „Huis Glos”, zegt Prof. V. d. Leeuw zijn immoreel, maar de zin van het stuk is van de hoogste

moraliteit. Het laat ons zien, dat de mens zich niet zonder de fataalste gevolgen aan zijn verantwoordelijkheid kan onttrekken. Hij moet het leven aanvaarden als een streven, als is er niets waaraan hij zijn hoop kan ophangen dan slechts aan dit leven. Wij moeten leven en dragen tot het uiterste de volle verantwoordelijkheid voor het leven. .

Van een waarachtige gemeenschap van mens met mens kan intussen niet gesproken worden. Het kennen van de ander betekent uitsluitend een vaststellen, dat hij een ander is dan wij. Ons bewustzijn kent het andere alleen als datgene wat het zelf niet is. Het kent zichzelf als de bron van het niets. Liefde is uitsluitend een illusie. Er is geen weg, die tot de naaste leidt. Eigenlijk kunnen wij de naaste alleen maar ontkennen.

Het Rotterdams Toneel heeft „Huis Glos” in een besloten nachtvoorstelling in het Centraal Theater te Amsterdam opgevoerd. Het is alles verbijsterend knap en scherpzinnig, maar het blijft alles in de sfeer van het koude intellect, dat alles ontleedt tot op de botten. Anna Blaman heeft terecht gezegd: de gesproken dialogen zijn intellectuële constructies en suggereren geen zielsbeklemmingen, maar formuleren de innerlijke voorwaarde, waaruit deze ontstaan.

Daarom kunnen wij het met de waardering van Prof. v. d. Leeuw, hoe boeiend zijn inleiding, die door Ko Arnoldi werd voorgelezen, ook niet eens zijn: de personen immoreel, het stuk in de hoogste zin moreel. Dat zou dan afgeleid moeten worden uit het slot: -continuons! Maar deze haak is te zwak om het hele stuk te kunnen dragen. Hij knapt af. En de suggestie, die aan het einde van dit woord uitgaat, is niet de zin, maar de zinloosheid van het leven. Te lang hebben wij anderhalf uur niets anders gezien en gehoord dan eén afschuwelijk en zielloos sadisme. Drie mensen zitten elkaar anderhalf uur een eeuwigheid te kwellen

op de meest geraffineerde en duivelse wijze. Ik moest voortdurend denken aan een jongen, die een meikever gevangen heeft en het beest de éne poot en de éne vleugel na de andere uittrekt. Zo behandelen in dit stuk deze drie elkaar. Gruwelijk. Godgeklaagd. Daemonisch.

De filosoof Beerling heeft de filosofie van Heidegger, één van de voorlopers van Sartre, een totaal gesaeculariseerd eindproduct van het oerchristelijke zondebewustzijn genoemd. Ik zou hetzelfde van het existentialisme van Sartre willen zeggen, maar dan met alle nadruk op de woorden: gesaeculariseerd eindproduct. Alleen Europa kan zo’n filosofie voortbrengen. Dat is het ontstellende en angstwekkende. De hel van de bijbel en van Dante is, vergeleken bij de hgl van Sartre „een hemel”, ómdat zij de hel is in betrekking tot God. Maar bij Sartre is een geen betrokken zijn op God, omdat God niet bestaat.

Niet alleen de drie figuren in „Huis Glos” zijn immoreel, maar ook het stuk zelf is immoreel, omdat het geen enkele norm, geen enkele gebondenheid laat gelden dan alleen de mens, die God ontkent en wel, denkende aan zichzelf, ook aan de anderen denkt, maar met die anderen in geen enkele wezenlijke relatie (gemeenschap) staat, de mens in zijn gebondenheid aan zichzelf.

Toen ik het Centraal Theater verliet, liepen twee dames achter mij, van welke de een aan de ander vroeg: hoe zou de hemel er bij Sartre uitzien? Ik was nieuwsgierig naar het antwoord, dat echter niet kwam, ook niet kon komen. De hemel ziet er bij Sartre op geen enkele wijze uit, om de eenvoudige reden, dat de hemel er bij Sartre in het geheel niet is.

Europa sterft, omdat het geen God heeft. En ik vind het immoreel om over de hel een toneelstuk te schrijven en op te voeren, tenzij men het doet, omdat men weet van de hemel. Continuons! J. J. BUSKES Jr.

THEMA MET VARIATIE

Zo zou ik het liefst noemen wat mij in dagen weekblad onder ogen kwam naar aanleiding van de dramatische gebeurtenissen in Tsjechoslowakije. Het thema blijft: Rusland is het grote gevaar. De variatie is soms wat aan de gevoelskant: zal Benesj voor de derde maal in ballingschap moeten gaan? Soms naar de cultureel-geestelijke kant: opnieuw wordt de vrijheid in Europa bedreigd. Zij, die „het altijd wel gezegd hebben”, dat Stalin en Hitler tweelingbroertjes waren uit een en hetzelfde helse nest, krijgen gelijk. De publieke opinie blijkt prompt te reageren: de laatste variatie slaat kennelijk in.

Het behoeft in ons blad waarlijk niet nog eens weer te worden uitgesproken: dat óók wij ten diepste geschokt zijn door de gebeurtenissen in het land van Masaryk en Benesj. Persoonlijk onderga ik het als een proces, waartegen ik mij met alle kracht die in mij is, wil verzetten, en dat mij nochtans in zijn greep heeft: ik wil niet toegeven aan de gedachte, dat er geen andere uitweg opzit dan de derde wereldoorlog, nu tegen Rusland; ik vind die gedachte een ons ver-

boden capitulatie maar mijn realisme zegt mij, dat het er toch verduiveld veel op gaat gelijken, en dat wij ons zelf over de ernst van de situatie niet moeten bedriegen. Ik heb niet de minste neiging om mij aan een gemakkelijk optimisme te koesteren; en al wil ik de grootst mogelijke eerlijkheid en zakelijkheid in de beoordeling ook van Sovjet-Rusland opbrengen, ik kan het niet anders zien, dan dat de vrijheid van Europa en wat is ons socialisme zonder vrijheid? vanuit het Oosten wordt bedreigd.

En toch onderga ik allerlei krantengeschrijf als irriterend en niet wezenlijk ter zake. Ten eerste: omdat er geen positief sociaal gerechtigheidsideaal in meespreekt en bezielend achter staat. De verontwaardiging, schrik, afschuw of wat men verder zou willen noemen over de wandaden van het Russische bolsjewisme of het Franse, Italiaanse, Belgische óf Nederlandse communisme blijft zielig en machteloos zonder daad van eigen sociale gerechtigheid. Ik zeg dit óók ten opzichte van wat hier en daar eigen partijgenoten zeggen, en