is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 28, 10-04-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N. A. Berdjajew

Een profetisch christen verstomd

Kort voor Pasen, het grote feest der Russische kerk, is een der ieidende figuren dier kerk Nikolaj Alexandrowitsj Berdjajew in ballingschap, gestorven.

Een leven van felle, innerlijke en uiterlijke worsteling om waarachtigheid in het geestelijk en maatschappelijk leven is hiermee afgesloten.

Geboren in 1874 te Kiejew, werd Berdjajew onder het Czaristische regiem verbannen om zijn socialistische denkbeeiden, om onder het bolsjewistische regiem eenzelfde lot te ondergaan, omdat zijn socialisme afweek van het marxistische dogma. Na een jaar werken in Berlijn, vestigt hij zich in Parijs, waar hij een der leidende figuren aan het seminarie voor opleiding van geestelijken voor de orthodoxe kerk buiten Rusland wordt. Het heet, dat Berdjajew, de ideologische tegenstander van 1922, na de tweede wereldoorlog minder afwijzend tegenover het bolsjewisme stond het verlangen in het geiiefde Rusland te sterven, was daar waarschijnlijk niet vreemd aan.

Het optreden van Rusland in de laatste maanden heeft zoveel beroering gebracht, dat het de dood van dit „stukje Rusland” verre overschaduwt. Niettemin zou het zeker zin hebben Rusland te bezien door de bril van Berdjajew, omdat juist deze Russische christen en sociaiist, die van huis uit marxist was, het pseudo-religieuze wezen van het Russische communisme dieper heeft gepeild dan vele anderen. Voor hem was het marxisme als stelsel verraad aan de idee van het socialisme. Dit verhindert hem anderzijds niet de grote betekenis van Karl Marx te erkennen. Wie zijn boekje over „Christendom en klassenstrijd” gelezen heeft, zal daarin een oprechte balans van Marx’ juiste en onjuiste opvattingen gevonden hebben.

Mag ik enkeie van zijn thesen noemen? Marx verwart bij zijn spreken over „het proletariaat” voortdurend twee opvattingen daarvan met elkaar: het proletariaat als de empirische arbeidersklasse en het proletariaat als het messiaanse toekomstvolk.

Marx verzet zich tegen het teloor gaan van de mens, kijn verzakelijking in het industriële kapitalisme. Maar en dit is de diepste tragiek van Marx, zegt Berdjajew Marx heeft de bevrijding van de mens uit deze economische en sociale slavernij willen bewerken met middelen en wapens aan de tegenstander ontleend.

Daardoor is het marxisme en, zoals Berdjajew niet ophoudt te betogen, ook het Russische communisme een geesteskind van het kapitalisme geworden.

Marx’ strijd was gericht op de bevrijding van de mens, hij eindigt met de onderwerping van de menselijke persoonlijkheid aan het collectivisme. Als de mens geen andere waarde bezit dan als een functie van zijn klasse, welnu: dan is de mens in wezen verloren gegaan.

Dat er klassentegenstellingen zijn, dat er klassenstrijd is, hij geeft het Marx direct toe. Berdjajew voegt er overigens met nadruk aan toe, dat het probleem van de klassen-

strijd ook een geestelijk karakter draagt. Het christendom, dat tegenwoordig overal te laat komt, moet zich vanuit het geloof de vraag stellen: aan welke zijde is in deze sociale strijd tussen de klassen het recht? Heeft het die vraag vanuit het Evangelie beantwoord, dan moet het zich zonder bedenken met haar profetische getuigen aan de zijde van het Recht stellen. Eerst dan kan, ja moet het de klassenstrijd als middel afwijzen.

„Wil men dit christelijk standpunt socialisme noemen, dan is dit socialisme personalistisch van aard.”

„Slechts dan, wanneer het christendom de sociale waarheid der arbeiders erkent, zullen ook de arbeiders de eeuwige waarheid van het Christendom kunnen gaan zien.”

Ik heb u zijn waardering èn afwijzing van het marxisme nogal uitvoerig geschetst, en wel om twee redenen.

In de eerste plaats om zijn methode van werken te tekenen. Hij ontsteekt geen batterij en schijnwerpers, maar zoekt, in de diepte gravend, naar de geestelijke krachten achter alle gebeuren. Daardoor is hij ook een beter leidsman tot het wezenlijk verstaan van het communisme èn tot het positief afwijzen ervan, dan figuren als Koestier en Kravchenko, om van de talloze dagelijkse „keffers” maar te zwijgen.

Betekent zijn dood zo heb ik me afgevraagd nu ook het einde van een geestelijk benaderen èn positief beantwoorden van het communisme?

Ik meen van niét. Daarvoor was zijn invloed ipet name in onze kring, te groot. U zult bij lezing van Berdjajews werken telkens merken, hoe de functie van het werk van de A.G. binnen het socialisme, hoe ook het karakter van dit blad verwantschap ver-

tonen met Berdjajews geestelijke, godsdienstige en socialistische positie. Dat is de tweede reden waarom ik op zijn beschouwing van het marxisme wat dieper in ben gegaan. Ik kom er aan het slot van dit artikel nog even op terug.

Vraag ik me af welke geestelijke facetten van deze men« ik nog m'oet belichten, dan maken zijn veelzijdige diepzinnigheid en realistische godsdienstigheid die keuze wei erg zwaar.

De omvang van een artikel als dit is te klein om ook maar schetsmatig de betekenis van deze theoloog, filosoof, cultuursocioloog en overtuigd socialist te tekenen. U moet het mij dus maar vergeven wanneer ik hier uw aandacht alleen vestig op zijn christelijk gefundeerd personalistisch socialisme. Hij is namelijk een der eersten geweest,, die deze veelomstreden term gemunt heeft; als ik me niet vergis, gebruikt hij de term voor het eerst in een artikel in het blad „Oriënt und Okzident”.

Berdjajew is tot zijn personalistische socialisme gekomen door zijn analyse van de huidige, geestelijke, cultui’ele en sociale crisis. Uit deze impasse ziet hij maar één weg; op al de daarin gerezen vragen weet hij maar één antwoord: een nieuwe en dan christelijke visie op de mens. Doel van zijn wijsgerig, religieus en sociaal worstelen is het zoeken naar een waarachtig christelijke anthropologie.

De christenen hebben die vraag verwaarloosd. Zij zijn het die door hun onw'aardigheid de waardigheid van het Christendom wij zouden liever zeggen: het Evangelie te schande hebben gemaakt. De christenen hebben het christendom zozeer misbruikt, „dat men met een beroep op het christendom de uitbuiting de mens in het sociale leven te rechtvaardigen, en de heerschappij van rijken en machtigen te funderen zocht.”

Zij meenden God te moeten zoeken en de mens voorbij te moeten gaan. Zij hebben God verloren; zijn voor hen die tot God zouden willen terugkeren, de grootste belemmering op die weg; tenslotte hebben zij de weg gebaand, waarlangs de moderne mens zijn ziel verkocht heeft aan de afgoden: burgerlijk farizeesche zelfgenoegzaamheid, massale zelfbegoocheling, techniek, economisme, enz.

Daarom is voor Berdjajew de vraag: wat dunkt u van de mens?, de allerbelangrijkste. In een opstel „Het vraagstuk van de mens” in een bundel studies van Russische theologen, uitgegeven door de Oecumenische Raad zegt Berdjajew: men kan de mens van twee kanten benaderen. Van God uit en van de mens uit. Van de tnens uit hebben Marx, Freud en Proust dit gedaan. «Hun visie op de mens bevat een machtig brok waarheid, het laatste antwoord vermogen zij echter niet te geven. Dat kan alleen het Evangelie geven.

Het allesbeheersende conflict tussen persoonlijkheid en samenleving, dat naar zijn mening de kern van onze huidige crisissituatie is, is noch vanuit de cultuur, noch vanuit de technischè beschaving op te lossen, doch alleen vanuit het Christendom. Het gaat in het Christendom voor alles om de mens als persoonlijkheid. Een persooniijkheid mag nooit tot middel worden, zij kan slechts doel zijn. Immers het geestelijk leven van de menselijke persoonlijkheid is direct met God verbonden. De macht van de samenleving over de menseiijke persoonlijkheid vindt daar haar grens.

Anderzijds wijst het Christendom de mens eerst waarlijk zijn plaats en taak in de gemeenschap, als het de persoonlijkheid roept tot dienst aan die gemeenschap. Daarnaast poneert Berdjajew voortdurend: „Onontkoombaar plaatst de huidige wereld-

N, A. Berdjajew