is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 28, 10-04-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar is het ook haar taak voor de handhaving van gezag en orde te waken.

Een socialisme dat dit niet erkennen wil. graaft zijn eigen graf. Gezag en orde zijn ook in een socialistische samenleving een levensnoodzakelijkheid. Het schijnt dat er in de socialistische beweging altijd nog mensen zijn voor wie de aardigheid er af is als het socialisme verantwoordelijkheid gaat dragen. Ik herinner mij eens een artikel gelezen te hebben, dat deze strekking had, dat het socialisme naar mate zijn aanhang en zijn invloed groter werden telkens weer vervallen was in het gevaar zijn opdracht te verraden. Dat betoog kwam niet van Marxistische maar van christelijke kant.

Natuurlijk zit daarin een stuk waarheid. De kerkgeschiedenis leert ons, dat er telkens perioden van verval en inzinking zijn geweest, die gevolgd worden door tijden van opleving, waarin men zich er weer opnieuw van bewust wordt wat het betekent kerk te zijn. Op maatschappelijk en politiek terrein is dat niet anders. Ook een beweging als de socialistische ontkomt niet aan de golfbeweging van opgang en neergang. Zij kent haar hoogtepunten en haar tijden van verslapping.

Maar het is dwaasheid te menen, dat groei van de socialistische beweging en het dragen van regeringsverantwoordelijkheid noodzakelijk tot verslapping zou moeten leiden. Het zou droevig met het socialisme gesteld zijn, als het alleen maar krachtig zou kunnen zijn in de sfeer van de utopie, maar onvermijdelijk zou moeten falen als het geroepen wordt de vormgeving van de maatschappij in socialistische geest ter hand te nemen.

Het is goed, dat zij die deze taak hebben uit te voeren telkens wèer herinnerd worden aan het doel dat het socialisme zich stelt. De weerbarstigheden van de werkelijkheid kunnen gemakkelijk een vermoeidheid veroorzaken, die er toe brengt dan desnoods maar met minder genoegen te nemen dan te bereiken zou zijn. Maar aan de andere kant mag, ja moet, van de socialistische beweging verlangd worden, dat zij de realitedt aanvaardt en bereid is er rekening mee te houden, dat die nu eenmaal niet mooi is en zelfs in een socialistische maatschappij haar lelijke kanten zal houden. Wie het dan niet langer de moeite waard vindt mee te doen, die pleegt verraad, omdat hij de enige mogelijkheid, die er is om tot betere maatschappelijke verhoudingen te komen, prijs geeft. Wij mogen onze geloofsverwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde niet verwarren met het socialisme. Het socialisme waarborgt ons zelfs geen nieuwe aarde, maar alleen een betere samenleving en dat doel ligt nog altijd hoog genoeg om het onze inspaiming waard te maken.

Wie de socialistische strijd alleen wil strijden met hen, die in elk opzicht, geestelijk zowel als maatschappelijk, gelijk denken als hij, die bewijst het socialisme geen dienst, omdat hij de socialistische beweging versnippert en de kracht ervan breekt. Nog veel te weinig wordt beseft vamhoe grote betekenis was wat in ons land na de bevrijding in de nieuwe opzet van de P.v.d.A. is Misschien is in de toekomst, wanneer het socialisme zich in veel breder kring heeft verbreid, een andere organisatie wenselijk en mogelijk. Ik weet dat niet, maar wil het althans open laten. Zolang de macht van het behoud nog zo sterk is als in ons land het geval is, zolang is de samenwerking in een beweging op federalistische grondslag als in de P.v.d.A. is verwezenlijkt, aangewezen. Indien echter de weerstand-, die sommigen hebben te overwinnen voor zij tot een duidelijke veroordeling van het communisme komen, voortvloeit uit de vrees in een front

te komen met hen, die uit verkeerde en onzuivere motieven het communisme afwijzen, dan is hij niet alleen te begrijpen, maar ook te billijken. Er zijn er, die het communisme verwerpen, omdat zij neo-fascistische bedoelingen koesteren of tot elke prijs de bestaande maatschappelijke verhoudingen in stand willen houden. Met dezulken kunnen en mogen wij geen gemene zaak maken. Ons neen tegen het communisme moet vergezeld gaan met een neen tegen hen. Maar het zou volkomen verkeerd zijn als wij het neen tegen het communisme achterwege lieten uit vrees met die anderen op een lijn te komen. Het is thans allereerst onze taak ons de communisten van het lijf te houden en voorzover die anderen daaraan mee willen doen kunnen wij van hun hulp gebruik maken, maar zij mogen er niet

over in het onzekere worden gelaten dat wij andere motieven hebben dan zij en dat wij ergens anders willen uitkomen en dat zij ons dus op een ander terrein tegenover zich vinden.

Een van de meest doeltreffende middelen om hen dat duidelijk te maken is, dat wij niet meezingen in het koor, dat straks na de verkiezingen ter wille van de afweer van het communisme de vorming van een nationaal kabinet vanzelfsprekend vindt. Wij zeggen neen tegen het communisme, zeker, maar dat neen moet vergezeld gaan van een vooruitstrevend beleid, dat door het socialisme wordt opgestuwd. En omdat een nationaal kabinet daarvoor allerminst zekerheid biedt, kan ik, zoals de zaken op het ogenblik liggen, thans van zulk een kabinet onmogelijk een voorstander zijn. v. W.

dilemma van de macht

Sedert de Gouden Eeuw is de Nederlandse staat nimmer meer zo machtig geweest, dat hij op internationaal terrein anders dan op het binnenstaatse en koloniale voor het vraagstuk van de macht is gesteld. Aangezien ons land niet machtig was en ook niet de verantwoordelijkheid droeg, die de macht met zich brengt, kon het zich in zekere zin de luxe veroorloven, altijd op het internationale terrein voor recht en menselijkheid op te komen. De betekenis daarvan moet evenmin onder- als overschat worden. Niet onderschat, omdat er heel wat kleine staten waren, die liever in het gevolg van één der machtigen op voordeel en machtsvergroting uit waren; en omdat de vooruitstrevende oppositie in de grote staten toch altijd goed. naar de stem der kleine beschaafde volken pleegt te luisteren. Niet overschat, omdat onze voornaamste eigen veiligheid in een versterking van de internationale rechtsorde was gelegen en de economische voordelen van een land zonder politieke verplichtingen of aspiraties niet te onderschatten zijn. Dat ook hier niet alles goud was, wat er blonk, bleek echter als er directe Nederlandse belangen op het spel stonden als in de jaren twintig bij de verwerping van het Nederlands-Belgisch kanalenverdrag en ook thans weer in de Indonesische kwestie; in beide gevallen laaiden de nationalistische sentimenten hoog op.

De U.S.A. de jonge wereldmacht

De Verenigde Staten hebben sedert hun onafhankelijkheidsverklaring gedurende de gehele-XlXde eeuw in een gelijksoortige positie verkeerd als Nederland en de morele woorden hebben in dit land bij internationale politiek dan ook een zeer grote rol gespeeld. De gehele nationale traditie werkte trouwens mee: bij hun bevrijdingsoorlog waren de morele motieven een sterke troef in hun spel en de grote crisis, die de jonge staat.in 1861—’63 doormaakte, gewonnen voor het Noorden, dat een einde wilde maken aan de slavernij onder leiding van de hoogstaande Abraham Lincoln. In het begin der XXste eeuw werd van deze traditie wel afgeweken in de verhouding tot de kleine Latijns-Amerikaanse staten als in de tijd van „Teddy” Roosevelt met zijn „rough riders”; maar hiertegen verzette zich in toenemende mate de publieke opinie; de jongere neef Franklin Roosevelt kreeg de volle steun voor zijn „politiek van goede nabuurschap”. Na de eerste Wereldoorlog waren de U.S.A. volledig tot een grote mogendheid geworden.

doch schrokken nog terug voor de „vreemde verwikkelingen” (foreign entanglements), die de ondertekening van het vredesverdrag van Versailles en het lidmaatschap van de Volkenbond met zich brachten. Inplaats daarvan deelde het schoolmeesterachtige lessen uit en zijn eigen bijdrage, lege verklaringen als het Kellog-pact, dat de oorlog in de ban deed, doch tegen welker schennis Amerika zich tot geen enkele sanctie verplichtte. Nu dit land met zijn enorme rijkdommen en technische potentieel onbetwist tot de machtigste mogendheid der wereld is geworden, wordt deze verantwoordelijkheid wel algemeen beseft, maar deze verantwoordelijkheid stelt de leiding van het State Department (Buitenlandse Zaken) voor problemen, waar het publiek met zijn ethische instelling nog niet geheel tegen opgewassen is. Zo heeft men zich allereerst zeer veel voorgesteld van desorganisatie der Verenigde Naties, maar anderzijds werd het veto-recht voor de U.S.A. toegejuicht; nu is men boos en verontrust over het misbruik dat de Sowjet-Unie van datzelfde recht heeft gemaakt, zonder dat men zich rekenschap geeft. Welke beginselen en welke angst hier bij de Russische machthebbers achter steken.

Palestina

Een tweede voorbeeld van de impasse, waarin de verantwoordelijkheid Amerika brengt, de publieke opinie en haar politieke uitingsvorm van het congres daartegen nog niet zijn opgewassen, biedt het gebeurde met Palestina. Zoals wij in een der vorige weken hebben uiteengezet, heeft de Britse regering na vergeefs op Amerikaanse bijstand te hebben aangedrongen, verklaard zich op 15 Mei uit het Heilige Land te zullen terugtrekken en de Verenigde Naties onder Amerikaanse leiding hebben toen het verdelingsplan doorgezet, dat door de Joden node en op afbetaling is aanvaard en waartegen door de Arabieren, gesteund door hun verwante buurvolken, fel tegenstand wordt geboden. De Amerikanen hebben gehoopt, dat men zich óf wel bij het verdelingsplan zou neerleggen, öf wel dat het met het weggaan der Britten wel niet zo’n vaart zou lopen en hebben stelselmatig geweigerd zelf een politiemacht gereed te houden om aan de bepalingen van het verdelingsplan kracht bij te zetten. Nu het bleek dat beide veronderstellingen niet opgingen, komen zij voor dezelfde moeilijkheden te staan als de Engelsen tot nu toe: öf de belofte aan de Joden niet