is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 30, 24-04-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f <Jen Heer j I behoort de aardei en haar Ê volheid. “y ' V Psalm 24 : l

IP® m-m rmi ~ê %yd en Maak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL II KE WERKGEMEENSCHAP •'

Zaterdag 24 April 1948 No. 30 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde Wereld

Redactie Prof. Dr W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redactie; J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111

A’damsZ. Tel. 24386

Ab. bij vooruitbet. p.j. 'fS.—, halfj. f 4.25, kwart, f 2.30 pl. f 0.15 inc. Losse nrs f 0.15, Postg. 21876, Gem.giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A'dam-C.

óenümentde qcd^diemt

Misschien zegt iemand direct: man, alle godsdienst is sentimenteel. Zie maar hoe de vrome gemeente op Oudejaarsavond met tranen in ogen en stem lamenteerderig uren, dagen, maanden, jaren laat voorbij snellen zie maar, hoe dierbaar de aandoenlijkheid is van het lieve bruidje onder de huwelijksinzegening in de kerk zie maar, hoe de godsdienst de vulling biedt voor de leegte, die een harde wereld in juist het gevoelige gemoed heeft veroorzaakt... alle godsdienst is sentimenteel. ' Ik heb het gevoel, dat ik met zulk een tegenspreker best zou kunnen praten: hij haat iets, waaraan ook ik een gruwelijke hekel heb; hij wil iets n.l. een mannelijke, realistische, volstrekt eerlijke houding tegenover het leven —, wat ik ook wil. Mij dunkt, dat is genoeg om een wederzijds verstaan mogelijk te maken.

Toch is het mij ditmaal om iets anders te doen. Ik ben tot het opnieuw nadenken over dit onderwerp gekomen door de lectuur van een ontboezeming van een pacifist, die voor zijn vredesideaal ook de hoop gevestigd heeft op de kerken: die zullen, naar zijn mening, door hun leer en prediking alle mensen goed maken, zodat ze een afschuw krijgen van de oorlog, óók van het doden van dieren. Het Christendom immers de godsdienst van liefde en vrede is het noodzakêlijk fundament van de toekomstige heilstaat op aarde, die wij mensen geroepen zijn te verwerkelijken. dat noem ik sentimentele godsdienst. Het zou onbillijk zijn, de indruk te vestigen alsof dit type alleen voorkomt onder pacifisten onder de oude liberalen kwam men het ook nogal tegen, ook onder de oude sociaal-democraten (beiden lieten er

„God” wel bij los, maar leefden uit de overtuiging, dat de goede mensen een goede samenleving zouden bouwen); ook onder de lieden van de Oxford-beweging vindt men er vertegenwoordigers van ... en ik geloof mij niet te vergissen, als ik zeg: onder de lezers van Tijd en Taak zullen er ook wel zitten. De eerlijkheid en oprechtheid van al deze mensen neem ik zonder reserve aan om tóch te zeggen: de gedachte is fout, en de sentimentaliteit er in uiterst gevaarlijk, voor de mensen zelf èn voor de zaak, die zij dienen.

Laat mij op twee dingen mogen wijzen. Ten eerste: de menselijke samenleving naar haar economische, sociale en politieke zijde eist een stevig, streng en rechtvaardig gezag, dat zich moet laten gelden tegenover de onderdanen. Dezer dagen was ik in Frankrijk, waar ik inlichtingen ontving over de wijze waarop het volk daar leeft je kunt dan vergelijken, de eigen Hollandse situatie scherper zien; ik heb onze Regering geprezen, dat zij ons dwingt om betrekkelijk sober te leven wij zouden dat uit ons zelf niet doen; zij mag, wat mij betreft adn de beter gesitueerden best wat meer soberheid opleggen. Wij mensen doen het sociaal-nuttige niet uit onszelf. Dat geldt in versterkte mate voor de samenleving der staten: er moeten rechtsregelen voor de onderlinge verhoudingen worden vastgesteld, en die moeten met macht, zo nodig geweld worden gehandhaafd (al zitten er nóg zo grote gevaren aan). De verwachting, dat enige menselijke samenleving het daarbuiten zou kunnen stellen, is een sentimentele illusie.

Ten tweede; ook Christenmensen zijn zon-

dige mensen. Ik aanvaard volledig, dat „men” aan een Christen de eisen van zijn geloof aanlegt, hem strenger be- en veroordeelt als een ander, wanneer hij fraudeert ik zal waarlijk geen pleidooi houden voor de stelling, dat ons geloof niets met ons leven te maken heeft. Maar, dit ten volle aanvaardend, zeg ik toch: ook de Christenmens blijft zondig. Het is één van de redenen, waarom ik niet geloof in een „christelijke” maatschappij of een „christelijke” Staat. Het geloof neemt de zonde niet weg. Hoogstens kan men zeggen: het ontdekt ons onze zondigheid, die wij tevoren niet zagen; het maakt ons dieper bewust van onze menselijke armzaligheid door ons tegenover de Heilige God te stellen; wij weten dieper van menselijke liefdeloosheid, wanneer wij Gods Liefde belijden. Het is een radicale vergissing, te menen dat het geloof de mensen tot halve of kwart of zelfs een honderdste engelen zou maken. Het is een sentimentele illusie. Géén sentimentaliteit in onze godsdienst, maar realisme. Diep realisme, dat de mens neemt zoals hij is, en hem dus voortdurend stelt in de verhouding tot, onder de aanspraak van de Heilige God der Liefde. Ik bedoel het realisme o.a. van Lukas 15, waar van de zoon worcft verteld, dat hij opstaat en tot de Vader gaat. En waar het van de Vader heet: dat toen de jongen nog ver was, deze hem „van verre zag”. Mensen kunnen héél ver van God afdwalen ook Christenmensen, die in dit opzicht mensen blijven maar God is niet ver van de mens. Het komt mij voor, dat dit een van de centrale dingen van het Evangelie is: dat wij altijd onder de aanspraak Gods blijven, en dat daarin ons behoud ligt. Ja, dan wordt een mens waarachtig en diep onderstboven gekeerd, en grondig veranderd, en dat zal óók uit zijn daden blijken. Maar dan is hij niet „braaf” en „deugdzaam” geworden in de zin der sentimentaliteit. Op z’n best: deemoedig en dapper, in de zin der dankbare gehoorzaamheid. Dan kan een mens de strijd voor socialisme en wereldvrede volledig meestrijden alleen: hij zal zijn vertrouwen niet stellen op de braafheid der mensen. Wel op de onweerstaanbare werking van den Heiligen Geest.

W. B.