is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 32, 08-05-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernietigen wil, als zij aan de macht komt. Daarom deed zijn verontwaardiging over de „schending van de democratie” komisch aan.

Verder werd er veel gescholden op de P.v.d.A. =!= „partij van de aandeelhouders”, het dollar-imperialisme en de Amerikaanse worstkoningen. Ik kan dit, als ik eerlijk wil blijven, deze spreker niet speciaal kwalijk nemen. Dergelijk onwaardig, vaak persoonlijk, gescheld heeft natuurlijk, helaas, ook op P.v.d.A.-bijeenkomsten geklonken. Op dit punt nog eens: helaas is het vaak de geschiedenis van de pot en de ketel. Als Koos Vorrink door Paul de Groot „een ijzervreter” wordt genoemd en Paul de Groot wordt op een P.v.d.A.-bijeenkomst verweten, dat hij in „een slee van een wagen” rijdt dan is dat lood om oud ijzer.

Verder waren er heel wat holle leuzen. Maar alweer: men gaat er nu eenmaal vanuit, dat die in alle massa-betogingen moeten kiinken. Volkomen ten onrechte. Wie op het beste in de massa een beroep doet, krijgt misschien wat minder applaus, maar zeker de geestelijk betere elementen zouden ons er dankbaar voor zijn. Massameeting en goedkope demagogie behoeven niet samen te gaan.

WILGENWEELDEIN LENTELICHT, FOTO G. VAN DIJK, ontleend AAN DE WANDELAAR, MAART 194 S

Paul de Groot was erg tegen de oorlog en het militarisme. Dat ben ik ook. Maar dit anti-militarisme was nogal heel erg alleen-maar-anti-Amerikaans. Ik kreeg niet bepaald de indruk, dat, als Rusland zich even waanzinnig bewapende als Amerika, men óók zo anti-militaristisch was geweest. Het is erg goedkoop te zeggen, dat het wapenkapitaal „uit bloed goud wil maken” als men verzwijgt, dat Rusland 25 % van het mangaan en 29 % van

het chroom, dat de oorlogsindustrie in Amerika nodig heeft, levert.

Maar een dergelijk utilisme, een dergelijke eenzijdigheid waant men nu eenmaal wezenlijk verbonden met het spreken in massameetings. Helaas. Ik denk wel niet, dat op veel P.v.d.A.-bijeenkomsten zal gezegd zijn, dat als het moet, de leuze „liever dood dan slaaf” even sterk geldt ten opzichte van Amerika als ten opzichte van Rusland.

„Ratio Koster moet vrij” dit is vele

malen door Paul de Groot gezegd. R. Koster is nl. door de Bosse krijgsraad tot 3 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Ik weet niet precies, hoe deze zaak in elkaar zit. Wèl weet ik, dat Paul de Groot, toen hij zich opwond, als een leeuw de manen schudde en uitriep: „als het moet, dan zullen we „hem er met onze eigen handen uithalen ”, op dat ogenblik vergat, dat de politieke democratie hem in de gelegenheid stelde dit protest, dit appèl, midden in Amsterdam, te doen horen!

Ik maak nog een paar aantekeningen bij deze losse opmerkingen over de C.P.N.- 1 Mei-meeting.

1. Het is goed, dat deze meeting niet verboden is. Elk verbod van vergaderingen, elke weigering van zendtijd zal, m.i. terecht, door de C.P.N. als een uiting van angst worden uitgelegd. Honend lachte luid een vrouw, toen De Groot constateerde: „Men is bang voor ons.”

Laten we oppassen, door angst de democratie, die we verdedigen willen, niet te verliezen. Geen angst!

2. Laten we oppassen, door angst, het socialisme, dat we verdedigen willen, niet te verliezen.

Als ik zo lees wat door de P.v.d.A. geschreven wordt, dan kan ik mij vaak van de onrustwekkende gedachte niet losmaken, dat men door een anti-communistische kramp het radicaal-socialistische élan, het gezond-revolutionnaire, totaal dreigt te verliezen of reeds verloren heeft. En daardoor stemmen veel arbeiders op de C.P.N., die in hun hart democratische socialisten zijn. Hoeveel oud-S.D.A.P.-ers zouden bij Paul de Groots rede geapplaudisseerd hebben?

Kan de P.v.d.A. nog zeggen: Rood is troef? Zullen we ons nog meer naar rechts laten drukken?

We moeten onszelf blijven. Neen, we moeten onszelf weer worden! We zijn, met een even sterk accent op beide woorden: democratische socialisten.

Daarom: geen tamheid.

3. Toen het koor na het laatste lied weg wilde gaan, werd van verschillende kant geroepen; „Morgenrood!” En het koor kwam terug. En zong:

„Morgenrood, Uw heilig gloeien, heeft ons steeds de dag gebracht...” Het was doodstil. Is dit alles alleen maar een uiting van vage

Mei-Kondtj

Wat is de volste klinkertaal? In de appelaar een wielewaal.

Het zoetste liedje langs de weg? Een fitis in de meidoornheg.

Maar sloeg het hart mij ooit zoo vrij, als, grutto, hij uw roep in Mei?

Wie heeft de fierste krijgsmansstand? De kemphaan in het grassenland.

Wie trekt de grens langs land en lucht? De rietwouw met zijn sterke vlucht.

O zie, bij huis het schoonste paar!: op ’t wagewiel de ooievaar.

Eén is 't, dien God alleen verstaat: de leeuwerik als hij opwaarts gaat.

Ida G. M. Gerhardt.