is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 40, 03-07-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Komende kentering?

Er wordt door het Kath. Ned. Persbureau een bericht rondgezonden, dat ons om meer dan één reden boeit. Ziehier het bericht:

Spaak wenst een christelijk socialisme.

„Ik weet, dat ik de gevoelens van sommigen mijner socialistische vrienden zou kwetsen, wanneer ik verklaar, dat de toekomst van Europa het gemeenschappelijk resultaat zal zijn van de socialistische gedachte en de christelijke beschaving”, verklaarde de Belgische minister-president, Paul Spaak, in een toespraak voor socialisten in de provincie Namen. „De opvattingen, die wij, socialisten gedurende 50 jaren er op nagehouden hebben over kerk en godsdienst, kunnen op dit ogenblik niet meer gehandhaafd worden. We kunnen ook niet met de communisten samengaan, omdat het onmogelijk is samen met hen een economisch en sociaal program door te voeren, zonder de waardigheid van de menselijke persoon prijs te geven”. De socialisten van België en van geheel Europa moeten hun houding tegenover het christendom herzien, de laatste resten van een doctrinair marxisme laten varen en hun politiek oriënteren naar het voorbeeld van de Britse Labour Party. Tenslotte sprak Spaak zich uit voor een „uitgesproken gezinspolitiek”, omdat „een land slechts kan leven en zich verder kan ontwikkelen, waneer het kinderen heeft.”

In Belgische politieke kringen wijst men er op, dat de opvattingen van de ministerpresident niet in alle opzichten door de

meerderheid van de Belgische socialisten gedeeld worden. Er kan geen twijfel over bestaan, dat hij heden de meest invloedrijke figuur in de Socialistische Partij is en dat zijn mening grote invloed zal hebben op die van de socialisten in België en ook van andere landen.

In één opzicht verheugt ’t ons, dat Spaak dit inzicht aan de Belgische socialistische beweging voorhoudt. Maar: heren van het Katholieke Persbureau: moet er uwerzijds niet iets méér worden gedaan, dan dit bericht doorgeven? Wij zullen van u niet vragen, dat gij onderzoekt, hoe het toch gekomen, is, dat in ’n goed Rooms-Katholiek land als België het socialisme zo fel anti-kerkelijk kon worden al zou een gewetensvol onderzoek wel wat aan het licht kunnen brengen van actuele betekenis. Maar wij vragen u wel: als er in Nederland een socialisme bestaat, dat „de laatste resten van een doctrinair marxisme” heeft laten varen, dat zijn houding tegensover het Christendom heeft herzien, wat betekent dat dan voor de Rooms-Katholieke gelovigen politiek? Moet niet óók aan uw kant iets worden opgeruimd? Wij zien met grote belangstelling uit naar het ogenblik, waarop gij dit persbericht zoudt kunen verzenden:

Prof. Romme wenst een andere partijformatie voor Katholieken.

„Ik weet, dat ik de gevoelens van sommige mijner oudere Katholieke vrienden zou kwetsen, wanneer ik verklaar, dat de toekomst van Europa het gemeenschappe-

lijk resultaat zal zijn van de socialistische gedachte en de christelijke beschaving”, verklaarde prof. R. in een toespraak voor R.K. in de Keizer Karel-Universiteit van Nijmegen. „De opvattingen, die wij R.K. gedurende 50 jaar er op na hebben gehouden over het socialisme, kunnen op dit ogenblik niet meer gehandhaafd worden. Wij kunnen en mogen niet met conservatieve partijen instemmen, omdat het onmogelijk is met hen een economisch en sociaal program door te voeren, waardoor aan het onrecht der proletarische situatie een eind wordt gemaakt. De R.K. van Nederland moeten gelijk dat in de meeste landen van Europa reeds is gebeurd hun houding tegenover het democratisch socialisme herzien, de laatste resten van confessioneel politiek denken laten varen, en ook door hun partij lidmaatschap een politiek steunen naar het voorbeeld van de P.v.d.A.” Tenslotte sprak Romme zich uit voor een radicale economische politiek, waaruit het particuliere winstmotief is uitgeschakeld en vervangen door het motief van dienst aan de gehele gemeenschap omdat een volk slechts gezonde arbeidersgezinnen heeft op de grondslag van gezonde economische verhoudingen.”

Hoelang zal het nog duren, eer de heren van het Kath. Persbureau en wij ons samen hartelijk verheugen over zulk een bericht? Maar waarom zou Romme niet even radicaal kunen veranderen als Spaak? W. B.

DE CHRISTEN EN DE VAKBEWEGING

Met belangstelling las ik in „Tijd en Taak” van 12 Juni jl. de beschouwingen van J. van der Ploeg tegenover de pretenties van de christelijke vakbeweging. Maar een confessionele vakbeweging, aoals Nederland die heeft, komt niet in alle Europese landen voor. Vergis ik mij niet, dan kennen de meeste landen slechts één algemene vakbeweging, ook Noorwegen, waarover ik iets zeggen wil.

Het „Norske Kristne Arbeideres Forbund” (het verbond der Noorse christen-socialisten) heeft één harer vlugschriftjes door de voorzitter Ds A. B. Bastiansen, predikant in Oslo, laten wijden aan de vraag of een christen lid kan zijn van de vakvereniging, waartoe hij krachtens zijn beroep behoort. Van de inhoud van dit vlugschriftje, getiteld „Den kristne og fagorganisasjonen” wil ik een kort overzicht geven.

In het N.K.A.F. hebben zich christen-arbeiders aaneengesloten, die tot de arbeidersbeweging behoren in politiek of in vakverband. Zij hebben zich verenigd juist omdat zij de moeilijkheid ondervonden christensocialist of georganiseerd christen-arbeider te zijn. Immers in de christelijke verenigingen, waartoe zij behoorden, werd hun politiek of economisch stelling kiezen, verweten. Helaas bevinden zich in dit opzicht nog vele bekrompen denkende christenen, die zich teweer stellen tegenover de doeleinden der politieke en vakbeweging. Anderzijds is het ook niet zo gemakkelijk zich als christen staande te houden binnen zijn vakvereniging of politieke partij groep. En dit kan ertoe bijdragen om eruit te lopen en op die wijze de moeilijkheden op te lossen.

Maar de arbeiders, die zijn aangesloten bij

het N.K.A.F., kennen echter hun dubbele plicht staande te blijven met hun medechristenen en te blijven in hun vak- of politieke verenigingen. Wat betreft de vakbeweging, wordt het standpunt van het N.K.A.F. in de volgende vier punten toegelicht.

1. Waar in een bedrijf de arbeidsverhoudingen door een overeenkomst zijn vastgesteld, is het niet meer dan natuurlijk, dat alle arbeiders aangesloten zijn bij de vakbond. Niemand ziet er toch iets vreemds in, dat een onderwijzer bij een onderwijzersvereniging, een predikant bij een predikantenvereniging, een arts bij een artsenmaatschappij en een boer bij een boerenbond is aangesloten. Zij sloten zich terecht aaneen ter bevordering van de economische en culturele belangen van hun beroep of ambt. Waarom zou dat nu anders moeten zijn met de arbeiders? Zit er voor hen iets onchristelijks in samen te gaan met hun mede-arbeiders ter verbetering van hun sociale en economische positie? Dat zou onbegrijpelijk zijn. Het komt ons integendeel als een eenvoudige christen-plicht voor solidair te zijn met zijn mede-arbeiders.

2. Waar het betreft hoger loon, vacantie, verbetering van hygiënische toestanden in de werkplaatsen enz., is er geen arbeider, die zich zou bedenken deze vruchten, gewonnen uit de strijd der vakbeweging, te benutten. Maar men kan deze vruchten niet aannemen en met enig recht buiten de vakbeweging blijven. Dat is klaplopen op de strijd en arbeid van anderen, een christen onwaardig. 3. De vakbeweging der arbeiders is in onze samenleving een factor van de allergroot-

ste betekenis. Het komt er dus wel op aan door wie die beweging geleid wordt. Indien de christen-arbeider zich uit deze beweging zou terugtrekken, dan betekent dit een van de gewichtigste fronten in de strijd voor het Godsrijk op te geven. Integendeel moet ook de vakbeweging een voorwerp zijn voor doorwerking van Gods geest. Dit kan slechts gebeuren door de christenen in die beweging. Wij hebben dan ook vele christen-mannen en -vrouwen in de vakbeweging van ons land. Maar wij hebben nodig, dat alle christenarbeiders zich daar laten gelden. Aan de onderhandelingstafel zullen openheid en eerlijkheid gepaard moeten gaan met kennis en wijsheid tot zegen van de gehele samenleving. 4. Bezien wij de zaak ook nog vanuit een evangelisatie-oogpunt, dan komen wij tot het zelfde resultaat en geven wij het zelfde parool: Ga in uw vakvereniging samen met uw mede-arbeiders. De christen-arbeider, die zich afgezonderd houdt van zijn kameraden, bezit geen kans hen met de boodschap van de Verlosser te benaderen. Hij, die hun vertrouwen als een reëel en goed kameraad heeft, zal aangehoord worden. Niemand behoeft bang te zijn zijn geloof te verliezen wanneer hij deelneemt in de vakbeweging. Als hij zich dagelijks houdt bij Jezus Christus, is hij veilig. Hij was het, die de laatste avond voor zijn discipelen bad: „Ik bid niet, dat Gij hen wegneemt uit de wereld, maar dat Gij hen bewaart voor den boze” (Johannes 17:15).

Het vlugschrift je eindigt met de warme oproep: Sluit u aan bij de vakbeweging, waarbij de gehele samenleving door uw christelijke levenshouding gebaat kan zijn. J. L. B.