is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 40, 03-07-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen en verbruiksbelastingen moeten binnen vrij nauwe grenzen gelijk zijn gemaakt, enz., enz. Het zou veel te ver voeren deze problemen hier uit te werken. De bedoeling is slechts een indruk te geven van het enorme stuk werk, dat in de komende li jaar zal moeten worden gedaan en dat van de uitgebreide collectie van kansen om de hele zaak toch nog te doen mislukken. Het zou dus helemaal niet zo wonderlijk zijn geweest indien nien een veel langere termijn van voorbereiding had gekozen of zelfs in het geheel geen termijn had genoemd. Toch is de gekozen method-e de enig juiste, als men werkelijk ernst met deze zaak wil maken. Er is n.l. haast bij. Het is overbekend, dat ons land, om zijn betalingsbalans in evenwicht te brengen en om zijn groeiende bevolking aan het werk te houden, zal moeten industrialiseren. Tot nu toe hebben we heel wat hersteld en daarbij ook wel gemoderniseerd, maar van uitbreiding van het productie-apparaat was nog maar nauwelijks sprake. Toch zal het daar nu op korte termijn van moeten komen. We kunnen daarbij twee wegen op. We kunnen het helemaal op eigen houtje doen, maar dan stoten we de Belgen on-

getwijfeld herhaaldelijk krachtig van ons af omdat we dan stellig óók zullen uitbreiden in sectoren waar zij reeds over een groot en wellicht zelfs goedkoper werkend apparaat beschikken. Indien we echter met de Belgen rekening willen houden, is een snel, algemeen werkend en radicaal middel het enig werkelijk uitvoerbare. Men dient dan op korte termijn met de unie als met een vaststaand feit rekening te houden. Dat is nu gebeurd. Na 1 Januari 1950 zullen Belgen vrij in Nederiand, Nederlanders vrij in België kunnen investeren en zullen Nederlandse producten vrij naar België, Belgische vrij naar Nederland mogen worden uitgevoerd, zodat een behoorlijke garantie is geschapen dat alieen die uitbreidingen zullen worden aangevat, die in Benelux-verband gezien rendabel zijn.

In dit verband rijzen enkele uit de vele vragen, die ook de „T. en T.”-lezer wel zullen interesseren; maar alle dingen hebben hun maat en voor ditmaal is de maat van dit stukje vermoedelijk al wel vol. Daarom als de redactie het goed vindt de volgende keer de rest. H. QUARLES VAN UFFORD.

PRESIDENTSCANDIDATUUR IN

RENOIR (1841-1919) BIJ DE PIANO

IJSH

Tegen veler verwachting in is Dewey reeds in de derde ronde van het Republikeinse Partijcongres tot candidaat voor de presidentsverkiezingen in November a.s. verkozen. Een zo snelle meerderheid is een zeldzaamheid bij een veelheid van serieuze candidaten, te meer wanneer de betreffende man reeds één of meermalen in een campagne verslagen is: Wilson werd b.v. eerst democratisch candidaat in de 46ste stemmingsronde! Het ontbrak ook geenszins aan ernstige tegenspelers: Taft was de uitverkoren man der conservatieve vleugel met uitgesproken persoonlijke kwaliteiten; Stassen, populair in het Midwesten en blijkens de voorverkiezingen in verschillende staten een rijzende ster; de „grand old man” op de achtergrond Arthur Vandenberg, die zich niet uitdrukkelijk candidaat gesteld had, maar bereid was, als compromis-candidaat en ten bate van een vérziende internationale politiek naar voren te komen Generaal McArthur was al gebleken kansloos te zijn, maar er waren nog een groot aantal populaire gouverneurs en senatoren, als Warren Green, Martin, Bricher enz. die ook als compromiscandidaten gewicht in de schaal konden leggen.

Dewey had zich echter bij de eerste ronde reeds zoveei aanhang verworven hoewel het dan traditie is dat de delegaties der afzonderlijke staten nog op hun locale „favorite son” (uitverkoren zoon) stemmen, dat hij ver boven Stassen en Taft uitkwam. Bij de tweede ronde ontbraken hem nog maar 33 stemmen voor de absolute meerderheid en was het practisch al te laat voor een tijdelijk monsterverbond van zijn conservatieve en progressieve tegenstanders. De conservatieven, zijn opportunisme kennend, schaarden zich liever eveneens achter hem als kleinste kwaad; en de progressie ven, wie het bovenal om de buitenlandse politiek te doen was, stelden zich tevreden met het vooruitzicht op een vice-premier en een minister van buitenlandse zaken (Foster Dulles) uit hun rijen. Zo werd Tom Dewey, de gouverneur van New York, met algemene stemmen als candidaat van de „Grand Old Party” aangewezen; en zijn collega uit Californië, Warren, werd candidaat voor het vice-presidentschap, waarmee tevens vast kwam te staan, dat de stemmen der conservatieven niet met concessies inzake de buitenlandse politiek waren gekocht.

Betekenis voor Europa.

Met dit resultaat kan Europa zich geiukwensen. Want al was Vandenberg, die meer dan enig ander Repübhkeins leider, Marhalls politiek gesteund heeft,, wellicht nog een groter waarborg geweest voor een voor Europa gunstige politiek en al i Dewey slechts éénmaal, als student, in Europa geweest en is hij in internationale vraagstukken een met zijn keuze als ® candidaat is de „be-partisan (twee-par-