is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 43, 24-07-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn rebellie zelfs niet meer kan tonen. Wat echter wel nuttig is, is het feit, dat velen weer idee krijgen In de publieke zaak. Zich weer willen Inspannen. Terwijl de zweepslag van deze rebellen ook nuttig kan zijn voor de soms wel wat erg verpolitiekte heren op het parlementaire of ministeriële kussen.

Als de derde macht iets wil gaan betekenen in Frankrijk, dan zal zij zich moeten realiseren, dat onder de dreiging van het Stalinistische communisme zij naast de Gaullisten staat. Er is geen tussenpositie meer mogelijk, evenmin als er In de strijd

tegen de nazi’s een derde macht mogelijk was. En in de tweede plaats zullen de politici van de derde macht zich hebben te realiseren, dat geen woorden maar daden verwacht worden, geen theorieën maar' offers, geen prestige maar dienstbetoon aan de Franse natie. Daarbij zal zij ook voor een deel In de leer moeten gaan bij de tvee andere machten.

De economie in Frankrijk lijdt aan vele kwalen. Allereerst Is daar het gebrek aan arbeiders. Vooral in de landbouw wreekt zich dit. Voor het jaar 1948 komt de land-

Pentekening uit de school tan Schongawer Pgnland 2e helft XVe eeutv

bouw 100.000 arbeiders tekort om op een behoorlijke wijze het land te kunnen bewerken. De achtergrond daarvan ligt in de achteruitgang van het geboortecijfer in de laatste tientallen jaren. Een oplossing tracht de Franse regering te vinden in immigratie, waarvoor in het algemeen personen tot 30 jaar in aanmerking komen. Vooral aan landarbeiders is grote behoefte. In het nieuwe handelsaccoord met Frankrijk is dan ook voorzien in de mogelijkheid, dat Nederlandse boeren met hun hele hebben en houden naar Frankrijk trekken, mits tegenover elke zelfstandige vijf landarbeiders staan. Voor onze arbeiders heeft men daar grote waardering vanwege hun ijver en vakkennis. Dit geldt ook voor industrie-arbeiders, waaraan'ook een dringende behoefte bestaat. Vooral het tekort aan geschoolde arbeiders is groot.

In de tweede plaats is er de geringe arbeidsproductiviteit. Zoals ook in Nederland na de bevrijding de arbeidsproductiviteit pas steeg, nadat de arbeiders weer een wat normale wijze van leven konden krijgen, zo is het thans nog in Frankrijk. Het peil van de levensmiddelendistributie, het prijspeil en het loonpeil zijn grote belemmeringen op de weg naar een grotere arbeidsproductiviteit. Bovendien wordt deze nog sterk beïnvloed door de grote politieke en sociale onrust. De stakingen zijn aan de orde van de dag en verminderen de productie. Het gewroet der communisten werkt ook niet gunstig, maar cndermijnt de lust tot arbeid ook bij de niet-communistische arbeiders.

In de derde plaats noem ik nog de grote verwoestingen, die de Duitse bezetter aan de Franse industrie en onder de veestapel heeft aangericht. Smuts heeft in de oorlog eens gezegd, dat Frankrijk er nooit meer bovenop zou komen, gezien de gecombineerde verwoestingen van twee wereldoorlogen. Als men dan ook de mate van "verwoestingen ziet, dan is het een wonder van energie geweest, dat Frankrijk toch nog een plaats onder de grote wereldmachten inneemt.

Er zouden meerdere kwalen te noemen zijn. Maar liever thans nog enkele opmerkingen over de wijze waarop het Franse volk deze kwalen geneest. Op 14 Januari 1947 is in werking getreden het vierjarenplan-Monnet. Zowel buiten als binnen Frankrijk was men nogal sceptisch over de kans van slagen daarvan. Maar thans is het wel duidelijk, dat dit plan Frankrijk economisch er bovenop krijgen kan. De gemiddelde productie in het voorjaar van 1948 was 110 pet van die van 1938. Nu was 1938 een zeer slécht jaar voor Frankrijk, mede door de vele stakingen. Maar toch Is het een succes, dat niet te veel verkleind mag worden. Indien dit tempo kan worden gehandhaafd, dan zal in 1950 de Franse productie gelijk zijn aan die van het voorspoedigste jaar, dat Frankrijk ooit gekend heeft, het jaar 1929. Ook de agrarische productie herstelt zich. Op 1 Maart 1947 was slechts 49 pet van de graanoppervlakte van 1938 bebouwd. Maar in 1948 bedroeg dit reeds 81 pet. Bovendien staat de oogst er dit jaar goed voor, zodat er Inderdaad reden Is voor optimisme.

Frankrijk kan zich, vooral als de Marshallhulp effectief wordt, in dit jaar en de komende jaren weer opwerken tot een welvarend land. Daarom heeft het, behalve de Amerikaanse hulp, ook nodig immigratie, scholing van de arbeiders, bestrijding van de inflatie, maar vooral sociale en politieke vrede. Maar in dat laatste ligt dan ook net de moeilijkheid voor Frankrijk. J. G. V. d. PLOEG.