is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 44, 31-07-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' Aan " > <len Heer behoort de aarde en haar i volheid. V Psalm 24 ; 1 /

Tyd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EV.ANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL IJ KE WERKGEMEENSCHAP

AU. 44 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde Wereld

* Redactie Prof. dr W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V.- Wilsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 Tel. 24386

Aö. bij vooruitbet. v i. fS.—, hal/j. f 4.25, kwart, f 2.30 pl. f 0.15 inc. Lossenra f 0.15, Postg. 21876. Gem.giro V 4500. Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A'dam-C,

DE LANGE EN DE KORTE §oli

Hoevelen leven op het ogenblik niet als zwemmers in een lauw, kalme stroom? Er is, vlak na de bevrijding, een golf van dadendrang door velen heengegaan. Veel zou anders worden. Men voelde zich als na een drukkend onweer, wanneer de lucht gezuiverd is en naar ozon ruikt. Maar de loomheid is weergekeerd. Ach, het is te vaak beschreven, om er op deze plaats veel van te zeggen. Dat mr Van Schalk om nu alleen maar naar het politieke terrein te zien als kabinetsformateur is aangewezen, is een teken. Of en hoe hij slaagt, doet daar niets aan af of toe. Hij is algemeen geëerd en verwierf groot vertrouwen. Maar hij is een man, die doet denken aan de „goede” jaren van vóór 1940. Men vraagt hèm. Want er schijnt niemand in staat te zijn van hen, die na 1940 op de voorgrond traden, in wie een nieuw verlangen ontwaakte, een nieuwe wil ging branden, om aan ons politieke leven vorm te geven. De boze vijf jaren schijnen wèl veel armoede, zedelijke ontwrichting en geestelijke moeheid*' gebracht te hebben, mag,r daarnaast niet de krachten op te wekken, die wijzen naar nieuwe werelden. De Nederlandse Volksbeweging, sterk appèl op de algemene vernieuwing, is een kleine groep geworden, die moedig aan de geziene toekomst wil vasthouden. De Nederlandse Jeugdgemeenschap doet krampachtige pogingen om het hoofd boven het»water te houden door niet veel meer dan een federatie van jeugdbewegingen te zijn. En wie herinnert zich nog het Nationale Instituut? Wie brandt nog van ver langen naar een waarlijk nationale omroep?

Als ik dit zo stel, is dat niet om te klagen. Ik wil alleen een strekking aanwijzen. En de oorzaak daarvan? Het is duidelijk, dat al deze vernieuwingspogingen te weinig hebben duidelijk gemaakt, dat het alleen maar lukken zou een nieuw volk te smeden, als er andere mensen kwamen. De leiders wisten dat wel. Nog herinner ik mij, hoe prof. Kraemer een man van wereldformaat, die in en na de oorlog de ploeg over Nederlands akker getrokken heeft en wellicht als niemand zulke diepe voren heeft

gesneden kort voor de bevrijding zei: denk er om, mannen, na de oorlog beginnen pas de moeilijkheden. Maar wat de leiders wèl wisten, wisten daarom nog niet degenen, die hun hoop op hen gesteld hadden. Daar kwam bij, dat het oude niet zinloos is. Dat had zijn historie. Het was diepgeworteld in ons volksleven. Dat is niet, zomaar, zonder meer om te zetten. Dat wisten de mannen, die groot waren in de periode van vóór 1940. En zij konden wachten. Met het muller worden van de nieuwe wegen werd het heimwee naar de gebaande paden sterker. En dus leven wij nu dik in de'reactie. Ofschoon het gelaat van de wereld ver – anderd is; ofschoon het Verre Oosten tot ontwaking is gekomen; ofschoon Rusland tot de Elbe is opgeschoven; ofschoon wij arm als Job zijn; ofschoon het naakte ongeloof of het vale bijgeloof door het versleten gewaad van christelijkheid heengluurt, brutaal en verleidelijk. Ondanks dat alles zoekt men dingen, die gelijken op het verleden, dat volstrekt niet zo zoet was, als men nu denkt.

En nu kan men zich troosten, dat dit een gewoon verschijnsel is. Dat er een kortegolfbeweging èn een lange-golfbeweging in de historie is. Dat de reactie van vandaag de nieuwe impulsen voor morgen kan voorbereiden. Men kan er op wijzen, dat niet die korte-golfbewegingen de loop der dingen bepalen, maar dat wij letten moeten op de lange golfslag door de tijd. Wie die ziet, zeggen wij dan troostend en verheven tot elkander, kan niet anders dan zeker weten, dat een revolutie zich voltrekt, dat de eigendomsverhoudingen grondig zullen wijzigen, dat wij tegelijk voor een periode van barbarij staan, waarin de religie bedreigd zal worden door heidense vormen en waarin de kerk zal leren, wat het betekent eenzaam en onbeschermd in de wereld te staan. Al deze strekkingen zijn niet na 1940 of na 1914 begonnen, maar al tweehonderd, driehonderd, vierhonderd jaren geleden. Er is geen terug, er is geen halt, er is geen „Trouw”. Dat weten geeft aan socialisten die eigenaardige opgeruimdheid, zelfs na een verkiezing, waarin zij klappen

kregen. Dat weten geeft christenen het besef, dat zij door hebben te gaan, tégen allerlei reactionnaire zuigingen in, ook op eigen erf.

En toch ...

Neen, dat beeld van die lange en die korte golf is ons niet tot ware troost. Het is op zichzelf wel waar. Maar het houdt geen rekening met de waarheid, die het Evangelie ons zo vreemd voorhoudt. Zijn wij nu / zo verstrikt in de beelden uit de natuur, ' uit de techniek, dat wij het Woord niet ■ meer horen? Het on-inpasbare Woord. Als het Evangelie ons iets te zeggen heeft over wat in de wereld gebeurt, dan toch dit: niet dat er lange en korte golven zijn die zijrr er óók, maar dat is in de grond der zaak onbelangrijk. Neen, er is een verwachten van het Koninkrijk. Dat Koninkrijk, komende als een dief in de nacht en als een mosterdzaad. Het hoe is niet in systeem te brengen en het wanneer is niet uit te rekenen. Er wordt alleen gevraagd: let er op, er is een gebeuren, dwars door lange en korte golven heen. Soms ziet gij er iets van, soms, heel dikwijls niets. Maar ook als gij niets ziet, moet gij wachten, en u niet laten troosten door tendenzen, die gij altijd waar kunt nemen, maar die tenslotte even vermoeiend zijn als de beweging van de zes met haar eindeloze deining.

Het is nodig voor socialisten, die christenen zijn en voor christenen, die socialist zijn, deze dingen goed te weten. De christen is nl. een mens, die geroepen is tot gehoorzaamheid. Hij mag alles ook en juist op de lange en korte golven letten. Maar omdat hij zijn oor te luisteren heeft gelegd (wat is gehoorzaamheid anders?) om het Evangelie te verstaan en daarin de prediking van het komende Koninkrijk heeft gehoord —• hij bidt toch ook dagelijks om zijn komst! daarom is hij gewaarschuwd tegen valse verwachtingen, óók van de lange golf. Hij weet dan: niet door de natuurlijke gang der dingen komt tot stand, wat wij hopen, maar door de Leiding Gods zal dat gebeuren, wat wij met blijdschap en vreze tegemoet mogen zien, nl. een nieuwe orde een „herschepping”, een zaligheid, die we in geen program kunne uitdrukken; waarvan ’wij hoogstens iets mogen zien in wat Liefde wrocht in deze wereld.

Maakt-ons dat defaitistisch? Integendeel. Het geeft ons de zegen van de humor, die glimlachen doet om de ernst der strijdenden en die de arm doet slaan om het middel van uitgeputten. Uitgeput van het gedein der lange of korte cake-walk-beweging.

En wij staan met al deze dingen, met ons gehele hebben en houden midden in de wereld. En wij horen, hoe Jezus zegt in de gelijkenis van de ponden: „drijf met wat gij gekregen hebt, handel totdat ik kom.”

L. H. RUITENBERG