is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 47, 28-08-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Kerk, het Regeringsjubileum en de Inhuldigingsfeesten

„In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift” Tot nu toe het is 16 Augustus, nu ik dit schrijf heb ik vergeefs uitgezien naar het woord, dat de Kerk te spreken heeft met betrekking tot de komende feesten: het regeringsjubileum van H.M. Koningin Wilhelmina en de inhuldiging van de nieuwe koningin Juliana. Ik heb tot nu toe alleen maar gehoord van aansporingen tot het houden van kerkdiensten en verder niets. Alsof het zomaar duidelijk zou zijn wat de Kerk te zeggen heeft op die dagen!

We lezen van een „troon” die in de Nieuwe Kerk wordt opgericht en van veel wat hoog en verheven is... en het zal allemaal in de Nieuwe Kerk geschieden.

Toch zal het Boek van de Kerk ook die dag wel geopend op de kansel blijven liggen. En in dat boek lees is, dat God de Heer zich zal verheffen „tegen al wat fier is en trots, tegen al wat verheven en hoog is, tegen alle trotse en verheven ceders van de Libanon, tegen alle eiken van Basan” (Jesaja 2 : 12, 13).

De Kerk zal, zo zegt men, nu weer een mond krijgen om te spreken. De niepwe kerkorde betuigt, dat het tot de taak van de Kerk behoort, te spreken tot volk en overheid. Dit woord zal gesproken moeten worden „in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.” Ik zou zo zeggen: er zijn nu al genoeg woorden gewisseld laten we nu eens daden zien! De Synode der Hervormde Kerk spreke tot het Nederlandse volk een woord, „in gehoorzaamheid aan de Heilige schrift”, juist nu, nu ons volk door velerlei wind van leer bewogen wordt, waar het gaat om het regeringsjubileum, en de inhuldiging van de nieuwe Koningin.

1913.

Zulk een woord is nodig.

Wanneer iemand mij zou vragen: hoe zou dit dan moeten luiden? Heeft er ooit, bij dergelijke nationale feesten in het Nederlandse volk, een profeties, Bijbels-verantwoord, getuigenis geklonken?, dan zou ik antwoorden: Leest u eens de preek met uitvoerige toelichtingen, die Bart de Ligt hield „naar aanleiding van het verzoek van de Algemene Synode der Ned. Herv. Kerk om de 16e Nov. 1913 het onafhankelijkheidsfeest godsdienstig te vieren.” Ik weet heel goed, dat er theologisch hier en daar grondige critiek te leveren zou zijn. Ik weet ook heel goed, dat wij verschillende uitspraken, die De Ligt deed over het Oranjehuis, zó niet meer voor onze rekening kunnen nemen. Maar ik weet ook heel goed, dat, wanneer de Herv. Kerk een woord zou spreken, nü, „in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift”... het in de lijn van De Ligts preek in 1913 zou moeten zijn.

De Ligt preekte over Amos 3 : 1,2: „Mét al de geslachten des aardrijks heb Ik u alleen gekend: daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.” Alle nationalisme wordt hier, van God uit, geoordeeld:

„Indien Amos thans leefde! Hij zou wijzen op de tachtigjarige oorlog, gelijk hij Israël wees op de uittocht uit Aegypte, hij zou wijzen op 1813 en spreken: Uit alle geslachten der aarde is Nederland uitverkoren en in velerlei opzicht bevoorrecht naar natuur en geest: in Godskennis,

in wetenschap, in kunsten, in practische zin, in wat niet al! Maar het is het niet waard geweest.”

Zo brak De Ligt alle waan, die in het Nederland van 1913 tot aller voldoening, in ruime mate, ook door de Kerk, gevoerd werd. Is het niet heel hard nodig, dat de Kerk zich opnieuw gaat bezinnen over de betekenis van dit Amos-woord ten aanzien van de komende nationale gebeurtenissen? Nü worden de godsdienstoefeningen in het algemene feestprogramma opgenomen. Dan zouden de godsdienstoefeningen radicaal buiten het feestprogramma vallen. En dat zou de beste, de meest reddende en heilzame dienst zijn, die de Kerk aan het Nederlandse volk en aan het koningshuis zou kunnen bewijzen.

1923.

Ik vond de brochure bij mijn laatste verhuizing. Ik was blij met deze vondst. Het is een uitgave van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers, bij gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Koningin en geschreven door W. Banning en J. Jac. Thomson.

Alweer: theologisch is er wel enige critiek te leveren (intussen ló,ng niet zoveel als op de God-Nederland-Oranje-theologie!) En verschillende uitspraken over het koningschap zouden we op déze wijze nu niet meer willen herhalen.

Ja —en toch: hier waait iets van de Geest van de Bijbel: reddend, radicaal, nietburgerlijk, onbevreesd, heilzaam.

Ik schrijf een paar zinnen over, die zeker in elke preek ter gelegenheid van de komende feesten niet zouden mogen ontbreken, omdat ze blijk geven, de realiteit van het Nederlandse volk te kennen, èn de Realiteit van het Rijk Gods.

Banning schreef: „... als men het volk laat jubelen: „leve de Koningin”, dan betekent dat: „leve de tegenwoordige orde.” Met betrekking tot deze binding: Oranje-feesten en de bestaande maatschappelijke orde is er, meen ik, in 1948 nog niet zoveel veranderd.

„De oude wereld zal zich nog eens oppoetsen met wat feesttooi en zich een schijn van zedelik gezag trachten te geven met nationale en ke’rkelijke frases, en het volk dat van schittering en feesterij en frases houdt... ” Sta ik buiten de Nederlandse werkelijkheid van 1948, als ik, de opgetogen berichten lezend over de komende feesten en dat temidden van een volk, dat het na de bevrijding op alle punten (behalve misschien dat van de materiële wederopbouw) verloren heeft, waar het maar verliezen kon zeg: wat van 1923 gold, geldt nu nog precies zo?

Thomson schreef: „Voor zover men er in slaagt de a.s. jubileumfeesten te doen zijn, wat de best bewusten willen, wordt een nieuwe stroom toegevoerd aan een levensstelsel, aan een wereldbeschouwing en aan een gevoelssfeer, die vanuit het Evangelie volstrekt geoordeeld is.”.

Hij geeft deze bijbels-verantwoorde omschrijving van zin en waarde van „het nationale”: „Nooit of te nimmer kan ons als godsdienstigen het nationale iets anders betekenen, dan dat wij „naar onze aard” uit de geest Gods zullen leven en dat wij

dus zullen breken met alle beginselen, strijdmiddelen en doeleinden, die Jezus Christus niet gedogen kan.” En dan klinkt de oproep, die ook nu moet klinken: Breek met de wereld van sociaal conservatisme, nationalisme en militarisme, die met de viering van het regeringsjubileum onverbrekelijk verbonden is: zie slechts naar de groepen, die het hardste juichen, zie naar de militaristische manifestaties.

1948.

Het christelijke oordeel is wézenlijk anders dan het burgerlijke. Dit zal moeten uitkomen in het woord, dat de Kerk zal spreken bij het komende regeringsjubileum en de inhuldiging.

Vanuit het Evangelie zai in de Kerk met dankbaarheid moeten worden gesproken van het feit, dat het Oranjehuis voor ons, vooral na de bezettingsjaren, is gaan betekenen; de garandering van de mogelijkheid om te komen tot de rechtsstaat. Meer niet. Maar minder ook niet.

Dit koningschap was en is er ons borg voor, dat de Franse ordeloosheid, de Duitse dwang, het Russische geweld, hier niet heers(t)en. De continuïteit van het erfelijke koningschap bracht ons, behalve de nadelen, toch ook het voordeel van de historisch-vaste-basis onder ons staatsgebouw.

De Kerk zal moeten meeleven met de enorme verantwoordelijkheid, die de nieuwe koningin Juliana straks op zich zal moeten nemen. Maar de Kerk toont niet het ware meeleven door precies als het gewone volk óók „Leve de Koningin” te roepen dan immers begeleidt zij dit belangrijke nationale gebeuren niet op de rechte wijze met het Evangelie.

De Kerk zal ronduit moeten zeggen, dat het nodig is èn voor de toekomst van het Nederlandse volk èn voor het koningschap zelve, dat de binding met sociaal conservatisme, nationalisme en militarisme, verderfelijk is. Als de nieuwe koningin dit horen zal, dfin helpen we haar op de juiste wijze bij haar bijna-bovenmenselijk zware taak.

Het Nederlandse koningschap moet in de Kerk geconfronteerd worden met Christus’ Koningschap. In de dienst ter gelegenheid van het 40-jarig regeringsjubileum, in 1938, liet ik zingen:

„Is dat, is dat mijn koning, dat aller vaad’ren wens...”

Elk koningschap, waarover niet iets van de afglans van Christus’ koningschap valt, is niet wézenlijk reddend en heilzaam. Het is daarom zo ontzaglijk jammer, dat de Kerk tot nu toe nog geen woord van protest heeft doen horen tegen de militaristische propaganda, die straks bij de nationale feesten zal worden gehouden. Trouw juicht: „De hoogtepunten van de inhuldigingsfeesten en van de viering van het regeringsjubileum van H. M. de Koningin te Amsterdam, zullen begeleid worden door saluutschoten van de oorlogsschepen der Koninklijke Marine”. Met grote letters staat boven het bericht: „De Vloot zet luister bij! ”

Arm christendom! Arm volk, dat zó wordt voorgelicht. Weten we niet, dat een vol-