is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 50, 19-09-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niebuhr over Buchman

Toen Buchman kort voor de oorlog uit Europa naar Amerika terugkeerde, zei hij volgens een bekend New Yorks dagblad: „Ik dank de hemel voor een man als Hitler, die een afweerfront opbouwt tegen de antichrist van het communisme. Mijn kapper in Londen zei tegen mij, dat Hitler Europa van het communisme gered heeft. Natuurlijk keur ik niet alles, wat de Nazi’s doen, goed Anti-semitisme? Fout! Natuurlijk! Ik geloof, dat Hitler in elke Jood een Karl Marx ziet. Maar denk u een ogenblik in, wat het voor de wereld betekenen zou, indien Hitler zich overgaf aan Gods leiding. Of Mussolini. Of welke dictator ook. Door middel van zo’n man zou God zo maar ineens een volk onder Zijn leiding kunnen brengen en ook het meest verbijsterend vraagstuk kunnen oplossen.”

Deze uitlating van Buchman is voor Reinhold Niebuhr, die op de Wereldconferentie der Kerken een prachtig referaat over het christelijke getuigenis te midden^'van de sociale en internationale wanorde hield, aanleiding geweest, een artikel over Buchman te schrijven. Het werd opgenomen in Niebuhr’s „Christianity and power Politics”. Volgens Niebuhr openbaart Buchmans sociale philosophie zich in deze uitspraak in al haar naïveteit.

Deze sociale philosophie lag in de strategie van Buchman vanaf het begin opgesloten. Zij maakt de bijzondere belangstelling, die Buchman voor de groten der aarde heeft, begrijpelijk. Buchman meent, dat, indien deze groten bekeerd worden, God in staat zal zijn, een veel groter stuk van het menselijk leven onder Zijn leiding te brengen, dan wanneer gewone mensen bekeerd worden. Deze logica heeft volgens Niebuhr de volgelingen van Buchman met zo’n roerende zorg voor de zielen van mannen als Henry Ford en Harvey Firestone vervuld en hem er toe gebracht, om van tijd tot tijd in vertrouwen toe te fluisteren, dat deze mannen nu net precies staan op de drempel van het Koninkrijk Gods. Vandaar de reizen per stoomboot eerste klas. Vandaar samenkomsten in prachtige villa’s van aanzienlijken en voornamen.

Niebuhr is dankbaar, dat Buchman zo duidelijk gezegd heeft, waar het hem om te doen is. Nu wordt duidelijk, hoe ongelofelijk naïef deze beweging is in haar pogingen om de wereld te redden.

Wanneer zij er tevreden mee was, dronkaards en echtbrekers op te roepen tot bekering, zouden wij haar kunnen waarderen als een soort godsdienstig reveil, dat er in slaagt, zondaren met God te confronteren. Maar wanneer Buchman naar Genève, de zetel van de Volkenbond, ijlt, of naar Prins Starhemberg of Hitler, of naar een ander machtscentrum, en dat met de gedachte, dat hij op het punt staat, de wereld te redden, door de mensen, die de wereld regeren, onder Gods leiding te brengen, is het moeilijk de weerzin te overwinnen, die men bij deze gevaarlijke naïveteit in zich voelt opkomen.

Deze gedachte van weréldredding zij is het kernpunt van Buchmans rede, die wij in Tijd en Taak bespraken veronderstelt een sociale philosophie, die in geen enkel opzicht in staat is, de sociale dynamiek van onze tijd te verstaan.

Buchman weet blijkbaar niet, dat dictators veel meer de producten dan de scheppers van de geweldige sociale bewegingen der moderne geschiedenis zijn. De sociale krachten, die de dictators het aanzijn gaven, zijn in het algemeen de decadente krachten van een bovenmate zieke maatschappij. De ziekte van deze maatschappij is de ziekte van de zonde en indien in een situatie als de onze een woord van God gesproken moet worden, laat het dan zijn het wee van Christus over Jeruzalem of de aankondiging van het oordeel, dat een Amos of een Jeremia uitsprak over de wereld van hun tijd.

Er is ongelukkig genoeg geen enkele aanwijzing, dat de profetische geest van de bijbel ooit tot de Buchman-religie door middel van de stille tijd is doorgedrongen. Buchman heeft meegedeeld, dat het woord van God, dat hij in zijn stille tijd hoorde, een slagzin was: „een internationaal netwerk over alle in geestelijk opzicht energieke kerels”. Met andere woorden: de wereld moet gered worden door een vulgaire reclame-achtige slagzin, liever dan door een waarlijk priesterlijke en profetische bemiddeling van het oordeel en de genade van God voor een zondige wereld.

De interpretatie van de moderne geschiedenis, die Buchman geeft, is niet alleen ongelofelijk naïef in verhouding tot de sociale dynamiek van onze tijd. Zij is ook beslist onbijbels in haar aanpak van de machthebbers.

Indien wij voor een ogenblik toegeven, dat dictators inderdaad de scheppers en niet de producten van de sociale krachten van de moderne tijd zijn, en indien wij hun macht beschouwen als een persoonlijke macht, uitgeoefend zonder samenhang met de maatschappij, wat moeten wij dan —■ in de woorden van het Evangelie aan deze mannen prediken? Het meest toepasselijke woord zou zijn: niet vele wijzen, niet vele machtigen, niet vele edelen worden geroepen! Indien de beweging van Buchman met dit woord ernst maakte, zou het waarschijnlijk zo nu en dan een houseparty in een prachtige villa, waar de machtigen en edelen, ofschoon nu niet bepaald de wijzen, samenkomen, in de war sturen.

Het naïve individualisme van Buchman heeft geen begrip voor het feit, dat een machthebber altijd tot op zekere hoogte een anti-christ is. Met cynisch realisme zei Lord Acton, dat alle macht een mens bederft en absolute macht hem absoluut bederft. Wanneer een machthebber met de boodschap van absolute eerlijkheid en absolute liefde ernst maakt, verliest hij zijn macht of doet er zelf afstand van.

Dit wil niet zeggen, dat wij het in de wereld zonder macht kunnen stellen en dat het niet beter is, dat mannen met een geweten de macht hebben dan schurken.

Maar wanneer machthebbers niet alleen een geweten hebben maar ook iets verstaan van wat het Evangelie zegt over de wijze, waarop de sociale zonden met heel het wereldleven verstrengeld zijn, dan moeten zij weten, dat zij zichzelf nooit geheel kunnen vrij maken van het zondig karakter van de macht, zelfs wanneer zij die macht aanwenden voor het algemeen welzijn.

Buchman heeft meer begrip voor reclame-

achtige slagzinnen dan voor historische perspectieven.

Niebuhr wijst hem op twee voorbeelden: Cromwell en Bismarck.

Cromwell was echt een christen. Hij had een levend geloof, dat men niet zo vaak bij politici vindt, zelfs niet nadat zij door de Morele Herbewapening bewerkt zijn. Cromwell begeerde zeer bepaald Gods wil te doen en dacht, dat hij Gods wil deed. Toch heeft niets van Cromwells persoonlijk geloof zijn dictatorschap kunnen redden van mislukking en zelfvernietiging.

Laat Buchman eens iets lezen over Cromwells veldtocht in lerland en de godsdienstige voorwendsels die hij gebruikte ter rechtvaardiging van zijn ambities daar en iets leren van de zedelijke verwikkelingen, waarin machthebbers terecht komen en de verzoekingen, waaraan zij onderworpen zijn. Cromwells echte geloof schoot niet alleen tekort, om zijn dictatorschap aannemelijk te maken, maar ook om hem te beveiligen tegen de persoonlijke verzoeking van arrogantie en wreedheid.

Uit het leven en de godsdienst van Bismarck kunnen wij dezelfde lessen leren. Bismarck, die in Duitsland een veel aannemelijker dictatorschap dan dat van Hitler grondvestte, was een bekeerling van het piëtisme. Het piëtisme werd bezield door een bijbelse warmte, die enkelen van ons men vergeve het ons preferen boven de sentimentaliteiten van Buchman. Het heeft Bismarck innerlijk aangegrepen. Hij was in sommige tijden van zijn leven echt een christen. Maar zijn overgave aan God heeft in politiek opzicht bijna geen enkel van de resultaten opgeleverd, die Buchman ziet als een mogelijkheid in het geval van Hitlers bekering. Zij heeft God niet in staat gesteld, om een volk onder Zijn leiding te brengen en alle problemen op te lossen.

De philosophie Buchman spreekt tegenwoordig over zijn ideologie die Buchman bezielt, is niet alleen fout in sociaal opzicht, maar ook ongeestelijk in godsdienstig opzicht. Een geringe kennismaking met de geschiedenis van het christelijk denken ten opzichte van het probleem van de verhouding tussen de absolute eisen van het Evangelie en de betrekkelijkheden van politiek en economie kan haar naïveteit bewijzen. Een serieuze bestudering van het Evangelie, vooral van zijn af keer van de zelfrechtvaardiging van de rechtvaardige, zou duidelijk maken hoe gevaarlijk een leer is, die machthebbers de mogelijkheid van de algehele vervulling van Gods wil bélooft. Men moest hen liever waarschuwen, dat zij, nadat zij gedaan hebben wat in hun ogen goed is, toch nog slechts onnutte dienstknechten blijven.

De beweging van Buchman, die zichzelf inbeeldt de bemiddelaar van Christus verlossing te zijn in een catastrophale tijd, is in werkelijkheid een nieuwe openbaring van ons geestelijk verval. Haar godsdienst probeert burgerlijke zelfgenoegzaamheid en christelijk berouw te combineren op een wijze, die de eerste de overhand doet behouden. Haar moraal is de religieuze uitdrukking van een decadent individualisme. Ver er vandaan ons een weg uit onze moeilijkheden te openen, maakt zij de algemene verwarring nog groter.

Dit is niet het Evangelie van oordeel en hoop voor de wereld. Het is burgerlijk optimisme, individualisme en moralisme zich presenterend in de vorm van godsdienst. Geen wonder dat zenuwachtige plutocraten van onze tijd hun ruime zomerverblijven er voor openstellen.

Niebuhr is vlijmscherp, maar men zal van hem niet kunnen beweren, wat men van mij beweerde, datzijn oordeel over Buchman oppervlakkig is. J. J. BUSKES Jr