is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 1, 26-09-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ <ien Heer ( behoort de aardei I en haar J V volheid, Psalm 24 ; 1

fyd en Taah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL IJ KE WERKGEMEENSCHAP

No. 1 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld *

Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48111 A’dam.Z. Tel. 24386

Ab. bij vooTuitbet. v-i. ft-—, halfi. t4.25. kwart, f 2.30 vl. f 0.15 inc. Losse nrs fo.is. Pasta. 21876. Gem.airo V 4500, Adm. N.V. De Arbeidersvers, Hekelveld 15, A'dam-C.

GEESTELIJKE MOEHEID

De klacht is algemeen in ons land: er is vervlakking, gebrek aan levendigheid en openheid, aan doorzettingsvermogen, aan verbeeldingskracht en durf. De klacht komt van heel verschillende kanten: van de mensen uit de jeugdbeweging en die van de volksuniversiteiten, van de politici en de hoogleraren, uit burgerlijke en socialistische kringen. De feesten van de laatste tijd hebben het verschijnsel wel even op de achtergrond van ons bewustzijn gedrongen, maar nu allerlei winterwerk wordt voorbereid, doet het zich opnieuw gelden. De verklaring die wordt gegeven, luidt: moeheid, na-oorlogse moeheid.

Dat het verschijnsel er is, zal ik niet ontkennen; evenmin dat een brede groep, óók van wie leiding geven, moe is al komt lang niet bij iedereen de moeheid uit dezelfde oorzaak voort en moet zij ook zeer verschillend worden gewaardeerd. Er is nogal enig verschil tussen iemand, die tijdens de bezetting voortdurend in de angst heeft gezeten om z’n hachje en z’n bezit, en na de bevrijding bang was voor vernieuwing en socialisme en die zich nu moe voelt en de man, die mee wilde doen aan het verzet en dromen droomde van een volk, dat zijn vrijheid had leren liefhebben en voort zou schrijden naar lichte horizonten, en die nu diep is teleurgesteld. Misschien kan men beiden moe noemen maar: wat een afgrond tussen beide typen!

Intussen: de kwaal zit naar mijn mening veel dieper. Ik weet rdet of ik in staat ben de ware oorzaak bloot te leggen zeker niet in een artikeltje van beperkte omvang. Maar ik wil de zaak gaarne aansnijden en hoop op reactie, aanvulling, correctie van anderen. Ik noem een paar verschijnselen, die wij juist wij, die socialist zijn en uit het Evangelie trachten te leven zo scherp mogelijk moeten zien. Daarbij ga ik voorbij aan het overigens zwaar drukkende feit van de internationale spanning en de dreiging van wereldoorlog nummer drie

Een politieke en tevens cultureel-geestelijke factor, die naar mijn mening verlammend werkt, is de volgende: wij

weten, dat onze maatschappij bezig is, haar structuur grondig te veranderen; het kapitaUsme met zijn ongetemde uitbuiting der arbeidersmassa en zijn onbegrensde ondernemersvrijheid is voorbij, het economische leven wordt althans gedeeltelijk, „geleid”, en wij zien kansen voor het socialisme. Maar politiek zitten wij in een ellendige positie. De verhoudingen in Nederland zitten weer vast in de verstarde, onmachtige blokken van voor 1940, en wij moeten aan het Nederlandse volk duidelijk maken, wat socialistische politiek is in samenwerking met de K.V.P wat een vrij onmogelijke opdracht is. Natuurlijk is deze situatie niet de schuld van de K.V.P., en ook niet van het kiezersvolk, dat ons in de steek liet er ligt ook een gemis aan bezielende klaarheid in onze eigen kringen. Dat de parlementaire democratie waaronder wij leven diepgaande wijziging behoeft, wil zij socialistische democratie kunnen voorbereiden en leiden, is wel door enkelen onzer jongere theoretici betoggd, maar kon tot heden geen bezielende en vernieuwende gedachte in onze politiek worden. Vlak na de bevrijding konden wij hopen, dat een oud tijdvak was afgesloten, een nieuw aanbrak, en de bezieling zou komen uit een vernieuwd socialisme wij moeten nü zeggen, dat ons volk als geheel in de ban der oude vormen en gedachten is gebleven (en daarmee, dierbare broeders van Trouw etc., is niet erkend, dat de „doorbraak” een afgedankte illusie is, noch dat zij volstrekt mislukt zou zijn). Dit werkt verlammend, ook op wie zich moe voelt. Een tweede factor: ons volk lijdt onder een kwaad geweten, al is dat bij velen maar matig bewust. Ik doel vooral op de gebeurtenissen in Indonesië. Zeker, de overovergrote meerderheid van ons volk „weet” de dingen niet; men mag met enig recht betwijfelen, of de velen die er over schrijven of praten, wel voldoende de feiten kennen. Maar wij beseffen toch, dat achter een uitspraak: „wij hebben het niet geweten” een afschuwelijke schuld ,kan liggen; (wij behoeven die uitspraak maar in het Duits te vertalen, om het ineens weer

te weten met alle scherpte). En zóveel druppelt er toch wel door van wat daarginds gebeurt, dat tenminste de vraag de kop opsteekt, of wij ons niet schuldig maken aan dezelfde wandaden, die wij met zo edele verontwaardiging hebben veroordeeld in de „moffen”. AI ware het slechts in de vorm van deze uitspraak van een gewoon man: „ik ben er niet gerust op” (op de zuiverheid n.I. van ons geweten) dan komt daarin naar voren een verlammende factor. Schuld n.1., die niet geboet of verzoend wordt, doodt de inspiratie. Politici zonder meer zullen dat een domineeszinnetje vinden; de waarheid ervan wordt in gericht openbaar.

Een derde factor: onze theorieën, beschouwingen, beginselen enz. zitten ons dwars en verlammen ons. Ik hoop, dat menigeen van zo’n zinnetje schrikt en er boos om wordt alle confessionalisten, humanistische, marxistische, godsdienstige behoren dat te doen! Bedoel ik dan verraad aan „beginselen” te prediken? Ik bedoel alleen maar dit: als een strijd op leven en dood moet worden gevoerd, als het om de enkele, eenvoudige, centrale en diepe dingen van het leven gaat, als de gang der gebeurtenissen anders gaat dan wij verwachten en dromen en hopen, dan is er maar één kracht die redt: de onvoorwaardelijke overgave aan God met evenzeer nadruk op „onvoorwaardelijk” als op „God”.

Theorieën en beginselen zijn dikwijls de gevaarlijkste belemmeringen voor deze overgave. Er komen mij twee woorden in de gedachte van mensen, die óók met moeheid, verlamming, onmacht en eenzaamheid hebben gevochten: Jeremia zegt ergens: Gij hebt altijd gelijk Heer, als ik met U twist; en Jesaja weet het geheim van wie lopen en niet moede worden, in deze uitspraak: zij die den Heer verwachten, ontvangen nieuwe kracht. Beide woorden moeten wij niet al te vlot en niet al te vroom zeggen zij veronderstellen het niet-eenvoudige feit, dat een mens heeft afgeleerd het leven te willen dwingen naar het schema van zijn theorie, zijn levensbeschouwing, en dit aflerend, stiller vreugde en dieper kracht won. Het komt mij voor, dat er tenminste een grote kans is, dat wij door leed en ellende omringd blijven voorlopig, en dat er weinig reden voor blijmoedig optimisme is. Dat kan verlammend werken, de gemiddelde mens heeft een program, een perspectief en een theorie nodig. De overgave aan de geest en de wil van God kan ons vrij maken, niet alleen van moeheid, maar ook van angst en vertwijfeling. Deze overgave sluit, omdat zij overgave aan God is, nieuwe strijdbaarheid in. Wij dienen daarom ons volk in de periode van z.g. moeheid het best, door de bronnen van een levend geloof te wijzen en daaruit zelf te drinken.

W. B.