is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 3, 09-10-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. TINBERGEN

Teleurgesteld?

Zondag is wel mijn beste dag: altijd een tikje in mineur. Ik heb laatst gelezen, dat mannen een stemmingsperiode hebben: in drie tot zes weken wisselen actieve en opgewekte stemmingen af met minderbewuste en neerslachtige. Aanvankelijk stelde deze verklaring me gerust, maar tot mijn schrik bleek mijn periode veel te kort te zijn: krek een week. Vrijdags op mijn werk is alles nog best, maar als ik huiswaarts ga voel ik vlagen van een somber voorgevoel. Thuisgekomen vind ik Tijd en Taak, en daarmee zet de stemmingsdaling in. Zaterdagmorgen komt dan Vrij Nederland, zodat ik Zaterdagmiddag diep in de put zit. Mijn vrouw is verdrietig en vraagt me, of ik ongelukkig getrouwd ben, maar daarmee heeft het niets van doen, het is eenvoudigweg teleurstelling. En of ik de week nu al ferm en flink begin, dat geeft allemaal niets, want nauwelijks heb ik in het weekeinde mijn eerste hoofdartikel achter de kiezen of ik ben weer teleurgesteld.

Al lezende begrijp ik, dat mijn teleurstelling maar kinderwerk is bij die van de oudillegale werkers. Die hebben het veel erger te pakken, elke dag opnieuw en dat valt niet mee.

Was het bij mij nu nog maar échte teleurstelling, bijvoorbeeld omdat de bovenburen, die eerst zo stil waren, een radio hebben gekocht, of omdat het speelse katje van de buren, dat zich zo snoezig voordeed, vanmorgen een stuk vlees heeft gestolen, want zo iets is wel een slag, maar je komt hem te boven. Het gaat om zo te keggen vanzelf over. Helaas, mijn ziekte is erger. Het is teleurstelling, die me aangepraat wordt, en zodra ik daar weer bovenuit dreig te komen, martelt me het schuldgevoel, niet genoeg teleurgesteld te zijn.

iEen ernstig tekort in deze tijd!

Na de vorige oorlog waren we „himmelhoch jauchzend”, en nu zijn we teleurgesteld. Dat hoort er zo bij, als je een kind van je tijd bent, het is de „new look”.

Maar nu in ernst.

Banning in zijn hoofdartikel om reacties, ik kan grotendeels met zijn artikel instemmen, maar zijn tirade over de verzetsman die ik sinds de bevrijding in alle toonaarden en van verschillende kanten heb gehoord (en doorgaans van mensen die zélf de teleurstelling te boven zijn!) roept tegenspraak bij me op. Ik weiger namelijk te geloven, dat onze illegale werkers in doorsnede zó wereldvreemd waren, dat ze zulke overspannen verwachtingen hadden van het moreel van de mensenrest, die onder het puin van de oorlog vandaan is gekrabbeld, dat ze nu teleurgesteld zijn. Teleurgesteld is (of is geweest) een gedeelte van hen, jonge mensen en onrijpe geesten, die inderdaad te veel verwacht hebben. Zij zullen de teleurstelling moeten verwerken, ze hebben nu ruim drie jaar de tijd gehad en het zal hun enige teleurstelling niet zijn: c’est la vie. De rijpe geesten van het verzet, de bewust en van nature dapperen zijn ook nu dapper of zouden dat zijn, als ze nog leefden. Wij eren hen niet, we eren ons volk niet en we helpen ons volk niet door die teleurstelling te onderstellen, te rechtvaardigen en daarmee onbedoeld te cultiveren. Daarom.: laat ons onder die teleurstelling een streep zetten, voor we er een hanglip van krijgen. En over gaan tot de orde van de dag: werken; met moed, geput uit de moed van de verzetsoffers, aanpakken, wat onze hand te doen vindt en vertrouwen, dat elke goede stap een stukje is van de goede koers, die we zoeken.

'^entvidd-nimius

Cursus voor huisvrouwen van 18—22 October Voor onze cursusweek voor huisvrouwen van 27 September tot 1 October bleek zoveel belangstelling te bestaan, dat wij besloten hebben een tweede bijeenkomst in Bentveld te organiseren en wel van Maandagmiddag 18 tot Vrijdagochtend 22 October. Evenals in de vorige week is er ook nu gelegenheid kinderen mee te brengen, mits zij de leeftijd van vier jaar hebben bereikt. Wij zorgen voor vertrouwde hulp.

De cursus zal onder leiding staan van mevrouw J. Kuipers—Sannes en mevrouw L. H. Ruitenberg—V. d. Muijzenberg. Het programma wordt nog nader bekend gemaakt.

De kosten bedragen naar draagkracht: ƒ 8,—, ƒ 10,^— of ƒ 12,—. Voor kinderen ƒ 4,—, ƒ 5,—• of ƒ 6,—. Wanneer de reiskosten meer dan ƒ 4,— bedragen, wordt het bedrag boven de ƒ4,— terugbetaald.

U kunt u nu reeds voor deelneming opgeven aan de administratie van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

Weekendcursus te Bentveld over de zin van het huwelijk, op 30—31 October. Leider: K. Toornstra. Deze conferentie is in het bijzonder bestemd voor verloofden en gehuwden.

Zaterdag:; Opening door de cursusleider 17.00 uur Verval van het huwelijk, door prof. dr. W. Banning 19.30 uur

Zondag:

Ochtendwijding 10.00 uur Man en vrouw in het huweiijk, door dr

J. H. V. d. Hoop 10,30 uur Het evangelie over huwelijk en echtscheiding. Gevr. ds K. Strijd 15.00 uur

Zakelijke gegevens: Cursusprijs naar draagkracht: ƒ4,—, ƒ5,— of ƒ6,—. Echtparen: ƒ8,—, ƒ9,— of ƒ 10,—. Opgaven zenden aan de administratie van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers.» Bentveldsweg 3, Bentveld.

ENGELANTi—NEDERLAND Vacantiecursus te Bentveld van 4—B September

In samenwerking met de National Adult School Association in Engeland is van 4—lB September te Bentveld een Summerschool gehouden onder leiding van Wilfrid H. Leighton, M.A., uit Birmingham, waaraan dertig Engelsen en vijftien Nederlanders hebben deelgenomen.

De ontwikkeling en opvoeding van volwassenen door middel van Adult Schools in Engeland is voor het eerst ter hand genomen door de Quakers, die ontwikkeling en opvoeding als een wezenlijk bestanddeel van het christelijk geloof beschouwen. Later hebben anderen zich bij hen aangesloten, ’s Winters volgen de cursisten in hun woonplaatsen lezingen over verschillende onderwerpen; ’s zomers worden er over geheel Engeland zogenaamde Summerschools georganiseerd, die in achtergrond en werkwijze grote overeenkomst vertonen met de studie-vacantieweken, welke in Bentveld plegen te worden gehouden. De komst van een groep Engelsen was een novum voor Bentveld: hoe zou de proef gelukken?

Wel, wie daaraan misschien eventjes had durven twijfelen die eerste Zaterdagavond, toen voor de plotseling stil geworden Nederlanders in de koffiekamer de deur openging om de schare moegereisde Engelsen .binnen te laten, zou volkomen gerust-

gesteld geweest zijn, als hij twee dagen later in diezelfde kamer de verhalen had kunnen aanhoren over de zwerftochten, die dag gemaakt door Amsterdam: over vergeefse pogingen om de gouden koets te zien; over in de menigte verloren gewaande weer gevonden Engelsen; en over de in de avonduren zo prachtig verlichte Amsterdamse grachten. Het ijs was volkomen gebroken.

Het thema van de studiecursus was verdieping van de kennis omtrent Nederland en het Nederlandse volk in lezingen en excursies, anderzijds omtrent Groot-Brittannië.

Daar waren de lezingen van mej. N. Posthumus Meyjes, die ons de ontwikkeling van de bouwkunst ur de Hollandse steden in de 16e tot 18é eeuw uiteenzette; die ons in een schone lezing van de grootheid van Rembrandts schilderkunst deed gevoelen; die ons een heldere uiteenzetting gaf van de achtergrond en wording van de moderne beeldende kunsten en met vele lantaarnplaatjes de verschillende stijlen in hun ontwikkeling demonstreerde. Op een Donderdag leerde ze ons in het Rijksmuseum de Rembrandts bekijken en leidde ons daarna langs de stille grachten met hun typische gevels en oude torens; op een Zondagmiddag toonde ze ons in het Stedelijk museum het kenmerkende van de moderne schilderstijien en de schoonheid en het baanbrekende van enkele Van Goghs.

Daar waren de excursies: naar de St. Bavo in Haarlem, naar Alkmaar, naar de afsluitdijk en de Wieringeimeer, waar de burgemeestersvrouw ons van de veelbewogen historie van dit jonge land vertelde. We herinneren ons, hoe Hoorn daar in de namiddagzon lag, en hoe we in Leiden het oude Universiteitsgebouw en de St. Pieterskerk bekeken; hoe we in Den Haag het Binnenhof en het Vredespaleis en in Delft het historische Prinsenhof bekeken en door het stadje dwaalden; en hoe we ons op deze tochten altijd weer schaarden rond om de onmisbare „tea”.

Mr J. G. de Roever gaf in zijn lezing „Our fighting against the water” een inzicht in de specifieke moeilijkheden, welke de bodemsgesteldheid van Nederland aan zijn inwoners bereidt.

Van de heer Vermeulen hoorden we een overzicht van de „Political and Social situation in the Netherlands”, terwijl professor J. H. Tuntler sprak over de organisatie van de gezondheidszorg in ons land en mej. da K. van Drimmelen ons aan de hand van een welgetekende boom het ontstaan en de richting van de Nederlandse kerkgenootschappen duidelijk maakte.

De rij lezingen werd geopend door twee lezingen van W. H. Leighton over „Historical relations between the Netherlands and England”, en over „The English people”.

Het probleem van de opvoeding werd van Engelse (W. H. Leighton) en Nederlandse zijde (P. F. van Overbeeke) aangesneden, hoewel hierbij ’t Engelse onderwijs in het algemeen door de grotere plaats, daarin toegekend aan gemeenschapsvorming en lichamelijke ontwikkeling, gunstig afstak bij het Nederlandse, dat gedeeltelijk gedwongen, ai te intellectualistisch is ingesteld, bleken beide inleiders de noodzaak van een meer op gemeenschapsen persoonlijkheidsvorming gerichte opvoeding te beseffen: de huidige wereld heeft mensen nodig, die zich in hun optreden in de gemeenschap laten leiden door een op christelijke grondslag gebaseerde levensbeschouwing.

Hoe onontbeerlijk dit is, bleek ook in de belangwekkende lezingen over „Town Planning” van W. H. Leighton en drs W. F. Geyl: De uit een sociologisch en technisch oogpunt uitmuntende planning op dit gebied is zinloos, wanneer men twijfelt aan de toekomst van de Westeuropese volkeren, wier eigen taak tussen het communisme ener- en het kapitalisme anderzijds ligt in het verwezenlijken van een vorm van samenleving, waarvan de normen aan het christendom ontspruiten.

Zo schijnen ook de enorme economische moeilijkheden van Groot-Brittannië slechts te overwinnen, de sociale hervormingen van de huidige Labourregering slechts blijvend te verwezenlijken door de offervaardigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van allen, die bij het productieproces betrokken zijn: (W. H. Leighton: The political and social situation in England).

Voor Groot-Brittannië, hoewel door zijn betrekkingen tot de Dominions en de U.S.A. geneigd tot grote voorzichtigheid, is het aanknopen van hechte banden met de Westeuropese staten een levensbelang, zo goed als voor het verder bestaan van West-Europa. (W. H. Leighton: Britain and Western Europe.)

Altijd was er dus weer deze vraag: gelooft West-Europa nog in zijn toekomst? In het voortbestaan van de geestelijke traditie, welke beginnend met

BERICHT

Het voorlopig plan. op de ledencursus te Bentveld opgevat, om in October een Zondagsamenkomst te Barchem te houden, speciaal voor Twente en Oost-Gelderland, heeft zoveel bezwaren ontmoet, dat het niet zal kunnen worden uitgevoerd. Tot later dus. K. G.