is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 4, 16-10-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'De maatschappelijke wanorde

111

Moesten wij bij het positieve gedeelte van het Assembly-rapport, handelend over de maatschappij-visie, menig vraagteken plaatsen, thans, nu wij het slot van dit stuk bespreken, kunnen wij het met grote instemming volgen.

Het gaat over twee dingen. Eerst over de verhouding tussen de kerk en het communisme en kapitalisme. En ten slotte over de vraag wat de kerk te doen heeft.

Communisme en kapitalisme

Het is, alsof de stellers van het stuk con sordino beginnen. Wij zijn dat gewend van kerkelijke uitingen. Het wordt haast een tic buitenstaanders hogelijk irriterend —, deze schuldgebaren van kerkelijke zijde. Toch is het hier echt, juist in de soberheid, waarin over het communisme gesproken wordt. „Christenen moeten erkennen, dat God werkt in de opstand van massa’s tegen onrecht een revolte, die het communisme veel van zijn kracht geeft”. Pats, die zit. Daarmee is de verbondenheid met de opstandige arbeider aangegeven. Hij is geen vijand, maar er werkt iets in hem mysterieuzer dan hijzelf weet dat de kerken onrustig moet maken. „Christenen moeten zich bewust worden, dat vooral voor jongeren het communisme opkomt voor een visioen van gelijkheid onder mensen en algemene broederschap, waartoe zij door christelijke invloeden waren voorbereid.” Wij weten dat. Wij herkennen in de beste motieven van communisten iets, dat toch niet geheel buiten het Evangelie is omgegaan. Wij moeten maar eens gaan proberen de wereld te bezien met de ogen van hen, die buiten de burgerlijke veiiigheden staan, met de ogen van een gekoloniseerd volk bijvoorbeeld, of van een onderdrukt ras. Wij kunnen nu wel betogen, dat het communisme nieuwe ongelijkheid brengt, maar wie in de benauwenis der dagelijkse onderdrukking leeft, gelooft dit niet. Evenmin als een arme sloeber getroost is door woorden van meneer de baron, die uitlegt,, dat het heus niet alles is om véél geld te verdienen ...

Het rapport vestigt de aandacht op de verstrengeling der kerk met de maatschappelijke orde van heden. Ach, wij weten dat maar al te goed. Maar weten wij het? Weet de kerk? Laat zij tonen, dat zij het weet! Misschien is dit de aanloop, om het inderdaad te gaan zien, wanneer deze dingen van gemeente tot gemeente worden uitgedragen. Maar dddr kan het niet bij blijven. Want anders lachten de communist en zijn sympathisant er bitter om.

Het was mij haast liever geweest, wanneer het rapport nu verder over het communisme gezwegen had. Alsof wij niet weten, dat wij er tegen zijn. Wij zijn er zo erg tegen, dat wij het appèl van het communisme nog niet gehoord hebben.

Daarom is, wat dan volgt de reden van afwijzing namelijk feitelijk alleen voor hen, die ernst met het voorgaande maakten. En waar ter wereld is zulk een kerk? De punten, waarom het communisme (het atheïstisch marxistisch communisme van heden, staat er veelbetekenend beperkend bij) wordt afgewezen, zijn deze vier: le. de communist belooft wat tot volledige verlossing van de mens in de geschiedenis behoort; 2e. hij gelooft, dat een bijzondere

klasse krachtens zijn rol als drager van een nieuwe orde, vrij is van de zonden en kwade mogelijkheden waarvan de christen gelooft, dat zij het gehele menselijke bestaan aankleeft; 3e. hij leert het materialisme en het determinisme, dat niet te rijmen is met het christelijk geloof in de mens als een persoon, naar Gods beeld gemaakt en Hem verantwoording schuldig; 4e. hij bezigt methodes jegens zijn tegenstanders en jegens zijn leden, aan wie een volstrekte trouw gevraagd wordt een trouw, die alleen Gode behoort; hij voert een dictatoriale politiek, die ieder aspect van het leven beheerst.

Het moet opvallen, dat hier geen enkel bezwaar tegen de sociaal-economische doelstellingen van het communisme wordt geopperd. De discussie daarover ligt op een ander viak!

Wel wordt, tegelijk met het communisme, elk systeem afgewezen dat niet alleen onderdrukt, maar ook niet voorziet in middelen om tegen onderdrukking op te komen.

Kan men zeggen, dat het rapport over het kapitalisme aarzelender is? Als dat zo schijnt, dan komt dit, omdat de definitie van kapitalisme uiterst moeilijk is. Niet wetenschappeiijk-economisch, maar sociologisch. Waar komt kapitalisme voor? Meestal is het, soms vrij krachtig, vaak ook geringer, gefatsoeneerd. Maar toch wordt het kapitaiisme afgewezen. Helaas spreekt dit niet zo sterk tot de verbeelding, omdat wij wel van het communisme een georganiseerde partij kennen, maar wij van het kapitaiisme geen adres weten. Terwijl het kapitalisme een taai leven heeft en als elke duivel velerlei gestalten kan aannemen, treedt niemand naar voren, als kapitalisten opgeroepen worden. Het woord wekt gêne. Dè,t is ten minste gewonnen.

De reden van afwijzing, in het rapport aangegeven, zijn ook (van wege het evenwicht) vierderlei. le. Het kapitalisme heeft de strekking menselijke nood beneden economische voordelen te stellen; 2e. het heeft de strekking ernstige ongelijkheid te veroorzaken; 3e. het heeft een practische vorm van materialisme ontwikkeld in het Westen ondanks de christelijke achtergrond door zulk een zwaar accent op geldverdienen te leggen; 4e. het heeft massa’s in sociale catastrophes gedreven, zoals werkloosheid.

Communisme en het „laissez-faire kapitalisme” worden dus beide veroordeeld. De toevoeging van dit „laissez-faire” dat er oorspronkelijk niet stond heeft een aparte geschiedenis. Het moest maken, dat niemand schuldig kon worden verklaard, want dit ongebonden kapitalisme wil niemand meer. Toch is ’t duidelijk, dat die enkele toevoeging op voorstel van de Amerikaan Charles Taft gedaan, die anders haast niet bij zijn broer, Robert, de presidentscandidaat, durfde aankomen! de eigenlijke strekking van dit anti-kapitalistisch gedeelte onaangetast laat.

Wat moet de kerk doen?

Hier komt een wending in het rapport, die eerst de ogen doet knipperen, maar bij nader inzien zeer zinvol is. Ach, het is eigenlijk zeer simpel: „De belangrijkste bij-

drage, die de kerk kan geven tot de vernieuwing van de maatschappij is haar eigen leven vernieuwen in geloof en gehoorzaamheid aan haar heer”. Hoort men, dat hier niet het felle, eenzijdige van iets te moeten zeggen voorop staat? En eigenlijk ook niet iets te moeten doen? Neen, in veel dieper lagen moet de genezing worden gezocht: de kerk moet vernieuwd worden. Let wel: ter wille van de samenleving. En dan vernieuwd door een andere zienswijze.

Ik meen, dat hier op een treffende manier de verhouding van kerk en samenleving weergegeven wordt. De kerk, vreemd element in de samenleving, moet door haar wijze van leven de maatschappij vormen. Het is niet ’t protest, ’t profetisch woord, de leerrede, die ’tdoet in eerste instantie, maar het leven-der-gemeente. Tegen de achtergrond daarvan krijgt pas al ’t andere, dat wij het „spreken der kerk” noemen, zin. En dit is ook de diepste reden, dat in de oorlog het woord „gemeente-opbouw” viel als voorwaarde voor alle andere werk van de kerk in de wereld.

Maar dit leven-der-gemeente is niet een stille en aangename zaak. Het is niet ’t klimaat van een gezin van geslaagde burgers met twee nette kinderen en groente uit eigen tuin. Het is een zaak, waarin alles omgaat, precies als in „de wereld”. Maak de rassenkwestie in orde, zorg, dat nationale en sociale hindernissen verdwijnen, zegt ’t rapport. Dat is niet terzijde, maar in de gemeente, in de kerk een kwestie, die gij op christelijke, bijbelse wijze moet oplossen. Als gij daar in ernst aan bezig zijt, dan kunt gij wat gaan zeggen, en het zal gehoord worden. Indien niet, dan kiinkt uw woord als in een echo-loös land.

Zeker, en dan moet dat andere óók gebeuren: het spreken tot overheid en volk, actueel, ingaand op de noden en liefst niet alleen over de totalisator. Dan zegt gij neen tot de christelijke partijen en dan roept gij de christenen op de verschillende posten der wereld samen om over hun concrete taak te denken. Maar dat heeft alleen kracht, wanneer de wereld ziet, dat gij in een nieuwe gemeenschap geworteld en gegrond zijt.

Wij kunnen, dunkt mij, met dat rapport van de 3e sectie der Assembly het voorlopig wèl doen.

L. H. RUITENBERG.

'Bentveld-n'miius

Vacantiecursus voor huisvrouwen van 27 Sept.— 1 Oct. te Bentveld

Nu de vacantie voor huisvrouwen weer achter ons ligt, wil ik graag aan het verzoek van onze leiding voldoen en er iets over vertellen. Als je zo pas binnenkomt en al die vreemde vrouwen ziet, waar je vier volle dagen mee om moet gaan, dan voel je je wel wat onwennig. Die onwennigheid gaat echter spoedig over als je een maaltijd te zamen hebt genoten en een avond naar een lezing hebt geluisterd.

De lezingen waren van zeer verschillende aard, de één zal meer gevoeld hebben voor de lezing over: Sociaal werk in verband met het gezin, de andere weer voor een andere lezing.

Ik voor mij heb veel gehad aan de lezing over Duitsland. Vooral als iemand, die er zelf geweest is. er over vertelt, overtuigt het veel meer, dan wanneer je hetzelfde leest.

De zangavond bewees, dat er heel wat goede stemmen onder ons waren. Onder de aardige, pittige leiding van juffrouw Schonewille, hebben we In korte tijd verschillende gezellige en vlotte liedjes geleerd. De manier waarop het ons geleerd werd, werkte wel op de lachspieren van enkele dames, die blijkbaar nog nooit iets dergelijks hadden