is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 6, 30-10-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de collectieve investeerders zijn nl. ten aanzien van het deelnemen in risicodragend kapitaal sterk beperkt door allerlei regelen die met het oog op de veiligheid hunner beleggingen zijn gegeven. De reserveringen van het bedrijfsleven zijn uiteraard voor die bedrijven zelf bestemd. De functie van de particuliere belegger is nu echter juist, dat hij het hem uit bepaalde bedrijven toevloeiende inkomen doorgeeft naar andere en met name juist ook -naar met groot risico gepaard gaande ondernemingen. Juist hij treedt vaak op als promotor of oprichter, hetgeen nu eenmaal extra risico’s geeft, welke natuurlijk alleen worden aanvaard wegens de kans op extra grote winsten. Hij vertegenwoordigt dus het bij uitstek dynamische element op de kapitaalmarkt. Waar we momenteel in geforceerd tempo het productie-apparaat en de afzetmarkten moeten uitbreiden, is het lamleggen van deze activiteit een zeer ernstig nadeel.

Zoals uit het voorgaande blijkt, is het dus niet mogelijk de inkomensverdeling te zien als een op zich zelf staand vraagstuk. Het gaat er immers niet alleen maar om of iemand een inkomen heeft (uit dividend tantièmes, of welke bron dan ook) dat zo en zo veel maal groter is dan dat van een arbeider, maar men moet tevens vragen wat hij met en ten gevolge van dit inkomen doet. Waagt hij iets nieuws? Gaat hij, als hij ondernemer is, denken over nieuwe combinaties? Gaat hij de boer op naar verre landen? De in druk is zeer algemeen dat hij dit niet doet en wel in zeer sterke mate, omdat de kwade ikansen voor hem zijn, maar de winsten door de fiscus worden weggepakt.

Zowel nationaal als internationaal (verkiezingsuitslag Benelux, enz.) ligt de situatie zo, dat het Nederlandse volk de activiteit van de particuliere ondernemers als basis van het productieproces wil behouden Daar kunnen we, ook voor zover we dat anders zouden willen, zo een, twee, drie niets aan veranderen. Als democraten hebben we het bovendien te aanvaarden. Onze nationale verg,rming maakt voorts een sterk djmamisch productieproces nodig. We moeten immers, zoals hierboven al is gezegd, in veel sterker mate industrialiseren dan andere landen. Dus zullen we er daarom goed op moeten letten, dat we de dynamische kracht in dit proces, d.i. de ondernemer, niet verhinderen zijn werk te doen, want door dit laatste zouden we alleen de nade-> len van het kapitalisme overhouden, zonder de voordelen. Elk systeem dat de expansie bevordert (desnoods ook een gecentraliseerde, gesocialiseerde samenleving als in Rusland) is op dit ogenblik economisch gesproken de overweging waard. Slechts één stelsel is, wederom: economisch gesproken, al bij voorbaat verkeerd: een stelsel dat gericht is op het behoud van de bestaande niveau’s.

Dit zijn echter waarheden die de vakbeweging in veel opzichten niet „liggen”. Zij betekenen immers niet alleen de erkenning dat momenteel vergroting van de winsten en van de ongelijkheid onvermijdelijk zijn, maar bovendien, dat zulk een vergroting van de ongelijkheid, ondanks de grote schaduwzijden, nuttig moet worden geacht. Het is natuurlijk heel goed mogelijk dat een dergelijk soort realistische politiek door de arbeiders niet zou worden begrepen en dat bijvoorbeeld de arbeidsvrede zou worden vernietigd. Het is ook heel goed mogelijk dat men een zo belangrijke mate van herstel der oude ongelijkheid ongeoorloofd acht. Daar zijn zelfs pakkende argumenten voor. Men moet dan echter goed weten dat men gelijkheid momenteel alleen kan kopen met een zeer ernstige vertraging in de

groei van het nationale inkomen. De situatie is dus zeer netelig. Materiële welvaart is immers niet alleen maar een stoffelijk genot, maar vormt, zoals de oude Grieken en Marx heel goed wisten, de voorw?larde voor culturele bloei.

Kan men uit de impasse geraken door de verantwoordelijkheid voor de tot nu toe gevolgde politiek verder te weigeren, (ai dan niet samen met de P.v.d.A.) in de oppositie gaan en te gaan ageren voor socialisatie en rechtstreekse overheidsinvestering? Het is zeker de overweging waard, maar het antwoord is niet eenvoudig. Zulk een actie is alleen dan niet een verzameling holle woorden, indien men een concreet plan heeft, of op korte termijn maken kan, voor de tot stand te brengen industrialisatie. Laten we nuchter zijn: zulk een plan is er niet en niemand weet hoe een plan in de orde van grootte die hier is vereist er uit zou moeten zien. De uitvoerbaarheid wordt voorts ook beïnvloed door hetgeen

de Belgen er van zouden denken, do’or de moeilijkheden van een zo typisch op builandse handel gericht land als het onze, enz. De uitweg ligt dus in geen geval meteen open.

Voorlopig zal men dus de geschetste moei lijke keus moeten maken. Ik ben geneigd om de welvaartsvergroting in een zo nabij mogelijke toekomst, te verkiezen, boven de gelijkheid-nu. Het uitblijven van meer welvaart zou een druk zijn waarvan wij ons de grootte, na de opbloei waar we vanaf 1880 aan gewend zijn geraakt, nauwelijks meer goed kunnen voorstellen. Maar een dynamische ontwikkeling eist een ongewone mate van inzicht en zelftucht bij de arbeiders en ik acht mij zeker niet gerechtigd om de vakbewegingsmensen, van wier beslissing zoveel afhangt, op dit punt voor te schrijven wat mogelijk is en gebeuren moet. De bedoeling van dit artikel was dan ook alleen om de samenhangen uiteen te zetten en ter overweging te geven. R. EVERÏö

In de werkplaats der Prot. Chr. Werkgemeenschap

Algemene Mededelingen

Zodra het nieuw gekozen bestuur vergaderd zal hebben en een dagelijks bestuur zal zijn aangewezen, zal de gewestelijke opbouw van de afdelingen krachtig worden aangepakt. De bedoeling is, dat de afdelingen verbonden zullen worden door de band van een gewest, welk gewest speciaal zorgen zal, dat het leven der afdelingen zich actief ontplooit en voorts gewestelijke weekends zal organiseren. Bil het houden van gewestelijke samenkomsten wint de Zaterdag aan betekenis, valt de tijdnood weg en kan het kader in ruimere verhouding worden bereikt.

Wij vragen aan al onze secretarissen in de tweede helft der maand November 1948 een huishoudelijke vergadering uit te schrijven, daar de mogelijkheden te bezien en de richtlijnen toe te passen, die zij centraal zullen ontvangen. Indien de afdelingen een dergelijke vergadering in de tweede helft van November uitschrijven, zal het algemene bestuur vergaderd hebben, het dagelijks bestuur zijn aangewezen en de mogelijkheid van het aanwezig zijn van een bestuurder op deze vergadering eveneens vergroot zijn.

Wij nemen voorts aan, dat de afdelingen een winterprogramma zullen samenstellen en dat zij althans twee vergaderingen als openbare vergaderingen zullen houden.

Wanneer iedere afdeling op zich neemt, in overleg met de gevormde of nog te vormen gewesten, een nieuwe afdeling te stichten, zal de Gemeenschap niet alleen spoedig het dubbele getal afdelingen tellen, doch landelijk veel meer dan het dubbele kunnen betekenen. In dit verband wijzen wij er op, dat het centrale secretariaat (van de Partij) aan alle secretarissen van de afdelingen een rondzendbrief, uit te reiken aan alle leden van de Partij, heeft doen uitgaan, waardoor de leden er naar wij hopen spoediger toe zullen komen om op te geven tot welke werkgemeenschap zij willen behoren.

Ofschoon de geldelijke regeling eerst nog in het bestuur van de werkgemeenschap besproken zal worden, verzoeken wij de secretarissen (penningmeesters) van de afdelingen reeds thans een begroting aan ons secretariaat in te zenden. Wij kunnen geen bedrag aan de Partij aanvragen, indien wij niet weten hoe de geldelijke toestand der afdelingen is.

„Doorbraak” is voor de laatste keer aan alle leden van de Werkgemeenschap verzonden. Het nummer van November krijgen deze leden derhalve niet gratis meer. Dit betekent, dat wij de afdelingen dringend verzoeken, hiervan niet alleen goede nota te nemen, doch vooral na te gaan, wie zich reeds als abonnent heeft opgegeven. „Tijd en Taak” behoudt de eigen plaats en de vrienden kunnen deze actie onverzwakt doorzetten.

De Werkgemeenschap heeft nu een eigen giro en wei nummer 522.292. Mogen wij de secretarissenpenningmeesters dringend verzoeken alle gelden, de Werkgemeenschap en „Doorbraak” betreffende, alleen op dit gironummer te storten? Derhalve niets meer op onze persoonlijke rekening! Wie zijn abonnementsgeld voor „Doorbraak”, of de bedragen der afrekening van de lectuur betalen wil, gebruike onze eigen giro en girere dadelijk. Onze courant kost natuurlijk veel geld' en elke abonnent die zelf betaalt, spaart ons tijd en geld uit. Het spoedig afrekenen ook van de verkoop der lectuur is evenzeer nodig.

Leestafelnieuws

Jim Corbett. Menseneters van Kumaon. Vertaald door Jan Spierdijk. Uitgave Contact, A’dam, 1948. 202 blz. ƒ2,90.

Dit boek vertelt over de jacht op mensenetende tijgers in India. Het werd geschreven door een beroemd tijger jager. Een grote kennis en liefde voor het oerwoud, de roofdieren en voor de inheemse bevolking straalt u uit dit boeiende boek tegen, dat ik iedereen aanbevelen kan, die van dit soort lectuur houdt.

Prof. dr Ph. Kohnstamm. Keur uit het didactisch werk van ... Uitgave N.V. Wolters, Groningen, 1948. 477 blz. ƒ17,50.

Dit boek zal wel een der klassieken blijven in onze Nederlandse paedagogische literatuur. Er bestaat een onder leken ruim verbreid misvérstand, dat paedagogie niet aan te leren is: je kunt het of je kunt het niet en dan zijn er nog andere, die menen dat het niet veel anders is dan toegepaste psychologie. Hun beiden zou dit boek een eminente dienst kunnen bewijzen. Aani de eersteni zou het leren, hoezeer de wetenschappelijke bezinning op opvoeding en onderwijs de practijk kan helpen en speciaal Kohnstamm heeft in zij.n meesterlijke studies over „Leren denken” heel wat traditionele lekenpraatjes ontmaskerd, aan de anderen touden sommige hoofdstukken ook van dit boek, naast het onvolprezen Persoonlijkheid in wording duidelijk kunnen maken, in hoeverre paedagogiek toch nog iets heel anders is dan psychologie. Er ligt mooie ontwikkelingslijn in de geschiedenis dek moderne Nederlandse paedagogiek; Gunning, de grondlegger, vanuit de practijk tot de wijsheid, Kohnstamm, vanuit de physica tot de wetenschappelijke nauwkeurigheid en mag ik de lijn doortrekken? Langeveld vanuit de geesteswetenschappen naar de methodische doordenking. Voor mensen uit de onderwijswereld en daar reken ik ook dominees toe, moest de lectuur van dit boek verplicht worden gesteld.

Prof. dr W. J. M. A. Asselbergs (Anton van Duinkerken). Het Wilhelmus, een lezing. Uitgave C. Hafkamp, A’dam. 64 blz. z.j. 1948.

Eigenaardig dat dit boekje gesierd wordt met ’s professors naam en toch is dit, veel meer dan het in het vorige nummer besproken boek (Vondels Leeuwendalers met inleiding door Van Duinkerken), voor mij het werk van Van Duinkerken, zoals zij, die deze S. waarderen, hem kennen uit „Achter de vuurlijn”, „Dichters van de contrareformatie”, enz. enz. Hier wordt met veel vernuft een nieuwe theorie gelanceerd over ons onvolprezen Wilhelmus; om redenen, die ik hier niet kan uiteenzetten, geloof ik er niet aan, maar welk een schat van fijnzinnige opmerkingen, waarmee iedere lezer zijn nut kan doen. Een nobel boekje, aan iedere Nederlander aanbevolen! J. G. B.

Op de administratie van de Vereniging „ONS HUIS is plaats voor een .MEDEWERK(ST)EK in de leeftijd van 25—30 jaar. Naast sociale en culturele belangstelling moet sollicitant kunnen typen, stenograferen en de artistieke verzorging van de uitgaven der Vereniging op zich kunnen nemen. Salaris volgens vakbondsregellng. Uitsluitend schriftelijke sollicitaties aan het Secretariaat der Vereniging, Rozenstraat 16, Amsterdam-C.

mm n"”| GOUD EN ZILVER V 3 n UIJ Iv STEENWEG 39 – UTRECHI