is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 7, 06-11-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,/ Aan \ j' den Heer behoort de aarde ! en haar , \ volheid, jN. Psalm 24 ; 1 /

lid CWI

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Zaterdag 6 Nov. 1948 No. 7 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld • Redactie ' Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48111 A’dam«Z. Tel. 24386

Atonn. btj vooruitbet. per faar fB.OO, halfjaar f 4.25, kwart. fZ.iO plus f 0.15 incasso. Losse nrsfO.ls, Postg. 21876, Gem. giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15. A’damC.

19^8 HET JAAR 1948 EN HET JAAR

Hroromadka, over wiens persoon en werk wij een tweetal artikelen schreven, Is de man, aan wie Karl Barth In September 1938, tijdens de crisis In Tsjechoslowaklje, zijn beroemd geworden brief schreef. Men kan deze brief In zijn geheel vinden In Elne Schwelzer Stlmme, 1938—1945.

Barth zocht het vreselijke van de toenmalige situatie niet In de kraam van leugen en brutaliteit, die van Hltler-Dultsland ultglng, maar In de mogelijkheid, dat Engeland, Frankrijk en Amerika niet zouden begrijpen, dat met de vrijheid van Tsjechoslowaklje, de vrijheid van Europa op het spel stond.

Hij schreef aan Hroromadka: „Ik waag het, de verwachting te koesteren, dat de zonen van de oude Hussieten het verwekelijkte Europa tonen zullen, dat er ook vandaag den dag nog mannen zijn. ledere Tsjechische soldaat, die dan strijdt en lijdt, zal het ook voor ons, en Ik zeg het zonder voorbehoud, zal het ook doen voor de kerk van Jezus Christus, die In de wereld van Hltler en Mussollnl alleen maar belachelijk of uitgeroeid kan worden. Merkwaardige tijden, beste collegay waarin men, wanneer men nog gezond verstand heeft, onmogelijk lets anders kan zeggen, dan dat het ter wille van het geloof gebiedende els Is, de vrees voor het geweld en de liefde tot de vrede vastberaden op de tweede plaats en de vrees voor het onrecht en de liefde tot de vrijheid op de eerste plaats te zetten”.

Er zijn er, die vragen zo o.a. prof. E. Brunner uit Zwitserland of In Tsjechoslowaklje de situatie In 1948 niet precies gelijk Is aan die In 1938 en of het daarom niet nodig Is, dat Barth ook nu weer aan Hroromadka een brief schrijft van dezelfde Inhoud als tien jaar geleden, maar nu niet gericht tegeri Hltler-Dultsland en het Nationaal Socialisme, maar tegen Stalln-Rusland en het Communisme.

De zonen van de oude Hussieten staan Immers op het ogenblik, met of tegen hun wil, In dienst van Sovjet-Rusland, als voorpost tegen Europa. Het éne volk na het andere wordt gedwongen In het Russische front plaats te nemen en Is het niet zo, dat dit Communistische front en het Nationaal Socialistische als twee druppels water op elkaar lijken?

Zowel In ’t Nationaal Socialistische Dults-

land als In het Communistische Rusland komen wij In aanraking met een totalitaire dictatuur, met een politiestaat. Kunnen wij zo’n dlctatuurstaat aanvaarden of kunnen wij dat niet?

Hermann Dleu, een man van de Belijdende Kerk In Duitsland, wijst er In zijn artikel „Der Antlbolschewlsmus als Frage an die Klrche” („Evangelische Theologie”, Juli—September 1948) op, dat In de politieke situatie van het Oosten, waar deze staat al een werkelijkheid Is, een heel andere vraag aan de orde komt, de vraag, hoe men In zo’n staat leven'“ kan. In het Westen kunnen wij deze vraag voor onze broeders, die In het Oosten leven, niet beantwoorden. Voor ons gaat het er om of en hoe wij ons tegen het steeds verder naar het Westen doordringende Communisme verzetten zullen.

Om Dleu nog eens te citeren: In de politiestaat Is er voor de staatsburger geen vrijheid voor persoonlijke politieke verantwoordelijkheid. De staat bepaalt wat gedacht, gesproken en gedaan moet worden. Wat de staat wil, volvoert de staat ook met behulp van het polltlegeweld en het monopolie der propaganda. Ook al hebben de staatsburgers rechten, die In de grondwet zijn vastgelegd, practlsch zijn deze waardeloos, omdat men er zich tegenover de politie niet op beroepen kan. De staatsburger Is dan ook geheel en al prijsgegeven aan de willekeur van het geweld, waarmee de staat zijn wil doorzet.

Over het sociale program van Sovjet-Rusland valt te praten. Socialisatie van grond en productiemiddelen Is ook In West-Europa een open vraag. Voor de kerk Is er In elk geval geen reden, om zich wegens de handhaving van de bestaande politieke en sociale orde tegen het Communisme te verzetten. De kerk zal veeleer de volken van het Westen moeten oproepen, over deze vraag ernstig na te denken.

De moeilijkheid Is, dat er met Sovjet-Rusland niet te praten valt. Sovjet-Rusland heeft de vrije discussie Ingerulld tegen de dictatuur, die zich van het geweld bedient. Sovjet-Rusland onthoudt zijn burgers niet alleen de vrijheid van pers, vereniging, vergadering en meningsuiting, maar het offert hen zo nodig ook naar ziel en lichaam op aan de verwerkelijking van zijn plannen. Zo ontneemt het hun de vrijheid, zonder

welke wij niet als mensen leven kunnen. Wat blijft er ons dan anders over dan verzet tegen Sovjet-Rusland en het Communisme?

Wanneer Karl Barth de kerk van het Westen tot dit verzet opriep Dleu zegt: hij zou zijn brief dit keer in plaats van aan prof. Hroromadka in Praag aan blsschop Dlbellus in Berlijn kunnen zenden zou hij vast en zeker kunnen rekenen op de bijval van alle christenen en nlet-chrlstenen, alle kerkelljken en nlet-kerkelljken. In dit verband Is het nodig te herinneren aan twee merkwaardige feiten.

Het eerste merkwaardige feit Is, dat Karl Barth tot dit verzet tegen Sovjet-Rusland en het Communisme, ondanks de aandrang die van vele kanten In dit opzicht op hem uitgeoefend wordt, niet oproept.

Het tweede, niet minder merkwaardige feit Is, dat hij, toen hij In 1938 tot het verzet tegen Hltler-Dultsland en het Nationaal Socialisme opriep, slechts bij enkelen bijval vond. Zoals men In 1948 verontrust en verontwaardigd Is over het feit, dat Barth geen brief aan blsschop Dlbellus In Berlijn schrijft, zo was men In 1938 verontrust en verontwaardigd, dat hij zijn bekende brief aan prof. Hroromadka In Praag schreef. Die verontrusting en verontwaardiging bleven geenszins beperkt tot de kring van de Nationaal Socialisten. Zelfs In de kring van de Belijdende Kerk, die toch waarlijk niet hoopte op een overwinning van Hltler, was men ontsteld zijn oproep en beschouwde men zijn brief als een bewijs, dat hij ontspoord was en zijn theologische Inzichten aan zijn politieke overtuigingen had geofferd.

Volgens Dleu heeft men ook later nooit erkend, dat Barth gelijk heeft gehad. Het wantrouwen tegen Barths politieke theologie Is In Duitsland sinds het einde van de oorlog Integendeel sterker geworden. Dat hangt samen met het feit, dat de Belijdende Kerk het nooit aangedurfd heeft, de kerkstrijd tot een politieke verzetsbeweging om te vormen. Men meende de strijd voor de politieke vrijheid en de strijd voor de vrijheid der evangelieprediking streng gescheiden te kunnen en te moeten houden. De kerk In Duitsland Is met deze vraag nooit klaar gekomen. De kerk In Zwitserland en In Nederland evenmin.

Warineer men over de betekenis van de twee door ons genoemde feiten nadenkt, komt men tot de conclusie, dat de situatie In 1938 en die In 1948, ook al lijken ze als twee druppels water op elkaar, In wezen volstrekt niet gelijk zijn. De houding van de kerk tegenover de Nationaal Socialistische staat en die tegenover de Communistische staat verschillen van elkaar. Het Is de moeite waard en voor de vorming van ons Inzicht nodig, op het verschil tussen belde nader In te gaan.

J. J. BUSKES Jr