is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 9, 20-11-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MUSSERT OF MOSCOU

Wanneer de een of andere lezer van Tijd en Taak zou menen, dat Barth in 1938 tot verzet tegen het Nationaal-Socialisme opriep, terwijl hij in 1948 niet oproept tot verzet tegen het Communisme, omdat hij crypto-communist is, vergist hij zich.

In zijn brief aan prof. Hroromadka in 1938 zei hij 0.a.: „Aan de mogelijkheid van Russische hulp denkt men hever niet, daar deze, ook wanneer zij effectief zou zijn, zou betekenen, dat men de Duivel door Beëlzebub uitwerpt.”

Barth is noch Nationaal-Socialist noch Communist. Het Europa, dat in 1938 aan de grenzen van Tsjechoslowakije verdedigd moest worden, was voor Barth naast en tegenover het Nationaal-Socialisme en het Communisme de derde mogelijkheid van menselijk samenleven. Deze derde mogelijkheid beschermde tegenover de beide vormen van dictatuur de vrijheid, die ons in staat steit als mensen te leven.

Het Nationaal-Socialisme ontkende deze derde mogelijkheid. De Nazi’s stelden ons voor de keuze: Nationaal-Socialisme of Bolsjewisme! Men herinnert zich het N.5.8.-slagwoord: Mussert of Moscou!

Duitsland liet zich dit alternatief opdrin-

gen en leverde zichzelf uit aan het Nationaal-Socialisme. Van principieel verzet tegen dit alternatief was vrijwel geen sprake. Ook de kerk begroette Hitler als de man, die Duitsland tegen het Bolsjewisme zou beschermen.

Het is wel niet nodig er op te wijzen, dat voor deze keuze tussen de Emivel en Beëlzebub geloofsargumenten en bijbelse motieven zijn aan te voeren.

Dit alles behoort tot het verleden.

Dat dachten wij ten minste tot voor korte tijd. Wij komen echter op het ogenblik tot de ontstellende ontdekking, dat het oude alternatief uit den dode schijnt op te staan en in Duitsland met den dag aan invloed wint.

De Renazificering vervult velen met zorg. Daarbij denke men niet aan een directe herleving van het Nationaal-Socialisme, al zijn daar symptomen van aan te wijzen. Veel gevaarlijker is, dat steeds meer dezen tot de overtuiging komen, dat de gebeurtenissen van de laatste tijd de juistheid van het alternatief „Nationaal-Socialisme of Communisme” maar al te zeer bewijzen. Zijn al de voorspellingen van de Nazi’s over de Russen niet precies uitgekomen?

Maar indien dat het geval is en wie durft het te ontkennen, moet men Duitsland dan nog blijven verwijten, dat het koos voor het Nationaal-Socialisme, om Europa tegen het Bolsjewisme te beschermen?

Zo vragen vroegere Nazi’s in Duitsland. Zo vragen vroegere N.5.8.-ers in Nederland. Dat zij Europa helemaal niet tegen het Communisme hebben beschermd, maar dit veeleer aan Europa hebben opgedrongen, door de sluizen in het Oosten open te zetten, zien ze niet.

Er zijn echter ook velen, die nooit Nationaai-Socialist waren en in 1938 aan een communistisch gevaar niet geioofden, maar die door het opdringen van het Communisme na de oorlog onzeker zijn geworden en in 1948 het Fascisme en het Nationaal-Socialisme niet zo erg meer vinden als zij het vroeger deden. Zij zijn geen Nazi’s geworden, maar wel zijn ze in hun beoordeling van het Nationaal-Socialisme voorzichtiger geworden. Het alternatief: Nationaal- Socialisme of Bolsjewisme, dat zij principieel afwezen, wordt voor hen steeds meer historisch begrijpelijk.

Volgens Diem moet men van uit deze gezichtshoek de voUedige mislukking van de Denazificering jn Duitsland bezien en verstaan. Zij ging uit van de veronderstelling, dat het Nationaal-Socialisme als

zodanig een misdaad was. Deze veronderstelling verliest voor het Duitse volk' al meer aan kracht, naarmate men onder de indruk van de gebeurtenissen in het Oosten, het Nationaal-Socialisme minder erg gaat vinden. Het steunen van het Nationaal-Socialisme wordt een vergefelijke zonde, op z’n best een tekort aan politiek verantwoordelijkheidsbesef. Men ziet het niet meer als een bevorderen van de misdaad. Men pleit er voor, alleen die daden te straffen, die ook zonder samenhang met het Nationaal-Socialisme strafbaar zouden zijn geweest. Het Nationaal-Socialisme als zodanig komt in Duitsland eigenlijk niet meer voor het gericht.

Hoe staat het in dit opizcht in andere landen?

Overal is er de communistische infiltratie en dus wordt ook overal het verzet tegen het communisme teterker. Zij, die al jarenlang op het gevaar van het Communisme wezen, vinden gehoor. Ze krijgen hun kans weer. De Denazificering is hard op weg om in alle landen van Europa met hetzelfde fiasco te eindigen als in Duitsland. Het Fascisme wordt overal ter wereld in 1948 milder beoordeeld dan in 1945.

Voorbeelden?

Wie denkt er in 1948 In Italië over, het Neo Fascisme te bestrijden? Men zou het Communisme bevorderen.

De papieren van het Spanje van Franco stijgen met de dag in waarde. Hoe zal men Spanje buiten het Marshall-plan houden, wanneer men Italië, Griekenland en Turkije tot bolwerken tegen Rusland maakt? Hoe lang zal Frankrijk het volhouden zich zowel tegen de Communisten als tegen de Gaulle te verzetten?

Zullen de westerse bezettingsmachten, zolang het gevaar van een gewapend conflict met Rusland dreigt, niet genoodzaakt zijn, alles in het werk te stellen, om de vroegere Nazi’s voor zich te winnen? Heeft Amerika in Japan deze mogelijkheid al niet tot een werkelijkheid gemaakt? En zijn in Europa de Russen in dit opzicht Amerika niet voor geweest? Als het op vechten aankomt, dan heeft men nu eenmaal mensen nodig, die bereid zijn om te vechtep.

Er is een oud spreekwoord: Victus victori legendat! De overwonnene schrijft aan de overwinnaar de wet voor!

Het alternatief „Nationaal-Socialisme of Bolsjewisme”, dat in 1945 ten dode opgeschreven scheen, begint opnieuw invloed te oefenen.

Het is natuurlijk onzin, wanneer Moscou beweert, dat het verzet van het Westen tegen het Communisme en tegen Rusland in wezen niet anders dan Fascisme is.

Maar men kan niet ontkennen, dat het Fascisme een kans krijgt in dit verzet als bondgenoot te worden opgenomen. Fascistische staten (Spanje) zullen zeer zeker op den duur in het afweerfront hun plaats vinden. En de democratische staten zullen in hun verzet op den duur enkele methoden van de politiestaat overnemen, met het gevolg, dat de grenzen tussen beide staatsvormen zich veel minder duidelijk zullen aftekenen.

Daarom kan het karakter van het anticommunistische en anti-Russische front uitsluitend negatief worden vastgelegd: verzet tegen de dictatuur in zijn specifieke communistische en Russische vorm.

Moet de kerk zich in dit anti-communistische en anti-Russische front laten opnemen? En wanneer zij meent, dat zij dit moet doen, doet zij het dan uit het geloof aan en in gehoorzaamheid aan haar Heer? Kan zij haar beslissing dan bijbels motiveren?

J. J. BUSKES Jr.

gaderen aangedrongen maar juist van onder op, door de partij-democratie, die principieel alles wil voor leggen aan allen, komt steeds de dreiging van het door- en doodpraten der dingen.

Persoonlijk geloof ik, dat zéér veel door kleine groepen vertrouwensmannen en -vrouwen moet worden afgedaan; dat het veelvuldig beroep op de partijgenoten voor organisatorische arbeid moet worden vermeden; dat er vele mogelijkheden moeten worden geschapen op vele terreinen om scholend en vormend te zamen te zijn. Dit moet alles psychologisch-verantwoord bekeken worden. En men bezorge hun, die geen aanleg hebben voor „de organisatie”, ja, die er zelfs voor huiveren, geen minderwaardigheidscomplex, door een soort hiërarchie van waarden in te voeren, waardoor de trouwe vergaderingbezoeker en de organisator op de bovenste sport komt te staan, en hem een „luxe partij leven” verweten wordt.

Misschien kan de Partij van de Arbeid door nieuwe verenigingsvormen op politiek terrein te scheppen, ook in deze zin voorbeeldig werken in Nederland.

L. H. RUITENBERG.