is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 12, 11-12-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. J. BUSKES Jr

De derde mogelijkheid

Wat het politieke leven betreft, kan en mag de kerk niet kiezen tussen Nationaal Socialisme en Communisme. Het zou een keuze zijn tussen Duivel en Beëlzebub. Daartoe wordt de kerk niet opgeroepen door God. Het is haar te doen om de derde mogelijkheid, om de staat, waarin de mens de vrijheid heeft, om als mens te leven en zijn medemensen in dezelfde vrijheid te laten leven. Daartoe, tot de vrijheid wel te verstaan, behoort de politieke verantwoordelijkheid van ieder mens, om mede te bouwen aan een politieke en sociale rechtsorde, die deze vrijheid waarborgt.

Deze staatsbeschouwing heeft iets te maken met het Evangelie.

De kerk weet van de waarde en de waardigheid van de mens, die de mens niet van nature bezit, maar die hij te danken heeft aan Christus, die hem tot Zijn broeder maakte. Wij leven in een wereld, waarin Christus gestorven en opgestaan is, opdat wij met elkaar als mensen in deze wereld zullen leven. Christus is mens geworden, niet om ons tot góden te maken, maar opdat wij, die ons altijd weer verbeelden góden te zijn, weer echt mens zouden worden. De vrijheid, waartoe Christus ons bevrijd heeft, betekent wat het staatkundige leven betreft, dat er geen politieke en sociale machten meer zijn, voor welke wij moeten capituleren en aan welke wij met huid en haar worden prijsgegeven. Op staatkundig terrein mogen wij niet alleen, maar moeten wij leven als mensen,, die God toebehoren en die zich daarom hun vrijheid ten opzichte van al deze machten voorbehouden.

In ieder mens zien wij een broeder van Christus. Daarom heeft ieder mens naar onze vaste overtuiging recht op deze vrijheid.

Daarom staan wij van Godswege altijd aan de zijde van de ontrechten, de miskenden, de misdeelden en tegenover allen, die de mensen van hun vrijheid beroven.

Dat noemt Hermann Diem, wiens gedachten wij hier met onze eigen woorden weergeven, onze aan het Evangelie ontleende politieke maatstaven.

In elke politieke situatie hebben wij ons nu verder af te vragen, wat wij als christenen hebben te doen.

Ik denk nog eens aan het Nationaal Socialisme.

Het Nationaal Socialisme sloot deze derde mogelijkheid volstrekt uit. Het vernietigde elke staat, die voor deze derde mogelijkheid gekozen had. Het bracht de ons van Christus geschonken vrijheid om hals. Daarom moest de kerk het Nationaal Socialisme bestrijden. Het was onmogelijk, tegelijkertijd Christus en Hitler te belijden.

Toch was de strijd tegen het Nationaal Socialisme geen strijd, die gestreden werd voor de kerk en in naam van de kerk. Het was een strijd voor de politieke vrijheid. De kerk heeft alleen het Evangelie zo gepredikt, dat haar leden in de politieke

strijd, die met politieke middelen voor de politieke vrijheid gestreden werd, met een goed geweten konden meestrijden. Helaas hebben lang niet alle Christenen verstaan, dat deze politieke strijd een noodzakelijkheid was, terwijl heel veel niet-christenen dit wel verstonden. In 1938 stonden Winston Churchill en Karl Barth naast elkaar tegenover Neville Chamberlain en de Duitse bisschoppen.

Dit betekende intussen niet, dat er tussen Churchill en Barth geen grote verschillen bestonden. Churchill redeneerde enkel als politicus. Barth deed dat ook, maar hij redeneerde in laatste instantie als christen. Hij rekende met Gods plannen, met het tekort schieten van het geloof en met het gericht van God. Dat deed Churchill niet. Daarom zei Barth in zijn brief aan Hromadka wat Churchill nooit gezegd heeft: „Maar wat weten wij ten slotte van de plannen en de bedoelingen van Gods voorzienigheid? Zeker is slechts dat éne: dat wat van menselijke kant aan verzet mogelijk is, op dit ogenblik aan de grenzen van Tsjechoslowakije gepresteerd moet worden en dat het goede geweten, waarmee men dat doet en met het goede geweten het laatste resultaat daarvan afhangt, dat zo velen, als maar mogelijk is, hun vertrouwen niet op mensen, staatslieden, kanonnen en vliegtuigen, maar op deze levende God en Vader van Jezus Christus bouwen”.

Barth rekende dus met de mogelijkheid, dat het verzet uit zou blijven en uit moest blijven, omdat voor het goede geweten het geloof ontbrak. Het verzet bleef inderdaad uit. Wij herinneren ons de tragedie van München. Hitler kon zonder op verzet te stuiten Tsjechoslowakije binnenvallen. In later jaren is de politieke situatie nooit meer zo klaar en duidelijk geweest als in 1938.

Toen schaarde zich immers de Russische dlctatuur-staat naast hen, die de Duitse dictatuur-staat bestreden. Bovendien werd na het échec in 1938 elke latere keuze ongeloofwaardig. Men kon alleen handelen na eerst schuld beleden te hebben voor het échec van 1938. Dat échec bestond hierin, dat men het parool „Nationaal Socialisme of Communisme” geaccepteerd had.

Het gevaar van éénzelfde échec bedreigt momenteel het gehele Westen. Weer wil men ons de keuze tussen de Duivel en Beëlzebub opdringen.

De kerk zal voor dit gevaar op haar hoede moeten zijn. Zij mag zich nooit een vals alternatief laten opdringen. Zij zal het alternatief moeten afwijzen door de derde mogelijkheid van politieke ordening als de positieve oplossing van de tegenwoordige verwarringen te verkondigen.

Dat moet zij intussen niet doen door politieke programma’s op te stellen, dat is haar taak niet, maar door eenvoudig kerk te zijn en als kerk te leven, door als levende gemeente getuigenis af te leggen van de derde mogelijkheid.

Deze derde mogelijkheid is iets anders dan de „troisième force” in Frankrijk. Dat is een politieke groepering tussen de Communisten en de Gaulle. Ook iets anders dan het standpunt van president Péron in Argentinië, een standpunt tussen extreem kapitalisme en Communisme, of dat tussen Rusland en Amerika, voor het welk de S.P.D. in Duitsland kiest.

Zo’n tussenstandpunt kan heel verstandig zijn, wanneer men zich niet voortijdig wil vastleggen naar links of naar rechts. Het kan ook een zeer te waarderen poging zijn, zich niet door de wereldmachten een keuze tussen Oost en West te laten opdringen. De kerk zal zeker moeten overwegen, of zo’n tussenstandpunt niet aan te bevelen is, om de ideologische tegenstellingen In de wereld wat te verzachten. Best mogelijk, dat zij op een goed ogenblik dit tussenstandpunt aan haar leden moet recommanderen. Maar haar eigen derde mogelijkheid is toch nog iets anders.

Het is er haar niet om te doen de keuze tussen twee kwaden zo lang mogelijk uit te stellen en naar de toekomst te verschuiven. Het is er haar veel meer om te doen, om dat alternatief principieel af te wijzen, omdat zij als kerk van Christus in haar spreken en handelen nooit door politieke mogelijkheden bepaald wordt. Zij leeft niet van de antithese, van het verzet tegen de beide momentele uitersten, maar van het zeer positieve getuigenis van de bestaansmogelijkheid der christelijke gemeente, die als zodanig ook een heenwijzing naar een politieke bestaansmogelijkheid is.

Dit positieve getuigenis van de kerk is altijd en overal en onder alle omstandigheden hetzelfde getuigenis.

De vorm echter, waarin het gegeven wordt, verschilt al naar gelang de politieke situatie is, waarin de kerk zich bevindt. Het is heel iets anders, of de kerk met het anti-communistische front in Duitsland te maken heeft, waar men niet in staat is democratisch te denken en te handelen en dus geneigd, de door de kerk verkondigde derde mogelijkheid als utopie af te wijzen, of dat zij te maken heeft met Amerika, Zwitserland of Nederland, waar men zo zeer in de democratie gelooft, dat men meent de derde mogelijkheid al lang en zonder de kerk gerealiseerd te hebben. En het is nog weer anders, wanneer wij denken aan de kerk in een van de landen achter het ijzeren gordijn, waar de dictatuur-staat het vrije politieke gesprek onmogelijk maakt en de kerk geheel op het getuigenis van haar eigen bestaan wordt teruggeworpen.

Waarmee ik maar zeggen wil, dat wij ons wachten moeten voor algemene regels. De houding van de kerk zal in elke situatie een andere zijn en moeten zijn.

Wij willen dit verduidelijken, door iets te zeggen over de kerk in West Duitsland, over de kerk achter het ijzeren gordijn en over de kerk in de democratische landen van het Westen.