is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 14, 24-12-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer | behoort de aarde ■ en haar M volheid. T Psalm 24 ; 1

Tijd en Tnnh

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR- EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Vrijdag 24 Dec. 1948 No 14 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld • Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam»Z. Tel. 24386

Ahonn. hg vooTuithetpn}aarfS.OO, halfjaar f kwart. f2.io plus fo.ïi incasso. Losse nrs fO.li, Postg. 21876, Gen,, giro V 4500. Adm. N.K De Arbeiderspers, Hekelveld 15. A'damC

W. BANNING

Bij de intocht

Mensen van ons type beginnen, zelfs in de dagen van voorbereiding voor het Kerstfeest, met de spanning, de tweespalt, de verscheurdheid in de wereld. Dit jaar zit ons bizonder dwars de innerlijke onmacht om met de goedwillende elementen in de Republiek Indonesië tot enige overeenstemming te komen, en wij maken ons ten diepste bezorgd over de gevolgen. En als wij daaraan niet genoeg hebben, dan liggen er nog wel een paar van die rotsblokken-problemen, waaraan wij ons kunnen vertillen Is het niet dikwijls zo, dat onze innerlijke blijdschap (en dus ook onze innerlijke kracht) sterft aan onze zwaar genomen verantwoordelijkheid?

Laat ik vandaag iflaar wat tegen mijzelf praten in de hoop, dat hier of daar een van onze lezers daarin iets van zichzelf herkent. Jij moest zo zeg ik dan tegen mezelf eerst weer eens erkennen, dat er met Kerstmis gezongen wordt. Alle eeuwen door hebben de gelovigen móeten zingen: Komt verwondert u hier mensen .. Daar is uit ’s werelds duistre wolken .... en die tientallen andere, dankbare vreugdeliederen. Waarom gezongen? Waarom die overstromende dankbaarheid? Om dit simpele doch geweldige feit: dat God de wereld niet wil laten stikken in haar onrecht en misdaad, doch haar roept tot Zijn heil, dat is tot Zijn Rijk dat God ons mensen niet wil laten ondergaan in misère en verderf, die wij zelf over ons en onze medemensen hebben gebracht, maar ons roept en grijpt om ons te verlossen uit nood en schuld; dat nu begonnen is de alles-omwentelende gang van het Rijk Gods door onze menselijke geschiedenis en een kracht hen toegevoerd wordt, die willen dienen, En jij met je getob en gezorg om alles en nog wat, ook met je eigen teleurstellingen en wonden van binnen jij moest maar es beginnen om heel eenvoudig weer mee te zingen. In dit koor, dat immers geen aesthetisch verzorgde liederen in het Concertgebouw uitvoert, mag je best een menselijk lelijke, schorre en gebroken stem meebrengen, je hoeft nergens te verbergen dat je pijn omdraagt in je hart om je eigen en anderer leven, je wéét toch dat je ook komen moogt in je eigen zielige armzaligheid.... als je maar begint met mee te zingen. Of, mocht je dat te moeilijk vallen.

begin dan ten minste te luisteren naar hoe en wat er gezongen is in de verre vreemde nacht.

En als al luisterende er ook in jou wat wakker wordt van het grote heimwee naar gerechtigheid en vrede en broederlijke gemeenschap, dan weet je weer wat je wel wist, maar het glijdt zo makkelijk uit je bewustzijn weg, en je vindt het niet onplezierig ook dat je met Kerstmis op de JcTiieen moet. Alle eeuwen door hebben de gelovigen geknield bij de kribbe. Omdat dadrin God tot hen kwam, en het waarachtige heil der wereld ons getoond, geschonken werd. Je hebt in al die jaren, dat ja Kerstfeesten vierde —■ in de huiskamer, met de kinderen van de Zondagschool, met jeugdverenigingen en grote mensen al heel wat Kerstverhalen zelf verteld of horen vertellen, en er spelen nu flarden van allerlei verhalen door je geheugen heen. Maar je weet wel, dat alleen die verhalen het deden, waardoor op een of andere wijze de mensen zó werden geconfronteerd met de onuitputtelijke Liefde van God, dat zij er stil onder werden en als vanzelfsprekend op de knieën kwamen. Dan vielen niet alleen alle geleerdheid en aards bezit, maar ook alle macht en voornaamheid weg, dan braken niet alleen alle geweldsaanbidding en heerserswil, maar dan werd in deze knielende mensen de haat- en wraakgedachte weggeschenen, en vielen voor één werkelijk doorleefd moment alle schuld en menselijke slechtheid af. En jij ach, ook met je portie gewichtigheid, waardoor je meetelt onder de mensen, met je gehechtheid ook aan wat van de aarde en van de mens is,' jij moest maar es beginnen om heel eenvoudig met de anderen te knielen. Kijk niet te veel naar anderen; je weet dat er heel vreemde snaken zijn te midden van dat gezelschap .... daar zitten anti’s, roomsen. N.5.8.-ers en communisten onder, en kapitalisten, en gehavende zwervers, en vrouwen van de vlakte.... Kijk eerst niet te veel naar de anderen, zo lang je knielt voor God-met-ons. En als je dat te moeilijk mocht wezen, dat knielen, laat dan in elk geval de stilte van de heilige nacht jou mee omvangen, waarin het vermoeden rijst, dat alleen Gods Liefde genezen kan van alle pijn.

Moet je jezelf nog een oude veel verwaar-

loosde waarheid te binnen brengen, die wezenlijk bij Kerstmis behoort? De mensen zeggen: liefde maakt blind. Met Kerstmis weet je: deze Liefde, die van God komt en indaalt in onze nood, maakt ziende misschien mag men zeggen: helderziende. Je kent de oude verhalen: wie eenmaal knielden bij de kribbe van Bethlehem, zijn opgericht tot een nieuwe kracht, tot nieuw strijden en dienen. Zij hebben God gezien, en de universele heilige kracht van Zijn Liefde en dus hebben zij nu, nu pas wezenlijk, de broeder gezien. Dat hele stelletje, waarvan ik zo pas maar een paar per etiket aanduidde, is knielende omvangen door het Licht van Christus maar dan zie jij de kapitalist en de anti, de zware jongens en de N.5.8.-ers-van-vroeger anders aan. Niet jouw moeite en leed, niet jouw eenzaamheid en smart zijn belangrijk, maar die van de broeder. Niet jouw eigen nood voel je nu het zwaarst, maar die van de naaste, van de wereld Ben ik nu weer terug bij het begin, nl. dat wij ethisch zo zwaar tillen en onder onze verantwoordelijkheid gebukt gaan?

Ja en neen. Ja, in zover als een wezenlijke confrontatie met Christus ons steeds weer terugvoert naar de wereld en haar nood. Daartoe is Hij in de wereld gekomen: om het wezen van de Liefde Gods te onthullen, om een begin te maken met de beslissing over het komende Rijk, om de „wereld te redden” zo is het door de eeuwen heen gezongen: „Hij kwam om de wereld te redden”, en dat betekent nog steeds, dat zij die Zijn naam willen en mogen dragen, in de wereld de strijd voeren voor gerechtigheid en vrede en broederlijke gemeenschap. Ja dus wij hebben een verantwoordelijkheid, en zijn op dit punt ziende, helderziende geworden. Met alle pijn, die daarbij hoort.

Maar toch ook; wij behoeven niet zwaar te tillen en onze verantwoordelijkheid behoeft ons niet te breken. Kerstmis betekent: God is met ons, ook in onze nood en zorg. Wij behoeven niet te dragen, Hij draagt, ook ons in ons getob en geploeter. Wij behoeven het Rijk niet te bouwen, het Rijk bouwt ons. Kerstmis is niet een schone droom van een ver ideaal, maar konkrete werkelijkheid. Niet in die zin, dat de wereld volkomen straalt in goddelijk Licht, maar wel zo, dat het Licht er is, nu en hier. Bij al onze mislukkingen en teleurstellingen, ook bij scherven van geluk en ruïnes rondom: de Liefde die ons leven richt en draagt, die moeden opricht en schuldigen vergeeft en gewonden geneest, is de fundamentele en reddende kracht, nu en hier. En ik mag meezingen en luisteren, mee knielen en aanbidden, om dan te worden aangegord tot nieuwe kracht en bereid tot nieuwe dienst. Zingende en knielende leer ik de oude bede nastamelen: doe intocht. Heer in mijn gemoed.