is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 15, 08-01-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaar van verkenning

Ondanks het vele opzienbarende, dat het afgelopen jaar gekenmerkt heeft, zal 1948 in de wereldgeschiedenis toch niet de bekendheid verkrijgen van het in Europa althans allerwege herdachte 1848. Daarvoor waren al deze gebeurtenissen te zeer logisch gevolg van een ontwikkeling sedert 1945 en te zeer voorspel op wat ons in de komende jaren te wachten staat. Toch zal men zonder enige speciale gebeurtenis als belangrijk genoeg te signaleren, dit jaar later wel beschouwen als het keerpunt in de machtsverhouding tussen de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten, die dit gehele tijdperk zozeer beheerst. Dit keerpunt zal dan moeten liggen tussen de gelijkschakeling van Tsjechoslowakije, de laatste ietwat wanhopig aandoende uitbreiding van de macht der Sowjet-Unie in Europa en het niet wijken der Westerse mogendheden en de Berlijners voor de blokkade van de oude Rijkshoofdstad.

PRAAG. De staatsgreep der communisten inTsjechoslowakije ter voorkoming van een voor hen ongunstige verkiezingsuitslag was niet alleen belangrijk doordat een brug tussen Oost- en West-Europa hiermede werd opgeblazen, maar vooral omdat hiermede aan geheel West-Europa duidelijk werd gemaakt, dat ook de grootste medewerking op het terrein der buitenlandse politiek en de volwaardige behandeling van de communisten als „echte” democratische partij geen waarborgen biedt tegen gewelddadige machtsuitbreiding van ook het rode totale regime. Masaryks dood werd tot een symbool... en een waarschuwing. In de overige landen achter het „ijzeren

gordijn” voltrok zich hetzelfde proces in een verder stadium: kiemen van oppositie in Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Polen werden gesmoord, zij het, dat dit de oppositie tot ver in de communistische rijen

men zie de strijd om Gomoelka in Polen eer versterkte dan verzwakte. Zeer duidelijk werd dit in Zuid-Slavië, waar het conflict tussen Tito en de Kominform duidelijk aantoonde dat een aanvaarding van de sociale revolutie nog niet de bereidheid tot de volstrekte gelijkschakeling betekent, ook niet bij de Slavische Europeanen; en zeker niet bij die, welke hun nationale onafhankelijkheid reeds jaar en dag met de wapens in de hand verdedigd hebben, niet door de Russen maar door eigen kracht bevrijd zijn en dus ook over een zelf georganiseerd politie-apparaat beschikken. Dat bij een zeer democratisch bewustzijn tot ver in de vakbeweging, zelfs een kleine communistische staatspolitie geliquideerd kan worden, bewezen de Finnen, die heel wat steviger in hun schoenen staan dan de Zweden, die voortdurend uit angst en gemakzucht de Scandinavische samenwerking remmen.

Dat Tito’s rebellie niet alleen grote weerklank heeft in alle satellietstaten, maar zelfs de Russen niet onberoerd laat, bewijzen de massale deserties uit het Rode Leger in Duitsland en mogelijk ook de geheimzinnige dood van Zjdanow, de scherpslijper der Kominform, en gedoodverfd als Stalins opvolger.

BERLIJN.

De neiging die er bij de Westelijke bezetters bestaan mocht hebben om hun onmogelijke positie in Berlijn op te geven, toen de samenwerking t.a.z. van het Duitse vraagstuk volledig vastgelopen bleek, is verdwenen, dank zij de wijze waarop de Berlijners ook onder het Hitler-regime een van de minst gelijkgeschakelde stadsbevolkingen zich tegenover alle Russische dreigementen en verlokkingen gehouden hebben. De luchtbrug, die de Westelijke dwangpositie van slechts de keuze te hebben tussen toegeven of geweld gebruiken, in een derge-

lijke positie voor de Russen heeft doen verkeren, is van een propagandistisch gebaar, juist door het enorme psychologische effect op de Duitsers in het algemeen, tot een zeer ernstige zij het allerminst rijkelijke en zeer dure vorm van voorziening geworden, die ook zijn effect op de Russen en zijn waarde als militaire oefening niet ontbeert.

Zo wordt met de slag om Berlijn door de Sowjet-Unie ook de slag om Duitsland, ja om Europa, verloren,, want zolang de Westelijke mogendheden in Berlijn zitten, kunnen zij enigermate in het oog houden, wat in de Oost-zone gebeurt en kan de nationalistische propaganda voor de Duitse eenheid niet van een ge-Sowjetiseerd Berlijn uit gedreven worden. Daardoor en door de Duitse arbeidzaamheid kon sedert de geldzuivering het Duitse economische herstel met grote stappen voorwaarts gaan, veel minder gehinderd door politieke actie, dan Frankrijk, dat met zijn stakingen een geheel jaar Marshall-hulp weer verspeelde en zelfs dan Italië, ondanks de stembusuitslag die De Gasperi met een coalitie van zijn christen-democraten, liberalen en sociaal-democraten zo stevig in het zadel zette, dat zelfs een aanslag op Togliatti hem niet kon schokken.

EUROPESE SAMENWERKING.

Het Duitse herstel is onmisbaar voor het slagen van het Marshall-plan, dat uiterlijk in 1951 Europa op de been moet hebben gebracht. Daarvoor is echter niet alleen herstel van productievermogen, maar een zo vergaande economische samenwerking noodzakelijk, dat dank zij taakverdeling en rationalisatie op continentale basis, de kosten sterk dalen en het algemene welvaartspeil kan stijgen. Hiervoor is een economisch Duits nationalisme hetzij zelfstandig, hetzij voorlopig als Amerikaans filiaal levensgevaarlijk; te meer omdat daarbij ook dadelijk weer militaire elementen meespreken. Het accoord van Londen legde echter een eerste grondslag voor een Europese Duitsland-politiek en behandeling van de Ruhr als een productie-centrum voor geheel West-Europa. Ook het pact van Brussel, dat onder de indruk van de val van Praag, de militaire en politieke samenwerking van Engeland, Frankrijk en de Benelux een grondslag gaf, was een stap in de goede

eigenschappen: hoge salarissen, prachtige auto’s, hoge verblijfsonkosten enz. Maar de beste vertegenwoordigers van het Indonesische nationalisme, die de toekomst maken, wint men niet. Integendeel. Toch zal van een wezenlijke opbouw niets terecht komen zonder de medewerking van deze Indonesiërs, die men echter door de tweede militaire actie nog meer van ons vervreemd heeft dan ze door de eerste al vervreemd waren.

Wij blijven waarschuwen: én met de militaire actie én met het Federalisme, zoals Nederland het propageert, bevinden wij ons op een heilloze weg.

Het probleem, dat opgelost moet worden, ligt er vandaag nog, zei prof. Schermerhorn op de oudejaarsbijeenkomst van de P.v.d.A. in Den Haag. Hij voegde er aan toe: Men bestrijdt geen zaken van de geest met geweld! Nederland zal de moeilijkheden in Indonesië alleen kunnen oplossen door een sprong vooruit! Wij zijn het geheel met hem eens. Men moet echter al een zeer onwerkelijke idealist wezen, om te geloven, dat Nederland, na al wat er gebeurd is, de geestelijke kracht zal opbrengen, om deze sprong vooruit te doen. J. J. BUSKES Jr.

EEN VRAAG EN EEN ANTWOORD

Het Vrije Volk verwijt de tegenstanders van de militaire actie, dat zij het regeringsbeleid afkeuren, maar er niets tegenover weten te stellen. Het stelt hun de vraag: wat is uw oplossing?

Ons antwoord kan kort zijn: arbitrage! En wij zijn het helemaal niet eens met Het Vrije Volk, dat het nu toch wel bijna iedereen duidelijk is geworden, dat arbitrage een onwezenlijke wens is. Wij zijn het wel eens met wat Schaper over de mogelijkheid van arbitrage in zijn artikel „Een koninklijke uitweg” („Het Parool” van 30 December 1948) gezegd heeft. Arbitrage is geen onwezenlijke wens. De regering wilde geen arbitrage van wege onze souvereiniteit en omdat de Indonesische kwestie een binnenlandse aangelegenheid zou zijn. Wij maken nog een opmerking.

Ook in 1947 heeft men arbitrage afgewezen en toen men met de eerste militaire actie begon, heeft de oppositie gewaarschuwd en gezegd, dat het einde de opmars naar Djokja en de liquidatie van de Republiek

zou betekenen. Men heeft deze veronderstelling verontwaardigd afgewezen. De geschiedenis heeft de oppositie na anderhalf jaar gelijk gegeven.

De oppositie heeft van het begin af gezegd: militair geweld maakt een wezenlijke oplossing onmogelijk. Geweld baart geweld en de moeilijkheden worden groter.

Het is onbillijk om op het ogenblik, dat de juistheid van al deze waarschuwingen duidelijk blijkt, van hen, die van het begin af gezegd hebben: gij kiest voor een heilloze weg, te eisen, een precies geformuleerde oplossing aan te wijzen. De waarschuwing was immers juist, dat er, wanneer men arbitrage afwijst en militair geweld accepteert, geen oplossing te vinden en verdere toepassing van militair geweld de noodlottige consequentie van een eenmaal gedane keuze is. Wij maaien, wat wij gezaaid hebben. De dwangpositie, waarin Nederland zich einde 1948 inderdaad bevond, was geen noodlot, maar schuld. De vloek van de boze daad. J. BUSKES Jr.