is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 19, 05-02-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n Heer hoort de aarde i haar i jlheid. jalm 24 ; 1 y/

Tijd en Tank

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Zaterdag 5 Febr. 1949 No. 19 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld • Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam.Z. Tel. 24386

Abonn. bg vooTuitbet. per faar f 8.00, halfjaar f4.2}, kwart, f 2.30 plus f o.l} incasso. Losse nrs fo. I}, Post§. 21876, Gem. giro V 4}oo, Adm. N. V. De Arbeiderspers, Hekelveld I}, A 'dam C.

DE GEEST VAN CHRISTUS

Het voetstuk van het monument voor Soekarno te Malang

In Malang stond een monument, een huldeblijk voor Soekarno, en een Republikeins gedenkteken.

De „Indische Courant” van 15 Januari bracht het volgende bericht: „Monument verwijderd: 31 December is een monument, dat voor het gemeentehuis te Malang stond en dat een herinnering vormde aan de Republikeinse tijd, door de genie verwijderd”.

Malang kwam na de eerste militaire actie binnen het gebied van het Nederlands militair bestuur te liggen. De Nederlandse militairen lieten het met rust. Na de tweede militaire actie heeft de genie het verwijderd. Deze herinnering aan de Republiek moest verdwijnen. De Republiek, deze eerste overwinning van het Indonesisch nationalisme, moet geliquideerd worden als feit en als idee.

In deze vernietiging van dit monument uit zich het superioriteitsgevoel van de Nederlanden, zoals het zich ook uitte in de foto, in alle bladen gepubliceerd, waarop een geweldige luitenant-kolonel Van Beek staat tussen de gevangen genomen leiders der Republiek.

Deze luitenant-kolonel is de commandant van het korps speciale troepen, dat eerst onder het commando stond van kapitein Westerling. Wij weten, wie kapitein Westerling is: de Turk.

Generaal-majoor Buurman van Vreede, de chef staf van ons leger, wees bij de overdracht van het commando over dit korps aan luitenant-kolonel Van Beek op het speciale stempel, door kapitein Westerling op dit korps gedrukt. De bijnaam „Turcos”, zei de generaal, is een erenaam voor een korps, dat zo gauw vergroeid is met zijn voortreffelijke commandant, dank zij wie het korps is geworden een keurkorps, dat bekend is door de gehele Archipel. En de nieuwe commandant Van Beek roemde kapitein Westerling als „steeds de grootste in dapperheid, durf, moed en zelfopoffering”.

Deze commandant Van Beek is het, die zeer bewust als de grote en de geweldige staat naast de tengere en kleine figuur van Sjahrir. Het Vrije Volk noemde deze foto een blunder. Ik zie haar als een uiting van het noodlottig superioriteitsgevoel van het overheersende ras.

Dit superioriteitsgevoel, dat nog altijd, bewust of onbewust, leeft in de harten van duizenden Nederlanders en dat aan de opbouw van een nieuwe rechtsorde op grondslag van vrijheid en gelijkheid in de weg staat, heeft door de eeuwen heen onze verhouding tot Indonesië bepaaid. In het prachtige zendingsboek „Kerk en Tempel op Bali” geeft dr Swellengrebel er een merkwaardige en veelzeggende illustratie van.

Toen de Hollanders in 1597 voor het eerst het eiland Bali bezochten, ontmoetten zij in Kuta de koning van Bali, die veel belangstelling had voor een wereldkaart, die de Hollanders bij zich hadden. Voor de Balinees is de mens het middelpunt van de kosmos en dus sprak het voor de Balinees van zelf, dat zijn land midden op de wereldkaart moet liggen. Zijn wereldbeeld is Balicentrisch. Bali is, zoal niet de wereld zelf, dan toch het middelpunt van de wereld. Daarom heet de tempel in het oude rijkscentrum Pèdjèng: Pura Puser ing Djagat, Tempel van de Navel der Wereld. Eh iedere dessa heeft zo’n Naveltempel.

Geen wonder, dat de wereldkaart van de Hollanders weinig in overeenstemming was met het wereldbeeld van Bali’s koning. Deze sprak er zijn verbazing over uit, dat Bali „soo cleyn in de caert lagh”. Hij vertrouwde de zaak niet, toen hij zijn gebied zo nietig en aan de rand van de wereldkaart af geheeld zag. Dat paste niet in zijn wereldbeeld. Bij de Hollanders was de geografische kennis groter dan bij Zijne Majesteit het geval was.

Psychologisch was er echter geen verschil. Zij waren even egocentrisch als de Bali-

centrische Balinezen en in hun superioriteitsgevoel trachtten zij zich ten koste van de waarheid tegenover de koning van Bali te handhaven.

De koning vroeg namelijk of Holland groter dan China was en uit overwegingen van prestige beantwoordden de Hollanders de vraag bevestigend. En toen zij daarna de koning de kaart uitlegden, wezen zij hem „Nederlandt, Duytslandt, Oostlandt, Noorwegen ende een stuk van Moscoviën, dan gaff het ali den naam van Holiandt”.

Wanneer men vraagt, hoe wij dat superioriteitsgevoel, dat voor de toekomst van Indonesië en Nederland beide een voortdurende bedreiging is, kunnen overwinnen, zouden wij ter beantwoording van deze vraag een ieder, die het wel meent, willen adviseren het boek te lezen, dat prof. Kraemer over het leven en de arbeid van dr Adriani heeft geschreven.

Adriani heeft het in zijn verhouding tot de Indonesiërs altijd als een belemmering en een kruis gevoeld, dat hij behoorde tot het overheersende ras, dat hij gevangen zat in het feit, dat hij lid was van het volk, dat de politieke meester was van de bewoners van zijn arbeidsterrein. Persoonlijk kende hij het superioriteitsgevoel niet. Hij heeft er zijn leven lang tegen gestreden. De omgang met Inlanders moest naar zijn overtuiging menselijk zijn: van hart tot hart. De befaamde realisten zullen, zegt prof. Kraemer, op deze overtuiging natuurlijk het etiket sentimenteel plakken. Als voorbeeld geeft prof. Kraemer een episode uit Adriani’s omgang met de familie van Kartini. Adriani kwam in 1900 met Kartini in aanraking. Men kan zijn briefwisseling met haar vinden in „Door Duisternis tot Licht”. Zijn brieven zijn documenten van warme vriendschap en diepe levenswijsheid. Jaren na Kartini’s dood correspondeerde hij nog geregeld met één van haar zusters, Sumatri. Na haar huwelijk kwam hij ook in contact met Sumatri’s man, een Javaans ambtenaar. Bij een ontmoeting liet deze man