is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 20, 12-02-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DOORBRAAK

Hoe moeilyk de positie van socialisten in de kerk kan zyn, willen vdj aan een voorbeeld illustreren.

In een niet onvermaard stadje in het hartje van Nederland behoort een aantal leden van de Partij van de Arbeid tot de Nederduits Hervormde Gemeente. Het zijn actieve partijleden, die hun kracht vooral geven aan de Protestants Christelijke Werkgemeenschap van de Partij van de Arbeid. Zij leven kerkelijk mee. Er staat in dat stadje een dominee, geen lid van de Party van de Arbeid, die een goed pastor en een voortreffelyke preker is, zodat ook meerdere socialisten, die vroeger zelden in de kerk kwamen, trouwe kerkgangers zyn geworden. m —rlö flCTlirAn

Men zou denken, dat de leidende tiguren in de Hervormde Kerk van dat stadje zich over dit meeleven verheugden. Niet alzo. Zij zien veel liever, dat socialisme en ongeloof synoniemen blijven. Zij beschouwen deze Hervormden, die socialist zijn, dan ook als vreemde en gevaarlijke rode eenden in de kerkelijke bijt: kerkelijk onvolwaardigen, voor wie men op zijn hoede moet zijn.

Voor het kerkewerk komt men in dit stadje krachten te kort. Slechts weinig gemeenteleden zijn er geschikt voor en de meeste gemeenteleden zijn er ook niet toe bereid. De leden, die bereid en geschikt zijn, maar tot de Partij van de Arbeid behoren, krijgen echter geen kans. De dominee, die niet verpolitiekt is, wilde één van hen als huisbezoeker aanstellen. Een storm van verontwaardiging brak los.

Ongehoord. Uitgesloten. De man was voorzitter van. de Protestants Christelijke Werkgemeenschap van de Partij van de Arbeid. Stel u voor! • Een al wat ouder lid van de kerk, geen lid van de Partij van de Arbeid, die al meer dan vier en twintig j aar zijn beste krachten voor de Hervormde school geeft, wordt weggëwerkt, omdat hij sympathie voor de P.v.d.A. heeft en een vergadering van de Protestants Christelijke Werkgemeenschap, waar de Hervormde ds Bijlsma van Amsterdam sprak, bezocht.

In het Hervormde Verenigingsgebouw „Salvatori” worden bruiloften en desnoods danspartijen gehouden. Zondags worden er diensten gehouden in de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerk, waar prof. Deddens preekt, die de Hervormde Kerk de grote hoer uit de Openbaring van Johannes noemt! Tot meerdere glorie van onze Salvator. Maar de Protestants Christelijke Werkgemeenschap wordt er stelselmatig geweerd, terwijl de Christelijk Historische Unie wel in het catechisatielokaal mag vergaderen.

Een lid van de kerk, dat woont in een huis van de kerk, moet het goedvinden, dat op de blinde muur van dit huis propagandabiljetten van de Christelijk Historische Unie werden geplakt, maar, wanneer de Partij van de Arbeid er een propagandabiljet aanplakt, lopen de Kerkvoogden naar de politie.

iiaax Lit. Het verhaal, dat ik doe, is weinig verheffend en als dominee van de Hervormde Kerk schaam ik mij dood over zoveel gees-

telijke verwording in mijn kerk. Het is alles zo diep en diep treurig. Is het wonder, dat een jong gemeentelid mij schrijft: „Als God ons niet bij de kerk hield, liepen wij er uit”?

Deze man verstaat Goddank, dat de gemeente van Christus nog iets anders is dan dit verwereldlijkte kerkelijke bedrijf, dat bezig is zijn eigen graf te graven. Het is intussen goed, dat wij weten, hoe vele van onze socialistische vrienden in de kerk een zware en moeilijke strijd hebben te strijden.

Wel heel groot is de schuld van kerkelijke leiders, die alles op alles zetten, om deze vrienden, indien dat mogelijk was, voor goed van kerk en geloof te vervreemden. Wij zouden willen, dat onze Synode ook in dit opzicht aan de kerk geestelijke leiding gaf, opdat er een einde kwam aan deze geestelijke tyrannie, die door verpolitiekte kerkeraden en kerkvoogdijen wordt uitgeoefend. Want men wete, dat dit stadje helaas geen uitzondering op de regel is. Van harte hopen wij, dat onze vrienden trouw blijven en volharden. Het is moeilijk. Vooral in zo’n klein stadje, waar ongeestelijke hartstochten zo gemakkelijk vrij spel krijgen. Wanneer zij de strijd van hun zijde op een geestelijke en voorname wijze strijden, zal die strijd de kerk ten slotte tot zegen zijn.

Laten wij hen het zijn er honderden, verspreid over heel kerkelijk Nederland niet vergeten. Zij bijten het spit voor ons af. Zü strijden ter wille van kerk en volk voor de doorbraak. J. J. BUSKES Jr.

30 JAREN

De Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers bestaat dertig jaar. Geen getal, waarbij men daverende dingen doet en zegt. Maar wel een punt, waarop men even kan stilstaan en terugblikken. Ik ga hier niet de geschiedenis herhalen. Zij is menigmaal beschreven en zij is zo weinig schokkend, dat zij in een paar woorden verteld is. Buitenstaanders zullen er weinig „copy” in vinden en pas wie langer deelneemt aan het werk, beseft de indringende waarde er van.

Ja, wie scherper toeziet, wordt wel zeer geboeid door dit werk. Hij ziet, naar het uiterlijk, hoe na de vorige wereldoorlog, vier, vijf leden van de Woodbrookersvereniging een vereniging, die cursussen hield, waarbij het verrassend on-hollands toeging verlof krijgen om de methode, de stijl en het gezichtspunt van het samenzijn der Woodbrookers in het bijzonder te richten op de arbeidersbeweging. Een paar socialisten waren het, uitzonderingen toen in religieus-intellectueel Nederland. Zij vormden geen partij, zij stelden geen programma op, zij wilden „de arbeidersbeweging dienen in religieuze geest”.

Twee dingen vallen op: eerst een groot vertrouwen in de arbeidersbeweging. Zij

zagen door de hardheid, de rauwheid, de strijd om materiële voordelen heen, en wisten, dat daar een zedehjke kracht school. Maar zij wisten vervolgens óók: zonder dat deze beweging _ er waren welnigen binnen haar rijen, die wisten, in hoe ’n groot geestelijk gevaar deze schijnbaar goed georganiseerde beweging verkeerde gesteld wordt voor geestelijke waarden, zal zij haar functie niet kunnen vervullen. De A.O. wilde niet opdringen, zIJ wilde niet met macht komen. Zij kwam met een uitnodlglng, met een vraag. ZU wilde op een open deur wijzen, en op de stilheid van Barchem.

Natuurlijk: er is véél om geglimlacht. Harde strijders, die tot een beslissing op korte termijn wilden dringen, vonden het maar zoet gedoe. Harde denkers zagen geen scherpe lijnen. Men hoonde niet, men gunde hen het pleziertje van wat stilte en verheven gevoelens op de Kaleberg van Barchem. Men vond het alleen maar verspilde tijd.

Maar het werk ging door. Het was geen zware vereniging, die mensen van week tot week bond. Er was geen insigne, en evenmin een dagblad. Maar er was iets ondefinieerbaars, dat velen ging boeien. Wellicht

is het dit: sommigen hadden gemerkt, dat zij er met de standaardwoorden en oplossingen niet kwamen. Te midden van alle zekerheden hadden zij twijfel. En te midden van alle twijfel hadden zij vermoeden van een zekerheid. Dadr, in Barchem, kon men met zijn aarzelingen en zijn twijfel komen. Daar was niemand belachelijk, niemand dom, niemand een ketter. En daar kwamen mensen, die inleidingen gaven op hoog peil. Zij schreeuwden niet en zij kwetsten niet. Zij dienden.

Zulk een werk staat en valt met de mensen, die de leiding hebben. Tl- oio ilr nampr»

Ik doe niemand tekort, als ik twee namen noem: Dora de Jong en Banning. Dora de Jong noem ik het eerst. Niet omdat Bannings aandeel minder zou zijn, integendeel maar omdat Dora de Jong het vrouwelijke element vertegenwoordigde, dat zo kenmerkend is voor het A.G.-werk. Niemand zal mij er van verdenken, dat ik hiermee iets onvriendelijks wil zeggen. Ik ben er diep van overtuigd, dat onze cultuur een groot tekort heeft aan de invloed van het vrouwelijke. Aan de zachtheid, aan het wachten, aan het geduldig zijn, aan de wijsheid, die om véél verstand kan glimlachen.

Banning, als voorzitter al die dertig jaren naast haar. Wij doen niet aan persoonsverheerlijking, en Banning wordt alleen maar kregel, als men naar hèm wijst. Hij staat niet graag op een podium om hulde in ontvangst te nemen. Al staat hij zéér graag op een kansel en voor de lessenaar om luiken open te stoten naar verre gebieden. Banning, met zijn gave om zakelijk te leiden, om helder te leren, om warm te getuigen, droeg in zich de moed om alleen te staan en de soms nog groter moed om solidair te zijn. Hij combineerde het wils-