is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 22, 26-02-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit „Kwatrijnen in opdracht”, de bundel die weldra van onze medewerkster Ida Gerhardt verschijnen zal, plaatsen wij nog eenmaal enkele verzen. Geen dichter heeft, menen wij, zo aangrijpend en eenvoudig dit thema behandeld: de nood van een land dat, van honger en vreemde overheersing bevrijd, zelf de bevrijdende daden niet vinden kan.

IV Stroomop, stroomaf der schepen donkere boeg; Door de bevrijde aarde snijdt de ploeg.

Arbeid en brood. En toch dit smartelijk derven. O staf, die water uit de rotsen sloeg!

M. W. van der Valk. 'Polderland bij Leiden (ets) 1917

LI Door storm ontworpen, in der wateren tucht. Eeuwen beschreven door der wolken vlucht.

Gij trots domein der levende rivieren, Bid om de geest, die u opnieuw bevrucht!

juichen. Misschien echter vernemen we i nog ooit van evenzo bevoegde zijde een ( even zo duidelijke afkeuring en spijtbetuiging over de zwijgzaamheid aan Neder- ] landse soc. dem. kant, ten aanzien van de ; gedwongen sociaal-patriottische gelijkschakeling van tot daartoe socialistische i dagbladen, door S.P.D. instanties tijdens i de eerste wereldoorlog.

Of aan Duitse zijde afkeuring en spijtbetuiging, over de houding der S.P.D. in het verleden, gedaan zijn? Nodig is dat zeer zeker wel, want wanneer men ginds ook nu nog van mening zou zijn dat het nationaal-socialisme geheel onverdiend over hen gekomen is en niet het resultaat was van het uitmoorden der revolutie van 1918, zodat, afgezien van misschien enige Schönheitsfehler, in grote lijnen op het beleid der S.P.D. instanties niets aan te

merken valt, dan... wel, dan is er ook geen enkele reden om van de tussen 1914 en 1933 gevolgde weg af te wijken!

Het is zeker wel aan te nemen, dat de socialistische jongeren in Duitsland de fouten van het verleden, zo zij die kennen, eerlijk willen vermijden, zoals ook de oudere arbeiders die nog herinnering aan 1918 hebben, dit vermoedelijk wel zullen willen. Hun taak is het dan er voor te zorgen, dat die partijleiders of functionarissen die blijkbaar van mening zijn dat de S.P.D. alleen maar pech heeft gehad, uitgeschakeld worden. En dat die mening voorhanden is, blijkt bijv. daaruit, dat een spreker in een redevoering voor radio München tegen de zgn. eenheidspartij in een der laatste maanden van 1947 durfde beweren dat „de soc. dem. partij van Duitsland van het begin van haar bestaan af, sedert 80

(of ’B5) jaren, steeds heeft gestreden voor democratie en humaniteit”.

In waarheid is het echter zoals H. Herbers in „De les van 1918” in Vrij Nederland Intern, informatiebladen (3de jaargang, nr. 7) schreef, dat „de enorme catastrophe dezer partij moeilijk te benaderen valt. Dat de leiding dier partij reeds verlamd was door haar oorlogspolitiek en zij, omdat ze zich over haar houding tijdens de oorlog niet schamen wilde, zich schaamde voor de revolutie.”

Wanneer eindelijk zullen partijbladen zelf zich eens uiten over het Duitse en eigen partijbeleid van 1914 tot aan de tweede wereldoorlog? Enkele jaren na de Machtübernahme door Hitler kon het gebeuren dat een soc. dem. redenaar hier te lande, sprekende over „de toekomst van het socialisme en wij” tijdens de discussie weigerde op gestelde vragen in te gaan, omreden de vragensteller duidelijkheidshalve „namen had genoemd van personen die ten dele nog in functie” waren. Inderdaad was de in 1946 gestorven G. Noske, tijdens het Hitlerregiem burgemeester van Hannover. En omreden ook nu S.P.D.-functionarissen van voor ’33 weer in functie zijn, bestaat er alle kans dat de gebeurtenissen van destijds aan de toekomstige geschiedschrijving zullen worden overgelaten.

Aan het slot van een voortreffelijke beschouwing in Vrij Nederland van 3 Januari 1948 schrijft S. in „Een eeuw Socialisme”: „In een eeuw is ook het socialisme de weg van al het menselijke gegaan, is het bezoedeld, geschonden, gecorrumpeerd en geprostitueerd.”

Waar en bij welke gelegenheden het socialisme zich liet prostitueren, daarover laat de schrijver in dat artikel zich jammer genoeg niet uit, ook niet daarover of naar zijn mening ook nu in Nederland iets van dien aard gaande is.

Duitsland dient uit z’n geestelijk isolement te worden verlost. Inderdaad. En daartoe kan een daad als van de Groningse vrienden die, volgens een bericht in De Vlam van 7 Mei jl., een bij hen in bewaring gegeven, tijdens de bezetting in het ongerede geraakte, Duitse partij vlag door een nieuwe vervingen om ze aan de afd. Emden der S.P.D. aan te bieden, het hare bijdragen. Die vrienden echter, de ontvangers zowel als degenen die de vlag aanboden, dienen te beseffen, dat de in bewaring gegeven vlag, het moge dan een geheel rode of de republikeinse vlag geweest zijn, niet pas tijdens haar verblijf op Groningse bodem in het ongerede is geraakt, maar werd bevuild en geschonden, besmeurd en onteerd vanaf het moment dat opstandige Duitse matrozen in 1917 te Kiel werden gefusilleerd en door de S.P.D. in den steek werden gelaten, tot zij, na de gehele revolutie door aan de verkeerde kant van de barricade te hebben gestaan, ten slotte door Hitler opzij werd geschoven.

Het bewustzijn dat, bij nader toezien, ook de vlag der Nederlandse soc. democratie niet helemaal brandschoon zou blijken te zijn, kan er misschien toe bijdragen het gesprek met Duitse socialisten te vergemakkelijken.

Een eresaluut aan die groepen en enkelingen die te midden van beginselloosheid en verraad, tot in 1933 in Duitsland socialistisch hebben stand gehouden, en een zelfde groet aan trouwgebleven burgerlijke pacifisten, die het evenzo moeilijk hebben gehad. Men dient echter te beseffen en uit te spreken dat, wat van de S.P.D. nog over was en in dat jaar 1933 geliquideerd werd, voor het socialisme in Europa iedere positieve waarde reeds lang had verloren. , A. JANSSEN.