is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 38, 18-06-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oorlog. Een nog zeer prille volwassenheid, die een nu weer openliggende wereld binnen kan gaan.

UIT EEN DAKRAAM. Beneden mij het wriemelend gewemel van mensen, driftig en een beetje zot. Boven mijn hoofd een strakke wolkenhemel.

boven de mensen en de hemel God? Voor hen die bij hun leven niet geloven aan wat er in de bijbelteksten staat, is, zo men zegt, het na de dood te laat te laat waarvoor? Peinzend tuur ik , naar boven.

Ligt het aan mij, dat ik dit in zijn hulpeloosheid en zijn humor zó aandoénlijk vind? Dan het verhaal van een liefde, en dat vers Verwachting is het éérste, waarin Hanny Michaelis het er een beetje te dik oplegt. Maar hoe vrouwelijk, en ook nog hoe meisjesachtig zijn deze verzen, en hoe lief zoiets als dat „Voor de liefste”. Maar zeer snel maakt de argeloosheid plaats voor een lucide inzicht in eigen kwetsbaarheid, in een verloop dat niet meer tegen te houden is en niet tot een blijde vervulling zal voeren

zie ik hem spelen in de zon, het kind dat wij nooit zullen hebben.

Hoe snel gaan zulke dingen hoe kort is de afstand van het popeiende meisje naar de jonge vrouw die een toekomst loslaat.

Het lot is soms verstandiger dan wij ons heeft het tijdig uit elkaar gedreven eer roekeloos het woord was weggegeven

dat geen van ons kon houden, ik noch jij.

Ik ben blij dat de bundel daar niet mee eindigt, met het droevige verhaal van een zo blij begonnen en zo pijnlijk mislukte liefde. Hadden wij in het meisjesportret deze trek willen missen? Ter wille van het meisje wel, wij hadden deze gave groei graag zonder stoornissen zien verlopen. Maar terwille van het portret? Dat is er ongetwijfeld door verdiept en verrijkt, en misschien nog karakteristieker „van deze tijd” geworden.

Maar zijn eigenlijke voltooiing vindt het portret, en zijn werkelijke rijpheid vindt dit jongevrouwenleven toch pas in een van de allerlaatste verzen. Ik ben blij met het In Memoriam dat de bundel besluit, niet omdat ik het een geslaagd gedicht vind, maar omdat het begint en eindigt met de versregel „Meen niet dat zij gestorven is”. Ik geloof dat men die symbolisch op de schrijfster zelf en op de dichter-in-haar mag betrekken, en er een belofte uit aflezen, dat het niet bij een „Klein Voorspel” hoeft te blijven. Maar een Voluit prachtig gedicht vind ik dat wonderlijke „Aan het Water”. Wie zó „de tevergeefs begeerde zekerheden” kan loslaten en ook zonder „al wat eenmaal onontbeerlijk scheen” zijn vrede vinden, is noch in het leven noch in de poëzie meer een beginner.

M. H. VAN DER ZEIJDE.

Het Achterhuis, Uitg. Contact.

Meisjesfiguur van gekleurde was. (Duguesnoi circa 1640, Museum te Rijssel}

AAN HET WATER

De tevergeefs begeerde zekerheden roven het hart zijn nauw verworven vrede en toch: dit alles wordt van geen gewicht wanneer men ziet hoe argeloos het licht

speelt met het ondoorgrondelijke water. Er is geen vroeger meer, er is geen later. Dit zorgeloze spel ontbindt de tijd en maakt zich meester van de eeuwigheid.

zo slinks en tegelijk zo onbevangen dat men verwonderd voelt hoe het verlangen naar al wat eenmaal onontbeerlijk scheen zich oplost in een ongekend sereen

geluk, zo bovenaards en zo volkomen, dat men zich als het water uit voelt stromen, weerspiegelend het eeuwig hemelbeeld en door het licht vol tederheid omspeeld.

HANNY MICHAELIS

Uit: Klein Voorspel.