is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 39, 25-06-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ƒ9.50, ƒ10.50 of ƒ11.50. Echtparen ƒlB.—, ƒ2O.— of ƒ22.—. Kinderen tot 12 jaar ƒs.—. Aankomst Zaterdag tussen 16 en 17 uur. Vertrek Dimdag na de warme maaltijd. Practische mededelingen worden t.z.t. aan de deelnemers gezonden. Opgaven zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor 2 Juli as. aan de Administratie van de A. G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld. Telefoon K 2500 —26728.

DE CHRISTEN IN DE SOCIALISTISCHE BEWEGING

Leiding: mr G. E. VAN WALSUM ds A. VAN BIEMEN

23—29 Juli. Programma :

Opening, Zaterdag 17 uur; Een eeuw socialisme (1848—1948) en de christenen, door N. Stufkens, Zaterdag 19.30 uur. Socialist uit geloof, door ds J. J. Buskes, Zondag 19.30 uur; Christen en neutrale staat, door N. Stufkens, Maandag 10.15 uur; Grondslag en houdbaarheid der christelijke politieke partijen, door D. de Loor, Maandag 19.30 uur; Theocratie en democratie, door mr G. E. van Walsum, Dinsdag 10.15 uur; De christen in gesprek met zijn niet-christelijke partijgenoten, door ds L. H. Ruitenberg, Dinsdag 19.30 uur; De consequenties van het christen-zijn voor de maatschappelijke levensstijl, door E. J. van Spankeren, Woensdag 10.15 uur; Het onvoldragen politieke en maatschappelijke spreken van \de kerk, door mr J. P. Hogerzaal, Woensdag 19.30 uur; Onze culturele taak, door dr Ph. J. Idenburg, Donderdag 10.15 uur; JDe visie van de christen op socialisatie, door mr dr A. A. van Rhijn, Donderdag 19.30 uur; Het compromis als politiek, zedelijk en godsdienstig vraagstuk, door dr W. Sikken, Vrijdag 10.15 uur; Perspectief en opdracht, Sluiting, Vrijdag 19.30 uur. Zakelijke gegevens: Spoedige opgave voor deelneming aan deze cursus is gewenst; adres: Administratie van de A. G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

Cursusprijs naar draagkracht ƒ25. of ƒ27.50 Echtparen ƒ45. of ƒso.—. Kinderen tot 12 jaar ƒls.—. Aankomst Zaterdagmiddag tussen 16 en 17 uur. Vertrek na het ontbijt. Practische mededelingen worden t.z.t. aan de deelnemers gezonden.

Korte aankondiging

le. Dr W. R. v. Brakell Buys Shakespeare De Magiër van Stratford. Uitgave „In den Toren” Naarden, uit de serie De Torenreeks. 67 blz. ƒ2,60. Engele goede, maar geenszins verrassende opstellen over stukken van Shakespeare. Waarom de Engelse dichter Magiër genoemd wordt, bleef me duister en hoe De S. er toe komen kan in zijn mateloze bewondering voor Shakespeare discreet voor te stellen de Bijbel voor Shakespeare te ruilen, is me een raadsel. En een ergernis! Ik stel me voor dat een vader aan zijn kinderen de voliedige werken (ongezuiverd!) van Shakespeare geeft en zegt: „Ga hiermee het leven in!” Wat moeten de stakkers in de noden van het leven er mee beginnen, met Falstaff en de vrolijke vrouwtjes van Windsor?

2e. Balph Bircher. De Hunza’s. Een volk dat geen ziekte kent, vertaald door Hans de Vries. Uitgave: De Driehoek, ’sGraveland, 2e druk, 1948, 147 blz. Een beschrijving van een volk ergens in N.W. India, dat een ideaal leven leidt. De S. die er zelf met geweest is, maar op verhalen' van ontdekkingsreizigers afgaat, maakt er een pleidooi van voor een gezond evenwichtig leven. Telkens weer wijst hij op de tegenstelling tussen onze Europese levensstijl en die van ’t primitieve volkje, waarbij wij er maar slecht afkomen. Men krijgt zo wel een beeld van wat de S. als ideaal voorzweeft, maar ik ben wat wantrouwend geworden, omdat de S. zo critiekloos is en hier en daar onwaarschijnlijkheden opdist; critiekloos ook, want een enkele blik in een boek van vergelijkende taalwetenschap had hem kunnen overtuigen, dat de taal van het volk niet zó onbekend is, als hij voorgeeft. Zo zijn ook sommige taaleigenaardigheden, die hij vertelt, lang niet zo zeldzaam, als hij meent, terwijl ook de historische suggesties twijfelachtig zijn. Overigens komt de leefwijze der Hunza’s treffend overeen met het voedingsideaal van dr Ralph Bircher.

3e. Dr P. W. J. van den Berg. Het karakter der plattelandssamenleving. Uitgave: Van Gorcum, Assen, 1949. 2e omgewerkte druk. 133 blz. ƒ3.90 ing., ƒ4.90 geb. Men vindt hier op handige wijze bijeen, wat talrijke schrijvers over heemkunde en verwante wetenschappen ons hebben meegedeeld over de leefgewoonten op het platteland. Terwijl enerzijds door allerlei factoren bijv. (het gemakkelijker verkeer, de tegenstelling boer-stedeling vervaagd is, zai anderzijds krachtens de aard van zijn onmisbare beroep de boer er een andere levensstijl op na moeten houden dan de stadsmens. Zodoende is dit boek een met sympathie geschreven relaas van wat was en bezig is te veranderen, maar tevens trekt het voor-

zichtig een bestek voor de toekomst. Aangeraden aan wie deze problemen aangaan. 4e. Podium. Literair maandblad. Israëhiummer, afl. April—Mei ’49. Jaarabonnement ƒ7.50. Een boek van 345 blz. gewijd aan het nieuwe Israëi; uitmuntende vertalingen uit het Hebreeuws, verzen en proza, drie interessante essays, fraaie illustraties w.o. een van Mare Ghagall. Wij gewone mensen, die zo niet alle knepen kennen der geheime diplomatie, hebben, wellicht is het ons kwaad geweten! een echte sympathie voor de nieuwe staat 'en daarom zal dit boek wel inslaan, want het is een mooi boek geworden: fraaie gedichten, naar de vertaling te oordelen, een paar aangrijpende verhalen en drie uitstekende betogen: het wrange maar rechtvaardige van Abel Herzberg over Antisemitisme, het rijk-geïnformeerde over moderne Hebreeuwse literatuur van J. Melkman en een essay van F. Sierksma over het Joodse vraagstuk, dat verdient als ~razend knap” geëerd te worden en dat de lijnen doortrekt van een onbijbelse beschouwing van het Jodenvraagstuk, zoals die door M. ter Braak destijds in grote lijnen aangeduid was. Men kan deze beschouwing eenzijdig vinden en toch bewonderen. Van harte aanbevolen. Elders in dit blad nemen we een vertaald gedicht uit dit boek over.

se. K. ter Laan. Folklore van de Joden. Uitgave: Engelhard, Van Embden en Co., A’dam, 1949 266 blz. ƒ6.90. Een bonte verzameling van Joodse sprookjes en legenden. Te waarderen valt, dat de S. de bronnen opnoemt, waaraan hij zijn teksten ontleent. Overigens is de verzameling heel ongelijk en maakt ondanks de systematische groepering een rommelige indruk, verklaarbaar uit de ongelijke waarde van zijn bronnen. Toch is het boekje wel aan te bevelen om menig verhaaltje vol diepe levenswijsheid.

6e. Dr P. J. Bouman. Algemene maatschappijleer. Uitgave: H. J. Paris, A’dam. Eeir boek, dat reeds 'menigeen heeft ingeleid tot die boeiende wetenschap der nieuwere tijd, de sociologie; tegelijk wetenschappelijk verantwoord en helder; kortom een ideale inleiding en daarom van harte aanbevolen, ook al omdat de S. nergens kamergeleerde is maar oprecht partij kiest, waar dit pas geeft.

Red. secr.

» Leestafelnieuws

Fabels van La Fontaine, geïllustreerd door Jeanne Bieruma Oosting, met teksten van J. W. F. Werumeus Buning. Uitgave A. J. G. Strengholt, Amsterdam 1945, 54 blz. ƒ 6,90. Een buitenkansje voor liefhebbers van mooie boeken. Het is eigenlijk veel te goedkoop. Stel u voor een prachtig gedrukt platenboek, groot formaat, twaalf mooie etsen, die ge telkens weer genietend bekijkt, even zoveel mooi gedrukte faibels, een bladzij geestig keuvelend commentaar van Buning, die in de geest wel aan La Fontaine verwant is: beiden schaamteloze epicuristen. Een luxe (boek, o zeker, maar er is luxe en luxe! Jammer dat zulke boeken te veel in handen komen van lieden, die het eigenlijk niet verdienen.

Prof. dr Fr. W. S. van Thienen, Jan Vermeer van Delft. Uitgeverij v.h. Van Ditmar N.V., Amsterdam z.j. (1949?), 24 blz. tekst, 37 grote illustraties, waarvan 9 gekleurd, ƒ 5,90. Dr A. B. de Vries, Jan Vermeer van Delft. Uitgave J. M. Meulenhoff, Amsterdam 2e druk 1948, 120 blz. tekst, 71 illustraties, waarvan 3 gekleurd ƒ 12,—, göb. ƒ 15,—.

Of Vermeer ook in de mode is! In korte tijd kregen we twee boeken over hem ter bespreking. Het is interessant de gekleurde reproducties te vergelijken, op hun onderlinge verschiilen te toetsen, die heel sprekend zijn. Naar mijn lekenoordeel zijn die van het tweede der genoemde boeken het fraaist, maar nochtans hoe ver van het origineel! Beide boeken zijn van wetenschappelijke aard, maar niet zonder enthousiasme geschreven, beide vertellen vaak dezelfde feiten en toch vullen ze elkaar verdienstelijk aan: dr De Vries haalt verder uit, plaatst Vermeer in ruimer verband, gunt zich tijd en ruimte om détaiNkwesties te behandelen, prof. Van Thienen typeert met rake maar beknopte pen. Men moet ziöh niet veibeeiden de schildersschoonheid met ongeoefende ogen te kunnen ontdekken. Zulke boeken leren kijken! J. G. B.

Nederlands volkslied, liederen en canons verzameld door Jop Pollmann en Piet Tiggers, uitgeverij De Toorts 1949, 336 blz. ƒ 3,20, vijfde herziene en uitgebreide druk.

Vergeleken bij mijn exemplaar van 1941 is de laatste druk van deze mooie verzameling direct uiterlijk al aantrekkelijker: steviger band, beter papier. Bovendien is het aantal liederen en canons groter. Een verbetering is ook dat een woordverklaring is en dat in de inhoudsopgave de ccanponist, indien bekend, is vermeld. Voor het gebruik in grote groepen verscheen een tekstbundel. Door het kleine formaat kan het boekje gemakkelijk mee ge-

nomen worden naar buiten. Een pracht bezit voor een gezin, omdat het mooie godsdienstige, maar ook vrolijke volksliederen en canons bevat, waar jong en oud hun vreugde aan kunnen beleven. Zeer aanbevolen.

Mien Labberton. Een jaar bij de familie De Bloeme. Een 'boek tot religieuze inwijding voor kinderen van 7—12 jaar. Muziek van Eveline Sypkens, tekeningen van Rie Knipscheer, 490 blz., derde druk. Uitgave Pioegsma, Amsterdam 1949, geb. ƒ 10,75.

Dat dit voor de oorlog zo bekende boek herdrukt is, zal velen welkom zijn. De aanschaf er van is duur, maar het biedt voor een heel jaar voorleesstof en ik ken gezinnen waar het meer dan eens is voorgelezen op dringend verzoek van de kinderen. Een volwassene mag de beschrijving van het grote doktersgezin, waarvan de ouders hun kinderen een vrijz. prot. opvoeding geven, wellicht wat al te mooi vinden, op kinderen maakt dit gezinsverhaal grote indruk.

Prof. dr M, J. Lange veld. De opvoeding van zuigeling en kleuter. Geïll. met twaalf afbeeldingen, 148 blz., 2e herziene druk. Uitgave H. Meulenhoffy 1949 Amsterdam, ƒ 5,50.

„Een boek voor „doodgewone mensen” in de practijk ontstaan bij de opvoeding van eigen en arrderer kinderen ” zegt De S. in zijn voorbericht. Mijn exemplaar, tien jaar oud, zou stukgelezen zijn als het niet zo solide was uitgegeven, zo dikwijls heb ik het geraadpleegd en uitgeleend. Bij het herlezen nu trof me weer de prettige toon; gemoedelijk en wijs en dus geruststellend. Behalve voor jonge ouders ook zeer geschikt voor 'behandeling op een club en voor leeszalen. R. b. v. R.

Dr L. J. van der Lof, De figuur van Christus in de vrijzinnige Amerikaanse theologie, Arnhem 1949 Van Loghum Slaterus Uitg. 120 blz. Er is van dit proefschrift allerlei goeds te zeggen: het is met kennis van zaken, vlot en met warmte geschreven; 'het vertelt van een bepaalde stroming in bet Amerikaanse godsdienstig denken, waarvan wij niet zo veel weten, het staat tamelijk uitvoerig stil bij Reinhold Niebuhr en Tillich, welke laatste sedert 1933 in Amerika werkt en daar grote invloed verkreeg.

Toch stelt het boek mij teleur. Het is nu eenmaal geen gering vraagstuk, waaraan de sdirijver zich waagt: dat der Christologie. Wie daarover wezenlijk spreken wil, moet ten minste twee dingen goed door hebben: 1. welke godsdienstige motieven de christenen van aUe tijden er toe brachten, om aan Jezus Christus een uitzonderlijke plaats toe te kennen; 2. welke motieven (i.c. in de Amerikaanse theologie) tot een nieuwe bezinning op de plaats van deze figuur hebben geleid. Over het tweede punt vertelt dr Van der Lof aUerlei; maar het eerste punt 'blijft Ja het duister. Ik meen van Niebuhr iets te hebben begrepen, en mis 'bij v. d. een ingaan op de wezenlijk godsdienstige motieven, die 'hem het Amerikaanse liberalisme vaarwel deden zeggen. Zeker, bij N. komt het begrip „openbaring” aan de orde maar waarom? welk godsdienstig motief drijft daartoe? Zeker, N. geeft een eigen opvatting der eschatologie, maar waarom? En waarom leidt dat tot een nieuwe 'bezinning op Over deze vragen, de wezenlijk godsdienstige, spreekt de schr. te weinig. En daarom zal vermoedelijk zijn boek geen rol sjielen in de strijd der geesten in ons land. Wat jammer is.

En hier zijn enkele boeken over wijsbegeerte: Dr P. van Schilfgaarde, Over de wijsgerige verwondering. Uitgave Van Gorcum en Co, Assen 1948, 75 'blz. ƒ2,50.

De wijsgerige mode van vandaag is: de* improviserende, onsystematische ontwikkeling der gedachten. Aantrekkelijk is dit wel: het verplicht de schrijver niet tot consequentie en volledigheid, en de lezer kan genoegelijk meegaan, de aandacht eens laten verslappen, de draad weer opnemen, instemmen of afwijzen. Voor wie nu eens weten wil hóe dat gaat, het filosofisch 'bedrijf, 'kan dit 'boekje nuttig -zijn, ja heel nuttig. Het is bevattelijk, het is prettig geschreven, het zet aan ’t denken over specifiek wijsgerige vraagstukken. Voor een ter zake kundige biedt het geen nieuw gezichtspunt en staat het open voor critiek, bijv. zo: het wonder veronderstelt de verwondering. Als begeleidend gevoel van het kennen kan de verwondering moeilijk, wijl zelf ondoorzichtig èn het kennen en het wonder, als object der kennis doorlichten.

A. Sinclair. Een inleiding tot de wijsbegeerte, vertaald door K. Berg. Uitgave A. Manteau, Tilburg 1948, 178 blz. ƒ 4,90. Een tjqjisch Engels boek: practisch, nuchter, guitige voorbeelden, makkelijk te volgen, hoewel het tot een moeilijke wetenschap inleidt en vooral: wars van diepzinnigheden. Maar het moest heten: inleiding tot de bijzondere wijsbegeerte van de heer Sinclair en die stoppen we dan in het hokje van een pragmatisch geïnterpreteerd Kantianisme, anders gezegd een oorspronkelijke combinatie van Kant en Stuart Mill. Om een idee te krijgen hoe men filosofeert, uitstekend, mits men er niet bij stil blijft staan; daar is dit stelsel heus te vlak voor. J. G. B.