is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 44, 06-08-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE MAAL AMSTERDAM

Zeker, de Assembly van de Wereldraad vorig jaar en het 13de congres van het Internationaal Verbond voor Vrijzinnig Christendom en Geloofsvrijheid, kortweg I.V.V.C. genoemd, dat vorige week bijeenkwam, zijn niet te vergelijken. Het 1.V.V.C.- congres wilde ook niet met de Assembly vergeleken worden. Maar de herinnering aan het machtig gebeuren van vorig jaar is toch niet weg te werken. Dat gold voor ieder, die beide bijwoonde. Helaas was het aantal, dat beide bijwoonde, gering.

Het 1.V.V.C.-congres had groepen vrijzinnigen en vrijzinnige personen opgeroepen. Daaronder waren enige kerken van een bijzondere structuur, meest Unitariërs. Deze Unitariërs zijn ontstaan in de loop van de vorige eeuw, als verzet tegen de leer der Drieëenheid, zoals deze in verschillende protestantse kerken geleerd werd. Zie ik goed, dan is het klimaat van deze kerken enigszins te vergelijken met dat van de Vrije Gemeente in Amsterdam. Voor de rest waren het personen, die deelnamen, zonder uitdrukkelijke opdracht, hun xerk of groep te vertegenwoordigen. Westeuropese kerken waren er als zodanig niet. Tenzij men de Remonstranten en de Doopsgezinden vertegenwoordigd acht door hun lidmaatschap van de Centrale Commissie voor het Vrijz. Protestantisme. Nochtans: de Remonstranten voelen zich blijkens de reis van dr H. J. Heering en ds H. J. de Kievit naar het wereldcongres van de Congregationalisten in de V.S., toch aangetrokken tot dit niet-uitgesproken vrijzinnig, maar in menig opzicht aan de Remonstranten verwante kerkgenootschap. En de Doopsgezinden zullen steeds minder willen volhouden, dat zij een typisch vrijzinnig kerkgenootschap zijn. Aan de afwezigheid van de Tsjechen kon het I.V.V.C. weinig doen. Maar Hromadka was onlangs wèl in Chicester, waar het Central Comitee van de Wereldraad vergaderde. Dit doet de geïsoleerde positie van het I.V.V.C. als Atlantic-pact kerken, als „blank” en westers des te meer uit-

komen. En dat gaf aan het congres iets onwezenlijks. Bij de debatten over theologie, over de wereldgodsdiensten, over de sociale vraagstukken kwam steeds het gevoel bij mij op: goed, goed, maar waar is de Chinees, de Javaan, waar zijn de mensen, die op geheel andere wijze dan wij in de kolking van het heden staan en die gegrepen zijn niet door een idee, niet door een theologie of een wereldbeschouwing, maar door Christus. En die nu hoop hebben en een wonderlijke kracht tot het marteiaar-zijn. Zij waren niet op dit congres. Want zij hebben de discussie van de 19de eeuw over bijbelcritiek en over het gezag van het dogma niet gevolgd.

Dit congres heeft mij er eens te meer van overtuigd, dat de betekenis van het Vrijzinnig Christendom niet ligt in zijn stelsel, maar in zijn openheid. Niet in zijn leer, maar in zijn corrigerend element. Niet in zijn cultuuridealen, maar in zijn moed de wereld tegemoet te treden. Dit is echter thans niet meer het monopolie van het Vrijzinnig Christendom. Wie kennis nam van Tambaram 1938, van Oslo 1947 en van Amsterdam 1948, weet wel beter. Los van deze machtige oecumenische stroom wordt het vrijzinnig-christendom, dat voortdurend zijn christelijke revisie nodig heeft (en ook moet willen nodig hebben) een secte, %en geantiqueerde beweging.

Het is mijn stellige indruk, dat de leiders van het I.V.V.C. dit zo niet allen zagen. Sommigen zagen zelfs niet, dat een gesprek met de Wereldraad nodig was. Het moet tot de eer van de Nederlanders gezegd worden, dat,, voorzover zij invloed konden uitoefenen, zij alles gedaan hebben om de toegang tot de Wereldraad niet te blokkeren.

Er lag, zoals gezegd, iets bleeks over het geheel. Lees, om iets te nemen, de resolutie van de sociale sectie. Daar is vergelijking met de resultaten van sectie Hl (over de maatschappelijke chaos) van de Assembly wèl geoorloofd. De resolutie is er duidelijk op geïnspireerd. Maar terwijl sectie 111

krachtig begint met te wijzen op het Koninkrijk Gods, op de heerschappij van Christus en daarna de oorzaken van de huidige chaos scherp gaat analyseren (machtsconcentratie en techniek) komt de 1.V.V.C.-resolutie niet verder dan te zeggen, dat de christenen en de christelijke kerk gefaald hebben een maatschappij te bouwen op christelijke grondslag. Dat is natuurlijk zo. Maar wij hebben er zo weinig aan, dit te weten. Wij hebben er bovendien niet zoveel aan, te zeggen, dat wij samen moeten werken om door een godsdienstige geest de kwalen van heden te bestrijden. Sectie 111 van de Assembly analyseert helder en onontkoombaar de onhoudbaarheid van het kapitalisme. Daar zijn ze in Amerika boos om geworden, en bankmagnaten hebben daarom tegen de Assembly geschreven. Deze resolutie noemt het kapitalisme echter niet, en iedereen zal er mee in kunnen stemmen, dat wij moeten werken voor sociale gerechtigheid en alle „laissez faire individualisme en alle vormen van totalitarisme” moeten verwerpen. Maar man en paard worden niet genoemd.

Zeker, precies als de Assembly wil deze resolutie een verantwoordelijke maatschappij van vrije mensen en wijst zij, in de zin van Brunner, heen naar een gedecentraliseerde, democratische maatschappij. Maar wij zijn in Nederland en daar waren Engelsen. Wat zegt de resolutie van het rassenvraagstuk, van het kolonialisme? Niets.

Ziet, wie dit alles overdenkt, kan niet anders dan tot de conclusie komen, dat de problemen te veel op een afstand, te theoretisch werden bezien. Wie sectie 111 leest, ziet het lijden van de boer in India voor zich of hoort iets van het machiengedaver in Chicago. Wie deze resolutie leest, ziet ernstige mensen voor zich, die groot verantwoordelijkheidsgevoei hebben. Maar men ziet geen lijdend wereldrond. Voor de oorlog klonken uit het I.V.V.C. de woorden: de wereld heeft het vrijzinnig christendom nodig. Deze kreet werd nu niet gehoord.

Dat is een teken, dat men in de leidinggevende kringen weet, hoe het met het vrijzinnig christendom staat. Men heeft gepoogd hen, die solidair willen zijn met de oecumene èn tegelijk hun verbondenheid kennen met deze vrijzinnig-christelijke stroming, niet voor een conflict te stellen. En, inderdaad, die vrijzinnigen, die bij Amsterdam ’4B ontdekt hebben hoe diep zij verbonden zijn in schuld en glorie met de christenheid over de gehele wereld, zijn nu, door LV.V.C.-Amsterdam niet direct voor een keuze gesteld. Althans niet dwingend. Maar het verschil in stijl, in aanpak der problemen, in wijdheid en harteklop maakt toch, dat men op den duur zijn gevoelscentrum gaat verleggen. Van het tweede Amsterdam naar het eerste. Van de I.V.V.C. naar de oecumene.

Dat zal niet veroorzaakt zijn, omdat bij de oecumene meer mensen samenkomen. Ten slotte, goed beschouwd, wordt de oecumene over de gehele wereld maar door een paar honderd mensen gedragen. Het zal wèl veroorzaakt zijn, omdat bij de oecumene Christus meer geheimenis gebleven is, de uitgangspunten minder in een wereldbeschouwing en meer in het geloof genomen zijn en omdat de wereld en haar leed met dieper ernst wordt benaderd. Het I.V.V.C. heeft de weg naar de oecumene opengehouden. Daar kunnen wij dankbaar voor zijn. Laten wij hopen en wie het kan, laat hij er ook zijn best voor doen dat de oecumene het I.V.V.C. dan ook tegemoet komt.

L. H. RUITENBERG.

gaan in de richting van een tijdeloos ideaal. Zulk een gevoel van eenheid nu geeft het Christelijk geloof en hier ligt de grote kans voor socialistische christenen. Kunnen we volbrengen wat in deze tijd nodig is? Sinds de oorlog hebben mannen in Europa zich ingespannen in een richting, evenwijdig met die van ons in Engeland, en hebben gefaald.

De ondervinding met de bewegingen uit de tijd van het verzet gaf goede hoop, dat Europa zou herbouwd worden op basis van socialisme en democratie, geschraagd door Christelijk gedachtegoed. Deze hoop en dit visioen is in grote lijnen verdampt en verjaagd door de feiten. De Oost-West-spanning bleek in Tsjechoslowakije niet te handhaven. In Frankrijk, België, Nederland en Italië zijn er geweest of zijn er nog min of meer standvastige coalitie-regeringen waarin het socialisme, voor zover het bestond, in een ongemakkelijke samenwerking verkeert met partijen van Rechts of van het Centrum, die niet begerig en positief uitzien naar een nieuwe maatschappijvorm.

Wij in Engeland, en wellicht wij alleen, verkeren, naar het ons schijnt, in de gunstige omstandigheden en beschikken over de grondstof om te voorzien in de nieuwe eisen, die de druk der tijden ons oplegt. Ons volk, hoewel in brede kringen vervreemd van de kerk, heeft nochtans niet heel het

geestelijk kapitaal van het verleden verloren. Het is doortrokken van een traditie, die, of men het weet of niet, christelijk is; de waarden en beginselen, die hun leven beheersen, zijn Christelijk. De beweging, die de huidige regering steunt en draagt, is eveneens, zoals ik heb aangetoond, diep geworteld in ons geloof; de natuurlijke aanleg van ons volk voor een compromis-oplossing, voor het vermijden van uitersten, zijn wapens die voor de hand liggen. Het socialistisch christelijk verbond heeft steeds, ook nu, de leiding bij het mobiliseren van alle socialistische christelijke kracht in ons land. Zij voert deze aan tot de ontzagwekkende taak, die ons, aldus geformuleerd, werd opgelegd door de wereldraad der kerken te Amsterdam 1948:

„Het is de verantwoordelijkheid der Christenen om nieuwe creatieve oplossingen te zoeken die nimmer toestaan dat vrijheid of rechtvaardigheid elkander vernietigen.” De taak is belangrijk; de zaak is dringend. Moge God ons de kracht geven, de visie en de moed om aan de eisen ons gesteld goed te beantwoorden.

rev. JACK BOGGIS,

lid van de nationale raad van de Britse socialistisch-Christelijke League en penningmeester van

de Internationale bond van religieus-socialisten.