is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 46, 20-08-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1 /

Tyd en Taah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOK EVANGELIE EN SOCIALISME TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

z^aicruag No. 46 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld «

Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 lil A’dam.Z. Tel. 24386

Atonn. vooTuithet. per /aar f 8.00, halfjaar f A.2i, kwart, f 2.30 plus f o.l} incasso. Losse nrsfO.l}, Postg. 21876, Gem. giro V 4}oo, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld I}, A'damC

Vacantie

Wie over vacantie schrijven wil, schrijve in de eerste persoon. Ik houd niet van artikels of boekjes, die mij voorschrijven hoe ik mijn vrije tijd moet besteden. Ik wens mijn vrijheid niet ingeperkt te zien door een erg verstandige mijnheer, die zegt hoe ik vacantie móet vieren. Dat „moet” bezoedelt mijn vacantie-idee. Maar ik wil wel luisteren als iemand mij vertelt, hoe hij zijn vacantie doorbracht. U ook?

Ik richt me tot die ene lezer die in een pensionnetje op een regenachtige dag in dit blad zit te bladeren. Luister eens, vriend! Ik heb mezelf betrapt op een verwarring! Op drukke dagen heb ik vaak verlangd naar vacantie om uit te rusten en ik zag als hoogste ideaal van mijn vrije tijd, lekker lang uitslapen en lui niks doen. En nauwelijks was de vacantie begonnen, of ik aan ’t opruimen dat het zweet me op het voorhoofd stond en aan ’t aanpakken, sjouwen, sjorren en draven, dat ik er doodmoe van werd. Dat komt, omdat het woord vacantie dubbelzinnig is.

Vacantie betekent: vrij zijn van Zó verstaan is het iets heerlijks negatiefs, een ontkenning van het dagelijks moeten en juist als de arbeid me drukt, kan ik een mateloos heimwee hebben naar afwezigheid van „moeten”, naar een leegte waarin ik leven kan als een plant: eten, drinken, slapen en zon en regen over me heen laten gaan.

Maar vacantie betekent ook: vrij zijn voor Er zijn talloze bezigheden en ervaringen, die mij in mijn werktijd ontzegd zijn. Daar heb ik dan geen tijd voor! Maar wacht eens, tot het eenmaal vacantie is Vacantie-probleem nummer een: de juiste dosering van de twee vrijheden. Als aanstonds de vacantie afgelopen is, moet ik

uitgerust zijn, fris en opgewekt aan het werk kunnen gaan, gedreven door een echte lust om weer aan te pakken en tegelijkertijd moet ik op mijn werk de prettige herinnering meevoeren aan wel-bestede, tot verzadiging gevulde vacantiedagen, die me verzoenen met mijn alledaagse taak, die me inspireren om een nieuwe vacantie te verdienen.

Goed vacantie-houden is niet makkelijk, vrienden!

Voor mij heeft vacantie iets te maken met gulheid en ik kan me niet indenken, hoe een gierig mens vacantie houdt. Gul zijn met je tijd en met je geld en met je hartelijke aandacht. Er is voor mij, die heel de dag onder contróle van een horloge leef, durf voor nodig om nu eens roekeloos met mijn tijd om te springen; te durven niéts te doen, te durven mijn kostbare tijd (ik ben een gewichtig man, voor wie tijd geld is!) weg te gooien aan beuzelarijen, aan ja zeker aan gezellige kletspraatjes zonder „problemen”, aan balspelletjes en „zakdoekje leggen”. Ik moet durven, zonder achtergedachte aan nuttiger besteding, geld uitgeven voor onnodig vermaak. O, de aantrekkingskracht in de vacantie van speeltuin en kermis en de hoffelijke toon van de kellner: „Wat wensen Mijnheer en Mevrouw te gebruiken?” En dan niet denken aan een hoognodige nieuwe winterjas of een boek. Ik moet gul zijn met mijn hartelijke aandacht. Nu mag ik mijn zoontjes niet afschepen met: „Vader heeft het te druk, jongen” en nu moet ik in mijn zorgzame huishoudster weer eens mijn lieve bruid van weleer herkennen. Goed vacantie-houden is niet makkelijk, vrienden!

Ik wantrouw mensen, die er recepten op nahouden, mensen voor wie vacantie „Zwit-

serland” is, of het „eigen, lang niet genoeg gekende vaderland” of de natuuraanbidders, of de mensen van het hotelletje waar je zo lekker (en zo goedkoop!) kan eten. Vacantie is een zaak van fantasie en improvisatie.

Ik droom van een vacantie, waarin ik, niet al te vroeg, de deur uitstap, op weg naar het station. Maar onderweg zie ik een klein café met een zo raadselachtig opschrift: „In de geslachte os”, dat ik er binnenga en een uitvoerig gesprek aanknoop met dat merkwaardige mannetje, dat me per se een pilsje opdringt, om me te vertellen over zijn hond, die bijna verzopen , was; de natte lebbes snuffelt aan mijn broek. Dan stap ik op, maar aan het station gekomen, is de trein naar Zuid-Limburg juist vertrokken. Heerlijk rust ik uit op het derde perron: dat is nu al mijn derde consumptie! Kijk de mensen eens sjouwen met zware koffers! Toe maar, jongens! Nu neem ik de- verkeerde trein en ga er uit als de zitting me vermoeit en het perronnetje met die leuke geraniums me uitnodigt: een plaatsje, waar ik nog nooit van gehoord heb, maar de man van het kleine restaurantje tegenover het station verzekert me, dat ze een prachtige, nieuwe, zuivelfabriek hebben. Wat zal ik nu doen? Die zuivelfabriek gaan bezoeken, want de baas zal „effe bellen en zeggen, dat er een mijnheer uit de stad is” of een landpad inzwerven: daar wachten me mooie uitzichten, wisselende luchten maar ook insecten, die tussen mijn boordje willen. Kruis of munt?

Goed vacantie-houden is niet makkelijk, vrienden I

Mijn moeder zei altijd, als er geklaagd werd over de drukte: „We hebben de hemel om uit te rusten.” Als het heel goed is, moet vacantie iets weg hebben van een Zondag, die immers rustdag des Heren is, en inleiden tot lijken op de hemel. Onder ons d.w.z. buiten de theologen dan mogen we toch wel van de hemel verwachten dat het er zorgeloos is, een diepe rust en : het eigenlijke zal Gezelle dan zeggen:

„Ik ben een blomme en bloeie voor uw ogen, geweldig zonnelicht ”

Als het heel goed is, mag er toch ook geen vacantie voorbijgaan zonder die stille uren, dat we uitgerust in gras of zand, of luiliggend in een gemakkelijke stoel, ons leven en werken overzien en luisteren, dankbaar en beschaamd, naar de Stille Stem, die in de drukte helaas zo slecht verstaanbaar is. En dan moet ge eens goed luisteren vrienden, want het wil wel eens gebeuren, dat die Stem niet zonder milde humor is over onze gewichtige drukte. Daar zit of lig je dan in de zon en je hoort, dat je uitgelachen wordt. Maar het moet heel stil zijn, echt vacantie! J. G. B.