is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 47, 27-08-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat (om maar één sprekend voorbeeld te noemen) Sovjet Rusland eerst 10 Juli 1942 heeft willen erkennen! Mr H. zegt: Wij moeten aan de hongerenden een zeer concreet stuk brood aanbieden. Ik ben het met hem eens: de honger bij velen moet en kan door de Kerk worden bevredigd. Misschien, zeker wel, met voedsel, dat velen anders zouden wensen. Maar dit voedsel is reddend, omdat het te maken heeft met het Brood van de Avondmaalstafel.

Neen en Ja De Kerk is geroepen zowel de kapitalistische beschaving als het Russische communisme, zowel het democratische socialisme als het overal voorkomende totalitaire militairisme, onder de reddende en heilzame critiek van

het Evangelie te stellen. Zij zal vooral ook zichzelf steeds weer door Christus tot de orde moeten laten roepen. Het democratische socialisme zal alleen een antwoord blijken te zijn in deze tijd van een ten ondergang gedoemd kapitalisme en een vitaal totalitair communisme, wanneer het zijn oorspronkelijke radicale wil tot Gerechtigheid, zijn anti-militairisme, zijn internationalisme, duidelijk zal tonen.

Het bestaande onrecht handhaven mogen we niet. Wij worden opgeroepen tot de nieuwe gehoorzaamheid. In de eerste plaats als Christenen. Ook als democratische socialisten. KB. STBUD

Krijttekening door Emtle de Vries

Geen horizon

Dezer dagen ontmoetten wij iemand, die in zijn druk en ingespannen leven af en toe tijd heeft om kennis te nemen van wat er zo op de boekenmarkt verschijnt. Anna Blaman, Jo Boer, Bertus Aafjes e.a. warrelen dan voor je geest, zo zei hij. „Je leest een bespreking, een literaire kroniek en als de vacantie nadert stap je naar je boekhandelaar”.

„Ik ben een kwartier in de winkel geweest en zag de stapel Anna Blamans in die ogenblikken met acht stuks kleiner worden. Nu ben ik met vacantie geweest en ik heb „Eenzaam Avontuur” gelezen Ook „Kruis of Munt”, en de laatste bundel van Bertus Aafjes. En ten slotte „De Pest” van Camus. Dat laatste had ik in het Frans willen lezen, maar dat is me in de vacantie een te grote opdracht”. Ik keek hem eens aan en zei: „En ?” Toen kwam het antwoord. Er werd bij gevloekt. „Ik heb mijn vacantie met enkele dagen verlengd. Om lucht te krijgen. Figuurlijk en letterlijk. De blauwe hemel boven me en aan de einder, de ruimte voor mezelf, want zó is het léven niet”.

Wij hebben er over door gepraat. „Wat word je vies, van alles en iedereen om je heen”, zei hij. „Ik heb die modderputten tot de bodem uitgeschept, in de hoop nog eén kleinood op te vissen. Eén waarachtig uitzicht op mensen en wereld, eén mogelijkheid om niét van de pier in Scheveningen te springen, met je vrouw en je kinderen er bij. lets vond ik nog in de grootmoeder van „Kruis of Munt”, maar ’k had het gevoel, dat zij er was om alle andere accenten te versterken. Ik kreeg het verlangen een koe te zijn, die zich verheugt in het malse gras; dat het weer groeit en weer groen is. Dat de aarde tot spijs dient, onafgebroken en dat het leven goed is. En als er onweer komt, dan maar in overgave gaan staan met je kop boven de sloot. Dan is het altijd nog vroeg genoeg om te ontdekken, dat de bodem van modder is en vergane planten. Dat is eén. En het tweede is, dat mij al die lichamelijkheid walgt. Ze wordt je nog gesuggereerd, waar er geen sprake van is. Het woord „obsceen” is niet van de lucht. Lees die versjes van Aafjes en zie de tekeningen. Ik had geen horizon meer, alle uitzicht ontnomen door de zwarte brij en klieder van ’s mensen verlatenheid. En ’k vroeg me af: wat heb ik eigenlijk gekocht en wat koopt „men”. Wat is dit voor gegraaf in de donkerte en wat zijn dit voor leugens? Moet mijn volk, moeten mijn kinderen dit als een toekomst ontvangen, omdat er niets anders meer zou zijn? Je weet ging hij voort dat ik geen godsdienstig mens ben in de gewone zin van het woord. Toch weet ik van een gebroken wereld, en dat er een macht is, die de mensen en hun ziel ontreddert. Maar als aan de dingen van het geestelijk leven geen waarde meer wordt toegekend als aan iets, dat geen waarde heeft in zichzelf, dan schijnt zelfs achter deze wolken de zon niet meer. En dat wens ik nu juist te blijven geloven.

Mijn vrouw en ik hebben het er over gehad of we deze ontreddering aan onze grotere kinderen in handen zullen laten. Zonder meer zullen we dat niet doen. Wij hebben iets bedacht. Van de winter zullen wij