is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 47, 27-08-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeugd van Nederland

N.a.v. de Tentoonstelling Jeugd van Nederland, R.A.1.-gebouw, Ferd. Bolstraat, Amsterdam, 19 Aug.—lB Sept. 1949. Openingsuren dagelijks: 10-17 en 19-23. Zondags 13-17 en 19-23.

„Jeugd van Nederland Wilt uw kracht bewijzen! Samen hand in hand. Zal ons land herrijzen.”

Met deze fier gezongen canon en met enige boerendansen, uitgevoerd door leerlingen van de Volksmuziekschool te Amsterdam, werd het programma van de opening van de tentoonsteiling ingezet. Pas daarna sprak de voorzitter een inleidend woord, vóór de Koningin haar openingsrede uitsprak.

De jeugd had de eerste aandacht gekregen. Met deze volgorde gaf het bestuur van het begin af duidelijk te kennen, dat deze tentoonstelling allereerst een beeld wil geven van de activiteiten der Nederlandse jeugd. U hebt in uw dagblad de tekst van de redevoeringen kunnen lezen. Wij hoeven ze hier niet te herhalen. Maar hebt u in u opgenomen dat de jeugd 45% van de bevolking van ons land uitmaakt? U schrikt van het hoge cijfer? U moet het nu wel eens zijn met de voorzitter, dr Mettrop: Jeugdzorg hoort vooraan en niet op de tweede plaats. Niet alle bladen namen op wat de Koningin zei over een door Jo Spier getekend foldertje over ~Pietje”. Wat voor Piet zal er uit Pietje groeien? Een hele Piet, een zwarte Piet, een... vult u maar in. Wat er zo al in Nederland gedaan en verzuimd wordt om Pietje geestelijk en lichamelijk gezond op z’n bestemming in het leven te brengen, dé,t kunt u zien op deze tentoonstelling. Het klonk zo gewoon, die bezorgdheid voor „Pietje”. Te gewoon voor een openingsrede van onze Vorstin? Zij gaf al die deftig aan-

geklede autoriteiten, die de opening bijwoonden, deze wijze raad met het uitspreken van doodgewone woorden, ongeveer in deze trant: Pas op met uw gewichtigheden, met uw statistieken, uw tabellen. Vlak naast u staat „Pietje”. Wat zal er van hem worden? I

U hebt in uw dagblad kunnen lezen welke afdelingen er te zien zijn. Wellicht was uw reactie op het bericht dat de Koningin er ruim twee en een half uur bleef: Het zal wel weer heel groot zijn en dus heel vermoeiend. Mij niet gezien. Dat zou beslist jammer zijn, want deze tentoonstelUng is anders dan andere. Zij verdient ons aller belangstelling. |

Een werkgemeenschap van kunstenaars, begonnen onder de bezielende leiding van Paul Bromberg hij mocht de uitvoering van zijn plannen niet beleven heeft getracht uitdrukking te geven in vorm en kleur aan de gegevens verstrekt door de medewerkende organisaties. Men is er in geslaagd de grote zaal te verdelen en toch een geheel te bewaren, veel te laten zien en toch een indruk te geven van ruimte. Er is een hoeveelheid „handenarbeid” te bewonderen, er is aandacht geweest voor het grote, er is ook zorg besteed aan het detail. Hier is geen sprake van benauwdheid door een opeenstapeling van bezienswaardigheden, maar al lopende geniet je van kleuren, lijnen en ruimte. Gesteld, u hebt genoeg van het bekijken van stands met foto’s, letters en cijfers, maar de jeugd van ons land interesseert u (wie intereseert die niet?) Mag ik u dan eens meenemen voor een bezoek? |

We volgen, na binnenkomst niet meteen de op de gids aangegeven route, maar slaan eerst even links af naar de kinderspeelkamer. Bezoekers met kinderen onder de 10 jaar kunnen hier hun kroost rustig achterlaten: er is goede leiding en heerlijk speelgoed. Kijk ze maar eens timmeren en bouwen en zie die kleuters in de zandbak. We kunnen ze rustig gadeslaan door de ramen zonder glas. Maar we gaan ook even naar binnen, want die kostelijke wandversiering mag u niet voorbijlopen. Hier hangen een serie platen gemaakt van papier, vloei, behang, taartranden, vleeswarencartonnetjes, enz. Neemt u hier nu eens rustig de tijd voor, dan kunnen we daarna gerust enige stands voorbijhollen. Maar we staan weer stil bij Oorzaken van Jeugdbaldadigheid (afd. Gezin 11). Las u al eens iets over El Pintors werk? Hier ziet u uitgebeeld de proef die Rotterdam neemt op een terrein aan de Diergaardesingel. Een Kinder Bouw-centrum. Uit puin wordt hier langzamerhand door kinderen iets gemaakt: tuintjes, een vijver, „wildernis”, enz. Het idee is overgenomen uit Denemarken, waar bij Kopenhagen sedert enige jaren een terrein is waar kinderen hun gang mogen gaan. Uit afval, afbraakgoederen, enz. maken zij een miniatuurstad... en vergeten baldadig te zijn. Geen bordjes „Verboden Toegang”. Geen parken waar je niet buiten de paden mag. Zoiets prikkelt tot verzet. Een stand die tot nadenken stemt: Geef de jeugd zand, water, af val en laat ze haar

gang gaan. Baldadigheid neemt dan af, omdat de zin er van verloren ging. U wilt nog wel eens iets meer zien van die grote-stadsjeugd? We lopen de afd. Kinderhygiëne en Onderwijs voorbij en staan stil bij Kinderbescherming. Zie de aanplakbiljettenschutting. Laat de grotestadssfeer op u in werken. En kijk dan achterom. Kinderen kijken u aan. Zij struikelden. Zij moeten „beschermd” worden. Niet gestraft zoals u wellicht dacht in strenge gestichten, maar in een goede sfeer zie maar naar de foto’s van de inrichtingen op de achterwand geleid, tot ze steviger geworden, de wereld weer in kunnen gaan. Heus, die kinderen zijn niet allen misdadig of onzedelijk. Zij raakten ontspoord. Met de naoorlogse toeneming der echtscheidingen groeide ook het aantal jeugdige gederailleerden. Klein is het aantal dat opgevangen kan worden. Ontelbaar zijn de kinderen die verkommeren. Kinderen zien u aan, in deze stand. Zijn zij zo veeleisend? Ze vragen liefde van vader en moeder, woonruimte, speelgelegenheid.

Terwijl we daarover nadenkend doorlopen, zién we opeens kinderen: Ons Huis vertoont een deel van het werk. U had allicht wel eens gelezen over Ons Huiswerk, maar zag u ooit een club „in levenden lijve”? Kinderen actief bezig, een leidster klaar om te helpen als het nodig is. Ze zijn zo verdiept in houtbewerking en handwerken, dat ze ons niet opmerken. Wat een vervulling voor „Pietje”!

Als u op Woensdag-, Zaterdag- of Zondagmiddag gekomen bent, boft u nu: We zijn vlak bij het Kindercircus en op die middagen is er voorstelling. |

Als we de ruimte binnenkomen, zien we allereerst de fleurige versiering van gekleurde vogels en vogelkooien, maar we vinden een zitplaats en nu hebben we onze volle aandacht nodig voor het aardige directeurtje en zijn gezelschap. In een door vrolijk geverfde tonnen omsloten piste vertonen de jeugdige artisten hun vaardigheden, begeleid door een orkestje, dat als in een echt circus in de engelenbak troont. Verwacht geen gedrilde keurbende. Deze jongens en meisjes hebben, voor de grote vacantie begon, niet gedroomd dat ze nu in een circus zouden optreden. Ze hebben de laatste weken gerepeteerd in een lokaaltje, nadat ze met mevr. Last en haar dochter plannen hadden gemaakt en wie zich nu meldt met een nummer mag z’n kunsten in de kleedkamer vertonen en dan komt hij misschien eerdaags ook verkleed en geschminkt ons amuseren met goochelen, clowngrappen, jongleren, dansen, muziek maken, enz.

Heerlijk om hier een poosje te zitten, veel te klappen en mee te schateren met de jeugdige toeschouwers, die genieten en popelen om ook eens artist te mogen wezen. Als de voorstelling is afgelopen, neem ik afscheid van u. Vraag maar aan een „koolmees” (mevr. Last, de alg. leidster van alle activiteiten heeft een schare jongens en meisjes, keurig geel en blauw gekleed, die voor haar, als vliegende koolmezen, koeriersdiensten doen en aan wie ü de weg kunt vragen!) de kortste weg naar de uitgang. I

Wij hebben kinderen in vrijheid bezig gezien. We hebben geklapt om hun vaardigheden, maar we bewaren in ons hart een vreugde over wat hier al spelende tot stand werd gebracht. Zij vragen heus niet zoveel die Pietjes, maar geven wij hen wel de liefde en de zorg, waar ze recht op hebben. 45% van de bevolking... Ik kom u volgende week nog eens halen voor een wandeling over de tentoonstelling. Er is nog zoveel te zien. R. B.—V. R.

enkele gedeelten aan ze voorlezen en met ze bespreken. Op de manier, waarop wij de film met ze bepraten. Want tegen deze aanval op de horizon van hun bestaan, moeten ze gewapend zijn”. Toen vroeg ik naar Camus. Zijn gezicht helderde op, alsof er een herinnering kwam aan iets moois.

„Ja”, zei hij, dat is een boek. Met angst en beven begon ik. Want wat een situatie: een stad, afgesloten van de wereld en iedereen wordt opgevreten door de ratten. En toch dit heeft mijn horizon meer verruimd. Want en ’k weet niet of het dwaasheid is wat ik zeg maar dit vond ik een christelijk, boek. Juist omdat de pastoor het eerst helemaal fout doet in de barre situatie van allen Maar er komen ménsen in voor. Mensen, die nog wetenschap hebben van de broeder-innood. Vreemde mensen, als ik denk aan die scène op dat dak. Maar mensen met een hart en een verantwoordelijkheid voor elkaar. Je ziet de ratten al heel gauw niet meer en weet niet meer van builen. Er zijn alleen mensen, die de vraag naar de naaste hebben verstaan. Kijk, dè,t is het léven: in de barre woestijn er van, zoeken naar de oase. En dan vind je die ook. Ik heb mijn dorst gelest met „De Pest”, N. G. J. V. S.