is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 2, 08-10-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch gebied, die juist averechts zou werken en bij uitstek geschikt zou zijn om het voorzichtig ontluikende internationalisme te doden en het nationalisme te begunstigen, zou zonder twijfel een voortgezette demontage-politiek zijn. Het is daarom van het allergrootste belang, dat men in het buitenland vooral in Amerika eindelijk oog begint te krijgen voor de funeste uitwerking van deze politiek. Wie de laatste jaren veel met Duitsers van elke leeftijd of stand en vooral ook met jongere Duitsers heeft gesproken, aarzelt niet te zeggen, dat een voortgezette demontage de goodwill ten opzichte van het Westen in Duitsland zal verwoesten. Het helpt niet of men al verklaart, dat men in Duitsland maar begrijpen moet, dat er tol betaald moet worden voor door hen zelf aangerichte schade. Men zal u op de verwoeste steden wijzen, spreken over de millioenen doden en zeggen, dat dit genoeg was. Men zal zeggen, dat als inen een verenigd Europa wil opbouwen met West-Duitsland als deelgenoot, men dit Duitsland dan ook niet verder mag beknotten in zijn technische middelen, nodig voor de eigen opbouw. Er is één koers, die men ten opzichte van Duitsland zeker niét varen mag: het koersen met het hoofd omgewend, het varen met de angstige blik teruggewend naar het verleden. Zulk een varen leidt onherroepelijk tot schipbreuk.

De Duitsers lijden aan een nationaal minderwaardigheidscomplex. Men geneest zulke patiënten niet door hen zonder ophouden hun schuld voor te houden, een bij de jongere Duitsers nauwelijks meer te rechtvaardigen onderneming, of door hen in hun herstelmogelijkheden te treffen. De nationale klanken in de verkiezingsleuzen van onlangs, vorm.en een ernstige waarschuwing: géén waarschuwing om nu nóg wantrouwender en afwijzender tegenover Duitsland te staan, wél om deze patiënt

tegemoet te komen en hem zijn gevoel van eigenwaarde te hergeven, waarvan het gemis zo duidelijk achter de schetterende leuzen zichtbaar was.

Dus: Duitsland veel,, zeer veel crediet geven, materieel en geestelijk?

Toegegeven, dit houdt risico’s in. Maar tevens is het de enige kans de Duitsers niet te laten wegzakken in nationalistisch isolement, de enige kans het nationalisme de wind uit de zeilen te nemen, de laatste kans vooral het wantrouwen der jongere generatie te overwinnen, het onzekere, zoekende en zwevende idealistische ethos van dit Duitsland van morgen te binden en te richten op de idealen ener Westerse solidariteit.

De risico’s van een wantrouwende en afwijzende houding tegenover Duitsland zijn groter: men zal op deze wijze slechts een verbitterde cynische generatie kweken, die morgen hun land in een fascistisch of communistisch avontuur zal kunnen storten. Men eise van deze 21- of 22-jarigen niet, dat zij zich eerst maar eens ons vertrouwen waardig moeten tonen. Niet tegenover hen deze afwachtende, gereserveerde houding! Geen generatie is geraffineerder verblind, listiger bedrogen en gewetenlozer misbruikt dan deze. Zij hebben een geestelijke crisis doorgemaakt, waarvan de jeugd in gelukkiger landen geen besef heeft. Daarbij komt, dat hun economische positie moeilijk is en de vooruitzichten voor de toekomst donker.

De hierboven in vragende vorm gestelde woorden, dienen wij in bevestigende zin te beantwoorden. We moeten veel, zeer veel crediet geven, materieel en geestelijk: terwille van deze jonge Duitse generatie uit menselijkheid, terwille van het Duitsland van morgen uit politieke wijsheid, terwille van Europa uit maatschappelijk idealisme.

M. F. E. VAN BRUGGEN

‘Hentveld-niemvs

WEEKENDCURSUS VOOR ARTSEN EN PREDIKAN'TEN.

Bentveld 5—6 November

De verhouding en wederzijdse beïnvloeding van ziel en lichaam.

Tijdenlang waren de termen ziel en lichaam een dankbaar onderwerp van wijsgerig onderzoek en speculatie; werden de resultaten van dit onderzoek, in feite een scheiding tussen ziel en lichaam opleverend, door andere wetenschappen zonder meer overgenomen. In de medische wetenschap, met name in de moderne psychologie, begon twijfel aan deze scheiding te rijzen. Thans is het zo, dat vrijwel geen medicus de volstrekte gescheidenheid vafi lichaam en ziel meer aanvaardt. Dat wil echter niet zeggen, dat de verhouding en de wederzijdse be‘invloeding van ziel en lichaam voldoende onderzocht en doordacht is. Van verschillende zijden is men met dit onderzoek bezig. De resultaten daarvan zijn belangrijk genoeg om in een kring van artsen eens besproken te worden, te meer daar zij voor de praktijk verschillende nieuwe gezichtspunten opleveren. Of men kan volstaan met het corrigeren der eeuwenoude scheiding, is zeer de vraag. Een vraag, die bijvoorbeeld in de nieuwste wijsgerige literatuur met „neen” beantwoord wordt. Daar is een geheel nieuwe visie op dit probleem ontwikkeld, die, daar zij van de zijde van de psychologie en psychiatrie gesteund wordt, het doordenken alleszins waard is. Dit geldt niet alleen voor de medici, doch evenzeer voor de predikanten en al die mensen, flie in hun dagelijkse arbeid met „de mens” te maken hebben. De nieuwere theologische opvattingen, vaak nauw aansluitend bij de moderne medische en wijsgerige inzichten, geven eveneens eens nieuwe visie op de verhouding van lichaam en ziel. Deze visie is in de predikantenwereld slechts voor een deel, in de medische wereld vrijwel niet bekend.

Gegeven deze stand van zaken, heeft de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers een weekend-

conferentie opgezet voor artsen èn predikanten over dit thema. Het programma is als volgt: De samenhang van ziel en lichaam

Opening Zaterdag 17.00 uur Bezien vanuit het standpunt van de psychiater, door dr J. H. van den Berg Zaterdag 19.30 uur Ochtendwijding Zondag 10.00 uur Bezien vanuit het standpunt van de geneesheer in de praktijk, door dr J. Groen Zondag 10.30 uur

Bezien vanuit het standpunt van de predikant-pastor, door ds Mackenzie (gevr.) Zondag 15.00 uur Leiding: Ds A. van Biemen.

Wij ontveinzen ons niet, dat het uiterst moeilijk zal zijn, om op een weekend predikanten te krijgen. Nochtans doen wij een poging. Laten zij, die zich enigszins vrij kunnen maken, aan dit gesprek trachten deel te nemen. Wat de artsen betreft, het voorstel tot dit thema is uit de kring van hen, die reeds een of meermalen aan een artsenconferentie op Bentveld deelnamen, opgekomen. Wij hopen en vertrouwen, dat zij niet alleen zelf zullen komen, doch ook collega’s zullen opwekken aan deze cursus deel te nemen.

Kosten: Cursusprijs naar draagkracht: ƒ4,—, ƒ5,— of ƒ6,—. Echtparen ƒ8,—, ƒ9,— of 10,—. Aankomst Zaterdag tussen 16 en 17 uur. Om 18 uur is er een broodmaaltijd. Opgaven vóór 27 October aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

Mededeling

Afschrift van schrijven, gericht aan de Indonesische en Nederlandse delegaties op de Ronde-Tafelconferentie Den Haag. KERK EN VREDE, aangesloten bij de International Pellowship of Reconciliation,

in vergadering bijeen te Amsterdam op 24 en 25 September, overtuigd, dat militair geweld geen enkele oplossing biedt voor het vraagstuk van de verhouding van Nederland en Indonesië, omdat militair geweld alle vertrouwen tussen beide volken vernietigt en in strijd is met het Evangelie van Jezus Christus, groet alle deelnemers aan de R.T.C. en spreekt de

wens uit, dat de beraadslagingen en besluiten van de R.T.C. dienstbaar zullen zijn aan de opbouw van een geheel nieuwe verhouding tussen twee vrije vólken op de grondslag van waarheid, gerechtigheid en menselijkheid. Hoofdbestuur

KERK EN VREDE.

Evangelie en Humanisme

De Commissie vond Mej. Da K. v. Drimmelen uit Ureterp bereid een inleiding te houden over;

De Christelijke visie op het wereldgebeuren, terwijl de heer A. Hoekstra uit Groningen zal spreken over:

De Humanistische visie op het wereldgebeuren.

Voor de nabespreking zal voldoende tijd overblijven, ’s Zondagsmorgens is er een wijdingsdienst in het kerkje van Kortehemmen.

De leiding van het geheel berust bij Ds A. Horst. Voor hen, die tot dusver nog niet kennis maakten met het conferentieoord te Kortehemmen, zij meegedeeld, dat het ongeveer een half uur lopen van Beetsterzwaag ligt. Beetsterzwaag is met bussen te bereiken vanuit Groningen, Heerenveen, Leeuwarden, Sneek.

De deelnemers worden ’s Zaterdags tussen 16.30 en 17.30 uur verwacht. Om 18 uur is de broodmaaltijd, om 19.30 de opening. Sluiting der bijeenkomst om ongeveer 16.30 uur ’s Zondags.

De kosten bedragen ƒ2,75 per persoon. Er wordt dan op gerekend, dat men zelf zorgt voor de boterham op Zaterdagavond. Opgaven worden vóór Zaterdag 15 October verwacht bij Mej. Sj. Gorter, Woodbrookershuis, Kortehemmen.

Na opgave volgen nadere mededelingen.

Leestafelnieuws

Henri Miller. De wijsheid van het hart. Vertaald door John Vandenbergh. Uitgave De Driehoek, ’s-Graveland, z.j. (1949). 300 blz. fl/lb.

Een ondernemende uitgeverij, die zulke boeken brengt! en hulde aan de vertaler van dit uitbundige proza! Uit de prospectus bleef me een regel bij; „Miller is dynamiet”. Na zo’n mededeling wordt men huiverig of (en?) sceptisch. Een gewone bespreking is onmogelijk: er is weinig gezegd, als ik meedeel, dat dit boek een bundel essays bevat, o.a. over de schrijvers Balzac, Cendrars, over de kunstfotograaf Brassai, over de filosofen Keyserling en Gutkind; dat er ook enige schetsen in voorkomen o.a. van een ontmoeting met een door de oorlog krankzinnig-geworden ex-militair en met een prostituée, dat er ten slotte enige stemmingsopstellen in voorkomen, o.a. met de suggestieve titel: „De enorme schoot”; „Uterinale honger”. De stijl is in al deze opstellen eender: daverend, afwisselend profetisch of aanklagend, steeds somber, steeds geëxalteerd. Logica zoekt men er vergeefs in. Zou men er toch een leer uit willen distilleren, noem het dan D. H. Lawrence, maar cynischer. Zoals ik hierboven reeds schreef, is Miller in zijn verwerping waar en welsprekend, maar niet zo geweldig origineel als hij suggereert, in zijn opbouw gevaarlijk. Kortom een oer-talent, dat geen begrenzing kent, maar dat kansen heeft. (Wie iets moois van hem wil lezen, raadplege de bundel The cosmological eye, in zijn geheel gaver, dan dit boekwerk, en daarin de aangrijpende schets: Max).

Henry Miller. Obsceniteit en de wet der wederkerigheid. Paria Reeks. Zelfde vertaler en uitgever. 1949. 86 blz. ƒ2,25.

Een fraaie uitgave. De schrijver werpt de vraag op, wat obsceen is en of het te recht verboden wordt. Door het begrip te verdampen hij ontzegt het inhoud en verbreedt tevens de toepasselijkheid ontkent hij de zin van het verbod. Zo kan men elk vraagstuk oplossen door het te ontkennen. Alle geestige spreuken doen aan het feit geen afbreuk, dat Miller de vraag onbeantwoord laat. Het boekje bevat ook nog een open brief aan alle surrealisten. Ook hier weer vernuftige opmerkingen en krasse tegenspraak, opgediend in een eentonig rhetorische stijl. Ten minste, dat is, wat ik er van begrijp. Ik vraag me ten slotte af, waartoe deze boeken ver taald worden met hun zinspelingen op schrijvers, die vrijwel niemand hier te lande kent, tenzij hij, die razend goed op de hoogte is met de modernste Engelse, Franse, Amerikaanse literatuur en zo iemand heeft een vertaling niet van node. J. G. B.

DAME,

leeftijd midden veertig, tot nu toe werkzaam in mode-bedrijf, laatste jaren als inspectrice, in het bezit van middenstands-diploma, zou graag in een minder zakelijke omgeving een verantwoordelijke en

NU-TTIGE WERKKRING

aanvaarden, tegen 1 November of later. Prima referenties. Brieven onder no. A 8521, bureau van dit blad.