is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 7, 12-11-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Consumptie 10,30 + 0,81 +1,42 = 12,53 mrd Investeringen 2,23 + 0,15= 2,38 mrd

14,91 mrd

Dat is meer dan ons Nationale Inkomen; dit laatste komt precies 610 millioen tekort. Hoe kunnen we deze dan toch besteden? Antwoord: door de Marshall-hulp (dus door zeer tijdelijke liefdadigheid, die tegen medio 1952 eindigt). Als u het boekje eenmaal heeft, moet u maar eens kijken dat dit bedrag precies klopt met het saldo van de betalingsbalans (op andere plaatsen draagt deze de naam Rekening Buitenland). Het saldo op de betalingsbalans der lopende posten die het boekje geeft (de balans der kapitaaltransacties komt hier niet in voor) geeft de goederen en diensten weer die we ontvangen zonder er (met goederen of diensten) voor te betalen, d.w.z. het geeft aan wat we op crediet of cadeau krijgen. Dit staat op de Confrontatie natuurlijk opgenomen onder de Middelen.

Als we nog even bij deze cijfers blijven staan, dan zien we met één oogopslag in welke mate de investeringen (dat zijn de uitgaven ter verzekering van onze toekomstige welvaart) gebaat zouden zijn met enige verkleining van onze consumptieve uitgaven (dat is: met een inkrimping van onze momentele welvaart): als we 10 % minder consumeerden zouden de investeringen met 50 % kunnen toenemen. In werkelijkheid klopt dat niet helemaal, maar het laat toch wel zien dat de consumptie voor het peil der investeringen van groot gewicht is en dat hetgeen we op de eerste kunnen uitzuinigen werkelijk voor de laatste zoden aan de dijk zet.

Het is verleidelijk om nu nog wat over de consumptie uit het boekje op te diepen, maar dat zou te ver voeren. De cijfers zijn echter zeer interessant. Kijkt u maar eens naar de beide tabellen op blz. 10. Op de onderste ziet u precies hoeveel we meer besteden aan koekjes en aan gedistilleerd, en ook wie dit doen. U zult verbaasd staan. Er zijn natuurlijk nog vele andere vragen te stellen (werkgelegenheid, arbeidsproductiviteit, samenstelling van de invoer, enz.). De enige manier om een boekje als dit goed te lezen, is, om'de cijfers te lijf te gaan met vragen die los daarvan bij u opkomen. Het staat misschien een poos lang ongebruikt in de kast, tot u plotseling op iets stuit en lezen gaat. Alleen zo gaat de zaak voor u leven, wordt het uw geestelijk eigendom. Maar het gaat heden niet in eerste instantie om de vragen, maar om u duidelijk te maken dat dit boekje iets voor u is.

R. EVERTS

’) ambtenaarssalarissen enz.

= totale Investeringen zonder afschrijvingen.

Onderlinge Maatschappij NEERLANDIA Tel. 551331, Scheveningen, Com. Jolstraat 1, Haringkade 163. BRAND-, INBRAAK-, BEDRIJFSen STORMVERZEKERINC Combinatie-polissen

TERESIA BENEDICTA A CRUCE IN WESTERBORK '

„Juden-Durchgangslager” Westerbork in Augustus 1942; een en ander wordt in gereedheid gebracht. Veel mensen worden verwacht. Mensen? ’t Zijn maar Joden, en lang zullen ze niet hier blijven. Arbeitseinsatz, nietwaar? „Naar het oosten” zullen ze worden gedeporteerd. Ginds zullen zij hard moeten werken, maar zij zullen een vrij prettig leven leiden in dat oosten... stond er niet in de „Telegraaf” een soort reclame-artikel met veel mooie woorden over de opvoedingstactiek der Duitsers...? Een broeierig warme Zondag. Er zijn geruchten tot ons doorgedrongen, dat straks uit Amsterdam een transport komt. Hoeveel? Duizend? „Vijf duizend!”, beweert een meisje. „Allen Joodse artsen en advocaten!”, deelt zij mede. Zou ’t waar zijn? Waarom niet...?

... en plotseling zijn er nieuwe Westerborkbewoners: een betrekkelijk kleine groep. SS-ers schreeuwen en doen cynisch-opgewonden. Oude vrouwen en mannen, wordt nu verteld. Hulp is gewenst en nodig. Dus naar die lange, nare „ontvangstzaal”. Maar wie zie ik hier? Enkele nonnen met een ster „zichtbaar opgenaaid op de linkerkant ter borsthoogte van het kledingstuk”. Zij staan in een groepje bij elkaar, spreken zacht. „Ja, wij zijn de vorige nacht van onze bedden gelicht. Wij weten niet waarom. Maar het moest zo zijn...”, zegt een van die nonnen. En een andere, sterk en rustig: „Warum auch nicht?”, en zij glimlacht.

Deze maatregel was, naar ik later heb gehoord, het Duitse antwoord op het tegen de anti-Joodse uitspattingen gerichte protest der katholieke Kerk. Tegen de Kerk zelf kon niets worden ondernomen. Dan maar tegen de katholiek gedoopten. De gründliche Duitsers waren immers in het bezit van nauwkeurige lijsten met de namen van deze categorie gedoopte Joden. Men pakte ze op, bracht hen naar de „Hollandse Schouwburg” en vandaar naar Westerbork. En tot hen behoorden deze nonnen uit het Carmel-Klooster in Echt.

Lang zouden zij niet in Westerbork blijven. Na een paar dagen werd de reis voortgezet. Arbeitseinsatz im Osten. Nooit heeft men van deze nonnen meer gehoord.

Doch die éne vrouw, die mij dadelijk was opgevallen en die ik ondanks de vele afschuwelijke „episoden” waarvan ik getuige was nooit heb kunnen vergeten, die vrouw met haar glimlach, die geen masker, maar verwarmend licht was, zij zal zij staat op de lijst der hiervoor in aanmerking komende candidaten vermoedelijk door het Vaticaan heilig worden gesproken. Zij... Dr Edith Stein, geboren in 1875 als dochter van een bekende houthandelaarsfamilie in Breslau. Door haar scherpte van geest, door haar grote intelligentie viel zij reeds op school op en later, toen haar wijsgerige publicaties diepe indruk maakten en nog later, toen zij, onder invloed van de levensgeschiedenis van de Heilige Teresa van Avila, tot het katholicisme overging en spoedig tot de meest belangrijke docenten in de Duitste Katholieke Instituten voor Opvoedkunde ging behoren. Haar werken „Frauenethos und Frauenbil-

dung” en „Ewiges und endliches Sein” werden niet alleen in katholieke kringen bekend.

Jodin bleef zij voor de nazi’s. En in 1933 werd zij als „Zuster Teresa Benedicta a cruce” in het klooster der Carmeliterinnen te Köln-Lindenthal opgepomen. Na een verblijf van vijf jaar werd het ook hier te

gevaarlijk, en werd zij illegaal over de Nederlandse grens gebracht, naar Echt, waar zij met haar publicistische werkzaamheden doorging... tot 2 Augustus 1942.

Toen ik deze vrouw in Westerbork ontmoette, wist ik niets van wat ik hierboven heb verteld. Wél wist ik: dit is een waarlijk groot mens. In die heksenketel Westerbork leefde zij die paar dagen, ging zij, sprak zij, bad zij als... als een heilige. Ja, dat was het. Dit was het beeld van deze oude vrouw, die zo jong aandeed, die zo geheel en al echt was. „Bitte”, verzocht zij, „hitte, schreiben Sie nach Echt, dass man uns noch Rosenkranze schickt”.

En ik weet nog, hoe grotesk mij deze situatie toescheen: de „Joodse Raad” schrijft vanuit het Judenlager Westerbork naar een klooster en doet een dergelijk verzoek...

Ik heb hierover met Zuster Teresa gesproken, en zij heeft geantwoord: „De wereld bestaat uit tegenstellingen. Soms is het goed, dat zij er zijn. Een verzachten er van kan verdoezelen betekenen, en dat is niet goed. Uiteindelijk zal er niets blijven van deze contrasten. Alleen de grote Liefde zal blijven. Hoe zou het anders kunnen...?”

Zo zeker en zo deemoedig sprak zij, dat de toehoorder aanvaarden moest. Een gesprek met haar... het was een reis naar een andere wereld. In deze minuten was Westerbork er niet meer. Zo sterk was zij, dat het contact met haar; „Westerbork” deed vergeten. Een dergelijke metamorphose heb ik niet dikwijls beleefd...

Hoe stond zij tegenover het Joodse leed? „Dat mensen zó kunnen zijn, heb ik niet geweten...”, zeide zij een keer, toen ik haar van een SS-schanddaad had verteld. „En dat mijn zusters en broeders zó moeten lijden... helaas heb ik ook dit niet geweten in de beslotenheid van mijn klooster... leder uur bid ik voor hén. Of Hij mijn gebed h00rt...? Hun klachten hoort God zeker...” Toen er geen twijfel meer was, dat zij samen met de andere gedoopten over een paar uur „doorgestuurd” zou worden, vroeg ik haar, wie ik er van moest verwittigen, wie misschien nog zou kunnen helpen. Zou een van de betrouwbare marechaussees Utrecht opbellen? Weer glimlachte zij. Neen, niet doen, asjeblieft niet doen. Waarom een uitzondering voor haar, voor deze groep? Was niet juist dat rechtvaardigheid: dat zij geen „profijt konden trekken” van hun doop? Indien zij niet het lot der anderen zou delen, zou haar leven vernietigd zijn. Nü echter niet...

En zij ging biddend, naast haar zuster Rosa, die eveneens non was geworden, naar de veewagen; en ik zag weer haar glimlach haar kracht haar ongebroken vastheid... die haar begeleidden naar Auschwitz...

H. WIELEK