is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 8, 19-11-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begonnen werkzaamheden van het Instituut, dan heb ik een gevoel, dat wij wel op kunnen houden. Ik merk alleen, dat niet allen hun instemming betuigden. Ik lees de naam van Banning niet. En evenmin die van Ruygers en de zijnen. Wel die van minister Rutten. Dat is ook de enige naam, die ik volkomen begrijp. Elke Rooms-Katholiek zal het toe juichen, wanneer er een geestelijk-zedelijk opvoedingscentrum komt van democratisch-socialisten. Het zal een krachtig argument zijn voor de Rooms-Katholieken tegen onze Partij. En nu kan men wel zeggen, dat formeel de Partij niets uit te staan heeft met het Instituut. Hoe kunnen wij volhouden, dat de Partij los van het Instituut staat, als er met het portret van onze hoogvereerde minister-president door een partijgenoot bij alle partijgenoten wordt gecolporteerd, onder aanbeveling van de dagelijkse leiding der Partij?

Wil ik dat hele gebied dan maar onbewerkt laten?

Allerminst. Nü blijft het onbewerkt. Want nu zal een handvol arbeiders meedoen. De besten, neem ik aan. Diezelfde mannen en vrouwen, die nu niet de gelegenheid krijgen om te zamen met anderen op een steviger vlak en in een opener vlakte te werken voor culturele doeleinden.

Rembrandt: Landschap met huisjes (ets)

Wanneer er avondscholen moeten komen, waarom dan niet het „Nut” ingeschakeld? Het Nut zou het graag aangrijpen, en men zou zeker zijn van een traditie van volksopvoeding achter zich, die zijns gelijke in Nederland niet heeft.

Wanneer er filmvoorstellingen gegeven moeten worden, waarom dan niet met een organisatie als de stichting „Filmcentrum” van de Hervormde Kerk overlegd, die een felle strijd voert tegen alle separatistische invloeden op dit gebied, voor de verbetering van de film en de opvoeding van het filmpubliek?

Wanneer er goedkope en aantrekkelijke reizen naar het buitenland georganiseerd en gemaakt moeten worden, waarom dan niet bij de Nederlandse Reisvereniging aangeklopt? En waarom iets gemaakt, dat verdacht veel lijkt op de Christelijke Reisvereniging, waar men zo gezellig en bovendien vroom onder elkaar is?

Ga zo maar door. Er Zijn volksuniversiteiten en volkshogescholen. In ó,l die bewegingen is onze socialistische plaats. Niet in een isolationistisch en separatistisch gericht Instituut.

Laat men begrijpen, waarom wij zo fel schrijven.

Wij zien de gevaren van isolement dagelijks levensgroot voor ons. In ons kerkelijk leven. Wij zien ook de traagheid van de massa van het kerkvolk, die de moed èn de fantasie èn het apostolische élan niet kan opbrengen, om de eigen „christelijke” organisaties te verlaten organisaties, die ieder een stuk geestelijke macht, ja macht,vertegenwoordigen om middenin de wereld te gaan staan. Degenen die deze strijd voeren hebben voor een groot deel in politiek opzicht de Partij van de Arbeid gekozen. Omdat het de partij van de doorbraak is.

Wat moeten zij nu zeggen, nu met zulke imiddelen, met zulk een machtige steun van portret en denderende namen het wezen van de doorbraak geloochend wordt? Daarom was die dag, waarop het portret van Drees, getekend door Van Dobbenburgh, mij werd aangeboden, een zwarte dag. Het is blijkbaar nóg moeilijker om voor de doorbraak te vechten, dan wij al wel wisten.

L. H. RUITENBERG

Illusie

Ze vloekten hun moeilijke leven; ze dachten Een wereld zich, glanzend van goud en azuur, En stortten zich blindelings tegen de muur. Waarachter z’ een wondere heilstaat verwachtten.

Te pletter. Maar ’t leven behield toch zijn waarde Door ’t staren naar dat visioen, naar die schijn, De hemel, die zij zouden brengen op aarde: Een wereld, die blauw en goudglanzend zou zijn. Ze waren verslagen, maar zouden eens winnen.

Vernietigen al wat hun durfde weerstaan; Dan zou paradijs hier op aarde beginnen. Dan brak voor hen allen een vreugdetijd aan.

Zo blijven ze hopen, zo blijven ze strijden. Voor ’t heil van hun volk, voor de eer van hun land.

Maar, wee als hun strijd tot de zege zou leiden. Dan was pas hun leven volkomen- gestrand;

Dan kon ook die blauw-gouden droom aan hun leven Van zorgen, ontbering, van wanhoop en pijn. Geen waardevol doel en geen inhoud meer geven. Omdat de illusie vervlogen zou zijn.

J. F. B. V. d. SCHEER