is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 15, 14-01-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ Aan den Heer behoort de aa en haar . volheid. \. Psalm 24 ; 1

M lid en lauk

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Zaterdag 14 Jan. 1950 No 15 # Verschijnt 50 maal per jaar 48ste jaargang van de Blijde Wereld •

Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie J. Gil Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’damsZ. Tel. 24386

Ahonn. bg vooruithet. per Jaar f 8.00, halfjaar f 4.2 i, kwart, ƒ 2.i0 plus f 0.15 incasso. Losse nrs f 0.15, Postg. 21876, Gent. giro V 4500, Adm. N. V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A 'dam C.

DAGERAAD

Er is een kleine brochure uitgekomen, die de officiële Ned. vertaling behelst, verrijkt met enige verklaringen, van „De universele verklaring van de rechten van de mens” 1). Ge lees]; het boekje in minder dan een uur uit, en misschien valt het erg tegen: er staat zo weinig nieuws in en ge vindt geen enkele reden tot tegenspraak. Het is dor als elk wetboek; geen lyriek; zevenmaal heft de verklaring aan met het eentonige: „Overwegende...” en dan volgen dertig artikelen, die zelfs niet duister zijn voor een leek in de juristerij.

Het zij zo: de algemene vergadering der Verenigde Naties heeft deze verklaring aanvaard (10-12-’4B) met 48 stemmen voor, 8 onthoudingen en geen stem tegen, maar het is er verre van, dat deze rechten nu ook algemeen erkend en doorgevoerd zijn. Het is dan ook heel gemakkelijk over deze „universele verklaring” smalend te spreken. Laten we dat vooral niet doen, maar ons nuchter af vragen: wat hebben wij, wat heeft de wereld aan dit merkwaardig document? Ge moogt het schijnheilig noemen, dat allerlei staten deze verklaring ondertekend hebben en geen begin van ernst maken met haar te verwerkelijken (geldt ook voor Nederland, brave lezer!), vergeet niet het fraaie Franse spreekwoord, dat de schijnheiligheid een eerbetoon is, dat de slechtheid bewijst aan de deugd. Ge moogt zelfs verder gaan en beweren, dat de verwerkelijking van deze rechten een utopie en dus een onmogelijkheid is. Ik zal ook dit niet ontkennen en toch met de schrijver van deze brochure volhouden, dat het goed is, dat de verenigde volkeren zich een ideaal hebben gesteld en dat iedereen, ja iedereen, er aan moet meewerken, dat dit ideaal gekend en benaderd wordt.

Ondertussen immers werkt men bij de Uno aan een statuut waarin een overeenkomst zal worden geformuleerd, welke de staten, die zich er bij aansluiten, zal binden en maatregelen zal voorstellen tot uitvoering en handhaving van de rechten. Het ziet er naar uit, dat het heel lang zal duren, voordat dit alles verwerkelijkt wordt, maar laten we letten op de dageraad. Wie

de toekomst wil verkennen moet niet alléén op de sombere wolken letten er zijn ongeluksprofeten genoeg ! maar ook op het licht aan de kim. Het is zo jammer, dat het Indonesische conflict bij tallozen onzer landgenoten het prestige van de Uno ondermijnd heeft en erger: dat wij het onze bijgedragen hebben haar prestige af te breken. Het is toch immers wel zeker, dat in deze Uno, de enige kans geboden wordt niet alleen tot verbetering maar tot redding van deze wereld. O, zeker, ik weet wel, dat de dagelijkse praktijk der internationale onderhandelingen in de Uno vaak allesbehalve fraai is, maar deze veroordeelt zichzelf, gemeten aan dit, haar document, ja haar geweten. O zeker, ik weet wel, dat er meer mooie vredesverdragen en verklaringen de wereld in zijn gestuurd, maar verdragen tussen afzonderlijke staten hadden altijd het gebrek, dat ze de verzwegen clausule bevatten: „Zolang dit verdrag ons profijtelijk i 5...” Wijs me de staat aan, die 'morgen, als deze universele verklaring ook universele gelding zal krijgen, profijt zal hebben, de eens gedane belofte te schenden...

We kunnen het er over eens zijn, dat ondanks alle begeleidingsverschijnselen de Franse revolutie voor Europa een zegen is geweest. De grote geschiedschrijver Taine heeft er op gewezen, hoe haar dynamische vaart mede verklaard kan worden door het enthousiasme over haar „Verklaring van de rechten van de mens en van de burger”. Bij de oorsprong van de Verenigde Staten is ook weer de dynamiek aanwezig, die de besten bezielde, van zo’n „Verklaring”. Waarom mogen we .van onze tijd niet een dergelijk enthousiasme verwachten, nee, vergen?

„Rechten van de mens” zo heet het stuk. Als ge het leest, zijt ge geneigd te verbeteren: „plichten van de staat” en toch zou deze correctie onrechtvaardig zijn en niet alleen omdat ieder volk de staat heeft, die het verdient. Neen, het gaat dieper: wanneer men klagen wil, en er is alle reden voor! dat deze fraaie rechten bij niemand op vorderbaar zijn (en wat heb ik aan

een recht, dat ik niet opvorderen kan?) dan ligt toch immers het begin (niet alles, o, vrienden van de bond zonder naam!) bij de omkering van recht in plicht: het recht van mijn medemens is een plicht voor mij. Wie de juiste kijk op dit stuk wil veroveren, hij beschouwe het als het geweten der volkeren. De dageraad' der nieuwste geschiedenis, zou ik dit document willen noemen, omdat we de fluisteringen vernemen van het geweten, op een gebied, waar dit vroeger zo zelden sprak. Dit geweten kan niet meer tot zwijgen gebracht worden, naar dit geweten zal onze politiek geoordeeld worden, d.w.z. dat onze politiek in elk geval haar souvereiniteit niet meer kan en mag uitkraaien boven deze stille stem. Het zou goed zijn, als de Kamerdiscussies zich voortaan op dit document beriepen, eerbiedwaardiger dan de Grondwet, als de politieke strijd zich inspireerde op deze artikelen. Ik stel me voor: een vaderlandse, een algemene geschiedenis, die haar normen aan het ideaal zal ontlenen.

De Nederlandse delegatie had de inlassing van een passage bepleit waarin de erkenning w.os opgenomen dat de menselijke gemeenschap is gebaseerd op de Goddelijke oorsprong van de mens en zijn onsterfelijke bestemming. Het amendement werd ingetrokken, want de tijd was niet rijp deze invoeging te aanvaarden door een vergadering waar volkeren van zo uiteenlopende religies bijeen waren. Men kan de gedachtengang van de voorstellers beamen en toch ook verstaan dat hun voorstel afgewezen werd. Laat ons er niet over treuren. Het is misschien beter zo; veel heilige allianties hebben de naam van de heilige God besmeurd. Zo, als deze verklaring er ligt, spreekt ze uit, wat het universele geweten der waarheid eist. Als gelovige dient men te weten, wie in het geweten spreekt. En dan is het belangrijkste dat de stem van Hem, die volkeren en naties regeert, goed doorkomt!

1) De universele verklaring van de rechten van de mens, Uitgave J. M. Meulenhoff, A’dam 1949; 32 blz. J. G. B.