is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 25, 25-03-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WOORD IS THANS AAN DE GRIEKEN

Men mag denken wat men wil van de westerse Inmenging in de Griekse aangelegenheden, maar in elk geval heeft Griekenland zijn opmerkelijk herstel welhaast volledig te danken aan het resolute ingrijpen van de Amerikanen. Dit wast geen water af! Het.heeft de Griekse bevolking er echter geenszins van weerhouden elke gelegenheid aan te grijpen om duidelijk van haar onafhankelijkheidszin biijk te geven. Het spreekt vanzelf, dat hierdoor vaak vreemde situaties geschapen zijn. Zo gaat het verhaal, dat Macedonische boeren, na oorlog en bezetting totaal bankroet, in ’46 ernstige klachten hadden over de trekdieren, die zij van de toen nog actieve U.N.R.R.A. cadeau gekregen hadden: de beesten aten te veel!

De tegenkanting, die ook nu de Amerikaanse bewindvoerders regelmatig onder het oog moeten zien, is van velerlei aard. Experimenten op landbouwgebied bijv. worden fel becritiseerd. Aangezien de resultaten altijd zeer bemoedigend zijn, kan men aan de Griekse critiek niet meer betekenis hechten dan een gebaar om het gezicht te redden, temeer daar het politieke verzet sinds het einde van de burgeroorlog aan felheid enigszins heeft ingeboet. Dit geldt eveneens voor de andere terreinen van werkzaamheid van de Amerikaanse missie. Het is nu eenmaal moeilijk om de vaardigheid van de Amerikanen te ontkennen, evenals de wanhopige bureaucratie van het Griekse bestuursapparaat.

Griekenland heeft nu weer goede verbindingswegen gekregen, ook het verkeer te water is door de vrijmaking van het kanaal van Corinthe belangrijk verbeterd, ofschoon het gebrek aan moderne kustvaartuigen zich nog goed doet gevoelen. De industrie komt op gang en de handel krijgt weer mogelijkheden. De belangrijkste bijdrage tot het herstel van de economie heeft echter het weer geleverd, waardoor de oogst, begunstigd door nieuwe landbouwmethoden (kunstmest, tractors, goed zaaigoed e.d.) een succes geworden is. Ten slotte is Griekenland een in hoofdzaak agrarisch land, en de lang verwaarloosde bodem kan wonderen van vruchtbaarheid tonen, mits goed bemest en geïrrigeerd. Het gevecht van de Amerikanen in deze sector richt zich op het ogenblik vooral op kwaliteitsverbetering. Tot nog toe hechtten de boeren hier weinig betekenis aan. Het is wel onthullend, dat de Amerikanen alle aandacht moeten besteden aan bijv. het sorteren van fruit. De Griekse boer bracht onrijp, rijp en rot fruit bij elkaar aan de markt en weigert in menig geval nog halsstarrig naar kwaliteit te sorteren. Hoe schadelijk dit kan zijn, mag blijken uit het feit, dat de Italianen veel minderwaardige Griekse olijven importeren om hierdoor de gelegenheid te krijgen hun eigen goed verzorgde olijf vruchten voor de export te gebruiken.

De Amerikanen hebben door middel van de uitgebreide Marshallhulp dus nieuwe bestaansmogelijkheden voor het land opengesteld. Nu, dank zij hun krachtig ingrijpen, waarbij het antieke Griekse legerapparaat met moeite terzijde is gesteld, ten slotte ook de burgeroorlog tot een einde is gebracht, is Griekenland in het stadium gekomen, dat het weer meer op eigen benen zal moeten staan. De middelen, die de Amerikanen de Griekse regering geven, zijn de moeite waard: een land in rust en een zich snel herstellende economie, waardoor de concurrentie in de wereld mogelijk wordt. Bovendien de belofte van verdere steun om nog komende moeilijkheden het hoofd te bieden. Om in de termen van de tweede wereldoorlog te blijven: Griekenland heeft het gereedschap en moet nu zelf het karwei doen.

Het Griekse koningspaar heeft zich aan de greep van de reactie ontworsteld. Door een zelfstandige houding hebben koning en koningin veel tegenstellingen overbrugd. Zij worden meer en meer symbool van nationale eenheid, dan van één enkele partij.

En hier beginnen de moeilijkheden! De geestelijke erfenis van jarenlang politiek gekuip, van een oorlog en een burgeroorlog, is niet zo snel uit te wissen als de economische ontreddering, die hiervan ook het gevolg is geweest. Griekenland is sinds lang geen eenheid. Er zou geen Markos nodig geweest zijn om dit te demonstreren. De dictatuur van voor de oorlog, de tegenstelling collaboratie-verzet tijdens de oorlog en de reactie nadien, zijn er reeds voldoende bewijzen van. Er bestaat een, in de Balkan algemeen bekende, tegenstelling tussen reactie (gevormd voornamelijk uit militaire en kerkelijke cliques) en linkse wanhoopsgroeperingen, die over het algemeen al even weinig begrip hebben voor democratie. Men verwondere zich daarover niet. Elke matiging van een der partijen zou de weg openstellen van onmatig misbruik hiervan door een andere partij. Als Griekenland voor de westelijke strategie niet van zoveel betekenis was geweest, zou het land ongetwijfeld de rij van volksdemocratieën met één hebben vermeerderd. Britse en Amerikaanse troepen hebben dit tegengegaan. Hun strijd richtte zich niet slechts tegen de „Moskou dienende communisten”, gelijk Bevin het heeft willen vergoelijken. In het verzetsfront waren alle linkse groeperingen vertegenwoordigd. Het verzet was een beweging ook tegen de collaborateurs in Griekenland, die de macht hadden hernomen. Vooral de Engelsen hebben bij hun optreden in Griekenland van een ontstellend wanbegrip blijk gegeven. Dit optreden is een ernstige blaam geworden voor de Labourregering, die hierdoor haar grootste vijanden heeft moeten steunen.

De Amerikanen deden het aanvankelijk al niet beter. Hun geringe kennis van de werkelijke verhoudingen, plus de in volle gang zijnde koude oorlog, hebben grandioze fouten mogelijk gemaakt. Maar zij hebben eveneens geleerd. Vooral omdat zij met de reactionnaire bewindhebbers moesten samenwerken, waarbij zoveel onkunde.

zoveel persoonlijk winstbejag en zoveel onrecht aan het licht kwam, dat de meest verstokte communisten-hater wel tot de conclusie moest komen, dat het „goede” regiem de bron was van veel kwaad. Het zijn de Amerikanen geweest, die regelmatig ook in het politieke leven hebben ingegrepen en daarmee toch wel enig onrecht hebben weggenomen, zodat de tegenstellingen in het volk iets van hun scherpte hebben kunnen verliezen.

De vrij democratische gang van zaken bij de laatste verkiezingen is hiervoor het bewijs. De machtspositie van rechts is thans gebroken. Als het centrum, liberalen en socialisten voornamelijk, het eens kan worden, ligt er een basis voor het politieke en geestelijke herstel. Gaat ook deze parlementaire meerderheid als regeermogelijkheid verloren, dan is het woord weer aan de twistende kolonels en generaals buiten dienst; dan zullen de verbanningsoorden weer overbevolkt raken; dan zal de strijd opnieuw opvlammen en 20% of meer communisten zijn dan niet onwaarschijnlijk. Dan is het ook weer tijd voor hernieuwde westerse inmenging met nieuw onrecht en nieuwe kosten. Het woord is thans aan de Grieken. Kunnen zij de zware taak aan om van hun land een westerse democratie én een vooruitgeschoven post in de westerse strategie te maken? Zij hebben thans het gereedschap! Laten zij het vele oude zeer vergeten. H. VAN VEEN