is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 31, 06-05-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer behoort de aarc en haar volheid. Psalm 24 : 1

en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 48STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WEREJLD”

Zaterdag 6 Mei 1950 Nr3l Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. BomhofF

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeijde e.a.

Abonn. vooruitbet. per jaar f 8.00, halfjaar f 4.2 i, kwart, f 2.30p1us fO. li incasso. Losse nrs fO.ti, Postg. 21876, Cem. giro V 4iOO, Adm. N.K. De Arbeiderspers, Hekelveld 13, A'dam C.

Van gemijmer naar strijd

Een krantenman heeft het recht, althans hij néémt het, om dingen met elkaar in verband te brengen, die niet met elkaar samenhangen, behalve dan in zijn eigen gemoed en gepieker. De lezer heeft dan weer het recht, om wat hij gezocht, misschien wel gedaas noemt, naast zich neer te leggen. Ik waag het er op en breng een paar dingen met elkaar in verband, die mij in de voorbije dagen aan het denken brachten.

Eerst: de plaatsing van Troelstra’s beeld in de gebouwen van de Tweede Kamer, naast de andere groten der politiek uit de vorige eeuw; de redevoering die Albarda, Troelstra’s jarenlange vriend, medewerker en opvolger daarbij heeft gehouden; het antwoord daarop van de tegenwoordige Kamervoorzitter Kortenhorst. Zo’n gebeurtenis, die op zich zelf niet zo belangrijk is, waarover men zelfs met enig recht zou kunnen spotten de leeuw is dood, geef hem een standbeeld! brengt je aan het mijmeren: toch wel merkwaardig dat nu een rooms-katholiek de betekenis van Troelstra als een der waarlijk groten erkent; je tracht je verder weer te binnen te brengen, waarom het in dit leven begonnen was. Albarda heeft daarover een paar zeer wezenlijke dingen gezegd. Troelstra was de baanbreker van het moderne socialisme, de propagandist die het land doortrok om de fakkel van strijd te werpen in de ziel der massa, de profeet die een visie voor een betere toekomst opende; maar ook de partijleider, die zijn volgelingen het politieke denken leerde, de tacticus, die uit een situatie wist te halen wat er in zat; de staatsman die vorm gaf aan politieke krachten, de democraat die ook het recht van een andere overtuiging eerbiedigde, en de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs verdedigde als een eis van democratie, de man die hunkerde naar een internationale rechtsorde en nog veel meer. Albarda herinnerde aan ’Troelstra’s Fries dichterschap. Mij komt in herinnering een bijeenkomst van religieus-socialisten op het Troelstra-oord, waar de toen reeds invalide leider, enkelen onzer ontving en hij bekende, dat de Godsvraag hem in zijn leven telkens zéér had beziggehouden. Als ik het voor mij zelf en op mijn eigen wijze mag zeggen een strijder voor

een menselijke gemeenschap, waarvan sociale gerechtigheid en geestelijke vrijheid de pijlers zijn; een toewijding, bij hem voortgekomen uit een menselijk bewogen hart, een strijdbaar denken en geloof en een rekenen met goddelijke zin en leiding. Zó dacht ik over Troelstra, nu een foto van zijn beeld in hetzelfde nummer van Het Vrije Volk stond, dat ook de jongste afbeelding van koningin Juliana bracht...

Dan: de uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Ik geef daarvan geen nauwkeurige analyse, maak alleen een paar opmerkingen. Ik zal mij wel niet vergissen, wanneer ik meen dat de stemmen die de communisten verloren, naar de P.v.d.A. zijn gegaan. Nu is deze, onze. Partij niet achteruitgegaan, evenmin vooruit; zij moet naar rechts ongeveer evenveel verloren hebben als zij van links tot zich trok. Zij verloor in het zuiden aan de K.V.P., in de overige delen van het land aan C.H. en vermoedelijk ook aan V.V.D. (een groep, die vroeger door de vrijz. dem. werd vastgehouden, is blijkbaar zwevend geworden, terwijl de middengroepen der bevolking nog steeds de doorslag geven bij verschuivingen). Of je wilt of niet: een verkiezingsuitslag brengt je ook aan het mijmeren. Is er reden tot verontrusting? Als ik naar de getallen alleen kijk, zeg ik: niet zonder meer; het had, gegeven de tendens van conservatisme op allerlei terrein, erger gekund. Dat een groot aantal ex-communistische stemmen weer bij ons terechtkomt het waren immers socialistische arbeidersstemmen kan aanduiding van een genezingsproces zijn, waarover wij ons hartelijk kunnen verheugen. Maar van een andere kant gezien, is er wel degelijk reden tot verontrusting. Ik noem twee dingen: terwijl wij in de partij er van overtuigd zijn, dat een socialistische politiek niet alleen kan steunen op arbeiders, maar ook in ruime mate steun van de middengroepen nodig heeft, is het ons kennelijk niet gelukt dit inzicht klaar en concreet tot de middenstand te doen spreken. En ten tweede: de conserverende stromingen in ons volk zijn momenteel blijkbaar sterker dan de krachten van de doorbraak. Er zou over het verlies van onze stemmen aan de K.V.P. in het zuiden ook

wel een en ander te zeggen zijn; ik laat het na, omdat de verantwoordelijkheid daarvoor het eerst bij onze r.k. partijgenoten ligt. Voor onze verantwoordelijkheid komt echter de bearbeiding van het grote protestantse volksdeel, dat thans weer zwenkt naar de C.H.... al is het mij volkomen duister wat men daar, politiek gesproken, aan klaarheid en concreetheid vindt.

Troelstra. De Statenverkiezingen. Hebben zij iets met elkaar te maken? Neen. Troelstra is al meer dan een kwart eeuw uit ons politieke leven verdwenen. Onze problemen zijn heel andere dan die waarvoor hij en de zijnen stonden. Zijn naam zal in de verkiezingsredevoeringen ook wel niet meer zijn genoemd. Neen, zij hebben niets met elkaar te maken. Ik wil mij zelf en onze lezers ook bewaren voor een romantisch, sentimenteel verlangen, dat hunkerend zucht: hè,dden wij maar een Troelstra terug een verlangen, dat zo grievend onbillijk is tegenover de mensen, die nü ploeteren en zwoegen aan de bovenmenselijk zware problemen van deze tijd.

En toch raakt mijn gemijmer over Troelstra ergens in de diepte (of moet ik zeggen: in de verte?) mijn gepieker over de verkiezingen en de situatie der beweging, die wij dienen. Aan een figuur uit het verleden worden wij ons niet alleen bewust, wat er veranderde, maar ook: wat wezenlijk is. Wezenlijk is voor ons, socialisten uit het smartelijke tijdvak, dat de verschrikking van twee wereldoorlogen zag, en nóg onder de druk van een mogelijke derde leeft, wezenlijk is voor ons: een menselijke gemeenschap, waarvan sociale gerechtigheid en geestelijke vrijheid de pijlers zijn. Wij mogen weten, juist aan Troelstra’s leven, dat nooit iets wezenlijks voor het socialisme tot stand kwam zonder een menselijk bewogen hart en een strijdbaar denken en geloven. Wij voor ons deel zullen sterker nadruk leggen op de krachten van verantwoordelijkheid, roeping en dankbaarheid, die ons uit het Evangelie geschonken worden; maar wij staan met onze makkers in éénzelfde strijd. De strijd der oude generatie gaat voort in de vormen van deze tijd. Dè,t leerde ik puren uit het gemijmer. Het voert opnieuw tot strijd. W.B.