is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 34, 27-05-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flauw vermoeden ervan gehad, dat dit op zo’n grote teleurstelling zou uitlopen. Nu is er vermoeidheid, er is ergernis, er is geen beweging van zo groot formaat, dat daardoor een herstel van vertrouwen kan tegemoet worden gezien. Er is alleen een manoeuvreren van grote en kleine bewegingen, maar het vertrouwen, dat er werkelijk gebouwd wordt, ontbreekt.

Misschien moeten wij de oorzaak van onze twijfel mede hierin zoeken, dat wij ons te veel door het grote en massale laten leiden. Wij zijn mensen geworden, die alleen in het massale hun vertrouwen stellen. Men kan de 19e eeuw de eeuw van het massale noemen; de opkomende arbeidersbeweging, de massale productie, het massale geloof in de materiële vooruitgang. Misschien staan wij thans op een punt, waarop zich een wending voltrekt. Misschien wordt ons oog in de tweede helft van de 20ste eeuw meer gericht op het kleine en onaanzienlijke, dat de kern der evangelische waarheid bevat. Laat ons aan het werk van Franciscus van Assisi denken. Toen Franciscus naar wegen zocht, waardoor de massale Middeleeuwse kerk uit haar verval zou kunnen worden opgeheven, wees God hem op het kapelletje van San-Damiano, een vervallen gebouwtje in de omgeving van Assisi. Franciscus is aan het werk gegaan, steen voor steen werd aangedragen en dit is het begin van een groot werk geworden. Zo roept God ons in deze tijd op om het oog af te wenden van het massale en cellen van rust en vrede in de wereld te bouwen. Grote daden zijn van de kerk op korte termijn zeker niet te verwachten. Boodschappen, die klinken als een klok, zullen in de situatie, waarin de kerk zich in ons land bevindt, waarschijnlijk niet het levenslicht zien. Maar wel kunnen er cellen gebouwd worden en dit zal geschieden, zodra wij ons oog van het massale durven afwenden en gaan letten op het kleine en onaanzienlijke.

Geloven is bouwen. Bouwen kan men echter slechts, wanneer men iets gezien heeft. Wat ziet de mens, die in de moderne wereld zijn banken, bioscopen, kazernes neerzet? Wat is de leidende gedachte bij dit alles? Ziet de mens, die deze stedelijke bouwwerken neerzet, nog altijd als lichtend beeld „de stad met de' fundamenten, waarvan God ontwerper en bouwmeester is?” Ligt er in de wijze, waarop wij bouwen na de oorlog, iets opgesloten van de waarheid, dat wij „gasten en vreemdelingen op aarde zijn?”. Of is ons bouwen ondanks alles een zeer openhartige belijdenis van het materialisme, waarin wij zijn vastgelopen? Slechts één stad kan het eeuwig model voor ons bouwen zijn: het nieuwe Jerazalem, waarin het Lam het stadsbeeld beheerst. Deze stad, die een wonder van schoonheid is, onderscheidt zich bovenal hierdoor, dat zij een open stad is. Hier domineren niet de bankgebouwen en de bioscopen, hier is alles rondom de troon geschaard, waarop God en het Lam gezeten zijn. Dit uitzicht houdt de belofte in van een nieuwe wereld, waarin werkelijk vrede zal zijn.

A. F. L. VAN DIJK

Het gedeelde Duitsland

Pinksteren 1950 heeft de politici al maandenlang verontrust. Dit is het moment, waarop de honderdduizenden van de communistische Oostduitse jeugd in de oude hoofdstad bijeenkomen. Een Pinksterfeest met een dreiging, zelfs nu bekend is geworden dat de demonstranten enkel de Oostelijke sector van de stad zullen aandoen. Gebeurtenissen als het neerschieten van de Amerikaanse Prlvateer boven de Oostzee en het aanhouden van een Britse treller kunnen nu eenmaal niet als geruststelling ten aanzien van de Russische bedoelingen gelden. De Sowjet-Unie, sinds de overwinning in China weer overal in het offensief, is langzamerhand de duizeligheid van het succes van Mao te boven gekomen en geeft hiervan duidelijk blijk. Voor Oosten West-Duitsland betekent deze verscherping van de koude oorlog, dat de splitsing welhaast definitief wordt. Men vraagt zich dan ook af, of het nog zin heeft het herstel van de Duitse eenheid te bepleiten; of dit niet tot de aparte onmogelijkheden is gaan behoren.

De Oostelijke zone van Duitsland Is langzamerhand geheel „gevolksdemocratiseerd.” De ontwikkeling gelijkt In velerlei opzicht op die in de Oosteuropese landen. Om dit mogelijk te maken was een materiële voorbereiding nodig. Het natlonaalsocialistisch getrainde volk had niet veel geestelijke omvorming nodig om het communisme van de Kominform te slikken. De Russen behoefden het land slechts leeg te plunderen, het bestaansniveau koloniaal te maken, om nadien door hun zetmannen deze verarmden het sociale schijnperspectief van hun volksdemocratie aanlokkelijk te maken.

Geenszins wil dit zeggen, dat er totaal geen weerstand is in Oostelijk Duitsland. Nog steeds is geen verkiezingsvervalsing in staat om de politieke oppositie bij de stembus weg te cijferen. Deze oppositie is deels een gevolg van het geweld aan het Duitse nationalisme, deels ook van het aangetaste bestaan der gezeten burgerij; voor een veel geringer deel komt dit verzet voort uit een Westers-democratische instelling. De Russische bezetters hebben te hard toegeslagen om hun succes volledig te doen worden; zij hebben het Duitse nationalisme te zeer gekwetst om dit zelfde nationalisme nu al volledig voor hun politiek te kunnen gebruiken.

Deze houding vindt voor een belangrijk deel haar oorzaak in de stemming van de Russische bondgenoten-satellieten. Landen als Polen en Tsjechoslowakije konden de eerste jaren na de oorlog slechts met vernedering van Duitsland gepaaid worden. Zonder deze zou het Russische streven bij hen te veel tegenzin en afweer hebben opgeroepen. De Sowjet-Unie is nu sinds ongeveer een jaar bezig om de aldus in Oost-Duitsland gederfde machtswinst te herstellen. Op voor de Duitsers zeer gevoelige punten als politie en leger zijn vergaande concessies gedaan. In feite beschikt Oost-Duitsland thans over een leger van ca 100.000 man (sommige schattingen noemen een veel hoger getal), bewapend met mortieren en gevechtswagens. Daarenboven schijnt ook het bestaansniveau weer wat gunstiger te worden, hetgeen overigens

ook zeer goed mogelijk is. Immers, het oostelijke gedeelte van Duitsland is een agrarisch gebied. Ook is dit mogelijk geworden door de bevolkingsafvloeiing naar de westelijke zones van het „Vierde Rijk”. Men krijgt de indruk, dat de illegale grensoverschrijding door de Russen niet te nadrukkelijk wordt tegengegaan. Waarom ook? Slechter kan de roep van de Sowjet-Unie in West-Duitsland niet worden door het relaas van de vluchtelingen. Wel wordt de economische situatie in West-Duitsland er moeilijker door. Veel belangrijker voor de russificatie van Oost-Duitsland zijn de structurele veranderingen, die zich voltrekken. Feitelijk is er een één-partijstaat met een in volle gang zijnd massaficatieproces door binding van het volk In verenigingen en bewegingen, die op hun beurt weer aan de communistische partij ondergeschikt zijn. Deze wijzigingen in de samenleving laten géén weg terug open.

In dit licht bezien Is de recente uitnodiging van de Westelijke bezetters om verkiezingen te houden voor geheel Duitsland niet meer dan een formeel gebaar. Misschien zou het in theorie nog mogelyk zijn om

Vonkjes

Ons huis wordt deze maand bewoond door een groepje meisjes van achttien jaar en ouder. Het leven is hier nu heel anders dan in de cursussen „Tussen School en Leven”. Héél anders en toch is er ook weer veel overeenstemming. Je hoort haast nooit deuren slaan, er is geen gegil op de gangen, ’s avonds is het gauwer stil, de witte tegels van de hal blijven de hele dag wit. De jongere leidsters hebben het veel malckelijker: er is nu geen kwestie van, dat ze „orde moeten houden”, ze zijn van dezelfde leeftijd als de cursisten en dat maakt, dat de spanning geringer is. De moeilijkheden liggen anders. Toch ook veel overeenstemming schreef ik.

Ook deze meisjes mogen een tijd lang aan hun eigen vorming werken; ze kunnen praten over datgene, wat hen interesseert, ze komen toe aan het lezen en bespreken van een mooi boek, aan hun verlangen naar wat meer ontwikkeling wordt tegemoetgekomen, ze halen hun hart op aan het maken van mooie dingen in handwerken handenarbeidles, ze sluiten vriendschappen en ze genieten van het buitenleven.

De eerste week was iedereen in de beste stemming, liet elk zich van haar goede kant zien, waren er nauwelijks strubbelingen. Het was het leven op zijn Zondags. Je weet van te voren, dat er na qen week of tien dagen een inzinking komt. Niet zo erg, maar je leert elkaar kennen: Han, die zo zacht en lief leek, is ook wel eens scherp. Mien irriteert, doordat ze zo zemelen kan. Ans is toch niet prettig als kamergenoot, want ze zit altijd bij anderen ’s avonds en dan ben je vanzelf ook „uithuizig”. Hetty praat veel meer om te praten en gelijk te hebben, dan om tot klaarheid te komen en