is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 35, 03-06-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Turkije EN DE DEMOCRATIE

De Londense conferentie heeft voor Turkije enige onmiddellijke betekenis gekregen door de hernieuwde garantie van ’slands grenzen en positie. De betreffende verklaring volgde op de berichten omtrent de verkiezingsuitslagen in het voormalige Ottomaanse Rijk, waarbij de oppositiepartij een overweldigende meerderheid verwierf. Stellig was zij bedoeld om duidelijk te maken, dat de regeringswisseling die van de uitslag het gevolg is, van geen invloed zal zijn op de houding van de Westerse mogendheden.

Waarom ook? Deze verkiezingen hebben bewezen, dat Turkije op weg is een democratie te worden, hetgeen steun door de Westelijke mogendheden enkel kan vergemakkelijken. Hier ontwikkelt het politieke leven zich op verheugende wijze; het is de moeite waard om door economische en militaire steun deze ontwikkeling verder mogelijk te maken.

De man, die bij deze verkiezingen de nederlaag heeft geleden, heet Inönü, en was tot voor kort president. Hij heeft nu, met zijn Republikeinse Volkspartij, het veld moeten ruimen voor de Democratische Partij. Het is een interessante vraag in hoeverre Inönü deze ontwikkeling heeft gewild. Het regime, dat hij van de landshervormer en dictator Kemal Ataturk heeft övergenomen, liet geen oppositie toe. Ataturk heeft met ijzeren hand in dertig jaren een achterlijk, feodaal Oosters land omgeschapen tot een redelijk ontwikkelde staat. In dit proces van dwang en geweld paste geen oppositie. Er waren doodstraffen nodig om, na de opheffing van het sultanaat in 1922, de gelijkberechtiging van de vrouw (afschaffing van sluier, van veelwijverij, verlening van

vrouwenstemrecht), de strikte beperking van de invloed van de kerk tot binnen de muren van de moskee, de zuivering van de taal, de invoering van het Latijnse schrift, de vestiging van een moderne rechtsregeling etc., door te zetten. Inönü is steeds gematigder geweest dan zijn vriend. Hij heeft zich vermoedelijk in latere jaren wel verzet tegen de te straffe maatregelen van Ataturk. In 1937 zag hij in elk geval van het minister-presidentschap onder Ataturk af. Na diens dood werd hij in 1938 tot president gekozen. Inönü heeft langzamerhand de weg naar het eerste begin van werkelijke democratie gebaand. In 1946 maakte hij het mogelijk, dat een oppositiepartij (op een nauwelijks verschillend program) aan de stemming ging deelnemen.

Zijn bereidheid tot democratie was toen echter nog niet bijzonder groot. De stemmen werden op de bureau’s van de regeringspartij geteld, zodat de bepaling van de uitslag in wezen niet meer betekende dan een beleefdheid tegenover de democratie. De oppositie kreeg op deze wijze 66 zetels toegewezen, de regeringspartij nam er 395 in beslag. Op 14 Mei 1950 zijn de stemmen blijkbaar eerlijker geteld; dit is het opmerkelijke in Inönü’s beleid. Hij heeft de oppositie (van 66 afgevaardigden) de gelegenheid gegeven om een kieswet te doen aannemen, waarbij absolute vrijheid van stemmen mogelijk werd. Men kan moeilijk veronderstellen, dat Inönü niet heeft voorzien, dat deze verkiezingen voor de oppositie een succes zouden worden. Te zeer

heeft hij de ontwikkeling geleid, om hierdoor verrast te worden. Als hij inderdaad op deze wijze zijn volk naar werkelijke democratie heeft willen geleiden, is dit alle bewondering waard.

De gebeurtenissen houden niet in, dat Turkije nu al een democratie geworden is. Slechts de eerste middelen voor het goed doen functionneren van het democratische systeem, zijn gegeven. De eigenlijke ontwikkeling moet nu pas volgen. Vier jaar heeft de Democratische Partij om het in haar naam vervatte beginsel te helpen verwezenlijken. Dan krijgen de kiezers opnieuw de gelegenheid voor een uitspraak. Nu is enkel het oordeel van de bevolking gevallen over de vraag of de regering al dan niet corrupt is. De verkiezingspropaganda van de oppositie heeft praktisch alleen hierop gehamerd. De kiezers, die in groten getale zijn opgekomen (98 %, terwijl Turkije geen stemplicht kent) hebben geen keuze gedaan tussen twee politieke richtingen. Zij hebben, in hun vertrouwen dat de Democratische Partij minder corrupt zal zijn, personen gekozen, en geen beginselen. Bovendien, de politieke doelstellingen van beide partijen zijn ongeveer gelijk.

Het ligt echter, gelukkig, geheel in de ont"wikkeling, dat de politieke vorming, die in vier jaar tijd al dit gunstige resultaat heeft gehad, in snel tempo verder zal gaan; dat bezinning op politieke beginselen, dat partijvorming op grond van de politieke problematiek de volgende stappen zullen zijn in het groeiproces van het Turkse volk. Dat dit groeiproces voortgang moet vinden, ligt voor de hand. Slechts een innerlijk gezond en krachtig Turkije zal de immer weer terugkerende Russische druk kunnen weerstaan. Hetgeen voor een land dat de Bosporus beheerst, van het grootste belang is. H. VAN VEEN

het tempo der eerste jaar komen we dus niet op 192.000 uit, maar op een getal dat ongetwijfeld enkele tienduizenden lager ligt, hetgeen wil zeggen: een extra-werkloosheid.

Hoe zit het met de doelstelling t.a.v. de werkloosheid?

Ook als het industrialisatiedoel ten volle wordt verwezenlijkt, zal deze een stuk groter zijn dan thans. Het is nu eenmaal nooit mogelijk om allen aan werk te helpen. Het peil van 1948 (gemiddeld 45.000) en 1949 (gemiddeld 57.000) is abnormaal laag. De meest optimistische raming van de normale werkloosheid in het westen vindt men bij de bekende Engelsman lord Beveridge, in diens boek; Full Employment in a Free Society. Beveridge stelt daar de normale werkloosheid op 3 % van het aantal loontrekkenden, d.i. voor ons land voor 1952 waarschijnlijk omstreeks 100.000 (gemiddelde werkloosheid gedurende het gehele jaar). De Industrialisatienota is dus eveneens optimistisch, indien ze het doel op 105.000 stelt. Het niet halen van het gestelde doel vergroot deze werkloosheid. Een waarlijk gigantische inspanning wacht ons dus nog. Deze taak kan enigermate worden verlicht indien de emigratie zou toenemen. Deze bewoog zich tot nu toe op een niveau van ongeveer 10.000 tot de beroepsbevolking behorende personen. Als we elk jaar het dubbele daarvan konden doen emigreren, zou dit uiteraard heel welkom zijn, R. EVERTS.

Droomvaart

Hoe lichte vaart biedt daags de dromenboot; men hoeft er niet te roeien, niet te bomen,

slechts mee te drijven met vertrouwde stromen van wensvervullende herinnering ....

maar als men dan bij ’t scheidend avondrood, van ’t daadloos dromen loom, meent aan te komen in werkelijke paradijs der dromen.

volgt hartverkillende ontgoocheling.

In ledig niets kan nergens men aan land.

en doelloos blijkt de vaart, slechts waan-verblijden, om uit het leedvol heden weg te glijden, waar God Zijn eisen stelt in mens en ding. ..

Behoede mij de tucht van Zijne hand, dat nimmer 'k Zijne stormen en getijden

in zulk een laffe droomvaart tracht te mijden, maar lijd' mijn leed, tot liefdes loutering.

W. C. J.