is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 36, 10-06-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welkom Anti’s

II De practische samenwerking

In een vorig artikel heb ik naar aanleiding van een serie artikelen in Trouw een paar voorbeelden gegeven van de principiële afwijzing van het socialisme door de anti’s. Ik heb proberen duidelijk te maken, dat een aantal principiële bezwaren tegen het socialisme geen bezwaren kunnen zijn tegen het huidige socialisme, omdat de tegenwoordige socialisten het voor het grootste deel eens zijn met deze critiek. Ook zij moeten niets hebben van staatsabsolutisme en zelfs niet van een overwegende invloed van de staat op het economische leven. Bij de cultuur is dat nog veel duidelijker. Slechts op het, in wezen theologische verschilpunt in zake de gewenstheid van de confessionele partijvorming, scheiden zich de wegen van Trouw en de socialistische Christen.

Het zal wel een illusie zijn te menen, dat voorlopig anti’s en socialisten het over de al of niet vermeende tegenstellingen eens worden. Trouw stelt dan ook voor rustig voort te gaan met de principiële strijd, maar ondertussen practisch samen te werken. „Want de Staat moet bestuurd worden.” De anti’s zijn dus bereid te overwegen in 1952 tot de regering toe te treden.

Ik meen, dat wij hier een hartelijk welkom moeten laten horen. Waarom? 1. Het is ongezond, dat een zo grote groep als de anti’s voortdurend in de oppositie moet staan. Van huis uit zijn de anti’s geen querulanten; zoals de Staatskundig Gereformeerden of de Welterianen. Het zijn mensen, die nooit regeringsverantwoordelijkheid geschuwd hebben en die dan ook een grote groep van uitermate bekwame bestuurders kunnen opleveren. Oppositie kan gezond zijn, als er mogelijkheid bestaat op een gegeven ogenblik van oppositie tot regeringspartij te worden, zoals in Engeland het geval is. Dat tempert de oppositie en maakt de regering voorzichtiger. Maar onvruchtbaar wordt de oppositie, die toch nimmer op de regeringszeteis terechtkomt. Dat gevaar dreigde met de anti’s. Het is verheugend, dat de anti’s daar een einde aan willen maken.

2. De anti’s behoeven niet per se conservain economisch en sociaal opzichtte zijn. Door hun oppositie zijn ze in die hoek gedreven. Medewerking aan een progressieve regeringspolitiek zal hen weer terugvoeren naar het eerste sociale congres. Het zal de oude wens van Kuyper weer gestalte geven, dat

gestreefd dient te worden naar een „architectonische” vernieuwing der maatschappelijke orde. Laten wij niet vergeten, dat de publiekrechtelijke organisatie van het bedrijf isleven een gedachte is uit de anti-hoek, al zijn er ook anderen, die op het vaderschap aanspraak kunnen maken.

3. Door het isolement der anti’s valt een te zwaar accent op de rooms-katholieken in ons land. Persoonlijk ben ik niet zo bevreesd voor de roomse politiek, maar de overgrote meerderheid der protestanten geeft het aanleiding tot anti-papistische reacties. In het belang van onze volkseenheid en ook in het belang der rooms-katholieken zelf, acht ik het beter, dat de roomsrode coalitie plaats maakt voor een bredere formatie. Ik zou in dit opzicht verder willen gaan dan het huidige kabinet en ook verder dan prof. Anema, die immers K.V.P. en P.v.d.A. als de spil van de bredere formatie zou willen zien.

4. De anti’s hebben er de laatste jaren blijk van gegeven een constructieve buitenlandse politiek te willen voeren. De eerstkomende jaren zullen het primaat der buitenlandse politiek te zien geven. Wat is dus meer voor de hand liggend dan dat de anti’s hun medewerking in de meest actieve zin van het woord geven, nl. in de regering. Dus welkom!

Maar er is één voorwaarde. En wel, dat de anti-revolutionnaire partij het liberale principe in het economisch leven loslaat. Ik weet, dat zij zich formeel nimmer op dit standpunt gesteld heeft, maar in de praktijk is zij liberalistischer dan de V.V.D. Dat blijkt bij vragen over belastingpolitiek, over conjunctuurpolitiek, over cyclische budgettering, over controle over investeringen en over sociale voorzieningen. Het is enkele weken geleden door Van Randwijk in Vrij Nederland voortreffelijk gezegd, dat de anti-’s een merkwaardige voorliefde hebben voor het individuele optreden van de ondernemer. Van Randwijk zegt: „Terwijl men op andere terreinen des levens trachtte vrijwel alles te ordenen en te reglementeren (wetenschap, gezin, kunst, school, ontspanning) kwam hun handelwijze in de praktijk er op neer, dat men de maatschappij maar al te graag over laat aan het vrije spel der maatschappelijke krachten en beperkte men er zich veelal toe, de slachtoffers wat te helpen in plaats van het maken van slachtoffers te voorkomen en de hebzucht en winzucht, de macht van de sterke en de willekeur aan banden te leggen door wettelijke bepalingen en organisaties.”

„Is de mens soms plotseling op economisch terrein zo van nature goed geworden, dat hij zijn vrijheid eigener beweging niet

zal gebruiken om anderen te verdrukken?” „De A.R. partij gelooft, „dat God uiteindelijk de eigenaar is van alle goederen”. Ja, ja, die uiteindelijke God, die op het laatst ook blijkbaar aan zijn trekken moet komen. „Het is niet naar Gods wil, dat er zij: Armoede en gebrek en kommer.” Als dat waar is, dan wegen tegen deze zonde alle cabarets en gemengde zwembaden en bioscopen en meer van dat sullige spul niet op en dan wordt het tijd, dat de A.R. eens een kruistocht begint tegen deze „zonde voor God”.” Tot zover Van Randwijk.

Wat nodig zal zijn is, dat men aan anti’s die wat frissere gedachten bij zich hebben over economie en sociale gerechtigheid, het woord gaat geven. De economische faculteit aan de Vrije Universiteit zal daartoe zonder twijfel het hare bijdragen. De koudwatervrees voor de staatscontrole moet plaats maken voor een gezonde, doch gereserveerde aanvaarding van deze contröle. In dit opzicht is met het beginsel der subsidiariteit meer te bereiken dan met dat der souvereiniteit in eigen kring, waarbij altijd het gevaar dreigt van een irrealistisch, aprioristisch redeneren (als voorbeeld daarvan noem ik prof. Dooyeweerds visie op het wezen der economie en van de ondernemer) .

Zullen de anti’s het roer omgooien? Ik hoop het van harte en ik neem het wel aan. Zij zullen dan weer terugkeren tot de periode van voor Colijn, die wel in heel sterke mate verantwoordelijk gesteld kan worden voor de liberalistische stroming. De koerswijziging zal de nodige pijn opleveren, maar het zal betekenen, dat een uiteengroeien van de A.R.-partij en het C.N.V. voorkomen wordt en dat in ons land een grotere basis voor de opbouw van een gezonde sociale gerechtigheid gevormd wordt. De socialisten zullen de uitgestoken hand niet moeten afweren. De gereformeerde groep in ons volk is een goede partner. Men kan staat op haar maken. Zij is stabiel en voorzichtig, maar volhoudend en actief. Laten de socialisten proberen de anti’s te overtuigen, dat zij het roer moeten wenden in de richting van het eerste sociale congres. En dan aangepast aan de noden van nu. J. G. V. d. PLOEG

lieden die hun wraak nemen hetzelfde als eeuwen geleden. Er bij is echter gekomen: nog meer huichelarij, en het bandietendom dat op keurige, systematische wijze met mensenvlees handelt, de meest morele manipulaties toepast en hen die zich niet buigen voor hun misdadige „normen”, vermorzelen. Het kapitalistische managerdom in zijn meest walgelijke vorm komen wij in „Niet volgens afspraak” tegen én een lijdend mens, die alleen boksende z’n paar dollars meent te kunnen verdienen, en die verkocht en verraden wordt. „Oplichterij”, schreeuwen de elegant geklede gangsters, ■wanneer Stoker de ander heeft verslagen. „Oplichterij”, en zij ménen het. Deze misdaad kan, u begrijpt het door fatsoenlijke zakendeden niet worden geduid... De door hen bepaalde straf is dus verdiend. In déze film is het sociaie element geen misleidend vernisje. Deze film vergeet geen

ogenblik de achtergronden. Het meest afzichtelijke wordt ons getoond, ten einde de methoden van sommige Amerikaanse „vermaaks”-industrieën ondubbelzinnig duidelijk te maken. Bij de behandeling van dit onderwerp mocht niets worden verdoezeld, mocht de strekking niet worden omgebogen door zoetsappig en/of heldhaftig gedoe. Van een hele reeks rolprenten die ik de laatste weken heb gezien, is de film van de vrij onbekende Robert Wise de meest onthullende, de meest tragische tevens. Het grote publiek zou er van overtuigd moeten worden, dat hier, dank zij de moed en het kunnen van een regisseur, een werk tot stand is gekomen, waarin het afzichtelijke evenals het rhythme der beelden en het geluid een functie heeft, en waarin het als zodanig op een heel ander niveau staat dan dergelijke gegevens in het gros der rolprenten. • H. WIELEK

'’Bentvdd-nieuws

Vacantieweek te Bentveld van B—l4 Juli. Gaarne vestigen wij nog eens de aandacht van onze lezers op de vacantieweek voor gezinnen, die van B—l4 Juli in Bentveld wordt gehouden onder leiding van ds en mevrouw Van der Meiden—Coolsma. Bentveld biedt u een uitgezóchte gelegenheid om met het gehele gezin vacantie te houden. Men is geheel vrij er op eigen gelegenheid op uit te trekken naar het strand of de duinen, ook worden in groepsverband korte of langere tochten georganiseerd. ’s Avonds is er een boeiende lezing of goede kunst.

Kinderen vanaf 4 Jaar kunnen worden meegebracht. Vertrouwde hulp is aanwezig. De kosten bedragen naar draagkracht ƒ27,50 of ƒ 30, per persoon. Voor echtparen ƒ 50, of ƒ55,—. Kinderen beneden 12 jaar ƒl5,—. Aankomst Zaterdagmiddag, vertrek Vrijdag na het middagmaal. Inlichtingen kunt u inwinnen bij, aanmelding voor deelneming zenden aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldseweg 3, Bentveld.

Doorbraaik als blijvende taak. Cursus te Bentveld van 22—29 Juli. Leider: ds A. van Biemen. Een vacantie-cursus: ’s morgens en soms ’s avonds een lezing of onderling gesprek. Verder vrij voor wandelen, zwemmen enz. Indien de plaatsruimte