is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 38, 24-06-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volheid. \ Psalm 24:1

fyd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 48STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 24 Juni 1950 Nr3B

Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr W. Batming J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeijde e.a.

Ahcnu. bf vwruitbtl ptr jaar f 8.00, halfjaar f 4.2}, kv/art. f 2.30 plus fo.l} incasM. Lust ttrs fo.l}, 21876, Cem. girt V 4}oo, Adm. PI.V. De Arbeiderspers, Hekelveld li, A'dam-C

N IE T FLEURIG

Het staat niet fleurig met de drankbestrijdersbeweging. Ik wil dat hier, op deze plaats, vaststellen. Want dat feit moet niet alleen zorg baren by de betrekkeiyk kleine groep actieve drankbestryders in Nederland, maar aan allen, die zich verantwoordeiyk voelen voor de zedeiyke en geestelijke gezondheid van Nederland.

Laten wy eerst vaststellen, dat de drankbestrydersbeweging iets eigensoortigs is te midden van allerlei strevingen op maatschappelijk terrein. Men brengt graag de militante geheelonthouders onder de rubriek van idealisten, die een beetje staarkramp op hun eigen zaak hebben en gekenmerkt worden door het fanatisme van de zachtmoedigen. Lastig, want onweerlegbaar in het gesprek en daarom te vermyden. Benaderd, óf met een straaltje uit de nimmer drogende bron van drankgrapjes, óf met een beleefd, omzichtig zwijgen.

Wie het zó ziet, heeft het mis. Drankbestryding staat niet wat aard van de stryd aangaat in hetzelfde gelid met de Bellamy-beweging en de Esperantisten, zy wil een maatschappeiyk kwaad, het alcoholisme, bestrijden èn door wetteiyke maatregelen èn door een levensgedrag, dat afwykt van dat der grote meerderheid. De drankbestryding maakt het verband tussen een sociaal verschijnsel en de persooniyke verantwoordelijkheid voelbaar. Etoor de geheelonthouding wordt op een min of meer opvallende, maar ook op een zeer eenvoudige wyze aan het licht gebracht, hoe myn persooniyk gedrag en een volksgewoonte nauw samenhangen.

Het is dan ook niet toevallig, dat de vrije jeugdbewegingen, die in de jaren twintig ontstonden, (K.G.0.8., J.G.0.8., M.8.A.5., J.O.D. en in zekere zin ook A.J.C.) juist de geheelonthouding in haar vaandel schre-

ven. Hierin werd een levend sociaalidealisme concreet. Van de geheelonthouding uit ontdekten wij jongeren van toen als wij niet te fanatiek of te schwarmerisch waren de sociale samenhang in wijder verband en wérden zo op het spoor geleid van een innerlijk aanvaarden van normen in het persoonlijk leven ter wille van de samenleving. Een gezond proces, dat by velen beslissend is geweest voor hun verdere leven.

Nu doet zich het feit voor, dat thans de drankstrijd in veel mindere mate op deze wijze functionneert. Daar zijn verschillende redenen voor. De ellende van de oorlog heeft hellekrochten aan het licht gebracht, waarbij het drankleed kindergeschrei is. Het bewustzijn van de menigvuldige samenhangen over het ganse rond der aarde heeft het besef van verantwoordelijkheid zo zwaar belast, dat men de neiging voelt opkomen tot vluchten en individualist te worden. Bovendien: naderde men het alcoholisme in de eerste periode na 1900 vooral van de morele kant en deed men een beroep op de wil, thans, nu de studie der psychologie breder en dieper is geworden, ziet men minder het alcoholisme dan de alcoholist. De alcoholist, die om duizend en één reden tot zijn verslaving gekomen is. Het oprichten van de consultatiebureau’s voor alcoholisten is er een teken van, dat men deze kant wel ziet. Ook in de kringen van nietgeheelonthouders. Daar komt bij, dat lange tijd geheelonthouding één der facetten was van een bepaalde levenshouding: strevend naar zedelijke-culturele vernieuwing, die de samenleving een ander gelaat zou geven. Dit idealisme heeft aan kracht ingeboet te midden van alle angsten en zorgen, die wij doorstonden en doorstaan.

Het is goed, deze redenen in de gaten te

houden. Vooral voor die geheelonthouders, die bevangen raken door een zekere loomheid en fatalisme.

Ik meen, dat in geheelonthouderskringen niet altijd voldoende rekening wordt gehouden met deze feiten. Zie ik goed, dan is hiervan het familiegevoel onder geheelonthouders de oorzaak. Want de drankstrijd heeft een eigenaardige samenbindende kracht. Anders was de geheelonthouding ook nooit grondslag voor een aantal jeugdbewegingen geworden. In de drankstrijd wil men immers niet alleen samen iets bereiken, maar ook op een bepaalde manier in het leven staan. Men is op een bepaald punt anders dan anderen. Dat drijft te zamen, geeft een familiegevoel, dat zeer aantrekkelijk is voor de familie zelf, maar isoleert van hen, die niet tot de familie behoren. Deze situatie is tegelijk haar kracht èn haar zwakheid. Daardoor dringt de verandering van klimaat, die de noodzaak van omschakeling in strijdmethode te weinig tot hen door. En daardoor worden zij, die wel het probleem van het alcoholisme met verontrusting zien, niet voldoende aangetrokken tot deze strijd.

Dit zeg ik zonder enig verwijt naar de kant der drankbestrijdersbewegingen.

Ik zeg dit wèl als een vermaan tot hen, die wèl het alcoholisme als een kwaad zien, maar in de veelheid hunner aandacht géén ruimte over hebben voor activiteit op dit gebied.

Want de zaak staat zo: er Is een groeiend alcoholisme, dus een maatschappelijk gevaar. Zeker, te midden van honderd andere, mdar andersoortige gevaren. Er is een drankbestrijdersbeweging met een lange traditie, met een goudmijn van trouwe toewijding. Maar zij vindt de mensen niet in voldoende mate om in onze revolutionnaire tijd naar nieuwe methoden te zoeken dit gevaar nü te lijf te gaan. Dit kèin alleen, wanneer een aantal mensen het offer tot gezette studie, tot leidinggeven brengt. Pas als de drankbestrijding zich verbreedt, als zij mensen van groter verscheidenheid vindt om mede verantwoordelijk voor haar te zijn, is er kans op de terugdringing van een gevaar, dat glimlachend miskend wordt en dat pas in zijn onthulde vorm de duizenden aan ’t schrikken zal brengen. Maar dan is het helemaal niet fleurig meer in Nederland. L. H. R.