is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 39, 01-07-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PILOOT

De morgen blauwt in koele klaarte; schoon wordt de dag, die rein begon. Ik voel niet meer mijn lichaamszwaarte: Mijn hart slaat licht, mijn ziel is zon.

Ik zie de zware wereld zweven in deze zuiv’re morgenschijn; opnieuw prijs ik dit wond’re leven om zoveel vreugd, bij zoveel pijn.

Als met twee vleugels opgenomen stijg ik de hemelstuten in, ga in het gouden licht verstromen, genaderd tot mijn oerbegin.

Sta op, waag de sprong dag na dag naar het licht! Wie strijdt blijft steeds jong; Wie vlucht wordt ontwricht.

Zo diep is geen nood of gij stijgt en geneest. Wie lééft is voor dood noch duivel bevreesd.

Sta op dan en stort u in ’t heetst van de strijd. Wie lijden wil wordt door het lijden gewijd;

Weet, dat een God hem voortstuwt en draagt; hij zegent zijn lot en arbeidt en waagt!

Andreas Glotzbach

rie en als wensdroom. Binnen het socialisme in Europa bestaan nog diepgaande verschillen, die voorlopig een werkelijk eendrachtig Europees optreden ernstig zullen belemmeren. Dat is erg voor het socialisme en het is zeker ook bij verschillende groepen een gevolg van een doctrinaire verstarring of een in ongunstige zin verpolitiekt-zijn. Maar het mag ons de „uitdaging” van onze kritieke situatie niet uit het oog doen verliezen.

Het heeft waarschijnlijk ook weinig zin om een nieuw élan en een nieuwe opbloei van het socialisme op andere wijze te verwachten. Waar en hoe zou die moeten komen? We wezen de vorige keer op de uitslagen van de „sociale verkiezingen in Frankrijk”. Wie er voor een partijblad ambtshalve niet anders over behoeft te schrijven, kan er o.i. maar twee conclusies uit trekken. In de eerste plaats, dat er een groeiende onverschilligheid is in Frankrijk tegenover de mogelijkheden van de huidige politieke partijen (en de vakbewegingen) in de huidige situatie. In de tweede plaats, dat het aan het socialisme in Frankrijk niet gelukt is op grote schaal een vernieuwing en een nieuw élan tot stand te brengen. Voor ons land kunnen we ook alleen maar constateren, dat er weinig beweging meer

in de politieke situatie zit. Voor de andere landen is het niet veel beter. Zou een der voornaamste oorzaken niet hierin liggen, dat maar weinig mensen nog enig vertrouwen hebben in werkelijke oplossingen, die de politieke partijen in dit verdeeld en harrewarrend Europa zouden kunnen brengen? Spot de practijk ook niet met alle gewichtigheden, die we in ons nationale politieke leven nog opbrengen? Is zelfs een werkelijke democratie in deze situatie geen fictie geworden? Over de wezenlijke grote vragen kan alleen op boven-nationaal niveau gesproken worden. Dwz.: de parlementen komen er hoogstens achteraf nog aan te pas. Ook de parlementaire democratie zal alleen in Europese samenhang levend kunnen functionneren. Wij eindigen met de vraag, waarmee we begonnen; zal het socialisme, dat in feite alleen maar in nationale verbanden een poUtiek-sociale strijd heeft gevoerd, de visie en de geestelijke lenigheid opbrengen om grote risico’s aanvaardend opnieuw de stuwende beweging te worden in de nieuwe situatie tegenover de nieuwe „uitdaging”? En op deze vraag kunnen we voorlopig alleen maar antwoorden: we hopen het. Wat stellig weinig bevredigend is. Maar dat is het socialisme helaas tegenwoordig ook dikwijls. J. H.

Lezen

Het is de moeite waard om na te gaan, wat mensen lezen, wanneer zij onderweg zijn. Men ziet in veel sterker mate dan vroeger belangstelling voor allerlei buitenlandse tijdschriften. De culturele uitwisseling heeft een omvang aangenomen, die nauwelijks overtroffen kan worden. Als men echter een enkele lezer nauwkeuriger gadeslaat, doet men soms teleurstellende ervaringen op. De man, die op het station een Frans tijdschrift kocht, bladert dit in een zo ontstellend tempo door, dat men niet kan begrijpen, hoe hij iets van de inhoud opneemt. Dit begrijpt men beter als het blad openvalt en men de afbeeldingen ziet van allerlei naakte of halfnaakte figuren. Dan begrijpt men, dat velen de Franse cultuur langs de weg van het Franse naakt zoeken te benaderen. Dan begrijpt men ook, dat dit alles helemaal niets meer met cultuur te maken heeft. In de andere hoek van de coupé zit een pastoor zijn brevier te lezen. Als Protestant kan men niet nalaten dit met een nieuwsgierige verwondering gade te slaan. De nieuwsgierigheid houdt er zich mee bezig, of deze man wei met oprechte bedoelingen in dit gewijde geschrift zit te lezen. Het is typisch, dat bij Protestanten altijd eerst het wantrouwen bovenkomt. Het zou toch immers ook kunnen zijn, dat aan ons lezen iets ontbrak, waardoor de aandacht voor „heilige tijden” verloren is gegaan. Is het niet de armoede van het Protestantisme, dat het zich alleen op Zondagmorgen tien uur herinnert, dat er ook nog zo iets als „tijden Gods” bestaan? Is het niet de dood van het Protestantisme, dat alles van de behoefte afhangt en wij alleen de nadering van het heilige zoeken, wanneer wij er behoefte aan hebben?

Kunnen wij nog lezen?! Of is het zo, dat sedert de uitvinding van de boekdrukkunst er een grote degeneratie in het lezen is opgetreden? Mij dunkt, dat de mens, die zich over een handschrift boog, nog geheel andere ervaringen gehad moet hebben dan de lezer uit onze tijd, wiens aandacht al reeds door de aankondiging van allerlei nieuwe verschijningen volledig in beslag dreigt te worden genomen. De mens van onze tijd loopt het gevaar, dat hij leest, omdat de boeken zich aan hem opdringen, de mens uit oude tijd boog zich met zorg en aandacht over het handschrift, genoot van de versierde lettertekens en ging dan op weg om iets te ontdekken. Dit nu is het grote gemis van onze tijd wij dreigen te vergeten, dat lezen ontdekken is.

In een goed boek ontdekt men op iedere bladzijde de naam van God. Niet in die zin, dat deze naam afgedrukt staat en in nadrukkelijkheid zich aan ons opdringt. Het is misschien een zegen van onze tijd, dat dit soort boeken in steeds mindere mate verschijnt. In een goed boek wordt de naam van God ons toegefluisterd, zonder dat deze een enkele maal afgedrukt staat. Dan doen wij dezelfde ervaring op ais de kamerling uit Ethiopië, die voor een bedevaart naar Jeruzalem kwam. Op de lange eenzame weg tussen Jeruzalem en Gaza las hij in een handschrift, hardop, zoals het betaamt, wanneer men met een heilig geschrift bezig is. De apostel Filippus ontmoet hem, hoort, wat de kamerling leest, grijpt het ogenblik aan om de blijde boodschap te verkondigen en maakt de kamerling duidelijk, dat hij onder het lezen Christus ontdekt heeft. Zo ligt de naam van God en Christus in ieder goed boek verborgen en het hangt dan nog slechts van ons af, of wij werkelijk lezen.

A. F. L. V. DLJK