is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 42, 22-07-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLEESWIJK-HOLSTEIN... EN VERDER

Min of meer verzonken in de stroom berichten van het Aziatische strijdtoneel, hebben de dagbladen weinig aandacht besteed aan de uitslag van de verkiezingen in het Westduitse „Land” Sleeswijk-Holstein, nu ruim een week geleden. Tot aan de verkiezings-Zondag bezat de S.P.D. daar een behaaglijke meerderheid van 43 der 69 zetels. De socialisten hebben ijverig geregeerd; hun bestuursbeleid was naar Westduitse maatstaf waarachtig heel behoorlijk. Maar de moeilijkheden waren kennelijk te groot. Deze verkiezingen brachten voor hen een verpletterende nederlaag: de S.P.D. viel terug van 43 op 19 zetels en hiermee zijn de sociaal-democraten voorlopig uitgepraat in dit „Land”.

Om de aard van deze nederlaag te beoordelen moet men ten eerste weten wie de overwinnaars zijn. In de eerste plaats de onvermijdelijke, grimmige behoudzuchtige partij van Adenauer, de C.D.U., die samen met de liberalen de strijd zijn ingegaan onder de schoon-vaderlandse benaming „het Duitse bloc”. Hun zeteltal steeg van 21 tot 31 zetels. De communisten moesten nog 2 van hun 4 zetels afstaan. Een nieuwe partij echter, een „verweerpartij” der vele vluchtelingen, de „Bund der Heimatlosen und Entrechteten”, haalde 15 van de 69 zetels. Een lichtpunt in dit alles is, dat de openlijk fascistische partijtjes geen voet aan de grond gekregen hebben.

Om de ondergrond van deze opmerkelijke verschuiving aan te geven, zij medegedeeld, dat ongeveer de helft van de bevolking van Sleeswijk-Holstein gevormd wordt door vluchtelingen uit Oost-Duitsland. De bevolking nam na de oorlog toe van 1,5 tot 2.7 millioen. Vele van deze vluchtelingen zijn op de een of andere manier geholpen, maar het werkloosheidspercentage is nog uitzonderlijk hoog, nl. 28. Hier ligt de bron voor ontevredenheid, die een actiecomité 21.7 % der stemmen gaf. Een actie-comité, dat getypeerd wordt door de vele ex-nazi’s

die men er bij vindt, samen met de onvermijdelijke, vermomde communisten.

Als deze tendentie blijft, is de politieke toekomst van West-Duitsland duisterder dan ooit. Het betekent, dat het kiezersvolk stuurloos is gebleven; dat de behoefte om te protesteren, om te mopperen en kankeren groter is, dan de burgerplicht om op verantwoorde wijze aan het landsbestuur bij te dragen. Het betekent ook, dat een latent gevaar als de Sleeswijks*e 15 zetels voor een partij met negatieve inslag dreigender en dreigender wordt. Degenen die de 15 BHE-ers op het groene kussen hebben geholpen, kunnen bij elke volgende verkiezing een éclatante ommezwaai maken. Waarschijnlijk gaan zij niet naar de socialisten; veeleer is te verwachten, dat zij nog eens in communistische of in uitgesproken fascistische handen terechtkomen.

Het gebeurde in Sleeswijk-Holstein is van mln of meer plaatselijke aard. Toegegeven, en er zal moeten blijken, of de verschuiving naar rechts wordt voortgezet in het gehele land. Hoe zullen de verkiezingen in Neder-Saksen aflopen? Wij zijn zeer benieuwd te weten, of ook hier de socialisten eenzelfde triest lot ten deel valt.

Het aftreden van „de enige fatsoenlijke C.D.U.-er” Arnold als minister-president van Noord-Rijnland-Westfalen ligt geheel in de lijn van de buiten verkiezingen om plaats hebbende algemene zwenking naar rechts. Het ligt voor de hand dat Adenauer nu al het mogelijke zal doen om dit mijnen industriegebied helemaal „om” te krijgen. Steeds openlijker keert het ancien régime terug. Zeker, de C.D.U. is noch naar (weinig duidelijk) beginsel, noch naar de daad een oude nazi-partij. Maar haar beleid en de sfeer, waarin zij leeft, wordt gekenmerkt door de individuele nazi’s, die hun vermommingen langzamerhand overal afleggen. In deze partij komt dezelfde reactie aan het woord, die als centrum in de jaren dertig het bed voor Hitler gespreid heeft. De progressieve stroming in de C.D.U., aanvankelijk wel degelijk aanwezig, is nu geheel opgedroogd. Al wat

progressief dacht in deze partij, is in de molen-Adenauer fijngemaakt.

Over de gelijktijdige terugkeer van de machthebbers in de industrie is al voldoende geschreven. Men kan constateren, dat het herstelwerk in dit opzicht op het ogenblik wordt voltooid. Thans zijn de oudnazi’s uit het ambtenarenapparaat bezig zich te herstellen. Steeds minder wordt het voor hen nodig om op te scheppen over de onwaarschijnlijke verrichtingen in de verzetsbeweging tegen Hitler. In deze verzetsbeweging waren Duitse ambtenaren niet thuis. Zij zijn „trouw” gebleven.

Het probleem van dit alles zou zijn, dat de Westduitse regering geen geschikte bevolking voor haar departementen kan vinden. Dit beweert Adenauer althans. En omdat dat het geval is, gaat een ex-nazi naar Londen om als een der eersten in de nieuwe diplomatiek-consulaire dienst onderbandelingen te voeren. En daarom werden sinds 1 December 23 ex-nazi’s op leidinggevende plaatsen op het ministerie van economische zaken benoemd, d.w.z. meer dan 50 % van de benoemingen over die periode. Daarom zit een ex-nazi aan het hoofd van het benoemingsbureau van de kanselarij, een ander in de buitenlandse afdeling van de persdienst, zo merkt de correspondent van de „Manchester Guardian” bitter op. Er zitten trouwens ook voldoende ex-nazi’s in het parlement, om hun nazi-ambtenaren richtlijnen te geven voor het beheer van een democratische staat.

Heeft het nog zin zich hierover op te winden? Zeker wel. Niets lijkt ons gevaarlijker dan dat men op een bepaald moment zegt: „Nou ja, het is nu eenmaal zo, de Duitsers willen blijkbaar niet anders, laten we rriaar zien wat er van te maken is.” Hierop wachten deze Duitsers. Dan kunnen zij alle voorzichtigheid laten varen. Dan behoeft er geen Duitse minister meer te verklaren, als men hem aanvalt over de vele nazibenoemingen, dat er toch ook nog wel anderen aan bod komen. Dan hoeft Adenauer geen schijnvertoningen meer te houden om anti-semitisme uit het parlement te weren. Dan behoeven de Duitse rechters hun arme hersenen niet meer in te spannen om de vrijspraak van Jodenvervolgers te motiveren.

Het is goed te weten, dat West-Duitsland nog bezet is. Bij de laatste bijeenkomst van de Westelijke Grote Drie zijn wel is waar vage toezeggingen gedaan voor meer vrijheid en grotere zelfstandigheid, maar het zou waanzin zijn als men die de Duitsers onder deze omstandighedjen gaf. Elk beetje vrijheid meer wordt misbruikt.

Helaas is het voor een ver gaand Westelijk ingrijpen nu te laat. De Amerikanen hebben nu al waar voor hun free enterprisegeld. Maar dit neemt niet weg, dat er nog steeds enig ingrijpen mogelijk is. Te weinig nog bijten de hoge commissarissen van zich af. MacCloy wordt wel is waar met de dag flinker, maar als het op werkelijke maatregelen aankomt, blijft het geallieerde toezicht ver beneden de maat. Is vrees voor de (eveneens bekende) Duitse verontwaardiging hiervan de reden? lets minder vrees en wat meer doortastendheid, en vooral ook krachtig ingrijpen op economisch terrein zijn nu nog mogelijk. Als het zorgenkind echter de kracht van de volwassenheid heeft verworven, is het voor zulk een ingrijpen te iaat. De kracht der volwassenheid, niet de geest; want zover is Duitsland nog lang niet. H. v. VEEN

schatten. Maar wel omdat hier de laatste beslissende oorzaak wordt gezocht buiten de mens. Een gelukkige inconsequentie in dit boek is, dat de negatie van de mens niet alleen daar wordt gevonden, waar de techniek in een mensenleven overheersend is geworden.

Want de techniek blijft in laatste instantie een door de mens gebruikt middel. Het wezenlijke probleem ligt niet bij de techniek, maar bij de mens. Allerlei mensen in Gheorgiu’s boek mogen dan voor de eerbiediging van de medemens als mens in hun denken en doen geen plaats meer hebben, dit is geen onomkeerbaar, automatisch proces.

want ook de door de techniek (?) zo gevormde mens wordt nooit een machine. Dit principiële verschil laat zich nooit opheffen. En daarmee blijft iedere handeling van de mens, iedere daad en ieder woord ook tegenover een medemens, een beslissing, die

ook waar men zich dit niet meer bewust is misschien in laatste instantie in vrijheid wordt genomen. (Ook de beslissing om zich critiekloos te schikken, ook de beslissing om niet meer de mens in de ander te eerbiedigen, is in wezen een vrijwillig besluit). Ware dit niet zo, dan zou èn het getuigenis der kerk en iedere sociale en politieke strijd ter wille van de mens zinloos worden. Noch voor het diep-religieuze begrip „bekering”, noch voor een appèl op het geweten en de wil van de mens zou er dan plaats zijn.

juist door dit afwijzen van Gheorgiu’s opvatting aangaande de techniek, kunnen wij ons verheugen dat hij zijn boek heeft geschreven. Want een pleidooi voor de mens kan alleen daar met vreugde worden gehoord, waar men de mogelijkheid erkent, dat mensen naar dit pleidooi zullen luisteren en hun levenshouding er door zullen laten beïnvloeden. H.