is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 44, 12-08-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FORMOSA enzovoort

Formosa, weleer de tuin van het Oosten, nu het wingewest van honderdduizenden parasiterende soldaten van Tsjang Kai Tsjek, wacht op zijn bevrijding. Na een drageiyke Japanse bezetting hadden de Formosanen gehoopt op zelfstandigheid; hoop, die door de gebruikelijke oorlogspropaganda werd versterkt. De toewyzing door Amerika van dit eiland aan het toen nog uitgestrekte nationalistische China na de verdrijving van de Japanners is voor de inheemse bevolking een grote teleurstelling geweest. Zij vreesden het ergste, en met recht: de levensstandaard op dit eiland, die ook in de Japanse tijd beter gebleven is dan bijv. die van Japan zelf, is in de afgelopen twee jaren gezakt tot aan het afschuwelijke peil, dat Oost-Azië veelal kenmerkt. De levenswijs heeft door de plunderende en brandschattende Chinese profiteurs al evenzeer geleden. Formosa wilde dus eigeniyk niet bij het nationalistische China worden gevoegd; nu verwachten de Formosanen de bevrijding door Chinese communistische troepen. Het Westen heeft voor de zoveelste keer teleurgesteld.

De houding van de Verenigde Staten tegenover Formosa is grotendeels berekend geweest. Nu is zij verward en verwarrend

en accentueert de tastbare oorlogsdreiging, die de problematiek van dit eiland inhoudt. Het was onmogelijk om de Chinese nationalisten als bondgenoot zonder meer te begroeten, aangezien het regime van Tsjang Kal Tsjek in geen opzicht nog representatief voor China is. Maar de Amerikanen hebben al even weinig zin om zich tegen die nationalisten te richten, laat staan om tot erkenning van Mao’s regering over te gaan. Het is voorstelbaar, dat de bevolking van Formosa deze Amerikaanse houding ziet als louter een poging om het onafhankelijkheidsstreven te dwarsbomen. Men kan van een verdrukt volk nu eenmaal geen gevoel voor nuances verwachten.

Zoals men weet heeft president Truman ter gelegenheid van het ingrijpen in de Koreaanse kwestie ook een garantie gegeven voor Formosa’s voorlopige onaantastbaarheid. De Amerikaanse vloot zal elke communistische invasiepoging trachten te voorkomen. Hoe ongaarne op zichzelf ook, wordt hierdoor tegelijkertijd het bewind van Tsjang Kai Tsjek in leven gehouden. Het is aan geen twijfel onderhevig, dat by een aanval van Mao op Formosa, nationalisten en Amerikanen naast elkander zullen vechten. De nuancering der Amerikaanse politiek gaat dan geheel en al verloren; zo is het nu eenmaal, als de kanonnen gaan spreken. In werkelijkheid betekent de Amerikaanse garantie van Formosa dan ook, dat opnieuw het Westen pleitbezorger is geworden voor een reactionnaire en verloren zaak; dat opnieuw het Westen niet aan de goede kant, n.l. die van het volk, staat; dat opnieuw het communistische propaganda-arsenaal aanzienlijk is versterkt.

Het bittere van het Koreaanse conflict was, dat men het hier voor een slechte zaak moest opnemen, om slechtere zaken te voorkomen. Aangaande Korea kon men gemaakte fouten betreuren, maar in zake Formosa worden thans fouten gemaakt, die ten minste even zwaar zullen gaan wegen. Er kan over tal van zaken getwist worden, maar duidelijk is langzamerhand wel, dat Tsjang Kai Tsjek niet meer is dan een roofridder, die met zijn horden ten koste van de Formosanen leeft; dat de eigeniyke eilandbevolking bevryd wil worden; en dat een bevryding door de Chinese communisten in menig opzicht voor dit vroeger welvarende land een uitkomst zou zijn. Mao Tse Toeng weet nu eenmaal beter dan het Westen, hoe de speciale sociale en economische problematiek van Azië tot een redeiyke oplossing kan komen.

Dit alles overwegende vraagt men zich af, wat toch de grote waarde van het eiland Formosa is voor de Westerse defensie, die dan dus opweegt tegen de grote bezwaren van vijandschap der eilandbevolking en blijvende verwydering van het China van Mao; tegen het in gevaar brengen van de

samenwerking met India en Indonesië en het in moeilijkheden brengen van o.a, de Britse diplomatie. Immers, Engeland, met zijn waardevolle maar precaire positiete Hongkong, kan zich moeilijk de uitgesproken vijandschap van China op de hals halen. O.a. met het oog hierop is Engeland tot erkenning van Mao’s regering overgegaan.

Inderdaad kan Formosa van betekenis zijn’ als springplank naar de Philippijnen, maar' by het ontbreken van een bruikbare vlootwordt de offensieve kracht van China in' deze richting niet by zonder vergroot. Infil-- tratie in de Philippijnen is vooral voorstelbaar door de wanhopige politieke en sociale situatie in dit eilandenrijk, troetelkind en in feite protectoraat der Verenigde Staten. Er is daar een sterke communistisch-nationalistische verzetsbeweging met een reeds actief guerillaleger. Dit verzet is aangewakkerd door de regering der Philippijnen, die, reactionnair als de meeste door het Westen gesteunde regeringen, bovendien de collaborateurs uit de Japanse tijd op het kussen laat. Ook zonder het bezit van Formosa is het voor het Chinese communisme een koud kunstje om het vuur op de Philippynen aan te wakkeren. Het behoud van Formosa voor de Westerse strategie kan van weinig waarde zijn, gezien de vijandige bevolking en de corrupte, tot overgave en overlopen geneigde troepen van Tsjang Kai Tsjek. Bescherming van de Philippijnen is slechts mogeiyk door verwijdering van de huidige bewindvoerders uit dit land; door het terstond ten uitvoer brengen van een uitgebreid program voor sociale ordening en economische opleving; door een stimuleren van het krachtige, gezonde nationalisme, dat men buiten de regeringsclique in ruime mate aantreft.

Het besluit van Truman tot bescherming van Formosa werkt vertroebelend, en is geenszins in het belang van het Westen. Te meer niet, daar, indien deze bescherming gewapenderhand moet plaats vinden, de kans op een derde wereldoorlog zeer reëel wordt. In dat geval zal de Amerikaanse vloot slaags raken met een Chinese invasievloot. Zal dan de oorlogstoestand tussen beide landen nog ontkend kunnen worden? Stellig niet, hetgeen de bestaande verdragen van hulp en by stand (tussen China en de Sowjet-Unie, tussen de Verenigde Staten en de landen van het Atlantisch Pact) in werking brengt.

Kennelijk is de speculatie der Amerikanen, dat zulk een ‘perspectief de Chinezen zal afschrikken. Wij zullen spoedig weten of dit het geval is. In de loop van September is het seizoen, dat een invasie (uiteraard met de lichte jonken die de Chinese communisten ten dienste staan) mogeiyk maakt, verstreken. Het Chinese invasieleger staat klaar, sinds enige weken. Wordt de voorstelling nog afgelast? Er zijn aanwijzingen, die dit kunnen bevestigen. Zo o.a. de aankondiging van een Chinese invasie in Thibet, waardoor de aandacht van het Chinese volk voorlopig van Formosa zou kunnen worden afgeleid. Misschien het bezoek van Molotow aan Peking, dat schynt plaats te hebben. Indien zulks inderdaad het geval is, is het Westen door het oog van een naald gegaan. Het risico van deze krachtproef is groot; te groot.

H. VAN VEEN

altijd dezelfde ietwat bekrompen bezwaren tegen het socialisme. En de orthodoxe predikant, die zijn socialistische keuze gedaan heeft, kan op even felle als onberedeneerde verwijten rekenen. Op een haast hysterische wijze ben ik nog onlangs bejegend. Ik mocht nauwelijks binnen komen. Toen ik met zachte drang toch in de huiskamer doordrong, verschanste mevrouw zich in de keuken. En toen ik haar wederom vriendelijk binnen nodigde, bleek zy voor geen enkel redelijk argument vatbaar en werd mij duidelijk, dat zij de huisgenoten tyranniseerde om niet meer naar de Kerk te gaan, op straffe van de hevigste explosies, alles vanwege die dominees in de P.v.d.A. Als het niet zo droevig was, kon men er ook nog om lachen!

Zo blijkt helaas „de politiek” nog altijd een noodlottige versperring voor een geestelijk gesprek, nog lang voordat 'wij aan de eigenlijke limiet toe zijn, waar de wezenlyke beslissingen moesten vallen. Enerzyds stuit men op een buitenkerkelijke traditie, die tot een eigen cultuur (Instituut voor Arb. Ontwikkeling, V.A.R.A. enz.) is uitgegroeid. Anderzijds verwondt men zich in eigen kerkelijke kring aan een gebrek aan sociale ootmoed en boetvaardigheid en aan geborneerde opvattingen, die nooit veel verder kwamen dan een combinatie van socialisme en ongeloof. Vooral die politieke dwangvoorstellingen zouden het pastorale bedrijf, zonder de nodige humor, wel eens tot een smartegang kunnen maken.

M. V. d. V.