is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 46, 26-08-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Europese kikkerconcert

Het was naar ik meen in 1941, dat wij in één van die destijds veelvuldig voorkomende Kamerbijeenkomsten spraken over geopolitiek. Politiek van de ruimte. Dat was niet zo verwonderlijk, omdat de heer Hitler ons voortdurend lastig viel met zijn Grossraum en zijn nieuwe Europa. Bij alle critiek toch één voordeel: over geopolitiek had het toenmalige Nederland nog maar weinig gehoord. De politiek van de ruimte, van de ruimtelijke ordening, was één van de tiingen, die taboe waren in een land, dat neutraal was en zich zelf wilde zijn en blijven.

In dat gezelschap werden drie meningen verdedigd. De eerste was die van het huidige wereld federalisme. Sympathiek, maar romantisch onwerkelijk en speciaal geschikt voor mensen, die nooit gehoord hebben van het Engelse spreekwoord: „charity begins at home”, dat men zo zou kunnen vertalen: er zijn zoveel problemen, die hier en nu dringend om een oplossing vragen, dat wij niet met al te grote plannen voor een verre toekomst in onze zak moeten rondlopen.

De tweede mening was: dat nieuwe Europa van Hitler willen we niet, maar toch zit er iets in. Wij moeten een verenigd Europa krijgen, zoals er een Verenigde Staten van Amerika is gevormd. De mensen van Pan-Europa mogen in het verleden uitgelachen zijn, zij hebben eigenlijk de weg gewezen uit de Europese moeilijkheden. De moeilijkheid waarmede deze mening zat, was: wat te doen met het Engelse Gemenebest van naties en wat te doen met de Franse en Nederlandse koloniën?

De derde mening: Nederland en de andere Westeuropese landen moeten met Amerika en het Engelse wereldrijk in één blok verenigd worden. Naast dat blok zal dan staan Rusland en het verre Oosten. Het is te bezien, of Nederlands-Indië en Brits-Indië wel in ons blok zullen komen. Zij behoren veeleer tot het blok van het verre Oosten. In elk geval is het zinvol, dat minstens vriendschap tussen het Westen en het verre Oosten bestaat, want anders zal het Westen er aan gaan. Dit standpunt vond het meest weerstand, want men zag een derde wereldoorlog reeds dreigen tussen de drie blokken.

Daarop volgde enkele jaren later een rede van Smuts, waarin deze er op aandrong, dat de Westeuropese landen zouden toetreden tot het Britse gemenebest van naties. Een idee, die de meeste Nederlanders destijds en misschien ook nu nog landsverraderlijk vonden en vinden, maar waarin naar mijn mening een grote aantrekkelijkheid schuilt, als geen grotere eenheid tot stand kan worden gebracht. Daarnaast enkele redevoeringen van Churchill, die pleitte voor een bundeling van de Engels sprekende landen tot één groot blok, hetgejen dus in feite neerkwam op de hierboven genoemde derde mening.

En nu zijn wij bijna tien jaar verder. Het gesprek is nog steeds actueel. Er zijn nog steeds wereldfederalisten en het is merk-

waardig te constateren, hoe bepaalde lieden, die op nationaal gebied tot de verstarde isolationisten behoren met wie niets te beginnen valt, erg veel sympathie hebben voor die wereldfederatie. Liefde op lange termijn en lange afstand is inderdaad erg makkelijk en ligt geheel in de lijn van de vals gebleken romantiek van „alle Menschen werden Brüder”. Laat ik er aan toevoegen, dat ik andere mensen ken uit de kringen van wereldfederalisten, die prachtig weten verantwoordelijkheid te

dragen In Nederland zelf en op korte termijn. Ik begrijp alleen niet hoe ze het uithouden met eerstgenoemde lieden en met de vijfde-colonnlsten, die met hunvredesagressle bezig zijn binnen deze kring.

En zijn ook Europese federalisten, die nog steeds dromen vari een onafhankelijk en zelfstandig Europa tussen de twee wereldmachten: Rusland en Amerika. Europa zou dan de derde macht zijn en een zelfstandlgheldspolltlek kunnen voeren tegenover belden. Europa wil zich zelf zijn en blijven: cultureel, economisch en politiek. Zij zien niet, dat er geen twee machten zijn, maar drie, nl. Rusland, Amerika en het verre Oosten onder leiding misschien van China, zodat op zijn best Europa een vierde macht zou kunnen worden, met alle zwakheden daaraan verbonden. Zij zien ook niet, dat de twee machten geheel ongelijksoortig zijn en dus niet met elkaar vergeleken mogen worden. Het Is niet waar, dat het gaat om kat en hond. Wij worden liever gebeten door Amerika dan door Rusland, omdat de beet van Amerika kan worden afgeweerd en eventueel genezen. De beet van Rusland zal ons echter verslinden. Er Is geen keuze

Ik ben nu zo vermoeid, dat ik niet schrijven kan. Ik ga naar huis en reeds bij de voordeur weet ik Vanavond komt het weer

Mijn krant zal in vette letters van een komend onheil spreken. „Waarom keren wij het niet?” vraagt de vrouw Ik antwoord in de raadselen van de filosofie

„Wij moeten door bergen van leed. Om tot een hogere staat te geraken”. „Maar ons kind dan”, zegt angstig de vrouw.

En verkild voeg ik haar toe: „Ook hij zal zijn deel van het leed moeten dragen”.

Dit had ik graag in versvorm gezegd. Het geeft zo’n machtig gevoel. Angst in viervoetig rhythme te bannen.

Maar het rhythme is kreupel En rijmwoorden vind ik niet. Mijn hart is een futuristisch schildery.

En een vriend spreekt me aan en vraagt naar mijn mening. „Ik weet het niet, vriend. We moesten maar naar de kerk gaan En bidden.

Vooral veel bidden, totdat we zelf gaan geloven. Dat God ons heeft verstaan.”

Hij kijkt me aan en gaat met een lach verder. “Thuis zal hij zijn vrouw vertellen. Dat ook ik aangetast ben door de angstpsychose En reddeloos verloren ben.

Maar vanavond zal ik mijn vrouw hetzelfde verhaal vertellen.

En reeds bij de voordeur weet ik Vanavond komt het weer

De angst te verliezen Het kind, dat ons zo dierbaar is En de wereld,

Waarin wij gelukkig konden zijn.

JAN STEVENS