is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 2, 07-10-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De achterhoede

Het is al vele malen gezegd en beschreven, dat wij leven in een tijd van grote, snelle, diep ingrijpende veranderingen in het maatschappelijk en culturele leven. Wij gaan die veranderingen met alle problemen, die daarmee samenhangen, hier niet nogmaals beschrijven; we willen op één verschijnsel echter wijzen, dat overal zichtbaar is, waar stille of luidruchtige revoluties de mensheid van deze tijd een ander aangezicht gaan geven. Dat is: het bestaan van een achterhoede. En daarmee: het probleem van de achterhoede. De vraag dient namelijk gesteld te worden: in welke mensen zijn de wijzigingen van het wereldbeeld voelbaar, wie zijn de dragers van de grote vernieuwingen van onze tijd? Het proletariaat? De jeugd? De christenen? De massa? Een elite? Wie dan rondziet, bemerkt al spoedig, dat het niet de ene of andere politieke of kerkelijke groepering is; dat het zeker ook niet de massa is, waarvan dat gezegd kan worden. Het is juist de kleine voorhoede van bewust levende, actief meestrijdende, tijdgevoelige mensen, die laten zien, wat de grote dingen zijn, die er onder het oppervlak van de dagelijkse gebeurtenissen zich voltrekken. Met deze voorhoede is echter het probleem der achterhoede gesteld.

Wij kennen zulk een achterhoede in de Partij van de Arbeid. Onze partij is in haar bestaan een stuk na-oorlogse vernieuwing. Niet alleen omdat zij een .socialistische partij is, die streeft naar maatschappelijke vernieuwing. Doch vooral omdat zij is samengesteld en opgebouwd zoals in ons land nog geen politieke partij vóór de oorlog ooit was samengesteld en opgebouwd. Terwijl een Marxistische wereldbeschouwing niet meer kon gelden ais grondslag van het democratische socialisme, terwijl nog maar weinigen in het partij leven een wezenlijke levensvervulling konden zien, terwijl de godsdienstige neutraliteit niet meer bevredigde, groeide het verlangen naar een progressieve politieke partij, waar socialisten van verschillende wereldbeschouwelijke kleur zouden kunnen samenwerken voor het ene politieke doel. Zo werd de P.v.d.A, iets gans anders dan ooit een socialistische partij voordien in ons land geweest was. Want deze nieuwe samenwerking beduidt niet alleen een kwantitatieve uitbreiding van de partij; het wijst op een andere structuur, de structuur van eenheid bij verscheidenheid. Het was een waagstuk, dat de moeite van het wagen waard was. Want het was iets nieuws in Nederland en is nog altijd een van de nieuwe geschenken uit de na-oorlogse tijd, die ons niet ontnomen werden. We zien in onze partij echter evenzeer de achterblijvers die de noodwendige ontwikkeling der dingen niet konden volgen. Dat is niet, omdat het socialisme van de partij niet radicaal genoeg is, volgens hen, of omdat het rood is verwaterd tot roze. De eigenlijke reden van hun achterblijveif is een gebrek aan fantasie. Het is ook niet zo eenvoudig om te kunnen vertrouwen in de oprechtheid van socialistisch bedoelen diergenen, die uit het burgerlijke of christelijke kamp komen. Pas als men dit vertrouwen heeft, kan men zich voorstellen, dat het ook op een andere manier gaat dan voorheen. Tot zolang volhar – den velen in hun begrippen aangaande revolutie en klassestrijd, in de door een oud strijdmakker schap gewekte gevoelswereld, in hun opvattingen omtrent de bestemming en de mogelijkheden van de vrije mens in de nieuwe gemeenschap, waarmee ze zijn

grootgebracht. Het zijn veelal radicale socialisten en bovendien trouwe en actieve partijleden. Toch hebben zij zich zelf tot de achterhoede gemaakt, die niet kan meekomen. Het is duidelijk, dat het bestaan van een achterhoede achter de voortrekkers niet hetzelfde is als het bestaan van de politieke tegenstelling conservatief—progressief. Want ik ben er van overtuigd, dat onder de politiek conservatieven velen gevonden kunnen worden, die toch gevoeliger reageren op de noden en vragen van onze tijd dan de achterhoede van een progressieve partij. De scheiding tussen voorhoede en achterhoede gaat dwars door de politieke scheidingen heen. Daarom is de Doorbraak nog wat meer dan een feit: het is een blijvende opdracht.

Dergelijke dingen zien we ook op ander gebied.

Daar is de onderwijsvernieuwing. In de vele probeersels om het onderwijs doeltreffender en vruchtbaarder te maken kunnen we enkele vaste strekkingen waarnemen. Er is een aanpassing aan de persoonlijke hoedanigheden en gesteldheden van het kind, waardoor het individuele het klassikale gaat vervangen. Er is de eis tot zelfwerkzaamheid van het kind. Er is een streven om het geheel der geestesfuncties te activeren en aldus het eenzijdig intellectualisme te overwinnen. Er is een waardering van de zaak boven het begrip van de zaak. Er is een streven naar versterking van de gemeenschapszin en naar vorming van het karakter, voorbereiding op het leven. Toch lukt in ons land de onderwijsvernieuwing maar slecht. Het blijft bij experimenterende particuliere schooltjes en pogingen van enkele wethouders en hoofden van Openbare scholen, die iets willen wagen. Stuit het af op de geestelijke traagheid van ons onderwijzerscorps? Is het nu ongeloof in de effectiviteit van het nieuwe of is het hun overbelasting met werk, waardoor in hen de 19de eeuw zich handhaaft in hun miskenning van de kinderlijke spontaneïteit? Wij mogen niet zeggen, dat er niets gebeurt in het onderwijs. Maar wij zien wel achterhoede, die bezwarend, vertragend, aarzelend zich voortsleept langs platgetreden paden.

Ik noem nog een ander gebied: het vrouwenleven. De vrijmaking der vrouw in deze eeuw heeft voor haar nog wat meer betekend dan dat zij in haar keuze van beroep of levensstaat niet langer gebonden behoefde te zijn aan de wetten en fatsoenseisen van een mannenmaatschappij: het bracht haar een nieuwe, zinrijke levensinhoud; het bracht en brengt ons wellicht een nieuw type vrouw. Wij beseffen in de regel te weinig, van hoe groot belang dit is voor de vrouw èn voor de man. Maar hoe weinig drong het beeld van de vrije en zelfstandige vrouw door in de volksmassa! Ik meen, dat het vooral de kleine middenstand is, waaraan dit voorbijging. Talloos zijn de moeders, die aan hun volwassen wordende dochters het huwelijk als enig mogelijke bestemming der vrouw voorhouden en daarbij geringschattend spreken ever vrouwen, die buiten het huwelijk iets moois van hun leven maakten. Talloos ook zijn de meisjes, die, onder invloed van sentimentele en onwaarachtige meisjesboeken, het „overschieten” vrezen als de grote bedreiging van hun leven en buiten de veilige haven van huwelijk en gezin geen positieve, aanvaardende houding kunnen vinden van een eenzaam leven (waarin de eenzaamheid veelal minder groot is dan in het

huwelijk) ,en geen begrip kunnen opbrengen om daar toch als vrouw te gelden. Wanneer we de gedachtenwereld waarnemen van de meisjes, die de kantoren en de fabrieken bevolken, dan weten we, dat het niet waar is, als men zegt, dat de jeugd juist altijd de voorhoede moet zijn. Dat is niet een gevolg van geestelijke traagheid. Dat heeft ook te maken met een psychologisch probleem, nl. de functie van de erotiek in onze samenleving. En het hangt ook nog samen met een maatschappelijk probleem, nl. de arbeidsvreugde. Het is echter een feit, dat de scheidingslijn tussen voorhoede en achterhoede het generatieonderscheid doorkruist. We ontmoeten dagelijks tot onze blijdschap het werkzame, dappere, vrije en opgewekte vrouwentype, in en buiten het huwelijk. We zijn echter ook omringd door tallozen, die volharden in romantiek en slaafsheid. Zij zijn de achterhoede.

Moeten wij nog spreken over de Kerk'? Onze grote zorg is, wanneer wij kerkelijk meelevende mensen zijn, de logge achterhoede in de gemeenten. Grote groepen berusten in de kerkelijke zelfgenoegzaamheid. De nieuwe wijze van christelijk leven en samenleven, die ons in de oecumene gegeven is, wordt door velen met wantrouwen of met onverschilligheid begroet. Ook is er het verzet tegen de gedurfde doorbreking van verouderde richtingsverschillen; en de spot met liturgische vormgeving en de sabotage van de nieuwe zangwijze. Zeg me nu niet, dat deze achterhoede, die niet mee wil, gelijk is aan de orthodoxie en dat de vrijzinnigen (immers: de „modernen”) de voorhoede vormen. Want het zou wel eens kunnen zijn, dat juist de vrijzinnigheid in de kerk doordrenkt is van het liberalisme en de neutraliteit, die erfstukken zijn uit de 19de eeuw; en dat de aanval op (niet: de aanpassing aan) de wereld en haar noden in een liefdevol en toch strijdvaardig apostolaat mede is ingezet vanuit de orthodoxe kring. De achterhoede der kerk is een schaduw, die valt over alle groepen en richtingen.

Het probleem, waarom het ons hier gaat, is niet: in welke richting, vanuit welke geest moet de wereld hervormd worden? Het is veeleer dit: hoe krijgen wij de achterhoede mee? Een achterhoede mobiliseert men niet met bevelen en trompetsignalen. Dat kan alleen door het brengen van verontrusting. En door scholing in verantwoordelijkheidsbesef. H. J. DE WIJS

Protestants-Christelijke Werkgemeenschap in de Partij van de Arbeid

Gewestelijke Federatie Noord-Holland

Het Gewest Noord-Holland van de Prot.-Chr. Werk-Egemeenschap in de P.v.d.A. belegt op 14 en 15 October as. een week-end in het Prov. Centrum der Ned. Herv. Kerk te Bergen. Het week-end zal worden gehouden onder het motto: „De doorbraak van onderop”.

Sprekers: Zaterdagavond (20 uur): ds F. Keja uit Stompetoren over: „De houding van de Protestanten in Noord-Holland tegenover het Socialisme”. Zondagmiddag (16 uur): J. H. Scheps, secretaris van de P.C.W.G. en Kamerlid, over: „De doorwerking van de doorbraak in de Partij van de Arbeid”. De dagindeling is zo gemaakt dat er ruim gelegenheid zal zijn om van de mooie omgeving van Bergen te genieten.

De week-endprijs per persoon van Zaterdagmiddag tot Zondagavond bedraagt ƒ3.95 en van Zaterdagmiddag tot Maandagochtend na het ontbijt ƒ4.65. Voor belangstellenden uit Bergen en uit de naaste omgeving van Bergen, die alleen de lezingen willen bijwonen, is een afzonderhjke regeling te treffen. Het verdient echter aanbeveling het gehele weekend mee te maken.

Belangstellenden wordt verzocht zich vóór 5 October as. op te geven bij de secretaris van het Gewest: W. F. Gijzel, Haarlemmermeerstraat 21, Halfweg. Nadere Inlichtingen zullen hun dan worden toegezonden.