is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 5, 28-10-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan \ den Heer behoort de aarde ; en haar I volheid. , Psalm 24 : 1 /

Tyd en Taah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 49STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 28 October 1950 Nr 5 Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff Redactie-Secr.: Roerstraat Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoff Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

ibonnement bij vooruitbet.perjaarf5,—; halfjaarf2,75; kwartaalf 1,50plusf0,15 incasso. Losse nrsf0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V4500; Adm. N.V.De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C.

Tussenbeide

Een mens wil zo graag gelukkig zijn. Denkt u dat het gemakkelijk was in Palestina in de tijd van Jezus onder de Romeinse bezetting? of in de tijd der volksverhuizing? of in de tijd der godsdienstoorlogen? 0f... ik weet geen jaartal te vinden in de geschiedenis, waarin een algemene welvaart de mensen in staat stelde zorgeloos-gelukkig te zijn. En als het sommigen toch lukte, tussenbeide, dan was dat ondanks de dreigende tijden.

Er is een wijd-verspreide, welhaast algemene geprikkeldheid onder de mensen van nu over de huidige politiek, denk maar aan de belastingen, de prijzen, de lonen, de huisvesting, de militaire dienstplicht, enz. Vroeger wist men beter dat de staat wreed was voor zijn onderdanen. Nu verwacht men, dat hij de voorwaarden zal scheppen voor algemene welvaart. En als we dan technisch zo knap zijn en het zo ver gebracht hebben in de productie van welvaartartikelen, „Wat donder! waarom blijft het dan zo beroerd?” De reactie is naïef, ondankbaar, doch begrijpelijk. Het is misschien de moeite waard de mensen die zo praten eens een vraagstuk voor te leggen uit de actuele politiek. Daarmee is dan de weg bereid voor een conclusie uit het voorgaande.

Ik heb nog niets gezegd over de diepste grond van het huidige onbehagen; kort aangeduid: de dreiging van een derde wereldoorlog, zo kort na de voorgaande. Er is onlangs een boek verschenen van De Kadt’) dat, als ik mij niet vergis, vrij nauwkeurig weergeeft wat in grote kringen onzer partij gedacht wordt over d.e vraag: hoe voorkomen wij een derde wereldoorlog? Ik heb de indruk dat dit ongeveer het standpunt van de leiding onzer partij weergeeft. Kort gezegd komt het hierop neer: een derde wereldoorlog kan alleen voorkomen worden als West-Europa 50 divisies zo snel mogelijk op de been brengt. Ik ga nu op de argumenten van De Kadt niet in. U kunt ze zelf nalezen. Laat u daarbij niet storen door de betweterige, kijfachtige toon, maar wik en weeg de bewijzen. Het klaarmaken en uitrusten van die vijftig divisies zal moeten gaan ten koste van onze heetverlangde welvaart. Prijzen, lonen, belasting worden er door bepaald. De Kadt stelt ons voor de keuze: of een welvaartspolitiek die binnen korte tijd meedogenloos afgebroken wordt door de opperste ellende van een wereldoorlog en een bezetting door Sowjet-Rus-

land, öf een inspanning van alle krachten en ten koste van alles om maar die vijftig divisies op te brengen waarmee we de barre mogelijkheid openhouden om later (wanneer?) weer eens voor onze welvaart te zorgen. Ondertussen zullen we die 50 divisies van het nodige moeten voorzien, hen bezighouden (waarmee?) en vooral zorgen, dat ze niet uit louter enthousiasme vast maar aan ’t schieten gaan. Het wordt het tijdperk van de generale staven.

„Militairen zijn, bijna zonder uitzondering, altijd en overal de vijanden van alles wat bekoorlijk is. Ze zijn anti-democratisch, grof, brutaal, ze verknoeien geld, materiaal, mensen, en ze hebben vrijwel nooit enig verstand van hun vak, zodat ze alleen onder de scherpste en strengste contróle behoren te werken”. Dit citaat is niet van een of andere verbitterde pacifist, maar van De Kadt“). Ik veroorloof me in dit verband ernstig te betwijfelen of dit volgende citaat hierbij kan aansluiten: „Ten slotte is telkens en telkens weer gebleken, dat in ieder land de militairen betrekkelijk gemakkelijk in bedwang gehouden kunnen worden, wanneer de regering dit ernstig wil”.®). Deze regel is een weergaloos sophisme, dat alleen maar waar te maken is als men aanneemt dat er nooit een regering is geweest „die dit ernstig” wou. Van generaal Julius Caesar tot generaal Franco is er wel wat anders uit de geschiedenis te leren. En wat zagen we eergisteren Westerling doen? Wat deed gisteren Mac Arthur? En om eens heel dicht bij huis te komen: heeft het heengaan van min. Schokking hier ook iets mee te maken?

Kort en goed: het plan van De Kadt c.s. is uitvoerbaar, ten koste van onze welvaart, de moeilijkheden zijn: hoe houdt men deze 50 divisies bezig en komt het niet onvermijdelijk, juist door hun paraatheid, tot schieten?

Nu zijn er de anderen, die met Rusland willen praten, die niet meedoen aan een aanwijzing van Sowjet-Rusland als wereldvijand no. 1.

Hun standpunt is veel sympathieker: welvaartspolitiek voorop, lonen omhoog, prijzen omlaag, enz. enz.; sociale politiek tot wering van de vijfde colonne; een welzijn dat de moeite van het verdedigen waard is. Hun moet men echter vragen: hoe denkt ge het militair geweld te keren, als het toch over ons losbreekt? Waarom verwacht ge iets van onderhandelingen, als die tot nu toe nooit iets opgeleverd hebben? Durft

gi] de verantwoording aan, als uw systeem mislukt? De Kadt garandeert ons de vrede door Kracht en mocht zijn stelsel falen, ja, dan zijn we bezweken voor overmacht. Maar net mislukken van een verzoeningspolitiek is èn ramp èn schande.

Het zal er wel van komen, dat men de eerste oplossing, aarzelend en haperend kiest en ondertussen probeert nog wat voordelen van de tweede oplossing in de wacht te slepen, a.h.w. met een kwaad geweten. Men zal De Kadt verwijten en doet het reeds*) dat hij de democratie prijsgeeft voor een rauw fascisme (lees „militarisme”). De Kadt zal zijn tegenstanders verwijten, dat ze halfzacht zijn en niet consequent durven denken. Hij zelf heeft „De consequenties van Korea” kant en klaar voor zich. En als het misgaat, zal De Kadt mokken: „Had men maar naar mij geluisterd” en zullen de anderen zeggen: „Zie je wel, wij hebben het altijd wel gezegd.”

Een enkele lezer heeft in dit dilemma gekozen. De meeste aarzelen nog en zullen wellicht blijven aarzelen of gaan op zoek naar tussenwegen. En ondertussen gaat de geschiedenis haar gang en zal geen van beide partijen gelijk geven. Het zal toch anders gaan.

Het algemeen onbehagen blijft; men kan proberen de narigheid te vergeten. „Pluk de dag”, zeiden de oude heidenen en de liedjeszanger van vandaag raadt aan, de zon op te zoeken. Ach ja, het is een kortzichtige wijsheid, maar loop dan met je gekanker de politici niet voor de voeten, die niet vergeten kunnen en die zich uit roeping en beroep, het lot der gemeenschap aantrekken en beslissen móeten. God zij hun genadig! Het is zinvol dat de kerk bidt voor die over ons geplaatst zijn. Maar als ge de moed bezit, of liever als ge de plicht voelt mee te dragen aan de algemene verantwoordelijkheid, weet dan, dat dit betekent menselijk werk, d.w.z. werk, dat gedoemd is, misschien gedeeltelijk te mislukken, werk dat anders uitvalt dan het bedoeld was. Onnozele hans, die meent dat het menselijk geluk en de menselijke veiligheid voor het grijpen liggen, die niet weet, hoe zwaar het risico van het leven is. Een beroep, een huwelijk, het opvoeden van een kind, het is alles zo ontzettend moeilijk, dat het een wonder mag heten, als het niet mislukt. Waarom moet het in de politiek anders zijn?

Het behoort tot de glories van de mens nochtans zo’n werk aan te pakken. En hij kan dit, omdat God hem tussenbeide leven laat en wat geluk geeft, ook soms dit geluk, dat het lukt. J. G. B.

1) J. de Kadt. De consequenties van Korea. G. A. V. Oirschot, Amsterdam 1950. 299 bis., f 2.40

2) J. de Kadt. Rusland en wij. blz. 83 3) J. de Kadt. De consequenties... enz., blz. 178

4) H. M. V. Randwijk in Vrij Nederland, 21—X.