is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 7, 11-11-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet veel. Maar een feit is, dat de VARA niet op de gedachte gekomen is om de zuilentheorie in de radiowereld te propageren. Die komt van de NCRV. De Gereformeerden in de verschillende kerken moesten wel, nu de schoolstrijd enige jaren tevoren principieel volstreden was, de lijn doortrekken. Er was voor de socialisten van toen uit beginsel géén reden om die weg op schoolgebied juist bestreden op te gaan. Juist op schoolgebied behoorden de SDAPers tot de meest overtuigde voorstanders van de Openbare, d.w.z. algemene School. Hoeveel te meer zouden zij deze gedachte, nu niet voor kinderen, maar voor grote mensen, ook op radiogebied willen doortrekken

Dat dit niet gebeurd is, schrijf ik aan twee oorzaken toe. In de voornaamste plaats hieraan, dat de leiders van de „Algemene” omroep, waaruit later de AVRO zou voortkomen, zó algemeen waren, dat er voor het socialistische woord nauwelijks ruimte was. Zij hebben niet begrepen, welk een diepe behoefte om op eigen wijze aangesproken te worden, bij socialisten leefde. Vooruitzienden zouden alles gedaan hebben om dit verlangen vorm te geven. De leiders van de latere AVRO hebben dat niet gedaan. De fantasie ontbrak bij allen, om het anders te doen, dan de confessionele groepen wensten.

In de tweede plaats werd de VARA gestuwd door het verlangen naar gelding op cultureel gebied in socialistische zin en naar uitoefening van invloed via de radio. Veertig jaren antithesepolitiek, door socialisten zéér bestreden, heeft hen, gefascineerd door de mogelijkheden die daarin lagen, toch er toe gebracht diezelfde weg op te gaan. Historisch zéér begrijpelijk. Maar dat de VARA niet de eerste, maar de laatste was, strekt haar tot eer.

Ten tweede: de VARA heeft in de afgelopen 25 jaar een stuk dienst aan de arbeidersklasse verricht, waar zij trots op mag zijn. Toen zij eenmaal bestond en toen zij voor de taak kwam te staan om een kwart van alle zendtijd te vullen, heeft zij daar een goed gebruik van gemaakt. Ik zeg dat, ofschoon ik zeer wel weet, dat haar uitzendingen bij intellectuelen óók in eigen rijen en bij andersdenkenden vaak critiek hebben uitgelokt. Vaak was deze critiek dooi een anti-socialistisch sentiment ingegeven; soms ook was deze critiek gerechtvaardigd. Maar de leiding van de VARA stond voor de noodzaak gehoord te moeten worden door een massa, die opgevoed diende te worden en dan niet zo, dat die opvoeding er duimendik bovenop lag. Niemand wil graag bepaedagogeerd worden. Ook de socialistische arbeider niet. In licht wil ik het uitzendbeleid thans bezien.

Ten derde: de VARA heeft na de oorlog, binnen de gegeven verhoudingen, zoveel mogelijk samenbindend willen werken. De roep om een nationale omroep is haar niet spoorloos voorbijgegaan, al betwijfel ik soms wel, of de diepere bedoeling van de voorstanders van zulk een omroep haar leiders wel duidelijk voor de geest staan. Dat hier niet zo heel veel van terechtgekomen is, is niet haar schuld.

En alweer: is er dan geen reden tot critiek op dit ogenblik? Het zou onoprecht zijn deze thans te verzwijgen. Wij geven haar in opbouwende zin.

Dan valt dit op te merken: de VARA heeft zich innerlijk niet losgemaakt van de antithese-gedachte op cultureel gebied. Zij huldigt een godsdienstige neutraliteit, die bepaald 19de-eeuws aandoet, en die volstrekt niet strookt met de situatie zowel binnen de Partij van de Arbeid als met die van het geestelijke klimaat, waarin wij als

Nederlands volk leven. De VARA maakt het zich te makkelijk, alle godsdienstige uitzendingen te verwijzen naar de „godsdienstige” omroepverenigingen. Alsof er niet een steeds groter wordende groep van christenen is, overtuigde socialisten, die helemaal niet in de NCRV thuishoren, maar die juist in de VARA datgene missen, wat zij het alierwezenlijkste voor hun socialistzijn achten. Dat is niet door een maandelijks kwartiertje en evenmin door een maandelijks halfuurtje op te lossen. Dat moet mééspreken in het geheel. Wie meent, dat iedere socialist het met alles wat voor de microfoon gezegd wordt, wel eens kan zijn, als men maar het geloof er buiten laat, vergist zich. Juist door iets van de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid óók bij verschil van levensovertuiging uit te drukken (maar die verschillen moeten dan ook aan het licht komen, en niet weggemoffeld

worden!) zal de brede allure, die het soclalisme in Nederland thans wil hebben, gemanifesteerd worden. En zal de VARA het gelaat van het socialisme vertonen, dat steeds groter groepen vertrouwen zal inboezemen. Doet het dit niet, dan zal het socialisme, voor zover het door de VARA gedemonstreerd wordt iets van een... secte krijgen.

Het is moeilijk, voor een nieuw zich baanbrekend geestelijk leven nieuwe gestalten te vinden, wanneer de oude gestalten zich in nogal spectaculaire vormen hebben geconsolideerd. Maar zowel voor de christen als voor de socialist geldt, dat conservatisme hoe ook verhuld achter een kleed van principes of van machtszekerheden altijd uit den boze is. Ook op radiogebied. In die zin wens ik de VARA een stuwend nieuwe tweede kwart eeuw toe. L. H. RUITENBERG

Albrecht Dürer: Madonna mt de aap